woensdag 29 mei 2013

Dimension Data levert netwerk in nieuwbouw Isala klinieken Zwolle

ICT-dienstverlener Dimension Data heeft de implementatie van het vaste en draadloze netwerk in de nieuwbouw van Isala klinieken in Zwolle afgerond. Het netwerk biedt vanaf augustus 2013 patiënten, bezoekers en ruim vijfduizend medewerkers snelle en betrouwbare toegang tot digitale informatie. Isala – ontstaan uit de fusie van ziekenhuis De Weezenlanden en het Sophia Ziekenhuis – neemt op 3 augustus 2013 een nieuw ziekenhuis in gebruik. Het ziekenhuis selecteerde begin 2012 Dimension Data als system integrator voor het vaste en draadloze netwerk.
Dimension Data implementeerde in het afgelopen jaar een vast netwerk met 18.000 actieve poorten en een volledig dekkende draadloos-netwerkinfrastructuur. Isala koos voor Dimension Data na een grondig selectieproces waaraan verschillende leveranciers deelnamen. “Er is vooral gekeken naar beschikbaarheid, beveiliging en beheer”, zegt Jos Minnema, architect technische infrastructuur bij Isala. “Daarnaast was standaardisatie een belangrijk uitgangspunt. We zochten een oplossing met onder meer hoge beschikbaarheid en betrouwbaarheid. Dit wordt onder meer geboden door een redundante opzet en de mogelijkheid van in-service software-updates van switches.”

dinsdag 28 mei 2013

'Zorg kan 400 miljoen euro besparen met apps'

In de zorg kunnen honderden miljoenen euro's worden bespaard door beter gebruik te maken van eHealth, ICT die de zorg ondersteunt. In totaal zou de inzet van Apps een besparing van zo'n 400 miljoen kunnen opleveren, becijfert wetenschappelijk onderzoeksbureau NYFER in opdracht van zorgverzekeraar ONVZ. Een belangrijke bevinding is dat met behulp van apps minder fysiek contact met zorgverleners nodig is. Als voorbeeld wijzen de onderzoekers dat het monitoren van hartpatiënten kan leiden tot 25 procent minder ziekenhuisopnames.

zondag 26 mei 2013

VoICe: communicatie app voor IC patienten

De Intensive Care van het UMC St Radboud in Nijmegen ontwikkelde onlangs een speciale iPad-communicatie-app voor onder andere beademde en wakkere IC patiënten (volwassenen en kinderen). IC-patiënten zijn veelal niet in staat te spreken en moeten met naasten en professionals communiceren door middel van bijvoorbeeld liplezen, schrijven of het gebruik van een letterbord of toetsenbord/laptop.

vrijdag 24 mei 2013

Zorgverzekeraars investeren in draagbare laboratoria

Achmea en De Friesland Zorgverzekeraar gaan participeren in het bedrijf Ostendum. Dit bedrijf ontwikkelt lab-on-a-chip toepassingen – minuscule laboratoria op een chip – waarmee een arts binnen enkele minuten onder meer bloed- , urine- en speekselmonsters kan onderzoeken om vervolgens een diagnose te stellen. De arts is niet afhankelijk van een locatie, omdat het een draagbaar laboratorium betreft. Zo bespaar je kosten en kan een behandeling direct en gericht van start gaan, wat de zorg voor de patiënt ten goede komt. Op 24 mei tekenen Achmea, De Friesland Zorgverzekeraar en Ostendum op de campus van de Universiteit Twente de overeenkomst.
Paul Nederkoorn, CEO van Ostendum, is blij met de investering om de technologie marktrijp te maken. “Achmea en De Friesland Zorgverzekeraar helpen met hun participatie het draagbare laboratorium verder te ontwikkelen om uiteindelijk onder andere artsen in staat te stellen patiënten sneller en beter te kunnen helpen. Daarnaast maken we graag gebruik van hun kennis en netwerk.”
Met de lab-on-a-chip is een ziekte sneller opgespoord en wordt onnodige zorg voorkomen. “Een hartinfarct bij vrouwen bijvoorbeeld wordt in veel gevallen in een later stadium ontdekt doordat zij vaak andere symptomen vertonen na een infarct dan een man. De technologie van Ostendum meet tot wel 1000 maal gevoeliger dan de nu gebruikte methoden, waardoor een arts sneller het eiwit in het bloed herkent dat vrijkomt tijdens een hartinfarct. Ook kan onnodig medicijngebruik worden voorkomen, doordat er alleen nog antibiotica wordt voorgeschreven als de uitslag wijst op een bacteriële infectie”, aldus Nederkoorn.
“Deze investering sluit feilloos aan op onze missie, namelijk goede zorg en kwaliteit van leven op een betaalbare en duurzame wijze realiseren. Met deze innovatie kan er sneller, beter en efficiënter worden gehandeld, waardoor onnodige zorgkosten kunnen worden tegengegaan”, zegt Diana Monissen, voorzitter van de raad van bestuur van De Friesland Zorgverzekeraar over de nieuwste deelneming in Ostendum.
Ostendum is in 2008 opgericht als spin-off bedrijf van de Universiteit Twente. De technologie komt voort uit het promotieonderzoek van Aurel Ymeti, die nu CTO van Ostendum is. In de vijf jaar die volgden is de technologie verfijnd, de werking van het systeem aangetoond en zijn de benodigde essentiële patenten aangevraagd.

woensdag 22 mei 2013

Persoonlijke 'Tricoder' Scanadu nu te reserveren

De Scanadu Scout kan heel simpel vitale functies als hartritme en bloeddruk meten zodat je jezelf medisch beter leert kennen. De Tricoder is een van de vele 'uitvindingen' van de schrijvers van Star Trek die de basis vormt voor daadwerkelijk onderzoek. In de scifi-serie kunnen de karakters elkaars gezondheid en kwalen in seconden vaststellen met de Tricoder. Belg Walter de Brouwer komt met zijn bedrijf Scanadu steeds dichter bij een echte variant van dat idee. De eerste versie heet Scout en is vanaf vandaag te reserveren.

dinsdag 21 mei 2013

Vodafone Nederland zoekt beste eHealth-app

Vodafone en Waag Society stellen 40.000 euro prijzengeld in het vooruitzicht aan degene die het winnende concept indient voor de beste mobiele app voor eHealth. De termijn voor inzending is geopend en sluit op 13 september. De finale van Mobiles for Good vindt plaats tijdens Emerce eHealth op 26 september, waar ook de winnaar bekend wordt gemaakt.

vrijdag 17 mei 2013

Diabetespatiënten nemen hun medicatie beter in met slimme medicijndoos

Een medicijndoos die ervoor zorgt dat een patiënt automatisch een sms’je krijgt als hij zijn pil vergeet, verbetert de therapietrouw van diabetespatiënten niet alleen op korte maar ook op lange termijn, zo blijkt uit onderzoek bij het NIVEL (Netherlands institute for health services research) waarop Marcia Vervloet woensdag 22 mei promoveert aan Tilburg University.
Voor veel patiënten is het lastig op tijd hun pillen in te nemen. Hierdoor is de behandeling minder effectief dan mogelijk, en dit maakt de behandeling bovendien duurder dan nodig. Gebrekkige therapietrouw kan verschillende oorzaken hebben. Patiënten vergeten hun medicatie nogal eens, maar er zijn er ook die hun pillen bewust overslaan. Marcia Vervloet onderzocht een oplossing op maat voor diabetespatiënten die vergeten hun medicatie te nemen. Bij diabetes is het belangrijk de middelen op tijd in te nemen om schommelingen in de bloedsuikerspiegel te voorkomen.
“Met zogenoemde Real Time Medication Monitoring (RTMM) worden patiënten herinnerd aan hun medicatie”, stelt Marcia Vervloet. “Dit systeem maakt gebruik van een medicijndoos die registreert wanneer hij opengaat. Als het doosje niet binnen de afgesproken tijd opengaat, wordt automatisch een sms’je gestuurd om de patiënt aan zijn medicatie te herinneren. Een patiënt krijgt dus alleen een sms’je als hij zijn medicijn vergeet in te nemen.” Vervloet onderzocht het effect van RTMM onder 161 patiënten uit veertig apotheken. De patiënten gebruikten minstens een jaar orale diabetesmedicatie en hadden in het voorgaande jaar minder dan 80% van hun medicatie opgehaald bij de apotheek. Zij werden verdeeld over drie groepen. Twee groepen kregen het medicijndoosje. Eén groep kreeg wel sms-herinneringen, de andere groep niet. De derde groep – zonder medicijndoosje – vormde de controlegroep.
Patiënten die sms-herinneringen kregen, namen trouwer hun medicatie dan de controlegroep. Dit effect hield ook aan op lange termijn: anderhalf jaar nadat de sms’jes waren gestopt. Daarnaast namen zij ook meer doseringen binnen de afgesproken tijd dan de patiënten die wel de pillendoos gebruikten maar geen sms’jes kregen en zij leken ook minder doseringen te missen.
In eerdere onderzoeken zijn alleen korte termijneffecten van elektronische herinneringen bestudeerd. Bovendien werd in die onderzoeken een herinnering verstuurd ongeacht of een patiënt zijn medicatie wel of niet had ingenomen. Hierdoor kunnen patiënten gewend raken aan de herinneringen en verliezen ze hun attentiewaarde. Marcia Vervloet heeft met haar onderzoek kunnen aantonen dat het slimme medicijndoosje met herinnerings-sms’jes ook effectief is op de lange termijn.
“Patiënten vergeten vooral hun medicatie op momenten dat hun dagelijkse routine wordt doorbroken. Bijvoorbeeld in het weekend en vakanties. Deze momenten vormen belangrijke aandachtspunten”, vertelt Marcia Vervloet. “Voor zorgverleners kan dit slimme medicijndoosje een effectief middel zijn om patiënten die hun medicatie vergeten of onregelmatig innemen te ondersteunen. En om hun zelfmanagement te versterken. Niet alleen voor patiënten met diabetes, maar ook bij andere chronische aandoeningen.”

donderdag 16 mei 2013

Topman Google wil medische gegevens burgers

Google CEO Larry Page ziet graag een speelveld ontstaan waarin IT-bedrijven met medische gegevens aan de slag kunnen. Wet- en regelgeving beschouwt hij als restrictief. Mede-oprichter Larry Page van Google vindt dat burgers zich transparanter moeten opstellen als het gaat om inzage hun in medische historie. “Ik heb eerder mijn stemproblemen besproken en heb daar veel begripvolle berichten en goede adviezen aan overgehouden”, zei hij gisteren tijdens het Google I/O ontwikkelaarsevent in San Francisco. Page zegt dat hij medische informatie eerder als privé beschouwde, maar dat hij na een reactie op een blogartikel wat hij schreef, de kwestie vanuit een ander licht is gaan bekijken.

UCB en IBM berekenen kansen epilepsiebehandeling

Pharmabedrijf UCB en IBM werken samen aan een project dat met analyses de uitkomst van een behandeling kan inschatten. Het gaat om zogenaamde cognitieve informatica waarbij verschillende gegevens (big data) worden verzameld en geanalyseerd om daar antwoorden uit te halen. In dat opzicht kan je het vergelijken met een soort van Watson light, al gaat het niet om hetzelfde.

woensdag 15 mei 2013

Pacemaker uitzetten? There’s an iPad for that!

De iPad, wat een fijn apparaat is het ook. Zelfs opa en oma weten er moeiteloos hun weg op te vinden, maar het is wel oppassen geblazen voor senioren met een pacemaker. De magneten in de smartcover zouden zonder problemen een Pacemaker uit kunnen schakelen.

RIVM: Breng risico's e-health beter in kaart

De risico’s van e-health moeten structureel en stelselmatig in kaart worden gebracht om de technologie veilig te kunnen gebruiken. Een betrouwbaar systeem waar incidenten structureel kunnen worden gemeld, geïdentificeerd, gedocumenteerd en gemonitord zou daarbij helpen. Dit meldt Zorgvisie. Daarvoor pleit het RIVM op basis van een verkennend literatuuronderzoek van het RIVM, uitgevoerd in opdracht van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).

woensdag 8 mei 2013

UZA laat patiënten maaltijden bestellen op iPad

Patiënten van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen kunnen hun maaltijdkeuzes voortaan via de iPad doorgeven. Dit zou het ziekenhuispersoneel een kwart meer tijd besparen. Het Antwerpse ziekenhuis UZA laat patiënten voortaan toe hun maaltijdkeuze op de iPad in te geven. Daarvoor ontwikkelde de informaticadienstverlener Cegeka een speciale app, die gekoppeld is aan het systeem voor maaltijdenbeheer C-Meal

maandag 29 april 2013

Philips leidt EU-programma e-health

Koninklijke Philips en zijn partners hebben vandaag de start van het ACT-programma (Advancing Care Coordination & Telehealth Deployment) aangekondigd. ACT is een door de EU gefinancierd programma dat voor het eerst onderzoekt welke organisatorische en structurele processen nodig zijn voor een grootschalige invoering van diensten op het gebied van zorgcoördinatie en e-health. De bevindingen moeten een succesvolle toepassing van dit soort diensten mogelijk maken om zo de zorg voor chronisch zieken te verbeteren en te besparen op zorgkosten. Er worden initiatieven in vijf verschillende Europese regio's onderzocht. Het UMC Groningen is een van de partners en zal onderzoek doen in Nederland.
Het ACT-programma is een samenwerking tussen zorgautoriteiten, bedrijven, universiteiten en ziekenhuizen. Vijf Europese regio's (Baskenland en Catalonië in Spanje, de Nederlandse provincie Groningen, de Italiaanse regio Lombardije en Schotland) zullen ieder hun eigen systemen voor zorgcoördinatie en e-health voor patiënten met hartfalen, COPD en diabetes onderzoeken. De resultaten worden twee jaar lang bijgehouden en geanalyseerd om na te gaan welke processen, structuren en werkwijzen het meest effectief zijn. De vijf regio's zullen informatie en ervaringen uitwisselen zodat veelbelovende oplossingen verder kunnen worden verbeterd. De resultaten worden gepubliceerd zodat andere zorgautoriteiten hun eigen systemen voor zorgcoördinatie en zorgverlening op afstand kunnen ontwikkelen.
Het aantal mensen met chronische aandoeningen neemt sterk toe. Op EU-niveau bedragen de zorgkosten voor mensen met de veelvoorkomende chronische aandoeningen COPD, hartfalen of diabetes 125 miljard euro per jaar. Chronisch zieke mensen kunnen in veel gevallen effectief in hun eigen woning worden behandeld met behulp van systemen voor zorgverlening op afstand en geïntegreerde netwerken van zorgverleners. Uit klinisch onderzoek4-6 blijkt dat dit soort diensten kunnen bijdragen aan een verlaging van het aantal ziekenhuisopnames, het aantal dagen dat mensen in het ziekenhuis verblijven en de sterftecijfers.
"Het ACT-programma is een belangrijke stap op weg naar grootschalige toepassing van diensten voor zorgcoördinatie en zorgverlening op afstand. Het vertegenwoordigt een nieuwe fase in de toepassing van onderzoek op dit gebied. Dit programma onderzoekt de beste manier om zorgverlening op afstand toe te passen en te integreren, met als doel betere zorgresultaten voor patiënten, meer kosteneffectieve oplossingen en lagere zorgkosten", aldus Stanton Newman, hoogleraar gezondheidspsychologie aan de School of Health Sciences van City University in Londen en hoofdonderzoeker van het Whole System Demonstrator-project, tot nu toe het grootste Europese proefproject op het gebied van zorgverlening op afstand.
"Noord Nederland loopt met een bovengemiddelde vergrijzing voor op andere delen van Nederland. Wij zijn ons hier zeer van bewust en hebben de maatschappelijke vraagstukken die hiermee samenhangen tot een Rijks Universiteit Groningen/UMC Groningen breed aandachtsgebied gemaakt, waar ook andere kennisinstellingen en partners zich achter hebben geschaard. Onze oriëntatie op wat wij "Healthy Ageing" noemen, en de bevolkingssamenstelling, maken dat deze regio uitermate geschikt is als pilot regio voor e-health in Nederland," zegt professor Erik Buskens, programmadirecteur Healthy Aging van het UMC Groningen. "Zorg-op-afstand is een van de terreinen waar de uitaging mee kan worden aangepakt. Goed voorbereiden en condities scheppen is van groot belang voor de toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg. We hebben in Nederland veel kennis en technologieën beschikbaar en het is belangrijk te onderzoeken hoe deze succesvol en breed kunnen worden ingezet."
"Philips wil bijdragen aan een verandering in de gezondheidszorg door zinvolle en patiëntgerichte innovaties te ontwikkelen", zegt Bas Verhoef, verantwoordelijk voor de regio Europa binnen Philips Healthcare. "Steeds meer mensen willen zorg op hun eigen voorwaarden, zonder al te veel verstoring van hun dagelijks leven. Door de zorg niet meer in het ziekenhuis maar in de thuisomgeving te verlenen, maken we dit mogelijk en kunnen we tevens beter omgaan met de toenemende druk op ons zorgstelsel als gevolg van vergrijzing en het stijgende aantal mensen met chronische aandoeningen."
Binnen het ACT-programma wordt samengewerkt tussen vooraanstaande Europese deskundigen op verschillende zorgdomeinen. Het programma maakt deel uit van een overkoepelend Europees samenwerkingsverband op het gebied van actief en gezond ouder worden (European Innovation Partnership on Active and Healthy Ageing, EIP-AHA). EIP-AHA is een initiatief van de Europese Commissie in het kader van de 'Innovation Union'-strategie. Doel is om de gemiddelde gezonde levensduur met twee jaar te verlengen tussen nu en 2020.

dinsdag 23 april 2013

Technologie verlaagt zorgkosten dementie

Samenhangend met de vergrijzing in Nederland groeit het aantal mensen met dementie explosief. Van 250.000 patiënten in 2013 naar verwachting 500.000 mensen in 2050. Met het toenemende tekort aan zorgpersoneel en de bezuinigingen zijn oplossingen nodig om mensen met dementie goede zorg te blijven bieden. Het eHealth Research Center van de Universiteit Twente onderzoekt hoe technologische hulpmiddelen, zoals sensoren, touchscreens of spelletjes, patiënten kunnen helpen. Promovenda Nienke Nijhof analyseerde het gebruik van verschillende hulpmiddelen bij mensen met dementie. Nijhof: “Technologie kan patiënten veiligheid en ondersteuning bieden. Ik onderzocht of patiënten met deze hulpmiddelen langer zelfstandig zouden kunnen blijven wonen. Dit bespaart de gezondheidszorg per patiënt wel 800 tot 2.800 euro per maand. Ik pleit voor een opname van technologische hulpmiddelen in het zorgpakket zodat toepassing op brede schaal mogelijk is.”
Nijhof verrichtte kwalitatief en kwantitatief onderzoek bij vier verschillende technologieprojecten. Deze projecten vonden plaats bij patiënten in een verpleeghuis en patiënten die nog thuis woonden verspreid door Nederland. De resultaten van alle vier de eHealth toepassingen zijn positief. Nijhof: “Ze ondersteunen zowel het welzijn van de patiënten als de mantelzorgers (vaak familie). Ook zien we een verbetering in de zorgverlening terug.” Volgens de ondervraagde zorgverleners zorgt eHealth voor een extra paar ogen en oren die vertellen wanneer er een gevaarlijke situatie dreigt, die ze anders lastig hadden voorzien. Ten slotte kunnen patiënten vaak langer zelfstandig wonen door de inzet van technologie en dit leidt tot grote kostenbesparingen voor de gezondheidszorg.
De eerste toepassing die Nijhof onderzocht was een ‘touchscreen’. Patiënten raadpleegden hiermee bijvoorbeeld hun agenda, met daarin afspraken of herinneringen voor inname van medicijnen. Nijhof: “Aanvankelijk werd de mantelzorger soms wel dertig keer gebeld met eenzelfde (vergeten) vraag. De mantelzorger krijgt nu meer rust door het gebruik van de agenda op afstand.” Een tweede toepassing betrof een spel, ‘de Klessebessers’. Hierbij kregen patiënten in een verpleeghuis een film te zien of muziek te horen passend bij hun leeftijd of achtergrond. Herinneringen werden hierdoor geprikkeld. Sensoren, een derde technologie, registreerden afwijkende situaties op verschillende locaties in huis. Bijvoorbeeld iemand gaat ‘s nachts plots zeven keer naar het toilet in plaats van de gebruikelijke ene keer. De sensoren waarschuwen in dit geval automatisch de mantelzorger. Ten slotte onderzocht Nijhof een horloge dat het slaap- en waakritme meet van dementerenden in een verpleeghuissituatie. Hierop kunnen bepaalde situaties zoals het lopen van nachtrondes binnen een instelling worden aangepast.
Nijhof: “De technologie is uiteraard ter ondersteuning en kan nooit de persoonlijke zorg en aandacht helemaal overnemen. Zorg is en blijft mensenwerk.” Kanttekening is volgens Nijhof ook de techniek zelf, die zou nog gebruikersvriendelijker mogen. Zo werd het polshorloge bijvoorbeeld als te log en te groot beoordeeld. Ook pleit Nijhof voor kwantitatief vervolgonderzoek. “Inzet van een technologie is nog niet altijd structureel gefinancierd en staat in sommige gevallen nog in de kinderschoenen. Het was daardoor nog niet mogelijk om op grote schaal onderzoek te doen.”

vrijdag 19 april 2013

Hartchirurgie profiteert van nieuwe technologieën

Volgens Prof. dr. Jan Grandjean van onderzoeksinstituut MIRA staat de hartchirurgie aan de vooravond van belangrijke, technologische veranderingen. Grandjean is deeltijd hoogleraar aan de Universiteit Twente en werkt als cardio-thoracaal chirurg in het Thoraxcentrum Twente van het MST. Op 18 april sprak hij zijn oratie uit. “Dankzij technologie krijgen we meer inzicht in medisch handelen. Daar is behoefte aan in de hartchirurgie.”
Bij Technologie in Hartchirurgie gaat het vooral om het ontwikkelen van nieuwe operatietechnieken. “We kunnen op het gebied van hartchirurgie veel voorspelbaarder gaan werken”, stelt Grandjean.
“Waar we naar toe willen, is het modelleren van het eindresultaat van een hartingreep. De trial and error moet eruit. Medici weten vaak niet wat een ingreep oplevert. Een hart is erg dynamisch, maar als je aan of in het hart werkt, is alle dynamiek eruit. De uitkomst weet je pas als er weer vulling en beweging in het hart komt. Een chirurg kijkt met eigen ogen naar een echo en gaat dan aan de slag, maar iedereen ziet andere dingen. Ik zeg: bewerk die beelden met (bestaande) software zodanig dat je het eindresultaat ziet. ”
Grandjean voert zelf al geruime tijd operaties op een kloppend hart uit. Het Thorax Centrum Twente (onderdeel van het MST) is op dat gebied voorloper. Ruim tachtig procent van de bypassoperaties vindt plaats op een kloppend hart, landelijk is dat minder dan twintig procent.
In de hartchirurgie wordt bij een bypassoperatie sinds enige tijd gebruikgemaakt van de arteria radialis (een van de twee slagaders in de onderarm) in plaats van een ader uit het been. Momenteel wordt er een pilot gedraaid met de Twente Optical Perfusion Camera (TOPCAM) . “Daarmee krijgen we meer inzicht in de uitkomst. TOPCAM wordt gebruikt bij het op een endoscopische manier verwijderen van de arteria radialis. Dat levert minder schade aan de bloedvaten en de patiënt zelf op.”
Doel van zijn onderzoek is tevens een klepcorrectie waarbij, net als tijdens de bypassoperaties, het hart niet stil wordt gelegd. Zo moet de correct van de mitralisklep, de inlaatklep tussen de linkerboezem en linkerkamer, op die manier plaatsvinden.
“Bij het lekken van deze hartklep moet een correctie worden uitgevoerd. Dat moet dus op een kloppend hart gaan gebeuren, met een echo als begeleider. Daar komt veel bij kijken. Nieuw instrumentarium, het werken in weefsel, dat is een heel proces. Overal in de medische wereld is het zoeken naar een relatief simpele oplossing met een zekere uitkomst. Dat geldt ook hiervoor.”
Grandjean doet tevens onderzoek naar nieuwe materialen voor de hartklepoperatie. Er wordt gewerkt aan het omzetten van beelden van een echo, MRI- of CT-scan in software zoals een CAD-programma. Op deze manier weet de chirurg precies wat hij moet doen als de patiënt op de operatietafel ligt en de hartlongmachine begint te draaien. Ook hier geldt dat zodra de druk van de aorta af is, en dat is nodig om de aorta te openen, alle dynamiek en geometrie verdwenen is.
UT-onderzoekers zijn sinds kort in staat een 3D-print van een normale aorta of klep te maken. Grandjean: “Als de chirurg een tijd van tevoren zo’n malletje van een hartklep in handen heeft, is daar al veel informatie uit te halen. Ook onderzoeken we nieuwe materialen voor de aorta, als deze vervangen moet worden. Bij vervanging wordt vaak gebruikt gemaakt van een buis van weefmateriaal, maar we willen juist elastisch materiaal gebruiken. Dat lijkt meer op een normale aorta. De aorta is dan tot meer in staat en de aanhechting is sterker.” Op het gebied van textieltechnologie wordt nauw samengewerkt met Ten Cate uit Almelo.

donderdag 18 april 2013

RRD en UT gaan intensiever samenwerken

De Universiteit Twente en Roessingh Research en Development gaan intensiever met elkaar samenwerken op het gebied van de revalidatietechnologie en telemedicine. Op vrijdag 19 april ondertekenen beide partijen een samenwerkingsovereenkomst. De nauwere samenwerking moet er onder meer voor zorgen dat nieuw ontwikkelde technologie sneller ter beschikking van de patiënt komt.
De Universiteit Twente (UT) en Roessingh Research en Development (RRD) werken al lange tijd samen op verschillende terreinen. Zo is er een groot aantal gezamenlijke onderzoeksprojecten en zijn er de laatste jaren vier RRD-onderzoekers op de UT aangesteld als deeltijdhoogleraar. Deze hoogleraren begeleiden maar liefst 30 promovendi.
Vertegenwoordigers van de Universiteit Twente en Roessingh Research en Development tekenen op vrijdag 19 april een overeenkomst waarmee ze de samenwerking tussen beide partijen verder gaan formaliseren. De bundeling van krachten moet er toe leiden dat nieuwe revalidatietechnologie en technologie voor ‘zorg op afstand’, sneller ter beschikking van de patiënt zal komen.
Voordelen van de verdergaande samenwerking zijn dat RRD en UT samen beter in staat zijn technologie naar de markt te brengen, UT-studenten al tijdens hun studie kennis kunnen maken met de klinische praktijk van RRD, en dat onderzoekers van RRD nog meer toegang krijgen tot de technologische expertise van de UT.
In de praktijk houdt de verdergaande samenwerking onder meer in dat alle promovendi vanuit RRD, zullen promoveren aan de UT, een UT-bestuurder toe zal treden tot een nieuw te vormen Raad van Advies van RRD, en dat de UT jaarlijks een financiële bijdrage zal leveren om RRD te ondersteunen bij de invulling van de gezamenlijke onderzoeksdoelstellingen.

maandag 15 april 2013

GGzE opent e-health-laboratorium

Ggz-aanbieder GGzE in Eindhoven en De Kempen heeft woensdag haar zogenaamde E-lab geopend. Dit ‘eHealth-laboratorium’ ontwikkelt digitale toepassingen in nauwe samenwerking met GGzE-cliënten. Het E-lab is gevestigd op Landgoed De Grote Beek in Eindhoven. GGzE-bestuurders Marie-Louise Vossen en Joep Verbugt verrichtten woensdag de opening; zij speelden een game waarmee ze het E-lab ‘unlockten’.


donderdag 11 april 2013

GGZ-instellingen gaan gezamenlijk e-health ontwikkelen

De drie meest innovatieve GGZ-aanbieders, Novadic-Kentron, Dimence en GGZ Noord-Holland-Noord, gaan onder de naam ‘G3’ gezamenlijk hun e-mental health diensten doorontwikkelen en opschalen. Om dit te bereiken zijn de drie instellingen een duurzame samenwerkingsovereenkomst aangegaan met Minddistrict, marktleider in e-health binnen de geestelijke gezondheidszorg. ‘Wij zijn de G3 gestart omdat wij voluit mee willen denken over de doorontwikkeling van e-mental health, met als doel om de kwaliteit, toegankelijkheid en de efficiency van onze GGZ dienstverlening te verbeteren’ vertelt Marijke van Putten van GGZ Noord-Holland-Noord.
De organisaties hebben een gezamenlijke product-roadmap samengesteld, met een
agendaoverzicht van producten die in 2013 worden opgeleverd. De instellingen zien veel voordelen in hun samenwerking. ‘We kunnen veel van elkaar leren, omdat we dezelfde obstakels en uitdagingen tegenkomen. Daarnaast kunnen we ook de kosten delen, waardoor we veel meer kunnen bereiken dan wanneer we alleen zouden opereren’, aldus Stephan van Kuik van verslavingszorginstelling Novadic-Kentron.
De drie instellingen gaan het komende jaar twaalf nieuwe interventies ontwikkelen, onder meer voor de doelgroepen Jeugd, Ouderen en Ernstig Psychiatrische Patiënten. Ook technische innovatie is een belangrijk speerpunt van de G3. Zo werkt Minddistrict in opdracht van de G3 aan thema’s als gamification, apps, sensory devices en community-vorming. Maar ook kwesties als financiering, privacy en beveiliging rondom e-health krijgen de aandacht van Minddistrict en de instellingen.




 

maandag 8 april 2013

iPhone-app brengt hooikoortspollen in kaart

Hooikoorts is onlosmakelijk verbonden met de komst van de lente, en dus kan het in de loop van deze week wel eens lonen om een pollen-peiler te installeren. Allergieradar is de laatste applicatie in deze categorie op de iPhone, nadat we al eerder over andere pollen-apps schreven. De applicatie is (nog) niet geoptimaliseerd voor het scherm van de iPhone 5 en iPod touch 5th gen, maar laat wel overzichtelijk een beoordelingsscore van het pollen-overlast per dag zien.

vrijdag 29 maart 2013

Kabinet akkoord met geld voor e-health

Om mensen met psychische problemen anoniem te kunnen helpen, wordt hulp via internet, de zogeheten e-mental health, blijvend gefinancierd. Dat heeft de ministerraad donderdag besloten. Voor het project geldt nu nog een tijdelijke regeling. Op voorstel van minister Edith Schippers (Volksgezondheid) krijgt de financiering van deze vorm van hulp een blijvend karakter.

donderdag 28 maart 2013

Geprinte organen op bestelling?

Professor Anthony Atala, directeur van het Wake Forest Instituut voor Regeneratieve Geneeskunde is een wereldberoemde arts en wetenschapper op het gebied van tissue engineering en printbare organen. Op dinsdag 2 april houdt hij een lezing over deze baanbrekende innovatieve technologie. In 2006 slaagde hij er al in om een in het laboratorium gekweekte blaas te creëren en was hij in staat deze blaas met succes in een mens te transplanteren.
Momenteel werkt hij aan de ontwikkeling van meer dan 30 verschillende organen en weefsels in het laboratorium, waaronder insuline producerende cellen en bloedvaten voor bypass chirurgie. Atala’s nieuwste uitvinding is een aangepaste 3D inkjet printer die organen kan printen.
Het programma wordt voorgezeten door Peter-Paul Verbeek, hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek aan de Universiteit Twente.

dinsdag 19 maart 2013

De Zorggroep stapt over op Office 365

De Zorggroep wilde eenvoudig kunnen communiceren met haar medewerkers. Een uniforme mailomgeving bleek daarvoor de beste oplossing. PQR heeft Microsoft Office 365 aangeboden en geïmplementeerd.
De Zorggroep is in 2008 ontstaan uit een fusie tussen drie gerenommeerde zorgorganisaties in Limburg. De Zorggroep heeft 8.700 medewerkers en werkt met 2.700 vrijwilligers. Daarnaast zijn er 10.000 cliënten. Al deze mensen zijn verspreid over meer dan 85 locaties. De afdeling PR & Communicatie wilde graag eenvoudig met al deze mensen kunnen communiceren. Dat was lastig, omdat iedereen zijn eigen e-mailomgeving en e-mailadres gebruikte. De Zorggroep besloot daarom over te stappen op een gestandaardiseerde mailomgeving.
Omdat een deel van de medewerkers on premise en een deel in de cloud zou gaan werken, was een hybride omgeving de beste optie. Er werd besloten de bestaande omgeving aan te vullen met Microsoft Office 365. PQR nam het ontwerp en de implementatie voor haar rekening.
Inmiddels draait de nieuwe Office 365 omgeving en werken er zo’n 5.000 medewerkers on premise en zo’n 5.000 in de cloud. “Gelukkig is de kennis en kunde bij PQR-medewerkers meer dan gemiddeld en daar hebben we tijdens dit ‘pioniersproject’ veel profijt van gehad”, aldus Smeets. “Bij aanvang van het project bleek dat Office 365 eigenlijk niet is ontworpen voor hybride omgevingen. Met PQR en Microsoft hebben we hiervoor oplossingen gezocht en gevonden en ons doel gerealiseerd: één gezamenlijke uniforme mailomgeving voor al onze medewerkers!”

Smartphone van Fujitsu meet hartslag met camera

Fujitsu heeft een smartphone voorgesteld waarmee het hartritme van de gebruiker met een simpele blik gemeten kan worden. Het Japanse bedrijf wil de uitvinding nog dit jaar op de markt brengen. Het toestel verzamelt gegevens over de gezondheid van de gebruiker en maakt zo andere meetinstrumenten overbodig.

woensdag 13 maart 2013

VPHuisartsen vraagt rechtbank stopzetting LSP-activiteiten

De Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen (VPHuisartsen) heeft de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) gedagvaard als verantwoordelijke voor het Landelijk Schakelpunt (LSP). Dit elektronische netwerk dat uitwisseling van medische gegevens tussen aangesloten zorgaanbieders mogelijk maakt, is op 1 januari van start gegaan. Via publiciteitsacties worden burgers opgeroepen zich, al dan niet via een website, aan te melden en toestemming te geven voor uitwisseling van hun medische gegevens. Deze uitwisseling begint tussen huisartsen, apotheken en huisartsenposten en wordt later uitgebreid met andere zorgverleners.
De VZVZ waarin brancheorganisaties van huisartsen(posten), ziekenhuizen en apothekers verenigd zijn, wordt onrechtmatig handelen ten laste gelegd, door een elektronisch uitwisselingssysteem in te voeren (LSP), dat zulke ernstige onvolkomenheden vertoont dat huisartsen bij deelname hun beroepsgeheim en de privacy van hun patiënten schenden.
De bezwaren van VPHuisartsen tegen het LSP zijn gebaseerd op de volgende argumenten.
- De patiënt verliest zijn keuzevrijheid en zeggenschap om zelf te bepalen welke medische gegevens, aan welke zorgverlener en voor welk doel beschikbaar komen.
- De patiënt weet met de eenmalige, algemene toestemming (opt-in regeling) niet voor welke uitwisselingen in de toekomst hij toestemming heeft gegeven.
- De huisarts kan niet aan zijn wettelijk geheimhoudingsplicht voldoen. Hij heeft geen daadwerkelijke controle op wie gegevens kan inzien en waarvoor, maar loopt achteraf wel risico juridisch aansprakelijk gesteld te worden bij ongewenste inzage of verkeerd gebruik van medische persoonsgegevens.
- Er is geen bewijs voor de beweringen dat het LSP leidt tot betere of veiliger zorg. Het is zeer de vraag of met de wijze van uitwisseling wel de gewenste gegevens beschikbaar gesteld worden. VPHuisartsen meent dat met het LSP juist het risico van schijnveiligheid ontstaat, wat daardoor medische fouten in de hand kan werken.
- Het LSP staat op gespannen voet met oa. de Wet bescherming persoonsgegevens en de geheimhoudingsplicht van artsen. Dit was in 2011 mede aanleiding voor unanieme afwijzing van het LSP door de Eerste Kamer.
- Onderschatte veiligheidsrisico's zijn mede gelegen in de oncontroleerbaarheid van wie gegevens opvraagt, in het massale gebruik van UZI-passen en in de grootschalige, landelijke opzet. Het kan leiden tot niet te herstellen privacyschendingen en ondermijning van het vertrouwen in zorgverleners en in het beroepsgeheim
VPHuisartsen vraagt de rechtbank nu te verklaren dat VZVZ met het invoeren van het LSP, onrechtmatig handelt omdat het in strijd is met art.8 EVRM, Wet bescherming persoonsgegevens, Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst en/of met het beroepsgeheim van artsen.
De vereniging van praktijkhoudende huisartsen, die circa 10% van de praktijkhouders in ons land vertegenwoordigt, vraagt de rechtbank tevens VZVZ te gebieden de uitvoering van de afspraken die zij met zorgverzekeraars, NPCF ea maakte (Convenantafspraken en het Businessplan) te staken.

maandag 11 maart 2013

1,5 miljoen euro voor ontwikkeling en verbetering medische beeldvorming

Institute Quantivision (iQ), waarvan de Molecular Photonics groep van het Van ’t Hoff Institute for Molecular Sciences (HIMS) deel uitmaakt, heeft van ZonMw een subsidie ontvangen voor een onderzoeksprogramma van bijna 1,5 miljoen euro.
Hiermee financiert iQ een onderzoekprogramma voor de ontwikkeling van apparatuur en software waarmee artsen sneller en nauwkeuriger ouderdomsziektes zoals kanker en dementie kunnen vaststellen en behandelen. iQ ontvangt deze subsidie in het kader van het Innovative Medical Devices Initiative (IMDI), dat als een publiek-private infrastructuur is ontstaan uit het NWO-thema Nieuwe Instrumenten voor de Gezondheidszorg.
Een belangrijk aspect van het programma is dat het in nauwe samenwerking en overleg met de uiteindelijke eindgebruikers, de specialisten werkzaam in de kliniek, wordt uitgevoerd. Ook is er binnen het programma een uitgebreide samenwerking met bedrijven die beschouwd worden als belangrijke spelers in het marktsegment van medische beeldvorming. Naast wetenschappelijke betrokkenheid zorgen zij  voor een aanzienlijke financiële ondersteuning van het programma.
De nu ontvangen subsidie is onderdeel van een veel groter programma waarin iQ zal uitgroeien tot een centrum met een onderzoeksomzet van ruim 10 miljoen euro per jaar. Een dergelijk expertisecentrum komt bij uitstek tegemoet aan de huidige tijdsgeest waarin de gezondheidszorg een van de grote aandachtspunten is. Het onderliggende model van iQ past derhalve ook uitstekend binnen het topsectoren-beleid en de ambities van Horizon 2020.
iQ is opgericht door het Academisch Medisch Centrum (AMC), de Universiteit van Amsterdam (UvA), het Nederlands Kanker Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL), VU medisch centrum en de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Binnen iQ werken Amsterdamse toponderzoekers op het gebied van medische beeldvorming samen met industriële partners aan de ontwikkeling van nieuwe generaties medische instrumenten, programmatuur en hulpmiddelen voor de best mogelijke en duurzame zorg. iQ is in 2011 officieel erkend als een van de acht Centres of Research Excellence (CoRE) op het gebied van imaging, minimaal invasieve ingrepen en homecare.

zaterdag 9 maart 2013

Ontwikkeling chirurgisch instrument met 'gevoel'

De Universiteiten Twente en Nijmegen zijn een samenwerkingsverband aangegaan met drie MKB-bedrijven om een onderzoek uit te voeren naar het Force Reflecting Operating Instrument (FROI). Dit is een chirurgisch instrument dat kan voelen en dat gevoel ook kan terugkoppelen aan een chirurg.
In het onderzoek worden de prestaties van het instrument onderzocht en getest. Het project zorgt uiteindelijk voor 42 volledige banen in Oost Nederland. In de praktijk zal door het gebruik van dit chirurgisch instrument het aantal complicaties bij patiënten verminderen. Omdat de chirurgische ingreep minder ingrijpend is, kan men eerder naar huis na een operatie. Hierdoor verbetert de kwaliteit van leven.
Deze samenwerking tussen het bedrijfsleven en de kennisinstellingen levert een bijdrage aan het versterken van de innovatiekracht en concurrentiepositie van de deelnemende MKB-bedrijven en de kennispositie van de Universiteiten Twente en Nijmegen.

donderdag 7 maart 2013

Philips krijgt goedkeuring FDA voor medische vinding hartziekten

Het Amerikaanse Food & Drug Administration (FDA) heeft toestemming gegeven voor de innovatieve EchoNavigator van Philips, een systeem dat interventionele cardiologen en hartchirurgen via live beeldsturing helpt bij minimaal invasieve operaties aan structurele hartaandoeningen. Nu Philips, na de CE-markering, ook goedkeuring in het kader van artikel 510(k) van de Amerikaanse Food, Drug and Cosmetic Act in de wacht heeft gesleept, kan de EchoNavigator wereldwijd worden geïntroduceerd. De eerste systemen zijn al geplaatst in Europa en de VS.
Philips EchoNavigator is ontwikkeld in antwoord op de duidelijke opwaartse trend in het gebruik van zowel röntgen beeldvorming als 3D echografiebeeldvorming van het hart (ook wel echocardiografie genoemd) tijdens de behandeling van structurele hartziekten - een gebied binnen de interventionele cardiologie dat met 40% per jaar groeit. Tijdens dit soort ingrepen geeft echografie een essentieel beeld van de anatomie van het zachte hartweefsel, terwijl de röntgenbeelden de hartimplantaten goed kunnen visualiseren.
In samenwerking met partnerziekenhuizen in Europa en de VS heeft Philips EchoNavigator ontwikkeld om de specifieke uitdagingen aan te gaan wanneer beide beeldvormingstechnieken gelijkertijd worden ingezet. Om de hartstructuren nauwkeurig te herkennen op dit soort medische beelden, is jarenlange opleiding en ervaring nodig. Toch kan het gebruik en de interpretatie van beide beeldvormingstechnieken tijdens de ingrepen lastig zijn, met name bij het manipuleren en sturen van de katheters waar de implantaten aan zijn bevestigd. Tijdens het kritieke moment van de ingreep is bovendien bekend dat de communicatie tussen de interventionele cardioloog of hartchirurg die de katheters stuurt en de echocardiograaf die de 3D-echografie-apparatuur bedient, bijzonder cruciaal is.
EchoNavigator van Philips stelt medici in staat om ingrepen efficiënter uit te voeren door röntgen- en 3D-echografiebeelden intelligent in één intuïtief en interactief overzicht te integreren, en door gebruiksvriendelijke systeemnavigatie en betere communicatie tussen de leden van het uitvoerende multidisciplinaire team mogelijk te maken. Zodoende is de EchoNavigator ontworpen om kostbare tijd te besparen en de zorg voor de patiënt te helpen verbeteren.

woensdag 6 maart 2013

Digitale plaslijst krijgt belangrijke update

Synappz Medical Apps kondigt aan dat haar medische iPhone app iP Plaslijst een belangrijke update krijgt. De update kan gratis worden gedownload en uitgeprobeerd. Daarna kan de app voor een eenmalig bedrag van 0,89 euro worden geactiveerd; verder gebruik is dan onbeperkt en gratis. Met deze update komt Synappz tegemoet aan de wens vanuit de markt om herhaaldelijk gebruik van de app goedkoper te maken.
iP Plaslijst is een app om een digitale plaslijst te maken en houdt bij wat de gebruiker drinkt, plast en eventueel aan urine verliest. De app genereert een uiterst informatief infographics rapport over elke voltooide Cyclus. Dat rapport geeft direct inzicht in het eigen blaasgedrag en maakt het ook een stuk gemakkelijker om plasproblemen te bespreken met de huisarts of uroloog.
iP Plaslijst kwam vorig jaar in het nieuws doordat het de eerste medische app was die het prestigieuze CE-certificaat wist te verkrijgen. Dit certificaat verzekert de eindgebruiker ervan dat de ontwikkeling van de app volgens professionele maatstaven is gedaan. Daarmee is deze app uitermate geschikt om in huisartsenpraktijken en ziekenhuizen te worden ingezet als betrouwbaar alternatief voor de huidige papieren plaslijsten.

dinsdag 5 maart 2013

Wat is de status van mHealth?

De ideeën lijken veelbelovend als het gaat om efficiënter maken van de zorg, preventie en procesoptimalisatie. Maar hoe staat met het met mHealth in Nederland? In de praktijk zien we nog niet zoveel succesvolle cases. Hoe komt dat? Wordt de waarde van deze toepassingen overschat, of is er gewoon nog veel werk aan de winkel? Het AMC in Amsterdam zet momenteel met M2Mobi een eerste stap door het ontwikkelen van een app voor patiënten.
mHealth is een hot topic. Steeds meer evenementen staan in het teken van eHealth en mHealth, de ideeën lijken veelbelovend als het gaat om efficiënter maken van de zorg, preventie en procesoptimalisatie. Maar hoe staat met het met mHealth in Nederland? In de praktijk zien we nog niet zoveel succesvolle cases. Hoe komt dat? Wordt de waarde van deze toepassingen overschat, of is er gewoon nog veel werk aan de winkel? Het AMC in Amsterdam zet momenteel met M2Mobi een eerste stap door het ontwikkelen van een app voor patiënten. Dit toonaangevende ziekenhuis zou wel eens een trendsetter kunnen zijn.
Er zijn verschillende partijen die mHealth projecten zouden kunnen initiëren. Ziekenhuizen lijken een logische partij als het gaat om service en procesoptimalisatie. Het is in hun belang dat patiënten zich zo goed mogelijk voorbereiden en zo efficiënt mogelijk door het proces worden geleid. Zorgverzekeraars zouden mHealth oplossingen kunnen inzetten om kosten te besparen. Als deze oplossingen helpen als eerste vraagbaak voor patiënten en dit leidt tot minder huisarts- en ziekenhuisbezoeken, kunnen de premies omlaag. In Amerika wordt bijvoorbeeld het e-consult steeds populairder.
Maar zo simpel blijkt het nog niet te zijn. Er zijn meer belangen die meespelen bij de ziekenhuizen en de zorgverzekeraars. Hoe ingewikkeld deze relatie is, blijkt maar weer uit het conflict tussen Achmea en het Slotervaart ziekenhuis in Amsterdam. Om écht tot een oplossing te komen, zullen ziekenhuizen en zorgverzekeraars moeten samenwerken. Afzonderlijk zijn er op dit moment voor ziekenhuizen en verzekeraars weinig redenen om hierin te investeren. In Nederland kan een arts een e-consult nog maar beperkt declareren. Waarom zou je het dan aanbieden? Laat de patiënt maar langskomen. Ziekenhuizen zijn er namelijk niet bij gebaat als er minder patiënten komen; meer patiënten zorgen voor betere deals met de zorgverzekeraars. Klanten van zorgverzekeraars willen graag zo goed mogelijk verzekerd zijn. Dus om te concurreren moeten de verzekeraars een zo compleet mogelijk pakket aanbieden. En hiervoor bedenken ziekenhuizen steeds weer slimme nieuwe ‘producten’ om patiënten te trekken. Mensen willen zoveel mogelijk aanspraak op zorg kunnen maken, dus deze nieuwe producten moeten dan weer opgenomen moet worden in het pakket van de verzekeraar.
Er zijn vele discussies gaande over hoe samengewerkt kan worden om dit te doorbreken, daar zullen wij ons niet aan branden. We zien wel genoeg mogelijkheden die mHealth kan bieden als het gaat om gezondheidspreventie en efficiëntie in de zorg. In het buitenland zijn hier al verschillende succesvolle voorbeelden van. De mobiele telefoon is een erg persoonlijk apparaat, dat je altijd bij je hebt en is zeer geschikt voor mensen met een chronische ziekte ter motivatie en rapportage. Zo kan een app bijvoorbeeld ondersteuning bieden bij het stoppen met roken of het kan iemand motiveren om meer te gaan sporten of gezonder te eten. Ook kan de voortgang van bepaalde aandoeningen gemakkelijk bijgehouden worden, bijvoorbeeld door het maken van foto’s. Dit levert veel inzicht op voor de arts en kan controlebezoeken aan het ziekenhuis schelen. Op dit moment wordt er hard gewerkt aan regelgeving om te bepalen hoe ver een toepassing mag gaan om de rol van de arts over te nemen.
En hoe staat het met andere mHealth toepassingen, waarbij het primaire doel niet een besparing in de zorg te doen? Die liggen wat minder gevoelig en zijn daarom makkelijker te realiseren. Voor het AMC ontwikkelt M2Mobi momenteel een app waarmee patiënten hun afspraken kunnen beheren, opzoeken wie hun dokter is en tips krijgen voor hun afspraak. Aangezien het AMC een groot ziekenhuis is waarbij het nog wel eens lastig is om de juiste afdeling te vinden, is navigeren door het ziekenhuis een belangrijk onderdeel van de applicatie. We hebben een pilot met een testgroep in het AMC gedaan en daaruit bleek dat de houvast die de applicatie biedt tijdens een bezoek erg gewaardeerd wordt.
Om een beeld te krijgen hoe het er bij andere ziekenhuizen in Nederland voor staat, hebben we een onderzoek gedaan onder de 50 grootste (in aantal bedden) ziekenhuizen van Nederland naar de inzet van mobiele applicaties en aanwezigheid op de social media. De meeste ziekenhuizen zijn te vinden op Facebook (71 procent) en Twitter (78 procent). Slechts enkele gebruiken sociale media ook echt actief als een kanaal om in contact met hun patiënten te komen. Maar weinig zijn met een applicatie terug te vinden in de Apple App Store (8 procent) of Google Play Market (6 procent). Tien procent van deze ziekenhuizen biedt een mobiele website aan. Dat geeft aan de Nederlandse ziekenhuizen nog niet erg toegankelijk zijn met je smartphone. Kortom, er valt nog veel te doen met mobiel in de zorg en wij denken dat samenwerking tussen de verschillende partijen tot nuttige en innovatieve oplossingen kan leiden.

maandag 4 maart 2013

App waarschuwt voor pollen

De lente staat weer voor de deur en dat gaat voor veel mensen traditioneel gepaard met hooikoorts. Een nieuwe applicatie van farmabedrijf MSD Belgium informeert je over de plaatselijke concentratie pollen in de lucht. Wanneer je de applicatie voor het eerst opstart, kan je in een lijst met steden aanduiden welke het dichtst bij jouw locatie gelegen is. Vervolgens kan je ook aangeven voor welk soort pollen je allergisch bent. Op het dashboard krijg je dan te zien hoeveel pollen er in de lucht hangen.

vrijdag 1 maart 2013

Zuster Ria voor al uw zorg op afstand

Boomerweb, een specialist van zorg op afstand, heeft Multrix gecontracteerd voor de levering van hosting diensten voor zorg op afstand. Deze Software as a Service (SaaS) dienst is onlangs onder de naam “Zuster Ria” op de Nederlandse markt geïntroduceerd. Zuster Ria biedt een antwoord op de veranderende zorgmarkt met haar full service dienstenpakket voor Zorg op Afstand en Welzijn. De dienst is apparaat onafhankelijk en wordt gebruikt op zowel mobiele tablets als op computers. De gebruiker kan met dit systeem eenvoudig beeldcontact maken met de zorgverlener, arts en zelfs met vrienden of familie.

Mobiele app tegen burnout

Een stukje Nederlandse trots is deze week op het Mobile World Congress te zien in de stand van het EIT ICT Labs, een consortium van bedrijven, universiteiten en onderzoekscentra. Een biosensor ontwikkeld door Philips, verder uitgewerkt door de TU Eindhoven, ter voorkoming van een burnout. De stressmeter moet om de pols worden gedragen en geeft samen met een Android-app (iOS volgt later) inzicht in bijvoorbeeld stresspatronen gedurende een langere periode aan de hand van een e-calender. Dat kan nuttig zijn voor behandeling van overspannenheid. “Bij de behandeling heb je in elk geval iets om op terug te vallen”, zegt onderzoekster Johanna Mercurio tegen Emerce. “Een behandelend arts moet nog te vaak afgaan op wat patiënten hem of haar vertellen.”

donderdag 28 februari 2013

Problemen met alarmering Savant door glasvezel

Zeker een maand werkt het alarmeringssysteem van thuiswonende klanten van Savant Zorg in enkele Helmondse wijken niet meer. Het gaat om enkele hulpbehoevende mensen in Brouwhuis en Rijpelberg die recent zijn overgestapt op het nieuwe glasvezelnetwerk van Breedband Helmond van het bedrijf E-Quest. De alarmeringsapparatuur van Savant kan geen verbinding leggen met het nieuwe modem voor onder meer supersnel internet.

Ziekenhuis Gelderse Vallei lanceert samen met Netbasics e-zorg

Het kostte twee jaar van testen, bijschaven en weer testen, maar nu starten de eerste specialismen in Ziekenhuis Gelderse Vallei met eHealth, of e-zorg zoals Ziekenhuis Gelderse Vallei het zelf noemt. De komende maanden volgen er meer specialismen. Steeds meer patiënten zoeken op internet naar informatie; het innovatieve e-zorgplatform sluit hier naadloos bij aan. Het is geen aanvulling op bestaande zorgprocessen, maar een interactief herontwerp van het zorgtraject.
Netbasics ontwikkelde de omgeving waarbij relevante patiënteninformatie dynamisch wordt opgehaald uit het Ziekenhuis Informatie Systeem (ZIS), terwijl zorgverleners informatie uit de e-zorg direct kunnen overnemen in het elektronisch patiëntendossier.
E-zorg plaatst de patiënt in een actieve rol binnen zijn of haar eigen zorgproces. Voorafgaand aan een poliklinisch bezoek kunnen patiënten in een beveiligde online-omgeving bijvoorbeeld vragenlijsten invullen, waardoor de specialist over voorkennis beschikt op het moment dat de patiënt de spreekkamer instapt. Dit levert tijdwinst op en een hogere kwaliteit van zorg tijdens het consult. Na het bezoek kan de patiënt de voorgestelde behandeling thuis op de computer of tablet nalezen, inclusief betrouwbare informatie op maat die past bij het stadium van de behandeling.
Zorgverleners herontwerpen de zorgpaden met de inzet van e-zorgmodules. Het is een digitale gereedschapskist waaruit je kunt halen wat past bij het zorgpad voor een specifieke doelgroep. Patiënten kunnen een vragenlijst invullen, dagelijks de eigen bloeddruk bijhouden of online of via een door Netbasics gerealiseerde mobiele app een dagboekje invullen over hun eetgedrag of beweegactiviteiten. Bij vragen kunnen zij het ziekenhuis direct via de beveiligde berichtenmodule om advies vragen. Het eigen behandelteam van de patiënt zal binnen de afgesproken tijd reageren.

dinsdag 26 februari 2013

Smartphone als personal coach


Wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben een innovatieve zelfhulpbehandeling op smartphones ontwikkeld voor mensen met somberheidsklachten. De behandeling heet Moodbuster en is gebaseerd op zelfhulptherapieën met bewezen effectiviteit. Gebruikers van Moodbuster geven vijf keer per dag aan hoe ze zich voelen, waarna een intelligent model bepaalt welke zelfhulpcursus het beste bij de gebruiker past. Tijdens de cursus ontvangt de gebruiker geautomatiseerde ondersteuning via internet en via de smartphone. De zelfhulpcursus bestaat uit informatie en (huiswerk)opdrachten.
Smartphone als personal coach
Moodbuster is de eerste zelfhulpbehandeling waarmee mensen met somberheidsklachten via hun smartphone therapie op maat krijgen. “Omdat mensen hun smartphone altijd bij zich hebben, kunnen ze steeds op het moment zelf aangeven hoe ze zich voelen,” zegt VU-wetenschapper Lisanne Warmerdam. “Vervolgens krijgen gebruikers therapeutische adviezen op maat via de smartphone.” De VU wil op korte termijn onderzoeken hoe mensen met somberheidsklachten het gebruik van Moodbuster ervaren. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden.
Zelfhulpmodules
De behandeling van Moodbuster bestaat uit verschillende modules om de gebruiker te helpen positiever te leren denken, structureel plezierige activiteiten te plannen, problemen op te lossen die samenhangen met somberheid, meer te bewegen en op tijd de voorgeschreven medicijnen in te nemen. Daarnaast onderzoeken de wetenschappers met speciaal hiervoor ontwikkelde meetinstrumenten of er een verband is tussen somberheid en bepaalde fysiologische signalen zoals veranderingen in de hartslag.

maandag 25 februari 2013

Prototype navigatiesysteem menselijk lichaam


Een internationaal consortium onder leiding van wetenschappers van de vakgroep Biomedische Werktuigbouwkunde van het onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente ontwikkelt een systeem waarmee chirurgen voortaan complexe operaties aan het spierskeletstelsel kunnen plannen. In wezen gaat het om een patiëntspecifiek navigatiesysteem voor het menselijk lichaam, waarin alle relevante röntgen- en MRI-beelden van een patiënt aan elkaar gekoppeld worden. De chirurg kan hiermee straks beter zijn operatie plannen, de effecten van een ingreep simuleren en zelfs vooraf virtueel de operatie oefenen. Het consortium heeft nu een eerste prototype van het systeem gereed.
Als een chirurg een spier bij een patiënt moet omleggen, bijvoorbeeld als gevolg van de verwijdering van een tumor of bij een revisie van een heupprothese, is het van groot belang dat de spier op een geschikte plaats bevestigd wordt. In de praktijk bepaalt de chirurg momenteel op basis van ervaring en intuïtie waar hij een spier precies bevestigt. Hierdoor is het voorafgaand aan een operatie vaak niet duidelijk of een patiënt na afloop bijvoorbeeld weer op een normale manier kan lopen en andere taken kan uitvoeren die onderdeel zijn van zijn dagelijkse leven.
Een internationaal consortium van bedrijven en kennisinstellingen werkt binnen het TLEMsafe programma daarom aan een navigatiesysteem voor de onderste helft van het menselijk lichaam dat alle relevante röntgen- en MRI-beelden van een patiënt bevat. Met het systeem kan de chirurg straks beter zijn operatie plannen door de effecten van een ingreep te simuleren, maar ook door virtueel de operatie te oefenen. Hiermee is de uitkomst van een operatie minder afhankelijk van de intuïtie en ervaring van de opererend chirurg en kun je complicaties op termijn voorkomen en beter de functionele resultaten van een operatie voor de patiënt voorspellen.
Het consortium heeft nu een eerste versie van het systeem voltooid. Het is erin geslaagd het spierskeletstelsel van het onderlichaam van de mens virtueel na te bouwen, inclusief alle spieren, spiervolumes, pezen, botten en aanhechtingsplaatsen van spieren (zie afbeelding). Hiermee is het al mogelijk om vooraf operaties te simuleren. De volgende uitdaging is het daadwerkelijk aantonen dat je met het systeem in staat bent de functionele uitkomst van een operatie nauwkeurig te voorspellen. Het consortium verwacht dat een volledig werkend prototype van het systeem over ongeveer twee jaar gereed zal zijn.
De ontwikkeling van het systeem is een onderdeel van het TLEMsafe project (Twente Lower Extremity Model for safe and predictable musculo-skeletal surgery). Bij het project dat loopt onder leiding van prof. dr. ir. Nico Verdonschot en prof. dr. ir. Bart Koopman van de vakgroep Biomedische Werktuigbouwkunde van het onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente zijn verschillende (inter)nationale onderzoeksinstituten, klinische partners en bedrijven betrokken waaronder het UMC St. Radboud, de Technische Universiteit van Warschau, Brainlab, Materialise en AnyBody Technology. Het project wordt financieel mede mogelijk gemaakt door financiering vanuit het Zevende Kaderprogramma van de Europese Unie.

vrijdag 22 februari 2013

'Zorginstellingen onvoldoende bewust van kansen e-health'

Maar liefst 85 procent van de ondervraagde ICT-ondernemingen geeft aan dat zorginstellingen zich onvoldoende bewust zijn van de kansen die e-health biedt. Dit blijkt uit de ICT Kwartaalmonitor van Nederland ICT. Minister Schippers gaf onlangs nog aan dat juist e-health verschraling van de zorg door een toenemende zorgvraag kan voorkomen. Het gebrek aan kennis over e-health is niet alleen een belemmering voor ICT-bedrijven, maar zal in de toekomst de kwaliteit van de zorg ernstig kunnen treffen.
Ruim tweederde van de ondernemers van het Kwartaalmonitorpanel van Nederland ICT gaf aan kansen te zien in de zorg. Zestig procent van hen denkt dat er vooral kansen liggen in de thuiszorg, maar ook maatschappelijke ondersteuning en de GGZ zijn beiden met 47 procent populair.
Problematisch bij het toepassen van e-healthoplossingen zijn volgens de ondervraagde ondernemers de verschillende financieringsstromen die de ketenaanpak belemmeren. Na deze financieringsproblematiek (54%) volgen de acceptatie van e-healthtoepassingen onder zorgprofessionals en het gebrek aan leiderschap bij managers of beleidsmakers.

dinsdag 19 februari 2013

Snelheid van verandering grootste technologie-gerelateerde zorg binnen de Gezondheidszorg

Nieuwe informatie uit een door Ricoh gesponsord onderzoek toont aan dat 92.5 procent van de leidinggevenden in de gezondheidszorg, biotechnologie en farmaceutica in de afgelopen drie jaar meer afhankelijk is geworden van technologie. De meerderheid van de leidinggevenden in de zorg (70 procent) vindt dat technologie hun medewerkers creatiever heeft gemaakt op het gebied van het ontwikkelen van nieuwe gezondheidszorgdiensten, medicijnen en producten. Maar het is tegelijk duidelijk dat belangrijke uitdagingen blijven bestaan met betrekking tot het integreren van technologie om patiëntenzorg, diensten en administratie te verbeteren. Meer dan een derde van de respondenten (35 procent) gaf aan dat een computerfout hun organisatie minstens eenmaal  in de afgelopen zes maanden geld heeft gekost. Het onderzoek ‘Humans and Machines’ werd recentelijk uitgevoerd door The Economist Intelligence Unit en benadrukt de steeds belangrijkere rol die technologie speelt in de gezondheidszorgsector.
Technologie-gedreven veranderingen betekenen waarschijnlijk niet dat robots en computers de menselijke elementen van patiëntenzorg in de toekomst zullen vervangen. De respondenten uit de gezondheidszorg, biotechnologie en farmaceutica gaven het diagnosticeren van aandoeningen bij patiënten (36 procent) en de ontwikkeling van nieuwe behandelingen en medicijnen (32 procent) aan als de twee belangrijkste gebieden waar menselijke intuïtie prevaleert. Daarentegen zegt slechts 5 procent dat gezondheidsprofessionals tijd moeten besteden aan het behandelen van patiëntendossiers en slechts 8 procent zegt dat hun tijd besteed zou moeten worden aan het verbeteren van administratieprocessen.
De respondenten zijn het erover eens dat er nog meer ruimte is voor technologie om efficiëntiewinst te maken, waarbij 65 procent zegt dat er meer gedaan kan worden. De grootste uitdaging van de gezondheidssector komt tot uiting wanneer gebruik wordt gemaakt van technologie die zich sneller ontwikkelt dan de interne processen die dit ondersteunen. Dit wordt versterkt door het feit dat er vaak verschillende systemen binnen een organisatie gebruikt worden die niet verbonden of geïntegreerd zijn met elkaar, zoals aangegeven werd door 38 procent van de leidinggevenden in de gezondheidszorg. En hoewel het alom wordt erkend dat er vraag is naar proces-gedreven verbeteringen binnen de gezondheidszorg, geeft de meerderheid van de ondervraagden (78 procent) toe dat technologie op zichzelf weinig of geen waarde toevoegt.
De beste praktijkvoorbeelden van de effecten die behaald kunnen worden door middel van automatisering worden genoemd in het Europese actieplan voor e-gezondheid van de Europese Commissie . In Denemarken werd een jaarlijkse besparing van $120 miljoen verwezenlijkt en besparen artsen gemiddeld 50 minuten per dag, die normaal gesproken besteed worden aan administratief werk.  In Italië wordt de algehele besparing sinds de introductie van informatie- en communicatietechnologie in de Zorgsector op 11,7 procent van de nationale zorgkosten geschat (namelijk 12,4 miljard euro). De besparingen van digitale recepten op zichzelf worden al op ongeveer 2 miljard euro geschat.

maandag 18 februari 2013

KiesvoorjeZorg.nl ontsluit thuiszorg online

Half maart ontsluit vergelijkingsplatform KiesVoorjezorg.nl een omvangrijke database met thuiszorgorganisaties. Ten aanzien van andere zorgproducten, zoals ziekenhuizen, was het platform reeds in januari de concurrentie aangegaan met Kiesbeter.nl, de zorgvergelijkingswebsite van de Rijksoverheid. Een gesprek met medeoprichter, Charley Beerman (ex-VNU).

vrijdag 8 februari 2013

'Persoonsgegevens voldoende beschermd in EPD'

De persoonsgegevens zijn voldoende beschermd in het Landelijk Schakelpunt, voorheen het elektronisch patiëntendossier. Dat heeft minister Edith Schippers van Volksgezondheid in een brief aan de Tweede Kamer laten weten. Schippers komt tot die conclusie na overleg van de Vereniging van Zorgaanbieders voor Zorgcommunicatie (VZVZ) met bouwer en beheerder CSC van het digitale informatiesysteem over de naleving van de Wet Bescherming Persoonsgegevens.

woensdag 6 februari 2013

Strategische samenwerking VCD Healthcare en Coresystems

Deze week hebben VCD Healthcare en Coresystems de handen ineengeslagen en zijn een strategische samenwerking aangegaan. De technologische samenwerking tussen de twee partners maakt het voor zorgmedewerkers mogelijk overal en altijd informatie vanuit Vinova, het Elektronisch Cliënt Dossier van VCD Healthcare, te ontsluiten. De informatie is dus niet alleen beschikbaar binnen de muren van de zorginstelling, maar ook via een innovatieve app voor tablets of smartphones op locatie bij de cliënt; thuis of op elk andere willekeurige locatie.
De eerste mijlpaal in deze samenwerking betreft de ontwikkeling van een mobiele zorgoplossing voor de ontsluiting van Vinova op locatie bij de client. Het concept reikt veel verder dan een één-op-één vertaling van de huidige software naar een web-oplossing die toegankelijk is via laptop, tablet of smartphone. Het is een combinatie van de Coresuite Intelligente Cloud oplossing en een zeer uitgebreide native zorgapp die optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden van smartphones en tablets. De Vinova functionaliteit zoals; planning, tijdsverantwoording, cliëntplannen, formulieren en protocollen is daarmee overal en altijd beschikbaar. Met deze unieke combinatie van de rijke functionaliteit van Vinova en de vernuftige Coresuite intelligent cloud biedt VCD een veilig, schaalbaar en offline beschikbaar ECD. Daarmee beschikt de zorgverlener, ook als er geen internetverbinding is, altijd over cliëntinformatie en de noodzakelijke rapportages en is hij of zij in staat om registraties en rapportages te verwerken en deze op een later tijdstip te synchroniseren naar het zorg informatie systeem.
Zorginstellingen betalen voor gebruik op abonnementsbasis en zien zich in de beginfase dus niet geconfronteerd met enorme investeringen. In het partnership met Coresystems is geborgd dat de Coresuite mobile naadloos integreert met de zorgoplossingen van VCD. Dit betreft dus niet alleen Vinova, maar ook ViPharma (medicatieverstrekking) en Vidaví (ERP). Standaard is de mobile care client zeer uitgebreid en gaan we uit van maximale standaardisatie: What You See Is What You Get. Jouke Langhout: “Hiermee voorkomen we lange implementaties. Door voor deze oplossing te kiezen, kunnen zorginstellingen ook nog eens meer mensen zorg bieden met minder zorgverleners omdat alle processen eromheen worden gestroomlijnd. Ook dit is belangrijk in een sector waar de kosten en budgetten op dit moment onder een vergrootglas liggen.”
Het nieuwe concept  wordt gezamenlijk ontwikkeld door VCD Healthcare en Coresystems Benelux. Steven Doesburg, managing director van Coresystems Benelux vertelt: “Coresystems is een internationale organisatie met een ruime ervaring op het gebied van ontwikkelen en leveren van mobility oplossingen. Door deze samenwerking met VCD Healthcare, een organisatie met meer dan 35 jaar ervaring in de zorg in Nederland, bundelen we de krachten van twee specialisten elk op het eigen terrein. Het zogenaamde één plus één is drie effect.”

Meeste huisartsen doen mee met patiëntendossier

De meeste huisartsen in Nederland doen mee met de nieuwe opzet van het elektronisch patiëntendossier (EPD). Dat is de uitkomst van een speciale vergadering van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Tijdens de vergadering stemden de huisartsen dinsdagavond in met de voorwaarden voor deelname aan het EPD. 16 regio's stemden voor, 5 waren tegen. Twee kringen onthielden zich van stemming, aldus de LHV.

dinsdag 5 februari 2013

Minddistrict en Dimence willen e-health doorontwikkelen

Ggz-aanbieders Dimence en Minddistrict gaan de komende drie jaar samenwerken op het gebied van e-health. De organisaties willen efficiënter werken, minder kosten en snellere ontwikkeling van programma’s. De bestuurders hebben op 28 januari een samenwerking ondertekend. Door de samenwerking krijgt Dimence het recht om gebruik te maken van alle online preventie- en behandelprogramma´s waar Minddistrict over beschikt. Ook gaat Dimence meedenken en -beslissen over de ontwikkeling van online programma’s en onderzoek.

maandag 4 februari 2013

Elektronisch patiëntendossier niet altijd bruikbaar

Huisartsenpraktijken, verpleeghuizen, ziekenhuizen en andere zorgaanbieders maken steeds meer gebruik van een eigen (lokaal) elektronisch patiëntdossier. De invoering van een dergelijk informatiesysteem verloopt niet altijd optimaal. Artsen en verpleegkundigen benutten het systeem niet voldoende. Promovenda Margreet Michel-Verkerke stelt dat dit komt doordat de systemen het werk van de gebruikers, artsen en verpleegkundigen, niet goed ondersteunt. Michel-Verkerke promoveert op 7 februari aan de Universiteit Twente.
Margreet Michel-Verkerke onderzocht voor haar proefschrift de succesfactoren voor een geslaagde invoering van een lokaal elektronisch patiëntendossier. Michel-Verkerke: “In mijn proefschrift komt naar voren dat een elektronisch patiëntendossier succesvol is wanneer het systeem zorgverleners ondersteunt in hun werkzaamheden. Ik noem dit ook wel microrelevantie. Hiervoor is van belang dat zorgverleners altijd en overal bij de informatie kunnen én dat het systeem de informatie bevat die zorgverleners ook daadwerkelijk nodig hebben. Dit klinkt als een open deur, maar dat is het niet. Vaak vergeten de ontwikkelaars om zich te verplaatsen in de artsen en verpleegkundigen en om zich te verdiepen in wat de gebruikers nodig hebben. Met als gevolg dat het systeem niet goed aansluit op de werkzaamheden van gebruikers en niet optimaal ingezet wordt." Michel-Verkerke ontwikkelde samen met collega's het USE-IT model waarmee geanalyseerd kan worden of een systeem microrelevant is voor de eindgebruikers.
Maar er zijn nog andere oorzaken van waarom elektronische patiëntendossiers niet optimaal gebruikt worden. Michel-Verkerke: "Soms zijn er situaties waarbij de gebruiker er zelf weinig belang bij heeft om de informatie goed in het systeem te zetten. Hij gebruikt die informatie zelf niet of het is teveel moeite. Het is dan belangrijk na te denken over hoe je het systeem zo kunt inrichten dat er geen belemmeringen meer zijn om de gegevens goed in te voeren, bijvoorbeeld doordat je niet naar de computer toe hoeft. Of dat je het systeem zo inricht dat iedereen er wél profijt van heeft."
Naar aanleiding van de promotie van Margreet Michel-Verkerke vindt op 7 februari het seminar 'Electronic Patient Record: What makes care providers USE IT?' plaats op de Universiteit Twente. Dit seminar richt zich op de invoering en acceptatie van ICT in de gezondheidszorg. Zie de website voor meer informatie.
Daarnaast organiseert Saxion op 27 februari het symposium: 'Elektronisch Patiënten Dossier: wanneer vindt de zorgverlener het PRIMA?'. Bij dit symposium staat de acceptatie van elektronische patiëntendossiers door de gebruikers centraal. Margreet Michel-Verkerke zal spreken over de belangrijkste bevindingen uit haar proefschrift. Daarnaast vertellen diverse sprekers uit de praktijk over hun ervaringen. Zie de website voor meer informatie.

Huisartsen voeren actie tegen EPD

De Vereniging van Praktijkhoudende Huisartsen komt weer in verzet tegen het elektronisch patiëntendossier (epd). Het bestuur klaagt de organisatie achter het EPD aan, omdat die gemaakte afspraken niet nakomt. De vereniging vindt dat in het systeem de patiëntgegevens niet genoeg beschermd zijn, waardoor die in verkeerde handen kunnen vallen. Bovendien zou het elektronisch dossier een schending van het beroepsgeheim zijn

woensdag 30 januari 2013

Zorgverkeraar wil speciale aanpak eHealth

Zorgverzekeraars zijn geïnteresseerd in eHealth-toepassingen. Ze willen alleen niet dat een zorgaanbieder naast een traditionele behandeling ook een eHealth-behandeling aanbiedt voor hetzelfde probleem. Het krijgt pas meerwaarde als de eHealth-toepassing een alternatief biedt dat de patiënt een minstens even goed resultaat oplevert en dat bovendien kosteneffectiever is. In dit licht is de introductie van MoodGYM internettherapie die MoleMann Mental Health nu introduceert een interessant voorbeeld.