donderdag 16 juni 2016
RTL Ventures neemt minderheidsbelang in zorgplatformen van internetonderneming Heilzaam
RTL Ventures investeert in het Heilzaam platform. Heilzaam is in 2014 opgericht door Marijn Pijnenborg en Marque Joosten, oprichters van onder meer funda. Met meer dan 5,5 miljoen bezoekers per maand noemt Heilzaam zich marktleider in e-health-gezondheidsinformatie richting consumenten. Het platform omvat sites als Dokterdokter.nl, Gezondheidsplein.nl, Ziekenhuis.nl en solvo.nl gezondheidszorg in Nederland stapsgewijs transparanter en efficiënter te maken.
woensdag 15 juni 2016
NEXUS Nederland en SLTN Inter Access werken samen
NEXUS Nederland en SLTN Inter Access gaan een strategische samenwerking aan. NEXUS Nederland is leverancier van het meest complete Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) voor algemene en academische ziekenhuizen, GGZ-instellingen en ketenpartners. SLTN Inter Access (SLTN) is leverancier van beproefde, veilige en innovatieve ICT-oplossingen.
Met deze strategische samenwerking wordt het NEXUS / EPD als private Cloud-dienst beschikbaar voor de markt. Tevens biedt de combinatie zorginstellingen de mogelijkheid voor verdere ontzorging door de naadloze integratie van het NEXUS / EPD met de ZorgCloud en ZorgWerkplek van SLTN.
Met deze strategische samenwerking wordt het NEXUS / EPD als private Cloud-dienst beschikbaar voor de markt. Tevens biedt de combinatie zorginstellingen de mogelijkheid voor verdere ontzorging door de naadloze integratie van het NEXUS / EPD met de ZorgCloud en ZorgWerkplek van SLTN.
maandag 13 juni 2016
Gebruik gezondheidsapps stijgt sterk
Het gebruik van gezondheidapps neemt sterk toe. Met name het aantal consumenten in Noorwegen dat gezondheidsapps gebruikt is gestegen van 30 procent in 2014 naar 33 procent vandaag, en het aantal consumenten dat wearables gebruikt is gestegen van 15 procent naar 19 procent in dezelfde periode. Deze bevindingen in Noorwegen maken deel uit van een enquête die is afgenomen in zeven landen onder ongeveer 8,000 consumenten —inclusief 800 in Noorwegen—waarbij specifieke bevindingen worden vergeleken met een vergelijkbaar onderzoek onder artsen.
Digitale hulpmiddelen, zoals wearables en mobiele apps, beginnen deel uit te maken van de wisselwerking tussen artsen en patiënten. Uit de meest recente enquête blijkt dat van ongeveer één op de vijf Noren die gevraagd werden door hun arts om wearables te gebruiken om hun gezondheid in de gaten te houden, de meerderheid (80%) deze aanbeveling opvolgt. Met de wearables worden bijvoorbeeld fitheid (20% van de gebruikers) of belangrijke vitale signalen (24% van de gebruikers) gemeten. De meerderheid van de consumenten (60%) en artsen (70%) zei dat het gebruik van deze apparaten patiënten helpt om betrokken te zijn bij hun gezondheid.
Bijna een derde (29%) van de gebruikers van gezondheidsapps hebben het afgelopen jaar gegevens van hun mobiele app besproken of gedeeld met hun dokter. Consumenten gebruiken hun mobiele apps het meest voor hun voeding/dieet (genoemd door 52%), fitheid (39%), herinneringen aan medicatie (19%) en het monitoren van gezondheid en conditie (18%).
Meer dan een derde (34%) van de consumenten in Noorwegen geeft voorkeur aan virtuele afspraken bij de dokter boven face-to-face doktersafspraken als dat betekent dat ze een arts sneller kunnen zien - hoewel twee derde (66%) nog steeds langer wilt wachten om hun arts in persoon te zien. In feite rekenen de consumenten in Noorwegen vooral op gezondheidszorg van professionals, niet op mobiele gezondheidsmiddelen, dit is meer dan consumenten in de overige onderzochte landen. In de meest recente enquête merkt slechts 11% van de Noorse consumenten op dat ze in de eerste plaats vertrouwen op mobiele gezondheidsmiddelen.
Digitale hulpmiddelen, zoals wearables en mobiele apps, beginnen deel uit te maken van de wisselwerking tussen artsen en patiënten. Uit de meest recente enquête blijkt dat van ongeveer één op de vijf Noren die gevraagd werden door hun arts om wearables te gebruiken om hun gezondheid in de gaten te houden, de meerderheid (80%) deze aanbeveling opvolgt. Met de wearables worden bijvoorbeeld fitheid (20% van de gebruikers) of belangrijke vitale signalen (24% van de gebruikers) gemeten. De meerderheid van de consumenten (60%) en artsen (70%) zei dat het gebruik van deze apparaten patiënten helpt om betrokken te zijn bij hun gezondheid.
Bijna een derde (29%) van de gebruikers van gezondheidsapps hebben het afgelopen jaar gegevens van hun mobiele app besproken of gedeeld met hun dokter. Consumenten gebruiken hun mobiele apps het meest voor hun voeding/dieet (genoemd door 52%), fitheid (39%), herinneringen aan medicatie (19%) en het monitoren van gezondheid en conditie (18%).
Meer dan een derde (34%) van de consumenten in Noorwegen geeft voorkeur aan virtuele afspraken bij de dokter boven face-to-face doktersafspraken als dat betekent dat ze een arts sneller kunnen zien - hoewel twee derde (66%) nog steeds langer wilt wachten om hun arts in persoon te zien. In feite rekenen de consumenten in Noorwegen vooral op gezondheidszorg van professionals, niet op mobiele gezondheidsmiddelen, dit is meer dan consumenten in de overige onderzochte landen. In de meest recente enquête merkt slechts 11% van de Noorse consumenten op dat ze in de eerste plaats vertrouwen op mobiele gezondheidsmiddelen.
zondag 12 juni 2016
Nederlander maakt met Apple ‘revolutionaire’ zorgapps
FocusCura, een zorginnovatiebedrijf opgericht door de Nederlander Daan Dohmen, werkt met Apple aan een aantal revolutionaire apps. Een jaar lang mocht hij er niets over zeggen, maar nu mag hij er eindelijk mee naar buiten komen. FocusCura heeft in totaal vijf diensten op de markt gebracht voor iOS. Zo is er een alarmdienst om zorgverleners te waarschuwen als er hulp nodig is, een app om de deur op afstand te openen, één voor ondersteuning bij medicatiegebruik en een programma om thuis bepaalde metingen te doen en op afstand met hulpverleners te communiceren.
zaterdag 11 juni 2016
Langer zelfstandig wonen dankzij eHealth binnen handbereik
Tijdens de eHealthweek presenteerde Vilans de resultaten over leefstijlmonitoring. Een eHealth toepassing die het leven van cliënt en mantelzorger verbetert. De resultaten liegen er niet om, toch gaat opschaling niet gemakkelijk. En dat terwijl de oplossing voor langer zelfstandig wonen voor handen is.
Mensen met dementie, in 2050 zijn er wereldwijd ongeveer 130 miljoen. Voor deze groep die afhankelijk wordt van ondersteuning van een familielid of professionele zorg wordt al een tijd gezocht naar oplossingen via technologie. Bijvoorbeeld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze eHealth oplossing is er in de vorm van leefstijlmonitoring. Eenvoudige technologie die inzicht in langzame veranderingen in het dagelijks leefpatroon van alleenwonende mensen met dementie kan detecteren en terugkoppelen naar mantelzorgers en zorgprofessionals.
In Friesland is de inzet van leefstijlmonitoring uitgebreid getest en de voorlopige resultaten zijn positief. Henk Herman Nap, eHealth expert bij Vilans 'Familieleden zitten vaak met hele basale vragen over bijvoorbeeld hun vader in de maag. Eet hij wel goed? Gaat hij wel naar de wc? In plaats van hier continu naar te vragen, kan dit makkelijk gemonitord worden via eHealth. Bovendien weet je vader soms niet of en wat hij gegeten heeft. Door inzet van leefstijlmonitoring heb je meer zekerheid over de dagelijkse activiteiten'. Dit wordt ondersteund door de onderzoeksresultaten. Duidelijke stressreductie en meer kwaliteit van leven voor de mantelzorger.
Nu de resultaten positief zijn lijkt opschaling niet ver weg. Toch is investeren in deze technologie niet vanzelfsprekend 'Het lastige is dat kosten en baten op verschillende plekken liggen', aldus Nap. 'Het ontbreekt ook aan een consumentenmarkt, je kunt niet naar een winkel om je pakketje eHealth te halen of een eHealth abonnement nemen net zoals je muziek kunt luisteren via Spotify.' Toch is er wel een oplossing. In de loop van dit jaar en in 2017 gaat men in Friesland samen met Vilans verder aan de slag met leefstijlmonitoring en is opschaling nabij dankzij structurele financiering.
Het ministerie van VWS organiseerde van 6 tot 10 juni de eHealth week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Vilans ziet technologie als geïntegreerd onderdeel van de zorg. En het betrekken van de cliënt cruciaal voor het succes van eHealth. Tijdens de eHealth week verzorgen onze experts verschillende sessies met als doel een brug te slaan tussen zorg en innovatie.
Mensen met dementie, in 2050 zijn er wereldwijd ongeveer 130 miljoen. Voor deze groep die afhankelijk wordt van ondersteuning van een familielid of professionele zorg wordt al een tijd gezocht naar oplossingen via technologie. Bijvoorbeeld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze eHealth oplossing is er in de vorm van leefstijlmonitoring. Eenvoudige technologie die inzicht in langzame veranderingen in het dagelijks leefpatroon van alleenwonende mensen met dementie kan detecteren en terugkoppelen naar mantelzorgers en zorgprofessionals.
In Friesland is de inzet van leefstijlmonitoring uitgebreid getest en de voorlopige resultaten zijn positief. Henk Herman Nap, eHealth expert bij Vilans 'Familieleden zitten vaak met hele basale vragen over bijvoorbeeld hun vader in de maag. Eet hij wel goed? Gaat hij wel naar de wc? In plaats van hier continu naar te vragen, kan dit makkelijk gemonitord worden via eHealth. Bovendien weet je vader soms niet of en wat hij gegeten heeft. Door inzet van leefstijlmonitoring heb je meer zekerheid over de dagelijkse activiteiten'. Dit wordt ondersteund door de onderzoeksresultaten. Duidelijke stressreductie en meer kwaliteit van leven voor de mantelzorger.
Nu de resultaten positief zijn lijkt opschaling niet ver weg. Toch is investeren in deze technologie niet vanzelfsprekend 'Het lastige is dat kosten en baten op verschillende plekken liggen', aldus Nap. 'Het ontbreekt ook aan een consumentenmarkt, je kunt niet naar een winkel om je pakketje eHealth te halen of een eHealth abonnement nemen net zoals je muziek kunt luisteren via Spotify.' Toch is er wel een oplossing. In de loop van dit jaar en in 2017 gaat men in Friesland samen met Vilans verder aan de slag met leefstijlmonitoring en is opschaling nabij dankzij structurele financiering.
Het ministerie van VWS organiseerde van 6 tot 10 juni de eHealth week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Vilans ziet technologie als geïntegreerd onderdeel van de zorg. En het betrekken van de cliënt cruciaal voor het succes van eHealth. Tijdens de eHealth week verzorgen onze experts verschillende sessies met als doel een brug te slaan tussen zorg en innovatie.
vrijdag 10 juni 2016
Amsterdam Science & Innovation award voor UT-promovendus Schermers
Veel tijd om rustig achterover te leunen om te genieten van zijn prijs heeft Bram Schermers niet. De UT-promovendus wacht een mooie en uitdagende klus om MaMaLoc, een magnetische marker voor het lokaliseren van borstkanker, een stap verder te brengen. Uit 65 inzendingen van de Amsterdamse kennisinstellingen en onderzoeksinstituten werd Schermers, die als technisch geneeskundige verbonden is aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, onlangs verkozen tot winnaar van de Amsterdam Science & Innovation Award 2016.
Om borstkanker dat zich nog in een vroeg stadium bevindt, voor de chirurg goed 'zichtbaar' te maken, wordt door de radioloog een staafje in de tumor gebracht dat tijdens de operatie gelokaliseerd kan worden door middel van een klinische metaaldetector. Deze nieuwe technologie, genaamd MaMaLoc is ontwikkeld door Schermers als onderdeel van zijn promotie aan het Antoni van Leeuwenhoek en de Universiteit Twente. De technologie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de borstradiologen en de borstchirurgen die uiteindelijk gebruik zullen maken van de technologie.
In het Antoni van Leeuwenhoek wordt deze techniek al op kleine schaal getest in samenwerking met de borstchirurgen en radiologen waarbij gekeken wordt hoe de techniek kan worden ingezet in de praktijk en mogelijk ook kan worden toegepast in andere ziekenhuizen in Nederland.
Bram Schermers ontving de prijs van € 10.000 euro uit handen van juryvoorzitter Alexander Rinnooy Kan. Hij overtuigde de jury door de passie waarmee hij zijn idee presenteerde, de geavanceerde technologie en dat het echt een verschil kan maken op het leven van mensen. De Amsterdam Science & Innovation Award wordt georganiseerd door de Innovation Exchange Amsterdam, het valorisatiecentrum van de UvA, VU, VUmc, HvA en het AMC.
In de afgelopen tijd heeft Schermers grote stappen gemaakt met MaMaLoc, waarbij het prototype zo ver ontwikkeld is dat bredere toepassing, in samenwerking met andere partijen de volgende stap is. In 2015 ontving het Antoni van Leeuwenhoek een STW Take-off Fase I subsidie, die bedoeld is om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken en zodoende wetenschappelijke kennis commercieel toe te passen, alsook een subsidie van de Maurits & Anna de Kock stichting. Schermers werkt in het project nauw samen met prof. dr. Theo Ruers, hoogleraar Oncologie en Biomedische Beeldvorming aan de UT en chirurg bij het Antoni van Leeuwenhoek en dr. ir. Bennie ten Haken, universitair hoofddocent en vakgroephoofd Neuroimaging bij onderzoeksinstituut MIRA.
Om borstkanker dat zich nog in een vroeg stadium bevindt, voor de chirurg goed 'zichtbaar' te maken, wordt door de radioloog een staafje in de tumor gebracht dat tijdens de operatie gelokaliseerd kan worden door middel van een klinische metaaldetector. Deze nieuwe technologie, genaamd MaMaLoc is ontwikkeld door Schermers als onderdeel van zijn promotie aan het Antoni van Leeuwenhoek en de Universiteit Twente. De technologie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de borstradiologen en de borstchirurgen die uiteindelijk gebruik zullen maken van de technologie.
In het Antoni van Leeuwenhoek wordt deze techniek al op kleine schaal getest in samenwerking met de borstchirurgen en radiologen waarbij gekeken wordt hoe de techniek kan worden ingezet in de praktijk en mogelijk ook kan worden toegepast in andere ziekenhuizen in Nederland.
Bram Schermers ontving de prijs van € 10.000 euro uit handen van juryvoorzitter Alexander Rinnooy Kan. Hij overtuigde de jury door de passie waarmee hij zijn idee presenteerde, de geavanceerde technologie en dat het echt een verschil kan maken op het leven van mensen. De Amsterdam Science & Innovation Award wordt georganiseerd door de Innovation Exchange Amsterdam, het valorisatiecentrum van de UvA, VU, VUmc, HvA en het AMC.
In de afgelopen tijd heeft Schermers grote stappen gemaakt met MaMaLoc, waarbij het prototype zo ver ontwikkeld is dat bredere toepassing, in samenwerking met andere partijen de volgende stap is. In 2015 ontving het Antoni van Leeuwenhoek een STW Take-off Fase I subsidie, die bedoeld is om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken en zodoende wetenschappelijke kennis commercieel toe te passen, alsook een subsidie van de Maurits & Anna de Kock stichting. Schermers werkt in het project nauw samen met prof. dr. Theo Ruers, hoogleraar Oncologie en Biomedische Beeldvorming aan de UT en chirurg bij het Antoni van Leeuwenhoek en dr. ir. Bennie ten Haken, universitair hoofddocent en vakgroephoofd Neuroimaging bij onderzoeksinstituut MIRA.
donderdag 9 juni 2016
Samenwerkingsafspraken over telebegeleiding bij hartfalen
Cardiologen, verpleegkundigen, huisartsen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars hebben in gezamenlijkheid samenwerkingsafspraken en kwaliteitscriteria opgesteld voor de invoering van telebegeleiding bij hartfalen. Doel van deze afspraken is om telebegeleiding op een veilige, maatschappelijk en wetenschappelijk verantwoorde manier breed in te voeren en op te schalen in de behandeling van patiënten met hartfalen in Nederland.
"De verwachting is dat het aantal patiënten met hartfalen in Nederland tot 2040 zal toenemen. Telebegeleiding, educatie en monitoring van patiënten op afstand, gaan een steeds belangrijkere rol spelen in de zorg en ondersteuning van patiënten met hartfalen", aldus Inge van den Broek, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep. "We weten al dat patiënten deze vorm van zorg waarderen".
"Echter, in de richtlijnen staat dat er te weinig evidentie is voor een duidelijk advies over het gebruik van telebegeleiding", vervolgt cardioloog Folkert Asselbergs van het UMC Utrecht namens de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. "Redenen hiervoor zijn de wisselende uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Tevens is op dit moment de kosteneffectiviteit van telebegeleiding in Nederland nog onvoldoende bewezen". Dit beaamt Ellen Huijbers, kaderhuisarts hart- en vaatziekten en lid van de HartVaatHag. "De opinie bij de beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars is dat de inzet van telebegeleiding kan werken, maar dat het momenteel nog onduidelijke is welke patiëntgroep het meeste baat heeft bij welke vorm van telebegeleiding. Een belangrijke andere belemmering is de huidige beperkte structurele vergoeding welke voor telebegeleiding beschikbaar is."
In het consensusdocument worden kaders gesteld waar een telebegeleidingssysteem aan moet voldoen, welke plaats telebegeleiding krijgt in de gezondheidszorg en wie er in aanmerking komt voor telebegeleiding. "Op deze manier willen we in gezamenlijkheid richting geven aan het verantwoord inbedden van telebegeleiding in de hartfalenzorg", zegt Asselbergs. "We gaan starten met de implementatie, maar het is wel zaak landelijk eenduidig te registreren op dezelfde eindpunten en zo te onderzoeken voor welke groep patiënten telebegeleiding van toegevoegde waarde is en hoe we het kosteneffectief inzetten".
Naast patiënten en zorgverleners zijn zorgverzekeraars nauw betrokken bij de ontwikkeling van de afspraken. Jantien Nagtegaal, programmamanager Zorginnovatie bij CZ: "de implementatie van de Landelijke Transmurale Afspraak hartfalen in de regio's is ons inziens een uitgelezen kans om ook afspraken te maken over de inzet van telebegeleiding. We hebben er als zorgverzekeraars vertrouwen in dat met deze samenwerkingsafspraken de verdere opschaling van zorgpaden hartfalen met de inzet van telebegeleiding een stap dichterbij is".
Het consensusdocument is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, De Hart&Vaatgroep, HartVaatHAG (huisarts expertgroep), Nederlandse Vereniging voor Hart en Vaat Verpleegkundigen en zorgverzekeraars Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis.
"De verwachting is dat het aantal patiënten met hartfalen in Nederland tot 2040 zal toenemen. Telebegeleiding, educatie en monitoring van patiënten op afstand, gaan een steeds belangrijkere rol spelen in de zorg en ondersteuning van patiënten met hartfalen", aldus Inge van den Broek, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep. "We weten al dat patiënten deze vorm van zorg waarderen".
"Echter, in de richtlijnen staat dat er te weinig evidentie is voor een duidelijk advies over het gebruik van telebegeleiding", vervolgt cardioloog Folkert Asselbergs van het UMC Utrecht namens de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. "Redenen hiervoor zijn de wisselende uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Tevens is op dit moment de kosteneffectiviteit van telebegeleiding in Nederland nog onvoldoende bewezen". Dit beaamt Ellen Huijbers, kaderhuisarts hart- en vaatziekten en lid van de HartVaatHag. "De opinie bij de beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars is dat de inzet van telebegeleiding kan werken, maar dat het momenteel nog onduidelijke is welke patiëntgroep het meeste baat heeft bij welke vorm van telebegeleiding. Een belangrijke andere belemmering is de huidige beperkte structurele vergoeding welke voor telebegeleiding beschikbaar is."
In het consensusdocument worden kaders gesteld waar een telebegeleidingssysteem aan moet voldoen, welke plaats telebegeleiding krijgt in de gezondheidszorg en wie er in aanmerking komt voor telebegeleiding. "Op deze manier willen we in gezamenlijkheid richting geven aan het verantwoord inbedden van telebegeleiding in de hartfalenzorg", zegt Asselbergs. "We gaan starten met de implementatie, maar het is wel zaak landelijk eenduidig te registreren op dezelfde eindpunten en zo te onderzoeken voor welke groep patiënten telebegeleiding van toegevoegde waarde is en hoe we het kosteneffectief inzetten".
Naast patiënten en zorgverleners zijn zorgverzekeraars nauw betrokken bij de ontwikkeling van de afspraken. Jantien Nagtegaal, programmamanager Zorginnovatie bij CZ: "de implementatie van de Landelijke Transmurale Afspraak hartfalen in de regio's is ons inziens een uitgelezen kans om ook afspraken te maken over de inzet van telebegeleiding. We hebben er als zorgverzekeraars vertrouwen in dat met deze samenwerkingsafspraken de verdere opschaling van zorgpaden hartfalen met de inzet van telebegeleiding een stap dichterbij is".
Het consensusdocument is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, De Hart&Vaatgroep, HartVaatHAG (huisarts expertgroep), Nederlandse Vereniging voor Hart en Vaat Verpleegkundigen en zorgverzekeraars Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis.
woensdag 8 juni 2016
Maggie De Block trekt 3,25 miljoen euro uit voor proefprojecten met gezondheidsapps
Maggie De Block (Open Vld), de Belgische minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, wil volgend jaar een aantal gezondheidsapps testen. "Digitale toepassingen geven patiënten de mogelijkheid copiloot te worden van hun gezondheid. Via apps zullen patiënten bijvoorbeeld hun hartslag en bloeddruk kunnen opvolgen", zegt ze woensdag in een persbericht. De Block trekt voor de proefprojecten 3,25 miljoen euro uit.
Philips zint op grote overnames in medische apparatuur
Philips mikt na de succesvolle afsplitsing van zijn verlichtingsdivisie op grote overnames, met name op het gebied van zorginformatica. Dat zegt Philips-topman Frans van Houten in een woensdag gepubliceerd interview met persbureau Bloomberg. Philips bracht onlangs 25 procent van de aandelen Philips Lighting naar de beurs en richt zich nu voornamelijk op apparaten en diensten op het vlak van gezondheidszorg. Die activiteiten wil het bedrijf uitbreiden. Daarvoor wordt onder meer de opbrengst van de verkoop van de lichtdivisie gebruikt, die de komende jaren helemaal van de hand wordt gedaan.
Microsoft spoort alvleesklierkanker op via zoekopdrachten
Onderzoekers van Microsoft hebben aangetoond dat zij in sommige gevallen kunnen vaststellen dat een Bing-gebruiker alvleesklierkanker heeft. Dat gebeurt aan de hand van zoekopdrachten, voordat de gebruiker zelf weet dat hij de ziekte heeft. De onderzoekers denken dat ze in 5 tot 15 procent van alle gevallen op
basis van zoekopdrachten al een diagnose kunnen stellen, terwijl de kans
op een fout-positief resultaat slechts 1 op de 100.000 is.
Samenwerking Uzelf in regio Utrecht moet zorginnovatie realiseren
Kennisinstituten, gemeentes, zorgaanbieders en het bedrijfsleven in de Utrechtse regio bundelen de krachten in het programma Uzelf. Het doel: innovatie op het gebied van zelfmanagement realiseren. Bij zelfmanagement draait het om kennis en vaardigheden die mensen, ziek of gezond, gebruiken om actief bij te dragen aan hun eigen gezondheid. Hierbij wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van ondersteunende technologie, bijvoorbeeld in de vorm van apps die mensen in staat stellen hun gezondheid te monitoren.
Uzelf ondersteunt innovatie op het vlak van zelfmanagement door de noodzakelijke verbinding tussen de behoefte van de inwoners van Utrecht, de innovatie uit de markt en de competenties van zorgprofessionals te organiseren en te faciliteren. Alle betrokken partijen hebben maandag 6 juni hun handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst. De kwartiermakers van Uzelf zijn Hogeschool Utrecht (HU), Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, EBU, U Create, gemeente Utrecht, Raedelijn, One Shoe en de Rabobank. Namens de HU zette Anton Franken, lid van het College van Bestuur, zijn handtekening.
In de Utrechtse regio is diepgaande en unieke kennis aanwezig op het gebied van zelfmanagement en eHealth (toepassing van ICT voor de gezondheidszorg). De regio kent vele partijen die op dit gebied oplossingen ontwikkelen, valideren en implementeren. Door een meer gestroomlijnde samenwerking tussen die partijen kunnen innovaties effectiever worden gemaakt en sneller naar de markt worden gebracht. Zo zet het programma Uzelf zich in voor het realiseren van twee gezonde, extra levensjaren voor iedere Utrechtse inwoner.
De gehele provincie Utrecht profiteert van dit initiatief voor een betere gezondheid en meer eigen regie voor haar inwoners. Daarnaast komt er een betere ondersteuning voor zorgverleners die mensen ondersteunen in het managen van hun gezondheid. En er zijn volop economische kansen: door ondersteuning van het bedrijfsleven bij het behalen van meer succes en impact, wordt werkgelegenheid gecreëerd, aldus een woordvoerder van Uzelf.
De provincie Utrecht is via de Economic Board Utrecht medefinancier van Uzelf. Daarnaast leveren de betrokken partijen een bijdrage in capaciteit en worden private partijen uitgenodigd in Uzelf te investeren. Ook gedeputeerde Pim van den Berg zette zijn handtekening. Volgens hem moet bij dit initiatief worden gedacht vanuit de cliënt en moeten de schotten tussen de instellingen in de zorg worden weggehaald. De regio Utrecht zit op goud, aldus Van den Berg, als het gaat om het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers, omdat tussen de twintig en vijfentwintig procent van de beroepsbevolking in deze regio in de zorg werkt: “Bij eHealth en andere ICT-toepassingen in de zorg gaat het om meer dan alleen een appje maken. Er moet gedegen worden gewerkt met beelden en data voor het realiseren van zelfhulp.”
Het programma Uzelf gaat samenwerken met andere regio’s in Nederland. Dit gebeurt met Medical Delta van de regio Zuid-Holland, die met een aantal activiteiten is gericht op zelfmanagement van werkenden: eHealth at work. Met die activiteiten willen ze gebruikmaken van Uzelf. Dit geldt ook voor het Care Innovation Center West-Brabant. De regio West-Brabant is sterk in samenwerking tussen ziekenhuizen, thuiszorg, welzijnsorganisaties, gemeenten en bedrijven om bepaalde activiteiten omtrent zelfmanagement op te zetten.
Uzelf ondersteunt innovatie op het vlak van zelfmanagement door de noodzakelijke verbinding tussen de behoefte van de inwoners van Utrecht, de innovatie uit de markt en de competenties van zorgprofessionals te organiseren en te faciliteren. Alle betrokken partijen hebben maandag 6 juni hun handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst. De kwartiermakers van Uzelf zijn Hogeschool Utrecht (HU), Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, EBU, U Create, gemeente Utrecht, Raedelijn, One Shoe en de Rabobank. Namens de HU zette Anton Franken, lid van het College van Bestuur, zijn handtekening.
In de Utrechtse regio is diepgaande en unieke kennis aanwezig op het gebied van zelfmanagement en eHealth (toepassing van ICT voor de gezondheidszorg). De regio kent vele partijen die op dit gebied oplossingen ontwikkelen, valideren en implementeren. Door een meer gestroomlijnde samenwerking tussen die partijen kunnen innovaties effectiever worden gemaakt en sneller naar de markt worden gebracht. Zo zet het programma Uzelf zich in voor het realiseren van twee gezonde, extra levensjaren voor iedere Utrechtse inwoner.
De gehele provincie Utrecht profiteert van dit initiatief voor een betere gezondheid en meer eigen regie voor haar inwoners. Daarnaast komt er een betere ondersteuning voor zorgverleners die mensen ondersteunen in het managen van hun gezondheid. En er zijn volop economische kansen: door ondersteuning van het bedrijfsleven bij het behalen van meer succes en impact, wordt werkgelegenheid gecreëerd, aldus een woordvoerder van Uzelf.
De provincie Utrecht is via de Economic Board Utrecht medefinancier van Uzelf. Daarnaast leveren de betrokken partijen een bijdrage in capaciteit en worden private partijen uitgenodigd in Uzelf te investeren. Ook gedeputeerde Pim van den Berg zette zijn handtekening. Volgens hem moet bij dit initiatief worden gedacht vanuit de cliënt en moeten de schotten tussen de instellingen in de zorg worden weggehaald. De regio Utrecht zit op goud, aldus Van den Berg, als het gaat om het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers, omdat tussen de twintig en vijfentwintig procent van de beroepsbevolking in deze regio in de zorg werkt: “Bij eHealth en andere ICT-toepassingen in de zorg gaat het om meer dan alleen een appje maken. Er moet gedegen worden gewerkt met beelden en data voor het realiseren van zelfhulp.”
Het programma Uzelf gaat samenwerken met andere regio’s in Nederland. Dit gebeurt met Medical Delta van de regio Zuid-Holland, die met een aantal activiteiten is gericht op zelfmanagement van werkenden: eHealth at work. Met die activiteiten willen ze gebruikmaken van Uzelf. Dit geldt ook voor het Care Innovation Center West-Brabant. De regio West-Brabant is sterk in samenwerking tussen ziekenhuizen, thuiszorg, welzijnsorganisaties, gemeenten en bedrijven om bepaalde activiteiten omtrent zelfmanagement op te zetten.
dinsdag 7 juni 2016
Van Rijn: 'E-health maakt leven van cliënten vandaag al beter'
Zorg- en innovatieregio’s door heel Nederland laten vandaag zien hoe zij met behulp van e-health de zorg beter maken voor mensen die zorg nodig hebben en hun zorgverleners. Vier regionale initiatieven ondertekenen daarover een concrete afspraak in het bijzijn van staatssecretaris Martin van Rijn (VWS). Tussen Brabant en Noord-Holland wordt bijvoorbeeld een samenwerking gestart om thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers beter te ondersteunen met behulp van e-healthtoepassingen. Dan gaat het bijvoorbeeld om een manier om makkelijk boodschappen te bestellen bij lokale winkels die op een vast tijdstip opgehaald kunnen worden. Zodat mensen elkaar tegenkomen, samen koffie kunnen drinken en een praatje kunnen maken.
Van Rijn: “De regionale initiatieven die hier vandaag afspraken maken, laten zien dat e-health geen abstracte toekomstmuziek is. E-health is al op allerlei manier voorhanden in de praktijk van alledag, het leven van cliënten wordt er vandaag al beter van.
Mooi dat innovatieve regio’s vandaag laten zien wat ze kunnen. En wat ze willen bereiken. Zij geven de ontwikkeling van zorginnovatie een enorme impuls. Zodat de zorg kan meeprofiteren van de modernste technologie. En mensen met een ziekte of beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.”
De regionale samenwerkingsorganisaties van zorgaanbieders (RSO's) hebben een samenwerking gestart die moet leiden tot betere medicatie-overzichten. Patiënt-platforms uit diverse regio’s hebben een deal gesloten om te gaan samenwerken rondom informatie-uitwisseling. Hierdoor zullen cliënten in de toekomst beter en gemakkelijker inzicht krijgen in hun medische gegevens.
Regio Utrecht, Medical Delta en Brabant gaan waardevolle werkwijzen met elkaar delen. De samenwerking zal er toe leiden dat cliënten zelf meer regie kunnen voeren over hun zorg. De deal tussen de regio’s Brabant en Noord-Holland heeft de inzet om mensen met e-healthtoepassingen beter te ondersteunen bij veilig en comfortabel thuis wonen.
Het ministerie van VWS organiseert van 6 tot 10 juni de e-health week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Van Rijn: “De regionale initiatieven die hier vandaag afspraken maken, laten zien dat e-health geen abstracte toekomstmuziek is. E-health is al op allerlei manier voorhanden in de praktijk van alledag, het leven van cliënten wordt er vandaag al beter van.
Mooi dat innovatieve regio’s vandaag laten zien wat ze kunnen. En wat ze willen bereiken. Zij geven de ontwikkeling van zorginnovatie een enorme impuls. Zodat de zorg kan meeprofiteren van de modernste technologie. En mensen met een ziekte of beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.”
De regionale samenwerkingsorganisaties van zorgaanbieders (RSO's) hebben een samenwerking gestart die moet leiden tot betere medicatie-overzichten. Patiënt-platforms uit diverse regio’s hebben een deal gesloten om te gaan samenwerken rondom informatie-uitwisseling. Hierdoor zullen cliënten in de toekomst beter en gemakkelijker inzicht krijgen in hun medische gegevens.
Regio Utrecht, Medical Delta en Brabant gaan waardevolle werkwijzen met elkaar delen. De samenwerking zal er toe leiden dat cliënten zelf meer regie kunnen voeren over hun zorg. De deal tussen de regio’s Brabant en Noord-Holland heeft de inzet om mensen met e-healthtoepassingen beter te ondersteunen bij veilig en comfortabel thuis wonen.
Het ministerie van VWS organiseert van 6 tot 10 juni de e-health week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
maandag 6 juni 2016
Apothekers kunnen niet goed bij patiëntgegevens
Apothekers hebben vaak te weinig informatie over patiënten, waardoor ze fouten kunnen maken bij het uitgeven van medicijnen. Uit onderzoek van expertisecentrum Nictiz blijkt dat apothekers nauwelijks toegang hebben tot informatie die voor hen relevant is. Dat komt doordat de meeste ziekenhuizen medicatieoverzichten faxen en niet digitaal uitwisselen, bijvoorbeeld via het Landelijk Schakelpunt (LSP).
vrijdag 3 juni 2016
Langer zelfstandig thuis wonen door Utrechts-Taiwanese samenwerking
Hogeschool Utrecht, Economic Board Utrecht, zorginnovator Vital Valley en de Gemeente Utrecht hebben op 27 mei een samenwerkingsovereenkomst getekend met het Taiwanese bedrijf SquareX. Deze ‘Memorandum of Understanding’ moet het mogelijk maken langer zelfstandig en comfortabel thuis te wonen. Vanuit Hogeschool Utrecht is het Lectoraat Vraaggestuurde Zorg van Helianthe Kort betrokken. Helianthe KortDe deelnemende partijen ontwikkelen technologie en dienstverlening, om mensen met zorgbehoeften langer zelfstandig thuis te laten wonen. Bestaande en nieuwe innovaties worden in deze nieuwe aanpak gecombineerd. Mensen kunnen met deze oplossingen bijvoorbeeld diensten als boodschappen doen, ondersteuning in de huishouding en vervoer gemakkelijk opvragen, en video-verbindingen met familie, kennissen of professionals eenvoudig tot stand brengen. Ook beveiligingstechnologie kan in dezelfde aanpak worden toegepast.
Het Lectoraat Vraaggestuurde Zorg van Helianthe Kort stelt haar onderzoekskennis en het CareTech Lab beschikbaar aan het project. “Ik heb SquareX in maart al in het CareTech Lab mogen ontvangen, en ze waren onder de indruk van de mogelijkheden”, vertelt Helianthe Kort. “Zij hebben daar onder andere een presentatie gegeven van een ‘slimme’ wand die ze hebben ontwikkeld. In die wand is communicatietechnologie geïntegreerd waarmee je makkelijk van binnen naar buiten, en andersom kunt communiceren. Dit soort geïntegreerde toepassingen in huizen is waar we naartoe moeten de komende jaren.”
SquareX ontwikkelt nog meer soorten zorgproducten. Bijvoorbeeld oordopjes uit de 3D-printer, die beter op maat worden gemaakt voor de individuele oorschelp. “Wat kunnen al die verschillende producten betekenen om ouderen in Nederland langer thuis te laten wonen? SquareX kan bij de HU die ideeën gaan toetsen. Als er studenten beschikbaar zijn, worden zij ingezet om met de producten aan de slag te gaan. Uitwisseling van Nederlandse en Taiwanese studenten behoort ook tot de samenwerking”, zegt Kort.
De samenwerking met SquareX is een concrete stap voorwaarts in de realisatie van de regionale ambitie van overheden, zorginstellingen en leveranciers van zorg-ICT voor langer, vitaal en veilig zelfstandig thuis wonen. In de overeenkomst is namelijk als doel gesteld dat er 2000 woningen in de regio Utrecht worden gebouwd met geïntegreerde toepassingen om ouderen langer zelfstandig te laten wonen. Daarnaast is de samenwerking een resultaat van de ‘Soft Landing Bridge’: een intentieverklaring tussen de Gemeente Utrecht en het Southern Taiwan Regional Business Innovation Center en het Taiwan Globalization Network. Hiermee kunnen Taiwanese bedrijven gemakkelijker via Utrecht de Nederlandse en Europese markt bereiken.
woensdag 1 juni 2016
Philips-onderzoek toont aan dat medicatietrouw door connected technologie drastisch verbetert
Philips heeft vandaag nieuwe onderzoeksresultaten bekendgemaakt waaruit blijkt dat een zogenoemde connected medicijndispenser patiënten met chronische aandoeningen kan helpen hun langdurige behandelingen beter na te leven.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar gebruikersgegevens van 1.300 Nederlandse patiënten geanalyseerd. Uit de analyses bleek dat 96 procent van de patiënten die gebruikmaakten van de Philips Medido, een medicijndispenser, zich hield aan het medicatieschema.
Ook laten de onderzoeksgegevens zien dat de Medido-gebruikers zich ook op termijn aan de therapie-eisen hielden, waarbij er weinig verschillen in naleving waren tussen de eerste en elfde gebruiksmaand.
Voor een optimaal behandelingsresultaat moeten patiënten hun volgens recept verplichte medicijnen consequent innemen. Uit onderzoek blijkt echter dat circa 50 procent van de chronisch zieken zich niet houdt aan de aanbevelingen van hun arts.
Patiënten missen bijvoorbeeld een dosis, gebruiken een onjuiste hoeveelheid of nemen hun medicijn in op het verkeerde tijdstip.
De Philips Medido is een innovatieve medicijndispenser voor thuisgebruik die chronisch zieken en zorgverleners ondersteunt. Wanneer een patiënt een dosis moet innemen, zorgt de dispenser automatisch voor een herinnering.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar gebruikersgegevens van 1.300 Nederlandse patiënten geanalyseerd. Uit de analyses bleek dat 96 procent van de patiënten die gebruikmaakten van de Philips Medido, een medicijndispenser, zich hield aan het medicatieschema.
Ook laten de onderzoeksgegevens zien dat de Medido-gebruikers zich ook op termijn aan de therapie-eisen hielden, waarbij er weinig verschillen in naleving waren tussen de eerste en elfde gebruiksmaand.
Voor een optimaal behandelingsresultaat moeten patiënten hun volgens recept verplichte medicijnen consequent innemen. Uit onderzoek blijkt echter dat circa 50 procent van de chronisch zieken zich niet houdt aan de aanbevelingen van hun arts.
Patiënten missen bijvoorbeeld een dosis, gebruiken een onjuiste hoeveelheid of nemen hun medicijn in op het verkeerde tijdstip.
De Philips Medido is een innovatieve medicijndispenser voor thuisgebruik die chronisch zieken en zorgverleners ondersteunt. Wanneer een patiënt een dosis moet innemen, zorgt de dispenser automatisch voor een herinnering.
Philips wil mobiele echografieapparaat Lumify ook in Nederland lanceren
Philips wil de Lumify, een draagbaar echoapparaat dat aan de smartphone kan worden gekoppeld, ook in Nederland lanceren. Over een maand eindigt een proef bij huisartsen die inzicht moet geven
in de behoefte van zorgverleners. In Noord-Amerika is de Lumify in
november 2015 gelanceerd.
Jawbone stopt niet met fitnesstracker
Jawbone ontkent dat het zou stoppen met het maken van fitnesstrackers voor consumenten. Dat meldt het het bedrijf in een verklaring aan Engadget. Eind vorige week ging het gerucht dat Jawbone zijn speakerdivisie te koop zou hebben gezet, en het zou stoppen met het produceren van fitnesstrackers zoals de Jawbone UP. Het bedrijf zou zich volgens die geruchten gaan richten op medische wearables.














