KPN heeft Cam IT Solutions (CAM) overgenomen, een toonaangevende IT-dienstverlener voor de Zorg en Publieke sector in Nederland. De overname past in de ambitie van KPN te groeien in ICT-dienstverlening en de strategische focus op deze grootzakelijke sectoren.
CAM verzorgt voor ziekenhuizen, zorginstellingen en andere publieke organisaties de betrouwbare, veilige en gebruikersvriendelijke toegang voor circa 50.000 gebruikers tot de centrale applicaties vanuit het CAMCUBE Private Cloud Platform. CAM ontzorgt haar relaties van technisch beheer en zorgt voor doorlopende ontwikkeling en innovatie van de IT-werkplekken en de achterliggende connectiviteit.
Het in Nieuwegein gevestigde Cam IT Solutions is meer dan 30 jaar succesvol actief en heeft op dit moment 62 medewerkers in dienst.
woensdag 16 augustus 2017
maandag 14 augustus 2017
Dr. Google krijgt meer apps om zelf diagnose te stellen
Als je het tv-programma ‘Dokters vs internet’ kijkt, weet je dat er een schat aan medische informatie te vinden is, waarmee de niet-artsen vaak best goede diagnoses kunnen stellen. Dr. Google zal nooit een echte dokter kunnen vervangen, maar toch doet iedereen het wel eens: googlen naar symptomen om te achterhalen of het nodig is om professionele hulp in te schakelen. Dr. Google zal de komende jaren nog meer diagnoses kunnen stellen, want de zoekmachinegigant heeft Senosis overgenomen. Deze startup maakt iPhone-apps waarmee je makkelijk kunt bepalen of je een bepaalde ziekte hebt, zonder dat speciale apparatuur nodig is.
dinsdag 8 augustus 2017
Virtual-realitybril op tijdens EHBO-les
Deelnemers aan EHBO-cursussen kunnen voortaan oefenen met een virtual-realitybril op zodat ze beter worden voorbereid op noodsituaties waarin ze kunnen belanden. Door de speciale bril zijn ze bijvoorbeeld 'ooggetuige' van een ongeval, de nasleep van extreem weer of een aanslag. Met deze levensechte filmpjes wil de hulporganisatie ervoor zorgen dat de cursisten zich goed kunnen inleven in dit soort situaties en daar ook naar handelen.
maandag 7 augustus 2017
Zo voorkom je dat de Gezondheid-app bewegingsdata verzamelt
De Gezondheid-app kun je niet van de iPhone verwijderen, maar je kunt wel zorgen dat de app geen data meer verzamelt. De data die de Gezondheid-app verzamelt op je iPhone wordt niet gedeeld, zelfs niet met Apple. Je geeft zelf met de schuifjes in de Gezondheid-app aan welke bronnen de data mogen uitlezen. De data staat lokaal op je toestel en wordt alleen versleuteld opgeslagen op iCloud, zodat niemand de data kan inzien. Geef je zelf toestemming om bepaalde data met apps te delen, dan is dat je eigen keuze.
vrijdag 4 augustus 2017
Zo werkt Apple’s oplossing voor gehoorimplantaten met de iPhone
Vorige week werd bekend dat Apple nauw samengewerkt heeft met een bedrijf dat gespecialiseerd is in hooroplossingen, zodat gehoorimplantaten direct kunnen samenwerken met de iPhone. Uit een nieuw verslag blijkt welke problemen Apple heeft moeten overwinnen om dit te kunnen laten werken. Zo wordt er gebruikgemaakt van een nieuwe energiezuinige techniek. Gehoorimplantaten worden via een operatie bij het interne gehoor ingebracht in het geval dat een gehoorapparaat niet meer voldoende blijkt te werken. Het innerlijke deel verstuurt audiosignalen via elektrodes naar de hersenen.
donderdag 3 augustus 2017
De Doorbraak: Robotnaalden
Onderzoeker Sarthak Misra van de Universiteit van Twente werkt aan baanbrekend onderzoek met robotgestuurde flexibele naalden. Die kunnen heel netjes en secuur opereren. Hij heeft voor deze doorbraak een subsidie gekregen van 713.000 euro van de Europese Unie. Misra geeft leiding aan wetenschappers uit zeven landen.
Het inbrengen van een naald in de hersenen om een biopsie van een hersentumor te nemen - een voorbeeld van een minimaal-invasieve neurochirurgische ingreep - moet zeer nauwkeurig gebeuren. Met behulp van MRI kan de locatie van een tumor of ander letsel in de hersenen exact worden bepaald, maar een kleine beweging van het hoofd kan ertoe leiden dat de naald doel mist. Ook is het niet mogelijk om exact te weten waar een naald zich in de hersenen bevindt tijdens een neurochirurgische ingreep.
Het inbrengen van een naald in de hersenen om een biopsie van een hersentumor te nemen - een voorbeeld van een minimaal-invasieve neurochirurgische ingreep - moet zeer nauwkeurig gebeuren. Met behulp van MRI kan de locatie van een tumor of ander letsel in de hersenen exact worden bepaald, maar een kleine beweging van het hoofd kan ertoe leiden dat de naald doel mist. Ook is het niet mogelijk om exact te weten waar een naald zich in de hersenen bevindt tijdens een neurochirurgische ingreep.
woensdag 2 augustus 2017
HvA-lectoraat doet bewegingsonderzoek tijdens Lowlands 2017
Het lectoraat Digital Life van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) onderzoekt tijdens Lowlands 2017 hoe festivalbezoekers zich bewegen met een verhoogd alcoholpromillage in hun bloed. Onderzoeker Aukje de Vrijer van Digital Life en haar team zullen de deelnemers onderwerpen aan verschillende testen, waarbij ook de inname van extra alcohol gesimuleerd zal worden. Het onderzoek levert de HvA onder andere waardevolle data op voor een langlopend onderzoek naar valpreventie voor ouderen.
Doel van het HvA-onderzoek op Lowlands is sensoren te ontwikkelen die automatisch veranderingen in het bewegingspatroon kunnen detecteren. Hoewel aan het onderzoek op het festival voornamelijk jongeren mee zullen doen, zijn de sensoren uiteindelijk bedoeld om valongelukken bij ouderen te voorkomen. Mensen met een hoog valrisico gaan namelijk anders bewegen, net als mensen met een verhoogd alcoholpromillage. Hoewel deze veranderingen niet exact hetzelfde zijn, vertonen zij wel overeenkomsten, bijvoorbeeld door een slechtere balanscontrole. Het tijdig herkennen van een verhoogd valrisico is belangrijk voor een tijdige en gerichte valpreventie.
De bewegingen van de proefpersonen worden met een 3D-camera geregistreerd. Zij moeten verschillende bewegingsopdrachten uitvoeren, waaronder een balanstest en een loopanalyse. Het project op Lowlands biedt het onderzoeksteam de kans om in drie dagen veel proefpersonen zien en een grote hoeveelheid data te verzamelen, die gebruikt zullen worden voor de ontwikkeling van de sensoren. Zowel bij de verschillende vooronderzoeken als op het festival zelf zijn studenten van verschillende studies betrokken. Zo hebben studenten van de minor Big Data gewerkt aan de ontwikkeling van de applicatie en werken er Product Design- en oefentherapiestudenten mee.
Het onderzoek op Lowlands Science maakt onderdeel uit van het ‘BRAVO-project’, waarin in een breed consortium van mkb-bedrijven, zorg- en kennisinstellingen nieuwe kennis wordt ontwikkeld over technologie om valrisico te kunnen inschatten in realistische omgevingen, en over de acceptatie van dergelijke technologie. Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA, dat praktijkgericht onderzoek van hogescholen financiert en stimuleert. Meer informatie over het project is te vinden op http://digitallifecentre.nl/projecten/bravo.
dinsdag 1 augustus 2017
'Patiënten vragen weinig aan artsen via internet'
Huisartsen en medisch specialisten bieden steeds vaker de mogelijkheid om via een website of e-mail een vraag te stellen: het e-consult. Toch wordt dit door zorggebruikers nog maar weinig gebruikt. Uit onderzoek uitgevoerd in 2017 in het kader van de jaarlijkse Nictiz NIVEL eHealth-monitor blijkt dat zorggebruikers zowel positieve als negatieve kanten van het e-consult zien.
Meerwaarde van het e-consult zien zorggebruikers vooral in dat je het kan doen als het je uitkomt en dat je de tijd hebt om na te denken over de vraag die je wilt stellen. Minder persoonlijk contact en minder mogelijkheden om door te vragen zien ze als negatieve punten. Zorggebruikers die ervaring hebben opgedaan met het e-consult zijn positiever dan zorggebruikers zonder ervaring.
In maart 2017 heeft een steekproef van 1.500 panelleden uit het Consumentenpanel Gezondheidszorg van het NIVEL een vragenlijst ontvangen met, onder andere, vragen over het e-consult. 741 panelleden stuurden de vragenlijst terug (respons 49%). Binnen deze groep respondenten waren hoogopgeleiden oververtegenwoordigd ten opzichte van de algemene bevolking in Nederland en voorgaande edities van de eHealth-monitor. Correctie hiervoor resulteerde in een databestand van 611 respondenten, waarop de resultaten gebaseerd zijn. Wanneer er uitspraken worden gedaan over de algemene bevolking, is er een weging toegepast om hiervoor te corrigeren.
Meerwaarde van het e-consult zien zorggebruikers vooral in dat je het kan doen als het je uitkomt en dat je de tijd hebt om na te denken over de vraag die je wilt stellen. Minder persoonlijk contact en minder mogelijkheden om door te vragen zien ze als negatieve punten. Zorggebruikers die ervaring hebben opgedaan met het e-consult zijn positiever dan zorggebruikers zonder ervaring.
In maart 2017 heeft een steekproef van 1.500 panelleden uit het Consumentenpanel Gezondheidszorg van het NIVEL een vragenlijst ontvangen met, onder andere, vragen over het e-consult. 741 panelleden stuurden de vragenlijst terug (respons 49%). Binnen deze groep respondenten waren hoogopgeleiden oververtegenwoordigd ten opzichte van de algemene bevolking in Nederland en voorgaande edities van de eHealth-monitor. Correctie hiervoor resulteerde in een databestand van 611 respondenten, waarop de resultaten gebaseerd zijn. Wanneer er uitspraken worden gedaan over de algemene bevolking, is er een weging toegepast om hiervoor te corrigeren.
maandag 31 juli 2017
Gezondheidsproducten van Nokia (Withings) weer terug in de online Apple Store
Apple en Nokia waren maandenlang in een patentenstrijd verwikkeld, maar ze sloten uiteindelijk een overeenkomst. Daarbij afgesproken dat de Withings-producten, onder de merknaam Nokia, weer terug zouden keren in de Apple Store. Het heeft even geduurd, maar een viertal voormalige Withings-producten is nu weer te koop in de Nederlandse Apple Store. In de online Apple Store kun je kiezen uit twee digitale weegschalen die aan de Nokia Health-app te koppelen zijn.
vrijdag 28 juli 2017
100 meter vrije slag in je bloedbaan: deze nanorobot doet het
Een nanorobot die medicijnen naar de juiste plek in je lichaam brengt, daar hebben we vaker van gehoord. Het euvel was altijd: hoe lang doet zo’n robotje erover en hoe komt die er? Er is geen snellere manier om te zwemmen dan de borstcrawl. Het is niet voor niets dat zwemmers bij de vrije slag standaard kiezen voor de crawl. Dat zette wetenschappers van de technische universiteit in het Chinese Harbin aan het denken. Wat nu als we een robotje bouwen dat diezelfde beweging maakt, en dan op nanoschaal?
donderdag 27 juli 2017
Met de Meditolk-app maak je een medisch dossier voor het buitenland aan
Meditolk is een medische app voor het opslaan van je gegevens voor het geval dat je op reis bent. De app is ontwikkeld door een samenwerking van SOS International met het Nederlands Huisartsen Genootschap en de Wereldgezondheidsorganisatie. SOS International zet zich in voor hulp aan Nederlanders in het buitenland en werkt samen met allerlei Nederlandse verzekeraars. Met de app maak je een medisch dossier aan, maar je kunt ook een artsbezoek voorbereiden.
woensdag 26 juli 2017
Slimme robotondersteuning helpt herstellende patiënten om natuurlijker te lopen
Patiënten die herstellen van een ruggengraatverwonding of een hersenbloeding lopen beter als ze trainen met een nieuwe en intelligente manier van robotondersteuning. Wetenschappers van de TU Delft publiceren, samen met Zwitserse collega’s, hun bevindingen op woensdag 19 juli in Science Translational Medicine.
Over de zwaartekracht denk je normaal niet zo veel na. Tijdens het lopen goed met deze kracht omgaan, wordt echter een hele uitdaging als je herstelt van sommige aandoeningen of verwondingen, zoals een hersenbloeding. Wetenschappers en dokters uit Nederland en Zwitserland hebben nu een robottraining-omgeving ontwikkeld die de zwaartekracht ‘overwint’ en laat zien dat individueel afgestemde krachten, aangebracht op de torso via een harnas, kunnen helpen om herstellende patiënten weer goed te laten lopen. De TU Delft werkte in dit onderzoek onder meer samen met de Zwitserse Federal Institutes of Technology in Lausanne en Zürich, EPFL en ETHZ.
Patiënten die herstellen van een hersenbloeding of ruggengraatverwonding lieten met robotondersteuning een verbeterde loopbeweging zien. Een belangrijke component van deze aanpak is een algoritme dat de krachten die het systeem aanbrengt, aanpast aan de individuele behoeftes van de patiënt. Patiënten die niet konden lopen zonder hulp (niet-ambulant), bleken op een natuurlijke wijze te kunnen lopen met het apparaat; en ambulante patiënten lieten verbeterde loopvaardigheden zien, zoals balans, ledemaat-coördinatie, het neerzetten van de voeten en sturing.
Klinische testen met deze robot-geassisteerde revalidatiemethode zijn inmiddels aan de gang voor patiënten met ruggengraat-verwondingen. De belangrijkste bijdrage van de TU Delft in dit onderzoek, vooral afkomstig van Heike Vallery, was de (co-)ontwikkeling van de experimentele robot-omgeving.
Nu de wetenschappers beter weten hoe ze krachten moeten ‘aanbrengen’ op het lichaam om mensen weer beter te leren lopen, werken ze aan een apparaat dat de implementatie van deze inzichten mogelijk moet maken: de nieuwe revalidatierobot RYSEN. De robot is een follow-up apparaat dat de TU Delft ontwikkelt samen met het Nederlandse bedrijf Motek, EPFL het Zwitserse bedrijf G-Therapeutics en revalidatieziekenhuis CRR SUVA in Sion, binnen een zogenoemd Eurostars-project.
Een prototype van deze robot is inmiddels geïnstalleerd in het ‘gait lab’ van de faculteit 3mE in Delft (een ander bevindt zich in Sion, Zwitserland). Samen met postdoctoraal researcher Michiel Plooij, is dr. Vallery betrokken bij de complete ontwikkeling van de nieuwe robot (concept, hardware en regeltechniek).
Motek maakt de ontwikkeling van de RYSEN deze week ook bekend tijdens ICORR 2017, de International Conference on Rehabilitation Robotics in London.
dinsdag 25 juli 2017
Community Life Center van Philips biedt eerstelijnszorg aan 40.000 mensen
Koninklijke Philips heeft in samenwerking met het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) en de regering van de provincie Mandera in Kenia, een nieuw Community Life Center (CLC) geopend in de provincie Mandera.
Hulp bij het opzetten van dit nieuwe eerstelijns zorg- en gemeenschapscentrum is onderdeel van Philips’ voortdurende inzet voor verbetering van de toegankelijkheid van hoogwaardige eerstelijnszorg en het verlagen van moeder- en babysterfte – een enorme uitdaging in heel Afrika bezuiden de Sahara. Het CLC is een schaalbaar, zelfvoorzienend concept voor eerstelijnszorg dat Philips als eerste naar Afrika brengt. De bedoeling is om het concept op het hele continent te introduceren.
In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara heeft 40 procent van de bevolking geen toegang tot zorgfaciliteiten of gezondheidswerkers. De zorg die wél beschikbaar is, is vaak van lage kwaliteit. De vraag naar eerstelijnszorg in de provincie Mandera is ongeëvenaard; de regio is slecht bereikbaar, onveilig, en beslaat een droog gebied in Noordoost-Kenia met een van de hoogste moedersterftecijfers ter wereld: 3795 sterfgevallen per 100.000 levendgeborenen.
Tegelijkertijd is het een grensgebied dat te kampen heeft met een groeiende instroom van mensen die op de vlucht zijn voor de burgeroorlog in Somalië en die zorg nodig hebben. Bijkomende problemen zijn een gebrek aan gekwalificeerde gezondheidswerkers, defecte medische apparatuur (voor zover die überhaupt beschikbaar is), gebrek aan elektriciteit, water en basistechnologie voor de gezondheidszorg, plus een gebrek aan duurzaamheid en betrouwbare gegevens over de volksgezondheid.
Het pas geopende CLC biedt de gemeenschap moderne, geïntegreerde zorg van hoge kwaliteit voor moeder en kind, naast algemene gezondheidszorg en faciliteiten voor de diagnose en behandeling van overdraagbare ziekten. De beschikbare technologieën in het CLC zijn ontwikkeld door de Africa Innovation Hub van Philips om ervoor te zorgen dat ze aan de lokale behoeften voldoen en kunnen functioneren onder de problematische lokale omstandigheden. Door robuuste medische oplossingen die met weinig hulpbronnen kunnen functioneren zorgt Philips, zelfs bij gebrek aan stroomvoorziening of zelfs accu’s, voor zorg van hoge kwaliteit. Voorbeelden hiervan zijn geautomatiseerde ademhalingsmonitoren om longontsteking te detecteren (ChaRM), opwindbare monitoren voor de hartslag van een foetus en draagbare echo-apparaten die via een tablet bediend kunnen worden. Het CLC biedt de gemeenschap daarnaast een schone energievoorziening, werkgelegenheid, en in de toekomst de mogelijkheid om commerciële activiteiten te ontwikkelen. Het centrum, dat voor 40.000 mensen bereikbaar is, zal ook functioneren als veilige omgeving voor maatschappelijke activiteiten.
Hulp bij het opzetten van dit nieuwe eerstelijns zorg- en gemeenschapscentrum is onderdeel van Philips’ voortdurende inzet voor verbetering van de toegankelijkheid van hoogwaardige eerstelijnszorg en het verlagen van moeder- en babysterfte – een enorme uitdaging in heel Afrika bezuiden de Sahara. Het CLC is een schaalbaar, zelfvoorzienend concept voor eerstelijnszorg dat Philips als eerste naar Afrika brengt. De bedoeling is om het concept op het hele continent te introduceren.
In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara heeft 40 procent van de bevolking geen toegang tot zorgfaciliteiten of gezondheidswerkers. De zorg die wél beschikbaar is, is vaak van lage kwaliteit. De vraag naar eerstelijnszorg in de provincie Mandera is ongeëvenaard; de regio is slecht bereikbaar, onveilig, en beslaat een droog gebied in Noordoost-Kenia met een van de hoogste moedersterftecijfers ter wereld: 3795 sterfgevallen per 100.000 levendgeborenen.
Tegelijkertijd is het een grensgebied dat te kampen heeft met een groeiende instroom van mensen die op de vlucht zijn voor de burgeroorlog in Somalië en die zorg nodig hebben. Bijkomende problemen zijn een gebrek aan gekwalificeerde gezondheidswerkers, defecte medische apparatuur (voor zover die überhaupt beschikbaar is), gebrek aan elektriciteit, water en basistechnologie voor de gezondheidszorg, plus een gebrek aan duurzaamheid en betrouwbare gegevens over de volksgezondheid.
Het pas geopende CLC biedt de gemeenschap moderne, geïntegreerde zorg van hoge kwaliteit voor moeder en kind, naast algemene gezondheidszorg en faciliteiten voor de diagnose en behandeling van overdraagbare ziekten. De beschikbare technologieën in het CLC zijn ontwikkeld door de Africa Innovation Hub van Philips om ervoor te zorgen dat ze aan de lokale behoeften voldoen en kunnen functioneren onder de problematische lokale omstandigheden. Door robuuste medische oplossingen die met weinig hulpbronnen kunnen functioneren zorgt Philips, zelfs bij gebrek aan stroomvoorziening of zelfs accu’s, voor zorg van hoge kwaliteit. Voorbeelden hiervan zijn geautomatiseerde ademhalingsmonitoren om longontsteking te detecteren (ChaRM), opwindbare monitoren voor de hartslag van een foetus en draagbare echo-apparaten die via een tablet bediend kunnen worden. Het CLC biedt de gemeenschap daarnaast een schone energievoorziening, werkgelegenheid, en in de toekomst de mogelijkheid om commerciële activiteiten te ontwikkelen. Het centrum, dat voor 40.000 mensen bereikbaar is, zal ook functioneren als veilige omgeving voor maatschappelijke activiteiten.
maandag 24 juli 2017
Vanaf nu LCI-richtlijnen altijd op zak met nieuwe RIVM-app
Vanaf vandaag staat de nieuwe app ‘LCI-richtlijnen’ live in de AppStore en Google Play. Alle informatie die nodig is voor een adequate infectieziektebestrijding overzichtelijk in één app. Vanaf nu kunnen professionals werkzaam in de gezondheidszorg snel en makkelijk LCI-Richtlijnen, LCI-Draaiboeken, quizzen en folders met publieksinformatie raadplegen.
De app is vooral voor artsen en verpleegkundigen van de afdeling infectieziektebestrijding van GGD’en. Maar ook voor andere zorgprofessionals, zoals huisartsen die in hun dagelijks leven te maken hebben met infectieziekten. Bij het ontwikkelen van de app zijn deze potentiële gebruikers betrokken waaronder GGD-artsen en verpleegkundigen, een dierenarts, huisarts, bedrijfsarts en arts-microbioloog.
De LCI-richtlijnen app is gratis te downloaden in de AppStore of Google Play als u een smartphone heeft met iOS vanaf versie 10.0 of Android vanaf 4.2. Heeft u een oudere versie of een Windowstoestel, gebruik dan de website www.rivm.nl/richtlijnen
De app is vooral voor artsen en verpleegkundigen van de afdeling infectieziektebestrijding van GGD’en. Maar ook voor andere zorgprofessionals, zoals huisartsen die in hun dagelijks leven te maken hebben met infectieziekten. Bij het ontwikkelen van de app zijn deze potentiële gebruikers betrokken waaronder GGD-artsen en verpleegkundigen, een dierenarts, huisarts, bedrijfsarts en arts-microbioloog.
De LCI-richtlijnen app is gratis te downloaden in de AppStore of Google Play als u een smartphone heeft met iOS vanaf versie 10.0 of Android vanaf 4.2. Heeft u een oudere versie of een Windowstoestel, gebruik dan de website www.rivm.nl/richtlijnen
vrijdag 21 juli 2017
App voor mensen met spraakproblemen is gereed
Rick Ossendrijver, derdejaars student Software en Information Engineering aan de HU, ontwikkelde een app waarmee mensen met spraakproblemen, waaronder afasie, zich makkelijker kunnen uitdrukken. De app Express Me is nu gereed voor gebruik en is gratis te downloaden in de Google Play Store voor Android tablets. “Deze app kan voor dagelijkse bezigheden worden gebruikt en is daarmee heel praktisch”, zegt Ossendrijver.
Express Me begon als een project van vijf ICT-studenten, onder wie Ossendrijver, die een specifieke doelgroep moesten kiezen om een app voor te programmeren. De keuze viel op mensen met afasie, een taalstoornis die wordt veroorzaakt door niet aangeboren hersenletsel. Ossendrijver legt de beperking uit: “Je kent het wel: soms ligt een woordje op het puntje van je tong, maar kan je er maar niet opkomen. Mensen met afasie hebben dat de hele dag door. Er zijn ook mensen die redelijke zinnen kunnen formuleren, maar bepaalde woorden niet kunnen uitspreken. Voor al deze mensen is Express Me een uitkomst.” Uiteindelijk ging Ossendrijver alleen verder met de ontwikkeling en afronding van de app.
De applicatie werkt met tegels waarin woorden zijn voorzien van afbeeldingen. De tegels zijn ondergebracht in categorieën, zoals tijd, eten en familie. Een stem zegt wat op de tegel is te zien. Wanneer je op een categorietegel klikt, wordt een nieuwe categorie met tegels geopend. Door tegels te combineren, kan de gebruiker zinnen formuleren en aangeven wat zijn wensen zijn. Bijvoorbeeld: het is ’s middags mooi weer en de gebruiker wil wandelen. Dan gaat die naar de categorie ‘weer’, daarna klikt ‘ie op de woordtegel ‘mooi weer’, dan op ‘hobby’s’ en vervolgens op de tegel ‘wandelen’.
Ossendrijver: “Wat ik mooi vind aan de app is dat de inhoud heel makkelijk is aan te passen naar de wensen van de gebruiker. Je kan bijvoorbeeld tegels toevoegen en aanpassen en dat maakt de app heel gebruiksvriendelijk.”
Hij zegt al best veel kennis te hebben vergaard over afasie en heeft de app ook laten testen door mensen met afasie. Hun reacties waren positief en daarom heeft hij de app verder ontwikkeld. Hij maakt wel een kanttekening: “Mensen met afasie moeten vaak heel erg wennen aan de app. Dit komt omdat afasie meestal voorkomt bij ouderen, die sowieso moeite hebben met nieuwe technologie. Als ze dan ook nog hersenletsel hebben, wordt het nog lastiger.”
Doelgroep bereiken
Ossendrijver doet zijn best de app aan de man brengen bij de doelgroep. “Het filmpje dat we vorige jaar tijdens de ProjectB Challenge hebben gemaakt, is onder andere gedeeld door de Hersenstichting op Facebook. Daar was ik blij mee, want hun pagina heeft 24.000 likes. Dat bewuste filmpje is destijds in totaal 200 keer gedeeld op Facebook.” Zijn app won juni vorig jaar de publiekprijs van de Project B Challenge, dat jaarlijks wordt georganiseerd door technologieplatform Tweakers.net en IT-bedrijf Sogeti. “Als beloning mochten we met de Tweakers-express naar een groot games-festival in Duitsland. Dat was natuurlijk heel leuk.”
Express Me begon als een project van vijf ICT-studenten, onder wie Ossendrijver, die een specifieke doelgroep moesten kiezen om een app voor te programmeren. De keuze viel op mensen met afasie, een taalstoornis die wordt veroorzaakt door niet aangeboren hersenletsel. Ossendrijver legt de beperking uit: “Je kent het wel: soms ligt een woordje op het puntje van je tong, maar kan je er maar niet opkomen. Mensen met afasie hebben dat de hele dag door. Er zijn ook mensen die redelijke zinnen kunnen formuleren, maar bepaalde woorden niet kunnen uitspreken. Voor al deze mensen is Express Me een uitkomst.” Uiteindelijk ging Ossendrijver alleen verder met de ontwikkeling en afronding van de app.
De applicatie werkt met tegels waarin woorden zijn voorzien van afbeeldingen. De tegels zijn ondergebracht in categorieën, zoals tijd, eten en familie. Een stem zegt wat op de tegel is te zien. Wanneer je op een categorietegel klikt, wordt een nieuwe categorie met tegels geopend. Door tegels te combineren, kan de gebruiker zinnen formuleren en aangeven wat zijn wensen zijn. Bijvoorbeeld: het is ’s middags mooi weer en de gebruiker wil wandelen. Dan gaat die naar de categorie ‘weer’, daarna klikt ‘ie op de woordtegel ‘mooi weer’, dan op ‘hobby’s’ en vervolgens op de tegel ‘wandelen’.
Ossendrijver: “Wat ik mooi vind aan de app is dat de inhoud heel makkelijk is aan te passen naar de wensen van de gebruiker. Je kan bijvoorbeeld tegels toevoegen en aanpassen en dat maakt de app heel gebruiksvriendelijk.”
Hij zegt al best veel kennis te hebben vergaard over afasie en heeft de app ook laten testen door mensen met afasie. Hun reacties waren positief en daarom heeft hij de app verder ontwikkeld. Hij maakt wel een kanttekening: “Mensen met afasie moeten vaak heel erg wennen aan de app. Dit komt omdat afasie meestal voorkomt bij ouderen, die sowieso moeite hebben met nieuwe technologie. Als ze dan ook nog hersenletsel hebben, wordt het nog lastiger.”
Doelgroep bereiken
Ossendrijver doet zijn best de app aan de man brengen bij de doelgroep. “Het filmpje dat we vorige jaar tijdens de ProjectB Challenge hebben gemaakt, is onder andere gedeeld door de Hersenstichting op Facebook. Daar was ik blij mee, want hun pagina heeft 24.000 likes. Dat bewuste filmpje is destijds in totaal 200 keer gedeeld op Facebook.” Zijn app won juni vorig jaar de publiekprijs van de Project B Challenge, dat jaarlijks wordt georganiseerd door technologieplatform Tweakers.net en IT-bedrijf Sogeti. “Als beloning mochten we met de Tweakers-express naar een groot games-festival in Duitsland. Dat was natuurlijk heel leuk.”
donderdag 20 juli 2017
Apple wil meer iPads in het ziekenhuis
Apple vindt gezondheid erg belangrijk en is daarom met initiatieven zoals ResearchKit en CareKit gestart. Maar Apple wil nog een stap verder gaan: elke patiënt moet een iPad in handen krijgen. De aandacht is daarbij vooral gericht op het beschikbaar stellen van medische dossiers. Er waren al geluiden dat Apple de medische patiëntendossiers op iPhones toegankelijk wil maken. Daarnaast zouden er iPads naast het ziekenhuisbed moeten hangen, zodat patiënten op elk moment hun medische status kunnen raadplegen, inclusief notities van de arts.
woensdag 19 juli 2017
App gecombineerd met interactieve playground helpt astmapatiëntjes
Kinderen met astma zijn geneigd om weinig te bewegen omdat ze het zo snel benauwd krijgen. Je ziet ze sneller langs de kant staan bij gym of spelen niet mee op het schoolplein. Maar om hun astma zo goed mogelijk onder controle te houden, is bewegen juist heel belangrijk. Dinsdag werd daarom op de poli Kindergeneeskunde van Medisch Spectrum Twente de interactieve playground AirPlay geopend. Bewegen en monitoren wordt hierbij dus gecombineerd.
Kinderarts Boony Thio zocht naar een methode om astmapatiëntjes meer te laten bewegen en meer contact te laten hebben met leeftijdsgenoten, maar ook naar een manier om hen beter te kunnen monitoren tussen ziekenhuisbezoeken in. En hoe kan dat beter dan op een manier die de kinderen het meeste aanspreekt, door middel van games. Iedereen weet nog hoe Pokémon Go hele groepen kinderen en jongeren weer buiten aan het bewegen kreeg.
Uit een nauwe samenwerking tussen MST, ZGT, Universiteit Twente en Roessingh Research and Development is het idee van een interactieve playground in combinatie met een astma app ontstaan. Door de inzet van games en technologie worden kinderen gereactiveerd, sociaal gemotiveerd en leren ze met behulp van ‘games’ alles over bewegen en zelfmonitoring.
De dokter weet alles van symptomen en gedragspatronen en de onderzoekers van de vakgroepen Biomedische Signalen & Systemen en Human Media Interaction (HMI) van de UT zijn bij uitstek thuis in wearables, data en monitoring. Roessingh Research and Development is betrokken vanwege hun kennis bij het tracken en monitoren in de thuissituatie. De onderzoekers van de UT ontdekken en analyseren op basis van relevante datatrends hoe de patiëntjes zich ontwikkelen. Blijven zij stabiel of juist niet? Dat alles bij elkaar is hele relevante informatie voor de patiëntjes en hun ouders, maar zeker ook voor de dokter in de spreekkamer.
Het project AIRplay: Zelfmanagement bij jonge kinderen met astma, is een project dat mogelijk wordt gemaakt door een innovatievoucher van het Pioneers in Health Care Innovatiefonds. Het Pioneers in Health Care Innovatiefonds bestaat sinds 2014. Het doel is om de samenwerking tussen medische specialisten en onderzoekers van UT-instituut MIRA te stimuleren. Dat moet tot innovatieve technologieën leiden om de patiëntenzorg te verbeteren.
Kinderarts Boony Thio zocht naar een methode om astmapatiëntjes meer te laten bewegen en meer contact te laten hebben met leeftijdsgenoten, maar ook naar een manier om hen beter te kunnen monitoren tussen ziekenhuisbezoeken in. En hoe kan dat beter dan op een manier die de kinderen het meeste aanspreekt, door middel van games. Iedereen weet nog hoe Pokémon Go hele groepen kinderen en jongeren weer buiten aan het bewegen kreeg.
Uit een nauwe samenwerking tussen MST, ZGT, Universiteit Twente en Roessingh Research and Development is het idee van een interactieve playground in combinatie met een astma app ontstaan. Door de inzet van games en technologie worden kinderen gereactiveerd, sociaal gemotiveerd en leren ze met behulp van ‘games’ alles over bewegen en zelfmonitoring.
De dokter weet alles van symptomen en gedragspatronen en de onderzoekers van de vakgroepen Biomedische Signalen & Systemen en Human Media Interaction (HMI) van de UT zijn bij uitstek thuis in wearables, data en monitoring. Roessingh Research and Development is betrokken vanwege hun kennis bij het tracken en monitoren in de thuissituatie. De onderzoekers van de UT ontdekken en analyseren op basis van relevante datatrends hoe de patiëntjes zich ontwikkelen. Blijven zij stabiel of juist niet? Dat alles bij elkaar is hele relevante informatie voor de patiëntjes en hun ouders, maar zeker ook voor de dokter in de spreekkamer.
Het project AIRplay: Zelfmanagement bij jonge kinderen met astma, is een project dat mogelijk wordt gemaakt door een innovatievoucher van het Pioneers in Health Care Innovatiefonds. Het Pioneers in Health Care Innovatiefonds bestaat sinds 2014. Het doel is om de samenwerking tussen medische specialisten en onderzoekers van UT-instituut MIRA te stimuleren. Dat moet tot innovatieve technologieën leiden om de patiëntenzorg te verbeteren.
dinsdag 18 juli 2017
Philips neemt Duits softwarebedrijf TomTec over
Philips breidt zijn productaanbod op het gebied van medische beeldvorming verder uit met de overname van het Duitse bedrijf TomTec. Het in zorgtechnologie gespecialiseerde concern krijgt daarmee de beschikking over software waarmee met name echobeelden kunnen worden geanalyseerd. Het in München gevestigde TomTec heeft circa honderd werknemers in Europa, de Verenigde Staten en Azië.
Schippers: Zorgelijk dat ransomware ziekenhuizen infecteert
Het is zorgelijk dat ook ziekenhuizen en andere zorginstellingen door ransomware worden getroffen, zo heeft minister Schippers van Volksgezondheid op Kamervragen van PVV-Kamerlid Gerbrands laten weten. Gerbrands stelde vragen omdat 15 ziekenhuizen de afgelopen 3 jaar met ransomware te maken hadden gekregen. "Ik vind het zorgelijk dat ook zorginstellingen worden getroffen door ransomware-aanvallen. Patiënten moeten er op kunnen vertrouwen dat de bescherming van hun medische informatie is gewaarborgd. Ik blijf me samen met de sector inspannen om aanvallen of andere manieren om de ict-systemen in de zorg te ontregelen te voorkomen, of als ze zich toch voordoen de schade zo veel mogelijk te beperken", aldus Schippers.
maandag 17 juli 2017
Microsoft-app vertelt blinden over hun omgeving
Een nieuwe app van Microsoft leest aan blinden en slechtzienden voor wat
de telefooncamera ziet. Van gezichtsuitdrukkingen tot documenten. De
nieuwe app Seeing AI is voortgekomen uit een onderzoeksproject van
Microsoft. De app helpt blinden en slechtzienden door in gesproken woord
te omschrijven wat in het beeld van hun iPhone-camera is te zien. Zo
kan de app papieren documenten voorlezen, personen identificeren en op
basis van streepjescodes producten in winkels herkennen.
vrijdag 14 juli 2017
UT start-up in biotech-coating heeft 600.000 euro funding opgehaald
LipoCoat, een spin-off van het MESA+ Instituut voor Nanotechnologie van de Universiteit Twente, heeft in totaal 600.000 euro aan financiering bijeengebracht.
Deze mijlpaal bereikten zij met overheidssubsidies, een strategische partner, een lening van Redmedtech Ventures, recente investeringen door LLX2 Investments en een informele investeerder. LipoCoat ontwikkelt coatings voor de medische industrie.
LipoCoat BV ontwikkelt een innovatieve coating geïnspireerd door de natuur. De coatings zijn inzetbaar voor de medische industrie. Denk aan het coaten van een katheter of de coating op knie- of heupprothesen in de orthopedie. De coatings zijn innovatief vanwege de bacterie-afstotende formule. Tevens werkt de coating vochtaantrekkend. Dit zorgt voor minder oppervlakte wrijving, waardoor bijvoorbeeld katheters prettiger zijn in het gebruik.
De coatings van LipoCoatTM zijn biocompatibel (vriendelijk voor het lichaam) en bieden unieke weerstand tegen vervuiling van eiwitten en bacteriën en zelfs menselijke cellen. LipoCoat BV ontwikkelt diverse coatingformules met vervuilingswerende, lubricerende (oppervlakte met weinig wrijving) en multifunctionele eigenschappen (bacterie- en stollingswerend). Verder worden er nieuwe verwerkingstechnieken ontwikkeld, zoals nieuwe productiemethoden voor makkelijke en grootschalige productie. De eigenschappen van LipoCoatTM coatings kunnen aan de wensen van de klant worden aangepast.
In 2016 won LipoCoat BV de titel ‘Nanotech start-up van het jaar’ en op dit moment is het bedrijf kandidaat voor de Accenture Innovation Awards 2017. Aan het begin van 2017 had het bedrijf negen medewerkers in dienst en verdere groei wordt verwacht.
Doordat de eigenschappen van de coatings van LipoCoatTM aanpasbaar zijn, kunnen de coatings gebruikt worden op de meeste (bio)materialen, medische apparatuur, diagnostische hulpmiddelen en R&D-apparatuur. In de toekomst wil LipoCoat BV nieuwe mogelijkheden verkennen binnen de gezondheidszorg, voedings- en geneesmiddelenindustrie. LipoCoat BV werkt momenteel samen met een commerciële partij en is actief op zoek naar nieuwe kansen. In de komende twee jaar voert LipoCoat BV zijn onderzoek en productie uit in de laboratoria van de Universiteit Twente.
Met zes ton aan financiering is LipoCoat in staat om de eerste productontwikkeling te financieren, de toetreding tot de markt voor te bereiden, te investeren in R&D-toepassingen en klantrelaties. LipoCoat heeft genoeg middelen om tot ver in 2018 door te gaan. In 2018 wil het bedrijf 2 miljoen ophalen aan serie A-investering (eerste grootte ronde durfkapitaal). Voor de herfst van 2017 is een roadshow naar Boston in de VS en Silicon Valley gepland om LipoCoat te promoten en op zoek te gaan naar Amerikaans durfkapitaal voor series A en om nieuwe partners te scouten.
donderdag 13 juli 2017
Onderzoeker Onno Helder vlogt over dromen voor de toekomst
Verschillende deelnemers aan het programma 'Leadership Mentoring in Nursing Research' (LMNR) hebben een video opgenomen om zichzelf en hun ideeën meer zichtbaar te maken. Eén van hen is docent-onderzoeker Onno Helder.
Docent-onderzoeker Onno Helder, tevens verpleegkundige in het Erasmus MC, vertelt over het onderzoek dat hij doet en de samenwerking tussen het ziekenhuis en de hogeschool. Kenniscentrum Zorginnovatie is een belangrijke spil hierin en brengt studenten, docenten, onderzoekers en verpleegkundigen bij elkaar. De vraag vanuit het Erasmus MC, wordt onder andere aangepakt bij de minor Zorgtechnologie, waar studenten van verschillende opleidingen samenwerken.
Leadership Mentoring in Nursing Research ondersteunt twaalf gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers in de verdere ontwikkeling van hun leiderschaps- en onderzoekscompetenties. Het tweejarig leiderschapsprogramma is ontwikkeld in het kader van het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen, dat inzet op uitbreiding van het aantal onderzoekers en een betere omgeving voor het doen van verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek bij universiteiten.
Docent-onderzoeker Onno Helder, tevens verpleegkundige in het Erasmus MC, vertelt over het onderzoek dat hij doet en de samenwerking tussen het ziekenhuis en de hogeschool. Kenniscentrum Zorginnovatie is een belangrijke spil hierin en brengt studenten, docenten, onderzoekers en verpleegkundigen bij elkaar. De vraag vanuit het Erasmus MC, wordt onder andere aangepakt bij de minor Zorgtechnologie, waar studenten van verschillende opleidingen samenwerken.
Leadership Mentoring in Nursing Research ondersteunt twaalf gepromoveerde verpleegkundig onderzoekers in de verdere ontwikkeling van hun leiderschaps- en onderzoekscompetenties. Het tweejarig leiderschapsprogramma is ontwikkeld in het kader van het ZonMw-programma Tussen Weten en Doen, dat inzet op uitbreiding van het aantal onderzoekers en een betere omgeving voor het doen van verpleegkundig wetenschappelijk onderzoek bij universiteiten.
woensdag 12 juli 2017
ASZ gaat patiëntendossier digitaliseren met nexuzhealth
Het Algemeen Stedelijk Ziekenhuis van Aalst, Geraardsbergen en Wetteren heeft na een procedure met overheidsopdrachten gekozen voor nexuzhealth als leverancier van zijn elektronisch patiëntendossier. Nexuzhealth is de joint venture van Cegeka en UZ Leuven, en die haalt hiermee meteen zijn eerst klant binnen. De joint venture werd in december vorig jaar opgericht. Voordien kochten al twintig andere ziekenhuizen de software aan.
dinsdag 11 juli 2017
'Websites over ziekten en verslavingen overtreden massaal de wet'
Websites die informatie bieden over ziekten en verslavingen, beschermen de privacy van hun bezoekers onvoldoende. Uit een steekproef van de Consumentenbond blijkt dat alle 20 onderzochte sites zonder toestemming advertentiebedrijven laten meekijken met het zoekgedrag van consumenten. Daarmee overtreden zij de telecomwet.
De Consumentenbond onderzocht gezondheidswebsites zoals Alzheimer-nederland.nl, depressie.nl en verslaving.nu en de resultaten waren teleurstellend. Bart Combée, directeur Consumentenbond: ‘Het is heel kwalijk dat websites over gevoelige onderwerpen als ziekten en verslavingen hun bezoekers niet goed beschermen. Als iemand informatie zoekt over alcoholgebruik of een ernstige ziekte op zo’n website, wordt dat zonder toestemming doorgegeven aan advertentiesystemen van onder andere Google en Facebook.’
Advertentiebedrijven achtervolgen de websitebezoeker vervolgens ook op andere websites met reclame over die gevoelige onderwerpen.
Behalve dat de gezondheidswebsites zoekgedrag lekken naar advertentiebedrijven, deugen hun privacyverklaringen niet en sommige sites werken met onbeveiligde verbindingen, terwijl zij gegevens van bezoekers opvragen. De Consumentenbond heeft de websites hierop aangesproken.
Bijna alle websites hebben toegezegd de cookies die gegevens doorspelen te verwijderen of vooraf toestemming te vragen voor het plaatsen van dit soort cookies. Ook zullen de meeste websites verbeteringen doorvoeren in hun privacy-verklaringen. De Consumentenbond zal later in 2017 nagaan of dit ook daadwerkelijk gebeurt.
De Consumentenbond onderzocht gezondheidswebsites zoals Alzheimer-nederland.nl, depressie.nl en verslaving.nu en de resultaten waren teleurstellend. Bart Combée, directeur Consumentenbond: ‘Het is heel kwalijk dat websites over gevoelige onderwerpen als ziekten en verslavingen hun bezoekers niet goed beschermen. Als iemand informatie zoekt over alcoholgebruik of een ernstige ziekte op zo’n website, wordt dat zonder toestemming doorgegeven aan advertentiesystemen van onder andere Google en Facebook.’
Advertentiebedrijven achtervolgen de websitebezoeker vervolgens ook op andere websites met reclame over die gevoelige onderwerpen.
Behalve dat de gezondheidswebsites zoekgedrag lekken naar advertentiebedrijven, deugen hun privacyverklaringen niet en sommige sites werken met onbeveiligde verbindingen, terwijl zij gegevens van bezoekers opvragen. De Consumentenbond heeft de websites hierop aangesproken.
Bijna alle websites hebben toegezegd de cookies die gegevens doorspelen te verwijderen of vooraf toestemming te vragen voor het plaatsen van dit soort cookies. Ook zullen de meeste websites verbeteringen doorvoeren in hun privacy-verklaringen. De Consumentenbond zal later in 2017 nagaan of dit ook daadwerkelijk gebeurt.
Algoritme ontdekt hartritmestoornissen
Een nieuw algoritme herkent veertien vormen van hartritmestoornissen en werkt in tests nauwkeuriger dan getrainde cardiologen. Dat heeft een team van onderzoekers van de Standford-universiteit bekendgemaakt. Met het algoritme zoekt de computer naar afwijkende hartslagen van patiënten. Het algoritme doet dat met een precisie die vaak nauwkeuriger is dan die van professionele cardiologen, schrijven de onderzoekers.
maandag 10 juli 2017
STZ wordt partner van Rockstart ‘Digital Health Accelerator’ programma
Rockstart, één van Europa’s eerste startup accelerators actief in meerdere sectoren, en STZ,de vereniging van 26 topklinische opleidingsziekenhuizen gaan samenwerken aan betere patiëntenzorg.
Door deze samenwerking zullen de startups direct toegang krijgen tot ongeveer 32.000 medische experts in de STZ-ziekenhuizen en zullen ze de kans krijgen om hun concepten uit te testen op de werkvloer. Dit zal de opschaling van goede digital health startups enorm versnellen.
De 26 STZ-ziekenhuizen zullen van Rockstart leren hoe je innovaties implementeert en versnelt binnen de organisatie. Het idee is om startup ondernemers te koppelen aan innovatieve medisch specialisten, en dat proces te begeleiden. “Deze samenwerking is uniek in de wereld” aldus Casper Smeets, program director Digital Health Rockstart.
Tijdens de jaarlijkse themamiddag van de STZ werd dit partnership bekrachtigd door Oscar Kneppers, oprichter Rockstart en directeur STZ, Fenna Heyning. Kneppers, die tevens keynote speaker was op deze middag benadrukte de kracht van de samenwerking.
Voor de STZ-ziekenhuizen is dit een mooie kans om met de beste digital health startups samen te werkeninnovaties verder te kunnen ontwikkelen en voor Rockstart betekent dit direct toegang tot ongeveer 32.000 zorgprofessionals.
Door deze samenwerking zullen de startups direct toegang krijgen tot ongeveer 32.000 medische experts in de STZ-ziekenhuizen en zullen ze de kans krijgen om hun concepten uit te testen op de werkvloer. Dit zal de opschaling van goede digital health startups enorm versnellen.
De 26 STZ-ziekenhuizen zullen van Rockstart leren hoe je innovaties implementeert en versnelt binnen de organisatie. Het idee is om startup ondernemers te koppelen aan innovatieve medisch specialisten, en dat proces te begeleiden. “Deze samenwerking is uniek in de wereld” aldus Casper Smeets, program director Digital Health Rockstart.
Tijdens de jaarlijkse themamiddag van de STZ werd dit partnership bekrachtigd door Oscar Kneppers, oprichter Rockstart en directeur STZ, Fenna Heyning. Kneppers, die tevens keynote speaker was op deze middag benadrukte de kracht van de samenwerking.
Voor de STZ-ziekenhuizen is dit een mooie kans om met de beste digital health startups samen te werkeninnovaties verder te kunnen ontwikkelen en voor Rockstart betekent dit direct toegang tot ongeveer 32.000 zorgprofessionals.
vrijdag 7 juli 2017
Nieuwe hoogleraar verkent innovatieve vormen van geneeskundeonderwijs
Oncologisch chirurg Jos van der Hage is per 1 juli benoemd tot hoogleraar Heelkunde, in het bijzonder intra-curriculair onderwijs in de heelkunde. Hij streeft ernaar het medisch onderwijs te laten meegaan met de tijdgeest. “Je kunt je afvragen of een stethoscoop nog wel nuttig is.”
Zijn liefde voor onderwijs heeft professor Jos van der Hage niet van een vreemde. “Mijn moeder gaf les op de middelbare school en mijn vader op de universiteit, dus het lijkt wel genetisch bepaald.” Al vroeg in zijn eigen opleiding tot chirurg raakte Van der Hage betrokken bij het onderwijs en ontwikkelde hij ideeën hierover. Hoe kun je het onderwijs meer afstemmen op de individuele student en hoe maak je het zo enthousiasmerend mogelijk? Dat zijn de vragen die hij zich stelt.
Het onderwijs moet meebewegen met constante verandering van het vak, zo betoogt Van der Hage. “Je moet kritisch nadenken over of het onderwijs dat je nu nog geeft wel nuttig is en aansluit bij de medische vervolgopleidingen. Een mooi voorbeeld is het luisteren met een stethoscoop naar de longen of hartgeluiden. Een stethoscoop stamt uit begin negentiende eeuw. Ondanks kleine aanpassingen is het instrument in essentie onveranderd. Met de introductie van nieuwe diagnostische instrumenten zoals echo kan je je afvragen of het beoordelen van harttonen nog wel zo nuttig is. Misschien kun je geneeskundestudenten beter leren hoe ze een echo van het hart moeten beoordelen.”
Een belangrijk onderzoeksonderwerp waar Van der Hage de komende tijd mee aan de slag gaat is conceptueel denken in de chirurgische anatomie. “Een van de pilaren van het snijdend specialisme is hetgeen dat je ziet vertalen naar een anatomisch model en vice versa, waardoor je weet of je ergens wel of niet kunt snijden. Om dat te leren krijgen studenten nu een boek, snijzaal en eventueel nog een cursus op een simulator.” Maar lang niet voor alle operaties bestaan zulke simulatoren, waardoor beginnend artsen moeten leren in de patiënt. Van der Hage: “Dat is hetzelfde als een piloot voor het eerst leren vliegen in een vol vliegtuig. Wij gaan onderzoeken of we conceptueel denken kunnen verbeteren met een combinatie van 3D-technieken en onderwijstechnieken.”
Om onderwijs op een hoger plan te krijgen moet je het ook zichtbaar maken, is de overtuiging van Van der Hage. Om dit concreet te maken gaat hij werken aan de Clinical Teaching Academy, een groep mensen met een passie voor onderwijs. “Deze mensen krijgen het mandaat om het onderwijs vorm te geven en kunnen worden afgerekend op de kwaliteit ervan. Op die manier creëer je waardering en erkenning voor de rolmodellen voor goed onderwijs.”
Uiteindelijk draait het natuurlijk allemaal om de studenten. En dat is nu juist wat Van der Hage zo leuk vindt aan zijn werk. “Ik haal heel veel genoegen uit werken met jonge mensen die over het algemeen eager zijn en veel sneller en origineler denken. Met deze leerstoel krijg ik de kans op dit op een meer diepgaande manier te doen.”
Zijn liefde voor onderwijs heeft professor Jos van der Hage niet van een vreemde. “Mijn moeder gaf les op de middelbare school en mijn vader op de universiteit, dus het lijkt wel genetisch bepaald.” Al vroeg in zijn eigen opleiding tot chirurg raakte Van der Hage betrokken bij het onderwijs en ontwikkelde hij ideeën hierover. Hoe kun je het onderwijs meer afstemmen op de individuele student en hoe maak je het zo enthousiasmerend mogelijk? Dat zijn de vragen die hij zich stelt.
Het onderwijs moet meebewegen met constante verandering van het vak, zo betoogt Van der Hage. “Je moet kritisch nadenken over of het onderwijs dat je nu nog geeft wel nuttig is en aansluit bij de medische vervolgopleidingen. Een mooi voorbeeld is het luisteren met een stethoscoop naar de longen of hartgeluiden. Een stethoscoop stamt uit begin negentiende eeuw. Ondanks kleine aanpassingen is het instrument in essentie onveranderd. Met de introductie van nieuwe diagnostische instrumenten zoals echo kan je je afvragen of het beoordelen van harttonen nog wel zo nuttig is. Misschien kun je geneeskundestudenten beter leren hoe ze een echo van het hart moeten beoordelen.”
Een belangrijk onderzoeksonderwerp waar Van der Hage de komende tijd mee aan de slag gaat is conceptueel denken in de chirurgische anatomie. “Een van de pilaren van het snijdend specialisme is hetgeen dat je ziet vertalen naar een anatomisch model en vice versa, waardoor je weet of je ergens wel of niet kunt snijden. Om dat te leren krijgen studenten nu een boek, snijzaal en eventueel nog een cursus op een simulator.” Maar lang niet voor alle operaties bestaan zulke simulatoren, waardoor beginnend artsen moeten leren in de patiënt. Van der Hage: “Dat is hetzelfde als een piloot voor het eerst leren vliegen in een vol vliegtuig. Wij gaan onderzoeken of we conceptueel denken kunnen verbeteren met een combinatie van 3D-technieken en onderwijstechnieken.”
Om onderwijs op een hoger plan te krijgen moet je het ook zichtbaar maken, is de overtuiging van Van der Hage. Om dit concreet te maken gaat hij werken aan de Clinical Teaching Academy, een groep mensen met een passie voor onderwijs. “Deze mensen krijgen het mandaat om het onderwijs vorm te geven en kunnen worden afgerekend op de kwaliteit ervan. Op die manier creëer je waardering en erkenning voor de rolmodellen voor goed onderwijs.”
Uiteindelijk draait het natuurlijk allemaal om de studenten. En dat is nu juist wat Van der Hage zo leuk vindt aan zijn werk. “Ik haal heel veel genoegen uit werken met jonge mensen die over het algemeen eager zijn en veel sneller en origineler denken. Met deze leerstoel krijg ik de kans op dit op een meer diepgaande manier te doen.”
donderdag 6 juli 2017
Apple wil je slaap verbeteren
Op slaapgebied doet Apple nog niet zoveel, al blijkt uit de populariteit van apps zoals Sleep Cycle dat er wel degelijk behoefte aan is. Apple werkt achter de schermen aan een eigen oplossing: een wekker die je niet zelf hoeft in te stellen. Hij past zich aan bij je dagelijkse routines en slaapritme. Zo houdt de wekker automatisch rekening met de drukte van vandaag en de afspraken die je morgen hebt staan.Hoe drukker jij het hebt, hoe meer Apple rekening houdt met een goede nachtrust. In de toekomst hoef je er misschien niet eens over na te denken en laat je de intelligente algoritmes van Apple jouw dagritme bepalen. In een patent is te zien dat Apple het zoekt in zowel hardware als software.
woensdag 5 juli 2017
Apple haalt expert digitale gezondheid in huis
Apple werkt verder aan plannen op het gebied van gezondheid. Ze hebben daarvoor een toparts van Stanford in dienst genomen. Het gaat om Dr. Sumbul Desai, die een belangrijke rol speelde in het Stanford Center for Digital Health. Stanford heeft het vertrek inmiddels bevestigd, maar het is nog onduidelijk welke rol de arts krijgt. Desai startte in 2008 bij Stanford als arts voor interne geneeskunde.
dinsdag 4 juli 2017
Technologische deal 'belangrijke stap' voor Tergooi
Tergooi kan voor de komende vijftien jaar beschikken over de meest moderne en hoogwaardige technologische technieken en apparatuur. Dat meldt het ziekenhuis nu het een technologische partnershap is aangegaan met twee zogenaamde MES-partnerschappen (Managed Equipment Service). Het gaat om Siemens Healthineers als Toshiba Medical. Deze partijen voorzien in beschikbaarstelling, vervanging en onderhoud van medische apparatuur. Siemens Healthineers zal Tergooi voorzien van de beeldvormende apparatuur voor diagnostiek en behandeling, zoals CT- en MR- scanners, angiografiesystemen, algemene röntgensystemen en apparatuur voor moleculaire beeldvorming. Toshiba Medical voorziet in de echografiesystemen.
maandag 3 juli 2017
Nieuw elektronisch dossier Erasmus MC live
Het Erasmus MC heeft onlangs het nieuwe elektronisch patiëntendossier feestelijk in gebruik genomen.
Voortaan worden alle gegevens van de duizenden patiënten in het systeem HiX (van leverancier ChipSoft) geregistreerd. Bestaande data zijn inmiddels automatisch overgezet.
De overgang naar het nieuwe systeem is maandenlang intensief voorbereid. Deze ICT-operatie is de grootste op z'n gebied die de Nederlandse gezondheidszorg ooit heeft gekend. Het gaat om extreem grote hoeveelheden gegevens (data) die worden overgeplaatst.
Het nieuwe dossier is ontworpen om patiënten nog beter van dienst te kunnen zijn. Het Erasmus MC verhuist medio 2018 naar een nieuw, innovatief en technologisch hoogwaardig ingericht ziekenhuis. Het elektronisch patiëntendossier is een voorbereiding op de nieuwe manier van werken in het nieuwe ziekenhuis, waarbij de patiënten meer regie krijgen. Zo kunnen zij in de toekomst zelf elektronisch 'inchecken' in het
Erasmus MC.
HiX sluit tevens aan bij een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Erasmus MC. Ten eerste wordt de aard van de aandoeningen van patiënten complexer. Zij bereiken hoge leeftijden, maar krijgen ook te maken met een veelvoud van ziekten. Dit vereist een goede samenwerking van diverse medische vakgebieden. Het nieuwe patiëntendossier voorziet beter in een goede verslaglegging van deze samenwerking.
Voortaan worden alle gegevens van de duizenden patiënten in het systeem HiX (van leverancier ChipSoft) geregistreerd. Bestaande data zijn inmiddels automatisch overgezet.
De overgang naar het nieuwe systeem is maandenlang intensief voorbereid. Deze ICT-operatie is de grootste op z'n gebied die de Nederlandse gezondheidszorg ooit heeft gekend. Het gaat om extreem grote hoeveelheden gegevens (data) die worden overgeplaatst.
Het nieuwe dossier is ontworpen om patiënten nog beter van dienst te kunnen zijn. Het Erasmus MC verhuist medio 2018 naar een nieuw, innovatief en technologisch hoogwaardig ingericht ziekenhuis. Het elektronisch patiëntendossier is een voorbereiding op de nieuwe manier van werken in het nieuwe ziekenhuis, waarbij de patiënten meer regie krijgen. Zo kunnen zij in de toekomst zelf elektronisch 'inchecken' in het
Erasmus MC.
HiX sluit tevens aan bij een aantal belangrijke ontwikkelingen in het Erasmus MC. Ten eerste wordt de aard van de aandoeningen van patiënten complexer. Zij bereiken hoge leeftijden, maar krijgen ook te maken met een veelvoud van ziekten. Dit vereist een goede samenwerking van diverse medische vakgebieden. Het nieuwe patiëntendossier voorziet beter in een goede verslaglegging van deze samenwerking.
vrijdag 30 juni 2017
PIJN app OLVG winnaar STZ-innovatiechallenge 2017
Van de 28 inzendingen voor de STZ-innovatiechallenge is de STZ-innovatie award tijdens de STZ themamiddag die in het teken stond van de kracht van de samenwerking tussen 26 topklinische opleidingsziekenhuizen, gewonnen door de PIJN app van het OLVG
Een onafhankelijke beoordelingscommissie van externe innovatie-experts heeft de 28 inzendingen na beoordeling op de criteria: innovativiteit, patiëntgerichtheid, betrokkenheid van zorgverleners, samenwerking, opschaalbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid, teruggebracht tot een top 10. In een 2e stemronde hebben de leden van de ALV STZ (bestuurders en dokters) hun stem uit mogen brengen op basis van de vragen:
-Welke innovatie krijgt mijn commitment voor implementatie in mijn ziekenhuis?
-Welke innovaties dragen het meeste bij aan het verbeteren van de zorg voor de patiënt?
-Welke innovaties lenen zich het meest voor opschaling binnen de STZ-ziekenhuizen?
De top drie, bestaande uit: de ‘PIJN app’ van het OLVG, de ‘Permanent Breast Seed Implant’ (PBSI) trial van het Franciscus Gasthuis & Vlietland en de ‘Zakkaartjes App’ van Interactive Studios in samenwerking met het Albert Schweitzer Ziekenhuis, heeft voor een publiek van meer dan 200 mensen uit STZ-ziekenhuizen op 22 juni een innovatiepitch gehouden. De beslissende stem lag deze middag bij de mensen die actief zijn in STZ netwerken. De meeste stemmen gingen naar het OLVG en zij ontvingen de STZ-innovatie award uit handen van Oscar Kneppers, oprichter van start-up academy Rockstart.
De STZ zich zal zich de komende periode in gaan zetten om tot opschaling van de winnende innovatie in zoveel mogelijk STZ-ziekenhuizen te komen zodat een grote groep patiënten voordeel van de innovatie kan hebben.
De PIJN app geeft patiënten een ‘tool’ waarmee zij betrokken kunnen zijn bij de behandeling van pijn. De applicatie staat in verbinding met het eigen patiëntendossier en er is direct contact mogelijk met de verpleegkundige die gealarmeerd wordt wanneer de patiënt ernstige pijn aangeeft. Door goede postoperatieve pijnstilling kan het aantal complicaties na een operatie aanzienlijk gereduceerd worden. De manier waarop nu echter pijn wordt gemeten, met een meetlatje door verpleegkundigen en artsen, werkt niet goed. Met de PIJN app kunnen patiënten zelf pijn registreren in het elektronisch patiënten dossier (EPD). Wanneer de patiënt ernstige pijn registreert, krijgt het pijnteam van de anesthesie een melding en kunnen zijn snel reageren met medicatie om de pijn te verlichten. De patiënt herstelt sneller én met minder complicaties.
STZ is de vereniging van voorhoedeziekenhuizen die samen werken aan betere patiëntenzorg. De 26 aangesloten ziekenhuizen onderscheiden zich door steeds de voorhoede positie te kiezen en de focus te leggen op de pijlers: wetenschap, topklinische zorg en opleiding. De STZ-ziekenhuizen werken in verschillende netwerken samen om binnen de ziekenhuizen het topklinisch klimaat te versterken en daardoor betere zorg voor de patiënt te bieden. Aangezien de ziekenhuizen zelf mee hebben bepaald wie de STZ-innovatie award 2017 in ontvangst heeft genomen, ontstaat de unieke kans om daadwerkelijk tot opschaling binnen de STZ te komen. Met de innovatiechallenge laat de STZ de innovatiekracht van STZ-ziekenhuizen zien.
Alle inzendingen samen geven een goed beeld van de manier waarop innovatie in STZ-ziekenhuizen georganiseerd is of kan worden. De STZ gaat dan ook dit jaar alle inzendingen weer bundelen in een STZ innovatie-uitgave om ervoor te zorgen dat de STZ-ziekenhuizen goede voorbeelden van elkaar overnemen en nog beter samen gaan werken aan betere zorg voor de patiënt.
Een onafhankelijke beoordelingscommissie van externe innovatie-experts heeft de 28 inzendingen na beoordeling op de criteria: innovativiteit, patiëntgerichtheid, betrokkenheid van zorgverleners, samenwerking, opschaalbaarheid, duurzaamheid en haalbaarheid, teruggebracht tot een top 10. In een 2e stemronde hebben de leden van de ALV STZ (bestuurders en dokters) hun stem uit mogen brengen op basis van de vragen:
-Welke innovatie krijgt mijn commitment voor implementatie in mijn ziekenhuis?
-Welke innovaties dragen het meeste bij aan het verbeteren van de zorg voor de patiënt?
-Welke innovaties lenen zich het meest voor opschaling binnen de STZ-ziekenhuizen?
De top drie, bestaande uit: de ‘PIJN app’ van het OLVG, de ‘Permanent Breast Seed Implant’ (PBSI) trial van het Franciscus Gasthuis & Vlietland en de ‘Zakkaartjes App’ van Interactive Studios in samenwerking met het Albert Schweitzer Ziekenhuis, heeft voor een publiek van meer dan 200 mensen uit STZ-ziekenhuizen op 22 juni een innovatiepitch gehouden. De beslissende stem lag deze middag bij de mensen die actief zijn in STZ netwerken. De meeste stemmen gingen naar het OLVG en zij ontvingen de STZ-innovatie award uit handen van Oscar Kneppers, oprichter van start-up academy Rockstart.
De STZ zich zal zich de komende periode in gaan zetten om tot opschaling van de winnende innovatie in zoveel mogelijk STZ-ziekenhuizen te komen zodat een grote groep patiënten voordeel van de innovatie kan hebben.
De PIJN app geeft patiënten een ‘tool’ waarmee zij betrokken kunnen zijn bij de behandeling van pijn. De applicatie staat in verbinding met het eigen patiëntendossier en er is direct contact mogelijk met de verpleegkundige die gealarmeerd wordt wanneer de patiënt ernstige pijn aangeeft. Door goede postoperatieve pijnstilling kan het aantal complicaties na een operatie aanzienlijk gereduceerd worden. De manier waarop nu echter pijn wordt gemeten, met een meetlatje door verpleegkundigen en artsen, werkt niet goed. Met de PIJN app kunnen patiënten zelf pijn registreren in het elektronisch patiënten dossier (EPD). Wanneer de patiënt ernstige pijn registreert, krijgt het pijnteam van de anesthesie een melding en kunnen zijn snel reageren met medicatie om de pijn te verlichten. De patiënt herstelt sneller én met minder complicaties.
STZ is de vereniging van voorhoedeziekenhuizen die samen werken aan betere patiëntenzorg. De 26 aangesloten ziekenhuizen onderscheiden zich door steeds de voorhoede positie te kiezen en de focus te leggen op de pijlers: wetenschap, topklinische zorg en opleiding. De STZ-ziekenhuizen werken in verschillende netwerken samen om binnen de ziekenhuizen het topklinisch klimaat te versterken en daardoor betere zorg voor de patiënt te bieden. Aangezien de ziekenhuizen zelf mee hebben bepaald wie de STZ-innovatie award 2017 in ontvangst heeft genomen, ontstaat de unieke kans om daadwerkelijk tot opschaling binnen de STZ te komen. Met de innovatiechallenge laat de STZ de innovatiekracht van STZ-ziekenhuizen zien.
Alle inzendingen samen geven een goed beeld van de manier waarop innovatie in STZ-ziekenhuizen georganiseerd is of kan worden. De STZ gaat dan ook dit jaar alle inzendingen weer bundelen in een STZ innovatie-uitgave om ervoor te zorgen dat de STZ-ziekenhuizen goede voorbeelden van elkaar overnemen en nog beter samen gaan werken aan betere zorg voor de patiënt.
donderdag 29 juni 2017
TNO’s printdroogtechnologie voorkomt over- en onderdosering medicijnen
Een meer gecontroleerde afgifte van actieve stoffen in medicijnen om over- en onderdosering te voorkomen. Met TNO’s printdroogtechnologie is dat mogelijk. Medio 2017 start een onderzoek, waarin experts bestaande medicijnen gaan beproeven. Bedrijven die benieuwd zijn in hoeverre de technologie voor hun product toepasbaar is, kunnen zich tot 1 juli bij het consortium aansluiten.
Ten opzichte van conventioneel sproeidrogen is printdrogen een echte innovatie te noemen. De printkop bovenin de droogtoren vormt op een heel gecontroleerde manier uniforme druppeltjes, die op weg naar beneden worden gedroogd. De resulterende deeltjes hebben uniforme eigenschappen voor wat betreft zowel grootte, sfericiteit, als dichtheid.
woensdag 28 juni 2017
Afsprakenplatform Doctena neemt Sanmax over
Doctena, een afsprakenplatform voor dokters, neemt het medische klantenbestand van Sanmax over. Het is voor het bedrijf al de vierde overname op twee jaar tijd. Het van oorsprong Luxemburgse platform nam eerder ook het Belgische DocBook en het Duitse Doxter over. Recent kwam daar nog het medische boekingssegment van het ook al Duitse Terminland bij.
Econocom digitaliseert 29 operatiekamers
Ziekenhuisgroep Chirec (Centre Hospitalier Interrégional Edith Cavell) doet een beroep op Econocom om 29 van zijn nieuwe operatiekamers te digitaliseren in het in aanbouw zijnde ziekenhuis Delta (Oudergem). Dat moet in december de deuren openen. Econocom wint de vorig jaar in september door ziekenhuisgroep Chirec uitgeschreven openbare aanbesteding om 29 operatiezalen te digitaliseren. Prijs-kwaliteit was de doorslaggevende factor in de keuze. In een digitale operatiezaal krijgen chirurgen een betere visuele ondersteuning met beelden in hoge en ultrahoge definitie die geprojecteerd worden op verschillende schermen.
dinsdag 27 juni 2017
Vijftien ziekenhuizen afgelopen drie jaar besmet met ransomware
Vijftien Nederlandse ziekenhuizen zijn de afgelopen drie jaar besmet geraakt met ransomware. Dat blijkt uit een rondgang van de NOS. Vorig jaar meldde demissionair minister Schippers nog dat de op dat moment bekende infecties bij ziekenhuizen niet voor grootschalige uitval of verstoring hadden gezorgd. Bij één van de ziekenhuizen werden 75 computers geïnfecteerd met ransomware. De getroffen ziekenhuizen zeggen het gevraagde losgeld niet te hebben betaald, omdat ze over back-ups beschikten.
maandag 26 juni 2017
Nieuwe app I-ACT activeert mensen na depressie
Actief blijven, dat is het beste medicijn op lange termijn wanneer je een depressie hebt gehad. Docent-onderzoekers en studenten van de Hogeschool van Amsterdam (HvA) hebben samen met de afdeling Stemmingsstoornissen van het Academisch Medisch Centrum (AMC) de nieuwe app I-ACT ontwikkeld, die mensen hierbij moet ondersteunen. De app I-ACT is vanaf deze week voor zowel iPhone als Android te downloaden.
De app I-ACT is gebaseerd op een combinatie van ergotherapie en gedragsactivatie. De app is uniek, omdat deze volledig is gebaseerd op de behoeften van patiënten- iets dat niet geldt voor soortgelijke apps. De I-ACT is namelijk gemaakt met de input van patiënten van de AMC-afdeling Stemmingsstoornissen, die daar voor een depressie zijn behandeld.
De app is het resultaat van een vierjarig project van studenten en docenten van de HvA-opleiding Ergotherapie, de minor Zorgtechnologie en studenten HBO-ICT. De opdracht was om met de AMC-afdeling een zelfmanagement-instrument te ontwikkelen, dat (ex-)patiënten ondersteunt bij het ondernemen van activiteiten, om zo een depressieve terugval te helpen voorkomen.
HvA-studenten Ergotherapie, HBO-ICT en Fysiotherapie hebben patiënten van de afdeling Stemmingsstoornissen van het AMC in die vier jaar regelmatig geïnterviewd. De patiënten gebruikten een testversie van de app. Op basis van de feedback van de patiënten hebben de studenten in kaart gebracht welke functies de app wel en niet moet hebben. De huidige I-ACT-app is het eindresultaat.
De app I-ACT is gebaseerd op een combinatie van ergotherapie en gedragsactivatie. De app is uniek, omdat deze volledig is gebaseerd op de behoeften van patiënten- iets dat niet geldt voor soortgelijke apps. De I-ACT is namelijk gemaakt met de input van patiënten van de AMC-afdeling Stemmingsstoornissen, die daar voor een depressie zijn behandeld.
De app is het resultaat van een vierjarig project van studenten en docenten van de HvA-opleiding Ergotherapie, de minor Zorgtechnologie en studenten HBO-ICT. De opdracht was om met de AMC-afdeling een zelfmanagement-instrument te ontwikkelen, dat (ex-)patiënten ondersteunt bij het ondernemen van activiteiten, om zo een depressieve terugval te helpen voorkomen.
HvA-studenten Ergotherapie, HBO-ICT en Fysiotherapie hebben patiënten van de afdeling Stemmingsstoornissen van het AMC in die vier jaar regelmatig geïnterviewd. De patiënten gebruikten een testversie van de app. Op basis van de feedback van de patiënten hebben de studenten in kaart gebracht welke functies de app wel en niet moet hebben. De huidige I-ACT-app is het eindresultaat.
vrijdag 23 juni 2017
Longfonds werft voor UT-onderzoek long-op-een-chip
Het Longfonds (voorheen het Astma Fonds) werft in Nederland voor baanbrekend onderzoek: long-op-een-chip. Onderzoekers van de Universiteit Twente werken samen met onderzoekers van de universiteiten van Leiden en Rotterdam aan dit long-op-een-chip onderzoek. Het doel is longweefsel te kweken op een chip. Op deze miniatuurversie kunnen onderzoekers bijvoorbeeld medicijnen testen om beschadigde longen te repareren. Het gaat om kostbaar onderzoek en het Longfonds is daarvoor voortdurend op zoek naar donateurs die dit werk willen steunen.
Het Longfonds steunt lopende onderzoeken op het gebied van longreparatie onder meer door via huis-aan-huis donateurs te werven, ook in de omgeving van Enschede. Op de site van het fonds is te vinden waar huis-aan-huis werving deze week precies plaatsvindt in Nederland: https://www.longfonds.nl/help-mee/help-met-geld/huis-aan-huis.
donderdag 22 juni 2017
Philips investeert in hersenscanapparatuur
Philips breidt het productaanbod van medische apparatuur en software uit met technologie waarmee elektrische hersenactiviteit kan worden gemeten en beoordeeld. Daarvoor neemt het elektronicaconcern het Amerikaanse bedrijf Electric Geodesics Inc (EGI) over. Met deze technologie kan Philips artsen een completer beeld bieden van de hersenen van een patiënt dan nu nog het geval is. Dat kan van pas komen bij de behandeling van neurologische aandoeningen, zoals beroertes, epilepsie, hersenbeschadiging na een ongeval en de ziekte van Parkinson.
Schippers: Eenduidige codering medische hulpmiddelen
Verschillende partijen in de zorg hebben afspraken gemaakt over eenduidige codering van medische hulpmiddelen. Deze codering maakt elektronisch scannen mogelijk zodat altijd duidelijk is bij welke patiënt welk medisch hulpmiddel is gebruikt. Dat is belangrijk omdat daarmee de patiëntveiligheid verbetert. De afspraken zijn tot stand gekomen op verzoek en onder regie van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Minister Schippers: “Ik ben blij dat het partijen gelukt is goede afspraken te maken. Dat is goed voor de patiënt en veiligheid in de zorg in Nederland”. Nu komt het nog voor dat er geen gestandaardiseerde code, of helemaal geen code op een medisch hulpmiddel staat, daardoor kan er niet goed gescand worden. De nieuwe afspraken sluiten goed aan op de registratie in het Landelijk Implantaten Register en lopen vooruit op de nieuwe Europese regels voor medische hulpmiddelen.
Minister Schippers: “Ik ben blij dat het partijen gelukt is goede afspraken te maken. Dat is goed voor de patiënt en veiligheid in de zorg in Nederland”. Nu komt het nog voor dat er geen gestandaardiseerde code, of helemaal geen code op een medisch hulpmiddel staat, daardoor kan er niet goed gescand worden. De nieuwe afspraken sluiten goed aan op de registratie in het Landelijk Implantaten Register en lopen vooruit op de nieuwe Europese regels voor medische hulpmiddelen.
De afspraken zijn ondertekend door verschillende partijen in de zorg: Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (Nfu), Zelfstandige klinieken Nederland (ZKN), Federatie van Technologiebranches (FHI), Ondernemersorganisatie voor de technologische industrie (FME) en de belangenorganisatie van producenten, importeurs en handelaren van medische hulpmiddelen, Nefemed. Daarmee is de hele keten betrokken van productie tot gebruik bij de patiënt.
De invoering van de eenduidige codering gebeurt gefaseerd, uitgangspunt is de lijst van implantaten die ook gehanteerd wordt voor het Landelijk Implantaten Register. De ingangsdatum is 1 juli 2018, vanaf september 2018 wordt de lijst verder uitgebreid. Het afsprakendocument met voorbeelden uit de praktijk wordt gepubliceerd op www.vmszorg.nl
woensdag 21 juni 2017
Validatie sterilisatie chirurgische instrumenten in ziekenhuizen verbeterd
Voor een veilig (her)gebruik van chirurgische instrumenten in ziekenhuizen moeten ze na gebruik worden gereinigd, onderhouden, verpakt en gesteriliseerd in stoomsterilisatoren. Jaarlijks wordt gecontroleerd of deze sterilisatoren goed werken. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat betrokken vakverenigingen en validatiebedrijven sinds het vorige RIVM onderzoek acties in gang hebben gezet om de validaties te verbeteren.
In 2013 constateerde het RIVM tekortkomingen bij deze validaties. Sindsdien is een nieuwe veldnorm opgesteld, aan de hand waarvan ziekenhuizen en zelfstandige klinieken een goed en compleet programma van eisen voor de validatie kunnen opstellen. Volgens het RIVM zal een brede invoering van deze veldnorm leiden tot betere en meer uniforme uitvoering van de validaties.
In de werkwijze van de verschillende validatiebedrijven worden nog aanzienlijke verschillen waargenomen. Ook blijkt dat fabrikanten en leveranciers van stoomsterilisatoren niet alle informatie leveren die nodig is voor de validatie. Ze tonen geen compleet overzicht van de processpecificaties. Ook geven ze niet concreet aan voor welk type medische hulpmiddelen de sterilisator geschikt is. Deze zaken zijn nodig om de validatiemetingen goed te kunnen beoordelen.
In 2013 constateerde het RIVM tekortkomingen bij deze validaties. Sindsdien is een nieuwe veldnorm opgesteld, aan de hand waarvan ziekenhuizen en zelfstandige klinieken een goed en compleet programma van eisen voor de validatie kunnen opstellen. Volgens het RIVM zal een brede invoering van deze veldnorm leiden tot betere en meer uniforme uitvoering van de validaties.
In de werkwijze van de verschillende validatiebedrijven worden nog aanzienlijke verschillen waargenomen. Ook blijkt dat fabrikanten en leveranciers van stoomsterilisatoren niet alle informatie leveren die nodig is voor de validatie. Ze tonen geen compleet overzicht van de processpecificaties. Ook geven ze niet concreet aan voor welk type medische hulpmiddelen de sterilisator geschikt is. Deze zaken zijn nodig om de validatiemetingen goed te kunnen beoordelen.
dinsdag 20 juni 2017
WisDoc vertelt je wie de beste dokter is
Het begon allemaal nogal persoonlijk. Eén van de vier oprichters van WisDoc leed aan de Ziekte van Crohn en onderging een zware medische ingreep op aanraden van zijn geneesheer. Pas nadien liep hij een specialist ter zake tegen het lijf die hem vertelde hoe dat allemaal niet nodig was geweest. "Was het niet handig geweest, als hij vooraf op zoek was kunnen gaan naar een arts die echt beslagen was in zijn specifieke aandoening?", vraagt Pirard af. En zo ontstond WisDoc, een platform waarop patiënten hun ervaring met hun dokter kunnen beoordelen. "We laten vier aspecten waarderen", zegt Pirard: "beschikbaarheid, luisterbereidheid, de kwaliteit van de uitleg over de aandoening en de behandeling, en de eventuele opvolging bij chronische problemen."
maandag 19 juni 2017
Dimension Data levert netwerk Ziekenhuis Maas en Kempen
In het gloednieuwe Limburgse Ziekenhuis Maas & Kempen is het Dimension Data dat het volledige netwerk mag opzetten. Met het project is een bedrag van een miljoen euro gemoeid. Het Ziekenhuis Maas & Kempen opent in september de deuren en bundelt de activiteiten van de campussen in Bree en Maaseik op een nieuwe locatie in Maaseik. Ict-integrator Dimension Data neemt er het volledige netwerkontwerp voor zijn rekening, zowel het bekabelde (LAN) als draadloze deel.
vrijdag 16 juni 2017
MIT’s slimme tattoo meet je bloedsuikerwaarde
Diabetici moeten constant hun bloedsuikerwaardes in de gaten houden om te voorkomen dat ze bijvoorbeeld een levensgevaarlijke hypo krijgen. Daardoor zijn ze veroordeeld tot het altijd meedragen van een prikpen en een kastje dat het bloedsuikerniveau kan aflezen van een druppel bloed. Onderzoekers van het MIT ontwikkelden een slimme tatoeage die van kleur verandert zodra er fluctuaties in de lichaamsvloeistoffen worden geconstateerd.
Drone brengt medicijnen rond in ziekenhuis
Studenten van de TU Eindhoven hebben donderdag in het Máxima Medisch Centrum een door henzelf ontwikkelde drone gepresenteerd die het ziekenhuis moet gaan helpen met het afleveren van medicijnen en het vervoeren van bloedsamples. Het gaat om de Blue Jay, een zogenoemde domestic drone die op eigen kracht door het ziekenhuis vliegt en opdrachten kan uitvoeren.
woensdag 14 juni 2017
De beste gezondheidsfuncties in iOS 11 en watchOS 4
Bij gezondheid en sport denk je misschien aan de Apple Watch, maar ook in iOS 11 zitten nieuwe gezondheidsfuncties. Vaak werken ze wel samen met de Apple Watch, die in watchOS 4 ook de nodige verbeteringen krijgt. Apple synchroniseert in iOS 11 meer data met iCloud. Dat geldt bijvoorbeeld voor je iMessage-berichten, maar ook voor apps die gebruik maken van HealthKit. Alle data wordt bewaard in iCloud.
Onderzoekers ontwikkelen robotvriendje om kinderen met kanker bij te staan
Een onderzoeksteam geleid door het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) in Amsterdam gaat onderzoek doen naar het inzetten van robots om kinderen met kanker emotioneel bij te staan. De robots moeten een persoonlijk, sociaal vriendje voor de kinderen zijn op momenten dat de ouders er niet bij kunnen zijn. Het project 'Improving Childhood Cancer Care when Parents Cannot be There' wordt gefinancierd door het KWF Kankerfonds, voormalig Stichting STW (nu: NWO TTW) en het TKI Life Sciences & Health en medegefinancierd door 4 bedrijfspartners. Het project werd eerder dit jaar in gang gezet bij TU Delft; in de zomer en het najaar van 2017 volgen respectievelijk CWI en AMC.
In Nederland zijn ieder jaar ongeveer 800 kinderen onder behandeling voor kanker. Dit is voor hen vaak een stressvolle en angstige ervaring. Behandelingen waarbij familie niet aanwezig mag zijn, bijvoorbeeld vanwege stralingsgevaar, moeten zij alleen doorstaan. De stress die de kinderen hierbij ervaren kan de behandeling bemoeilijken, en kan voor het kind een traumatische ervaring zijn met nadelige psychologische effecten op lange termijn. Het onderzoeksteam wil deze stress verminderen door voor deze kinderen een robotvriendje te ontwikkelen. Deze robot kan altijd bij het kind blijven, ook als de ouders er niet bij zijn. Hij bereidt het kind voor op de medische ingrepen, bepaalt de emotionele toestand van het kind en leidt het kind af met spelletjes en gesprekjes om het verdriet en de angst te verminderen.
Om dit te realiseren is grensverleggend onderzoek nodig op het gebied van mens-robotinteractie en machine learning, zegt onderzoeksleider Peter Bosman van het CWI. Zo moeten op het gebied van het herkennen van emoties bij kinderen nieuwe resultaten behaald worden om onze doelen te realiseren. Ook moet de robot voor het kind interessant blijven, dus zijn gedrag moet aangepast kunnen worden op de behoeften van het kind en moet niet in herhaling vallen.
Het CWI gaat met bedrijfspartner ASolutions de software trainen met audio en video om de emotionele toestand van het kind af te leiden uit de gezichtsuitdrukkingen, spraak en bewegingen van kinderen. De TU Delft gaat met bedrijfspartners ASolutions, Focal Meditech, Cancer Health Coach en Brocacef vernieuwende mens-robotinteractiesoftware ontwikkelen. Het Emma Kinderziekenhuis AMC (EKZ), het Prinses Maxima Centrum (PMC) en de Vereniging Ouders, Kinderen & Kanker (VOKK) verzorgen de input vanuit de praktijk en zijn nauw betrokken bij het ontwikkelen en testen van de robot. De beide centra gaan de robot testen bij kinderen met kanker en de impact van het robotvriendje op korte en lange termijn meten door de ouders en kinderen te observeren en te vragen naar hun ervaringen.
Het project Improving Childhood Cancer Care when Parents Cannot be Thereâ is onderdeel van het STW-KWF programma Technology for Oncology van voormalig Stichting STW en KWF Kankerbestrijding, waarbij het TKI Life Sciences & Health het budget verdubbelt. Het programma daagt technische en medische wetenschappers uit om nieuwe samenwerkingen aan te gaan met elkaar en met bedrijven. Dat moet leiden tot technische innovaties voor de preventie en behandeling van kanker.
In Nederland zijn ieder jaar ongeveer 800 kinderen onder behandeling voor kanker. Dit is voor hen vaak een stressvolle en angstige ervaring. Behandelingen waarbij familie niet aanwezig mag zijn, bijvoorbeeld vanwege stralingsgevaar, moeten zij alleen doorstaan. De stress die de kinderen hierbij ervaren kan de behandeling bemoeilijken, en kan voor het kind een traumatische ervaring zijn met nadelige psychologische effecten op lange termijn. Het onderzoeksteam wil deze stress verminderen door voor deze kinderen een robotvriendje te ontwikkelen. Deze robot kan altijd bij het kind blijven, ook als de ouders er niet bij zijn. Hij bereidt het kind voor op de medische ingrepen, bepaalt de emotionele toestand van het kind en leidt het kind af met spelletjes en gesprekjes om het verdriet en de angst te verminderen.
Om dit te realiseren is grensverleggend onderzoek nodig op het gebied van mens-robotinteractie en machine learning, zegt onderzoeksleider Peter Bosman van het CWI. Zo moeten op het gebied van het herkennen van emoties bij kinderen nieuwe resultaten behaald worden om onze doelen te realiseren. Ook moet de robot voor het kind interessant blijven, dus zijn gedrag moet aangepast kunnen worden op de behoeften van het kind en moet niet in herhaling vallen.
Het CWI gaat met bedrijfspartner ASolutions de software trainen met audio en video om de emotionele toestand van het kind af te leiden uit de gezichtsuitdrukkingen, spraak en bewegingen van kinderen. De TU Delft gaat met bedrijfspartners ASolutions, Focal Meditech, Cancer Health Coach en Brocacef vernieuwende mens-robotinteractiesoftware ontwikkelen. Het Emma Kinderziekenhuis AMC (EKZ), het Prinses Maxima Centrum (PMC) en de Vereniging Ouders, Kinderen & Kanker (VOKK) verzorgen de input vanuit de praktijk en zijn nauw betrokken bij het ontwikkelen en testen van de robot. De beide centra gaan de robot testen bij kinderen met kanker en de impact van het robotvriendje op korte en lange termijn meten door de ouders en kinderen te observeren en te vragen naar hun ervaringen.
Het project Improving Childhood Cancer Care when Parents Cannot be Thereâ is onderdeel van het STW-KWF programma Technology for Oncology van voormalig Stichting STW en KWF Kankerbestrijding, waarbij het TKI Life Sciences & Health het budget verdubbelt. Het programma daagt technische en medische wetenschappers uit om nieuwe samenwerkingen aan te gaan met elkaar en met bedrijven. Dat moet leiden tot technische innovaties voor de preventie en behandeling van kanker.
dinsdag 13 juni 2017
Medische internetinformatie zet consumenten mogelijk op verkeerde been
Uit een praktijkproef van de Consumentenbond blijkt dat het niet eenvoudig is om de juiste medische diagnose te stellen op basis van informatie op het internet. Eén op de vijf deelnemers komt met hun zoekopdracht op een verkeerde aandoening uit.
Na een zoektocht op internet diagnosticeren sommige van de 115 panelleden het Carpale tunnelsyndroom (geeft tintelingen in vingers, krachtverlies en soms pijn) onterecht als artrose, een tennisarm en zelfs de ziekte van Parkinson of de eerste verschijnselen van multiple sclerose. Ook bij een onschuldige draaiduizeligheid, veroorzaakt door een soort gruis in het evenwichtsorgaan (BPPD) komen de proefpersonen op allerlei foutieve diagnoses uit zoals lage bloeddruk, zuurstoftekort en een alcoholprobleem.
Wie medische informatie niet goed interpreteert of verkeerde adviezen aantreft op internet, kan de ernst van de situatie onderschatten. Patiënten kunnen zelf op een verkeerde manier aan het dokteren slaan in plaats van een arts te bezoeken. Het is daarom belangrijk om betrouwbare medische sites te raadplegen.
Meer dan 4500 panelleden (80%) van de Consumentenbond (18-96 jaar) gebruikt internet als bron van medische informatie. 57% doet dat om erachter te komen wat zij zelf aan bepaalde klachten kunnen doen. Anderen willen meer weten over bepaalde behandelingen (44%) of het gebruik van geneesmiddelen (34%). Ook ervaringen lezen van anderen is voor velen reden om het internet op te gaan (30%).
Ruim een kwart van de panelleden besluit hun probleem zelf op te lossen met zelfzorgmiddelen of door hun leefstijl aan te passen. Op basis van de gevonden informatie gaat 1 op de 3 panelleden naar de huisarts en vertellen de huisarts ook over de zoektocht op internet. Maar liefst 80% van hen kreeg een positieve reactie van de huisarts. Slechts 5% van de patiënten krijgt een negatieve reactie van de arts.
De Consumentenbond deed dit onderzoek in samenwerking met de faculteit Huisartsengeneeskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De onderzoekers van deze faculteit zullen de resultaten verder analyseren en in een wetenschappelijk tijdschrift publiceren.
Na een zoektocht op internet diagnosticeren sommige van de 115 panelleden het Carpale tunnelsyndroom (geeft tintelingen in vingers, krachtverlies en soms pijn) onterecht als artrose, een tennisarm en zelfs de ziekte van Parkinson of de eerste verschijnselen van multiple sclerose. Ook bij een onschuldige draaiduizeligheid, veroorzaakt door een soort gruis in het evenwichtsorgaan (BPPD) komen de proefpersonen op allerlei foutieve diagnoses uit zoals lage bloeddruk, zuurstoftekort en een alcoholprobleem.
Wie medische informatie niet goed interpreteert of verkeerde adviezen aantreft op internet, kan de ernst van de situatie onderschatten. Patiënten kunnen zelf op een verkeerde manier aan het dokteren slaan in plaats van een arts te bezoeken. Het is daarom belangrijk om betrouwbare medische sites te raadplegen.
Meer dan 4500 panelleden (80%) van de Consumentenbond (18-96 jaar) gebruikt internet als bron van medische informatie. 57% doet dat om erachter te komen wat zij zelf aan bepaalde klachten kunnen doen. Anderen willen meer weten over bepaalde behandelingen (44%) of het gebruik van geneesmiddelen (34%). Ook ervaringen lezen van anderen is voor velen reden om het internet op te gaan (30%).
Ruim een kwart van de panelleden besluit hun probleem zelf op te lossen met zelfzorgmiddelen of door hun leefstijl aan te passen. Op basis van de gevonden informatie gaat 1 op de 3 panelleden naar de huisarts en vertellen de huisarts ook over de zoektocht op internet. Maar liefst 80% van hen kreeg een positieve reactie van de huisarts. Slechts 5% van de patiënten krijgt een negatieve reactie van de arts.
De Consumentenbond deed dit onderzoek in samenwerking met de faculteit Huisartsengeneeskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). De onderzoekers van deze faculteit zullen de resultaten verder analyseren en in een wetenschappelijk tijdschrift publiceren.
maandag 12 juni 2017
Oratie: ‘Kunstorganen gaan falende organen vervangen’
Kunstmatige organen van biomaterialen en levende cellen zullen in de nabije toekomst falende menselijke organen vervangen. Hierdoor worden behandeltechnieken als nierdialyse overbodig en hoeven patiënten niet meer jaren te wachten op een donororgaan. Dat verwacht prof. dr. Dimitrios Stamatialis, hoogleraar (Bio)artificial organs van de Universiteit Twente.
Stamatialis, die op donderdag 8 juni zijn intreerede houdt als hoogleraar van de nieuwe leerstoel, werkt met zijn onderzoeksgroep aan de ontwikkeling van een draagbare kunstnier. Het doel op langere termijn is een implanteerbare kunstnier met levende niercellen. Verder zijn de Twentse wetenschappers bezig met de ontwikkeling van een kunstmatige alvleesklier (voor diabetespatiënten) en kunstlongen (voor COPD-patiënten) met biologische cellen.
Het aantal patiënten met falende organen neemt wereldwijd snel toe. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie WHO is het aantal mensen met diabetes type 2 sinds 1980 bijna verviervoudigd. In 2015 stierven 3 miljoen mensen aan de longziekte COPD. Het aantal patiënten met een nieraandoening ligt met 350.000 tot 3 miljoen weliswaar lager, maar de kosten voor behandeling zijn hoog. Nierdialyse in Nederland bijvoorbeeld kost 90.000 euro per patiënt per jaar.
Transplantatie zou in de meeste gevallen de beste optie zijn, maar de wachttijden voor een donororgaan zijn lang. In Nederland moeten patiënten gemiddeld vier jaar wachten op een nieuwe nier of alvleesklier. Complicerende factoren zijn dat een donornier niet geschikt is voor elke patiënt en dat een alvleesklier pas beschikbaar is na het overlijden van de donor. De situatie is onhoudbaar, vindt Stamatialis. ,,Er is dringend behoefte aan kunstmatige organen die falende organen van patiënten ondersteunen of vervangen.”
Onderzoekers van de nieuwe leerstoel (Bio)artificial organs, onderdeel van UT-onderzoeksinstituut MIRA, werken momenteel aan een compact dialyseapparaat, waarmee nierpatiënten zelf kunnen dialyseren op een door hen gekozen plaats en tijdstip. Binnen afzienbare tijd vinden de eerste klinische proeven plaats met deze draagbare apparatuur. Daarnaast zijn de Twentse wetenschappers bezig om de dialysetechnologie aanzienlijk te verbeteren. De bestaande dialysemethode verwijdert alleen kleine, in het bloed opgeloste afvalstoffen uit het bloed. Dat komt overeen met 10 tot 15% van de zuiverende werking van een gezonde nier. Nieuwe filtratietechnologie zorgt ervoor dat ook grotere, aan eiwitten in het bloed gebonden afvalstoffen worden verwijderd.
Voor diabetespatiënten is de komende jaren eveneens een doorbraak te verwachten. De leerstoel (Bio)artificial organs van de Universiteit Twente werkt aan een kunstmatige alvleesklier op zakformaat, die in staat is om de bloedglucosespiegel te reguleren. Patiënten hoeven dan niet meer zelf meerdere keren per dag insuline te spuiten.
De Universiteit Twente werkt bij de ontwikkeling van kunstorganen nauw samen met medische centra in binnen- en buitenland (Utrecht, Maastricht, Nijmegen, Leiden, Groningen en Gent). Naast wetenschapsfondsen dragen patiëntenorganisaties als de Nierstichting, Longfonds en JDRF (diabetes) financieel bij aan de onderzoeken. Het bedrijfsleven, vooral de farmaceutische industrie, blijft achter. ,,Sommige bedrijven richten zich meer op de winstgevendheid op de korte termijn dan op de ondersteuning van innovatieve projecten voor de lange termijn”, zegt Stamatialis. ,,Een van mijn belangrijkste taken als hoogleraar is om ook de industrie te bereiken en onze ideeën meer bekendheid te geven.”
vrijdag 9 juni 2017
Geneesmiddelen op maat met de ‘Bionexpresso’
In het huidige farmaceutische model gaat het niet lukken geneesmiddelen op maat – personalized medicine - voor een individuele patiënt te ontwikkelen. Dat duurt te lang en is te duur. Een doorbraak is mogelijk door ontwikkeling en productie naast het ziekbed, omdat voor producten daarvan geen langdurige en kostbare toelatingsprocedure nodig is. Dit stelt prof. Huub Schellekens van de Universiteit Utrecht in een publicatie die deze week verschijnt in het gezaghebbende wetenschappelijke tijdschrift Nature Biotechnology. In een editorial gewijd aan de publicatie, onderschrijft het tijdschrift het belang van zijn concept.
Groot voordeel van het maken van een geneesmiddel op doktersvoorschrift voor een individuele patiënt is dat dit onder de zogeheten magistrale bereiding valt. Dit betekent dat voor die medicijnen geen markttoelating hoeft te worden aangevraagd. Zo’n markttoelating is kostbaar en vraagt een beoordelingsprocedure van jaren. Veel te lang voor een patiënt met een ernstige ziekte die een medicijn op maat nodig heeft, constateert Huub Schellekens, hoogleraar Farmaceutische Biotechnologie aan de Universiteit Utrecht.
“Het huidige farmaceutische systeem is te gecompliceerd, te duur, te tijdrovend en te inflexibel om te voorzien in op maat gemaakte geneesmiddelen voor individuele patiënten”, aldus Schellekens. “In de tweede helft van de 20ste eeuw zijn vooral medicijnen voor grote groepen patiënten ontwikkeld. Nu de octrooien daarvan zijn afgelopen, richten farmaceutische bedrijven zich op geneesmiddelen voor zeldzame ziekten en op andere medicijnen voor kleine groepen patiënten, zoals kanker en chronische ziekten. De prijzen hiervan zijn echter hoog, meer dan € 100.000 per behandeling is geen uitzondering meer. Magistrale bereiding van deze geneesmiddelen biedt de mogelijkheid geneesmiddelen zowel goedkoper als meer op maat te produceren.”
In hun onderzoek richten Schellekens en zijn collega’s zich op biomoleculen, zoals eiwitten. Deze worden meestal gemaakt door levende cellen. Voor de relatief kleine hoeveelheid cellen nodig voor de behandeling van één patiënt, gebruiken ze bestaande apparatuur. De meeste ziekenhuisapotheken beschikken nog niet over deze expertise en apparatuur. Schellekens voorziet echter een technologische ontwikkeling tot gemakkelijk te bedienen, veilige ‘Bionexpresso’-apparaten.
Elke apotheek
Met zo’n Bionexpresso-apparaat zou uiteindelijk elke apotheek ieder recept van een biologisch geneesmiddel-op-maat kunnen maken. Op de lange termijn bovendien naast biolologische ook andere geneesmiddelen. “Magistrale productie zal echter niet het farmaceutisch bedrijfsleven overbodig maken. Grootschalige productie en distributie van standaard geneesmiddelen zal noodzakelijk blijven”, voegt Schellekens wel toe.
Op dit moment werkt hij in samenwerking met andere onderzoekers aan een ‘proof of principle’ van de magistrale bereiding in de apotheek. De resultaten hiervan worden op z’n vroegst in de loop van volgend jaar verwacht. Om te kunnen garanderen dat de medicijnen aan de hoogste kwaliteit en veiligheid voldoen, is tijd nodig. Toch is het concept van Schellekens volgens Nature Biotechnology een belangrijke eerste stap richting het waarmaken van de belofte van personalized medicine. “Want…,” besluit het editiorial, “magistrale productie heeft een belangrijke bondgenoot: diegene (die de hoge medicijnprijzen) betalen zullen het heel aantrekkelijk vinden.”
Zorgverzekeraars CZ, Zilveren Kruis en Menzis dragen bij als financier van de ‘proof of principle’ van magistrale bereiding in de apotheek. Zij beschouwen het als een veelbelovend concept. De zorgverzekeraars en universiteit hebben elkaar gevonden in een gezamenlijk belang: goede, betaalbare medicijnen.
Groot voordeel van het maken van een geneesmiddel op doktersvoorschrift voor een individuele patiënt is dat dit onder de zogeheten magistrale bereiding valt. Dit betekent dat voor die medicijnen geen markttoelating hoeft te worden aangevraagd. Zo’n markttoelating is kostbaar en vraagt een beoordelingsprocedure van jaren. Veel te lang voor een patiënt met een ernstige ziekte die een medicijn op maat nodig heeft, constateert Huub Schellekens, hoogleraar Farmaceutische Biotechnologie aan de Universiteit Utrecht.
“Het huidige farmaceutische systeem is te gecompliceerd, te duur, te tijdrovend en te inflexibel om te voorzien in op maat gemaakte geneesmiddelen voor individuele patiënten”, aldus Schellekens. “In de tweede helft van de 20ste eeuw zijn vooral medicijnen voor grote groepen patiënten ontwikkeld. Nu de octrooien daarvan zijn afgelopen, richten farmaceutische bedrijven zich op geneesmiddelen voor zeldzame ziekten en op andere medicijnen voor kleine groepen patiënten, zoals kanker en chronische ziekten. De prijzen hiervan zijn echter hoog, meer dan € 100.000 per behandeling is geen uitzondering meer. Magistrale bereiding van deze geneesmiddelen biedt de mogelijkheid geneesmiddelen zowel goedkoper als meer op maat te produceren.”
In hun onderzoek richten Schellekens en zijn collega’s zich op biomoleculen, zoals eiwitten. Deze worden meestal gemaakt door levende cellen. Voor de relatief kleine hoeveelheid cellen nodig voor de behandeling van één patiënt, gebruiken ze bestaande apparatuur. De meeste ziekenhuisapotheken beschikken nog niet over deze expertise en apparatuur. Schellekens voorziet echter een technologische ontwikkeling tot gemakkelijk te bedienen, veilige ‘Bionexpresso’-apparaten.
Elke apotheek
Met zo’n Bionexpresso-apparaat zou uiteindelijk elke apotheek ieder recept van een biologisch geneesmiddel-op-maat kunnen maken. Op de lange termijn bovendien naast biolologische ook andere geneesmiddelen. “Magistrale productie zal echter niet het farmaceutisch bedrijfsleven overbodig maken. Grootschalige productie en distributie van standaard geneesmiddelen zal noodzakelijk blijven”, voegt Schellekens wel toe.
Op dit moment werkt hij in samenwerking met andere onderzoekers aan een ‘proof of principle’ van de magistrale bereiding in de apotheek. De resultaten hiervan worden op z’n vroegst in de loop van volgend jaar verwacht. Om te kunnen garanderen dat de medicijnen aan de hoogste kwaliteit en veiligheid voldoen, is tijd nodig. Toch is het concept van Schellekens volgens Nature Biotechnology een belangrijke eerste stap richting het waarmaken van de belofte van personalized medicine. “Want…,” besluit het editiorial, “magistrale productie heeft een belangrijke bondgenoot: diegene (die de hoge medicijnprijzen) betalen zullen het heel aantrekkelijk vinden.”
Zorgverzekeraars CZ, Zilveren Kruis en Menzis dragen bij als financier van de ‘proof of principle’ van magistrale bereiding in de apotheek. Zij beschouwen het als een veelbelovend concept. De zorgverzekeraars en universiteit hebben elkaar gevonden in een gezamenlijk belang: goede, betaalbare medicijnen.












































