Astma bij kinderen is onvoorspelbaar. Het ene moment rent een kind zorgeloos over het voetbalveld, het volgende moment is het te benauwd om mee te doen. Wat als een slim AI-model kan voorspellen wanneer het misgaat? In het MST bouwen onderzoekers aan PREVENT: een dashboard dat ouders en artsen helpt om astma-aanvallen voor te zijn.
Ongeveer 7% van de Nederlandse kinderen heeft astma en bij een deel van hen blijft de ziekte instabiel ondanks medicatie. Wanneer slaat het om? Welke factoren spelen mee? "Dat is voor ons als artsen soms ook lastig te doorgronden", zegt dr. Mattiènne van der Kamp, technisch geneeskundige bij MST, Reggeborgh Research Fellow en hoofdonderzoeker van het PREVENT-project.
PREVENT is een samenwerking tussen het MST, Ziekenhuisgroep Twente, het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (TechMed Centrum) en het bedrijf Evidencio. De Pioneers in Health Care-voucher maakte het mogelijk om het project op te starten en de AI-technieken te ontwikkelen.
“De huidige astmazorg sluit niet altijd goed aan bij het grillige karakter van de ziekte,” legt Van der Kamp uit. “Kinderen komen een paar keer per jaar op de poli, waar we vooral terugkijken: hoe ging het de afgelopen maanden? Maar astma komt in vlagen en tussen twee bezoeken door kan er van alles gebeuren.” Daarbij komt dat veel kinderen benauwdheid slecht aanvoelen, waardoor een verslechtering soms te laat wordt opgemerkt. De longfunctie kan dan al zo ver gedaald zijn dat een ziekenhuisopname nodig is.
donderdag 29 januari 2026
donderdag 22 januari 2026
Slimme ring herkent migraine
Ultrahuman werkt samen met Click Therapeutics aan een nieuwe functie voor de Ultrahuman Ring Air die migraineaanvallen vroegtijdig kan signaleren. Dankzij de functie, genaamd Migraine PowerPlug, analyseert de software gezondheidsdata zoals slaapkwaliteit, hartslagvariatie, stressniveaus en beweging om afwijkingen te herkennen die kunnen duiden op een naderende migraineaanval.
De slimme ring, weet Bright, hoeft zelf niet letterlijk pijn te voelen om je te waarschuwen: op basis van patronen in je fysiologische gegevens kan de functie voorspellen wanneer je mogelijk een aanval krijgt. Daarnaast geeft de tool ook inzicht in mogelijke triggers en tips om migraine te verminderen of te voorkomen. Click Therapeutics, een gespecialiseerde en medisch geaccrediteerde partij op het gebied van migraine‑software, werkt mee aan deze feature.
Gebruikers van de Ultrahuman Ring Air moeten de migrainefunctie zelf activeren in de bijbehorende app; hij staat niet automatisch aan. Of de nieuwe migrainedetectie onderdeel wordt van de bestaande abonnementskosten of dat er een extra vergoeding voor gevraagd wordt, is nog niet duidelijk. Ter vergelijking: andere uitgebreide functies zoals ovulatie‑tracking of afwijkende hartritmes kosten bij Ultrahuman vaak rond de €40–€50 per jaar.
De Ultrahuman Ring Air zelf heeft sensoren vergelijkbaar met die van smartwatches, maar volgens het bedrijf moet de slimme software het grote verschil maken wanneer het gaat om vroege signalering en preventie van migraine.
De slimme ring, weet Bright, hoeft zelf niet letterlijk pijn te voelen om je te waarschuwen: op basis van patronen in je fysiologische gegevens kan de functie voorspellen wanneer je mogelijk een aanval krijgt. Daarnaast geeft de tool ook inzicht in mogelijke triggers en tips om migraine te verminderen of te voorkomen. Click Therapeutics, een gespecialiseerde en medisch geaccrediteerde partij op het gebied van migraine‑software, werkt mee aan deze feature.
Gebruikers van de Ultrahuman Ring Air moeten de migrainefunctie zelf activeren in de bijbehorende app; hij staat niet automatisch aan. Of de nieuwe migrainedetectie onderdeel wordt van de bestaande abonnementskosten of dat er een extra vergoeding voor gevraagd wordt, is nog niet duidelijk. Ter vergelijking: andere uitgebreide functies zoals ovulatie‑tracking of afwijkende hartritmes kosten bij Ultrahuman vaak rond de €40–€50 per jaar.
De Ultrahuman Ring Air zelf heeft sensoren vergelijkbaar met die van smartwatches, maar volgens het bedrijf moet de slimme software het grote verschil maken wanneer het gaat om vroege signalering en preventie van migraine.
woensdag 21 januari 2026
Arts en Zorg Groep verankert medische regie in digitale huisartsenzorg met CMIO-rol
Arts en Zorg Groep verankert medische regie in de digitale huisartsenzorg met de aanstelling van een CMIO (Chief Medical Information Officer). Huisarts Leontien Molenaar vervult als CMIO per direct de brugfunctie tussen IT, de medische staf en bestuur. Het doel van de functie is de digitalisering te sturen om zo de zorgkwaliteit en efficiëntie te verbeteren. De nieuwe functie past bij de ambities van de organisatie en het veranderende zorglandschap.
Digitale triage en AI-toepassingen vinden in hoog tempo hun weg naar de huisartspraktijk. De vraag die steeds urgenter wordt, is niet óf deze technologie wordt ingezet, maar wie medisch verantwoordelijk is voor de kwaliteit, veiligheid en samenhang ervan. Arts en Zorg Groep kiest expliciet voor die regie en introduceert de rol van Chief Medical Information Officer (CMIO). Arts en Zorg Groep heeft een hybride zorgmodel ontwikkeld waarin digitale en fysieke huisartsenzorg elkaar versterken. De CMIO-rol markeert een volgende fase in hybride huisartsenzorg en is ingericht om te voorkomen dat digitale zorg versnipperd raakt of los komt te staan van medische besluitvorming. De functie verbindt medische richtlijnen, werkprocessen en technologie, met als doel hybride zorg structureel betrouwbaar en werkbaar te maken.
“De sector beweegt snel, maar snelheid zonder medische regie is een risico,” zegt Amon van den Borg, CEO van Arts en Zorg Groep. “Digitale zorg vraagt om duidelijke keuzes: wat kan digitaal, wat moet fysiek en wie is waarvoor verantwoordelijk. Met de CMIO-rol borgen we dat die keuzes niet technisch, maar medisch worden gemaakt.” Molenaar werkte al als huisarts bij Arts en Zorg Groep op het moment dat zij werd betrokken bij digitaliseringsconcepten als Gezond.nl. Als CMIO werkt zij voor de hele organisatie. “Ik ben blij met mijn nieuwe rol”, zegt Molenaar. “Digitale innovatie is geen doel op zich, maar een middel om de eerstelijns zorg toekomstbestendig te maken. Mijn nieuwe rol, als schakel tussen IT en de huisartsenzorg, ervaar ik als supermooie uitdaging en behoorlijke verantwoordelijkheid.”
Volgens Molenaar staat de kwaliteit van zorg onder druk wanneer digitale oplossingen te snel worden ingevoerd zonder eenduidige kaders. “Hybride zorg werkt alleen als het medische proces leidend blijft. Mijn rol is om te zorgen dat digitale triage, consulten en patiëntstromen aansluiten op medische standaarden en dagelijkse praktijkvoering. Dat maakt zorg veiliger voor patiënten en haalbaarder voor huisartsen.” De nieuwe CMIO blijft actief als huisarts, zodat innovaties goed blijven aansluiten op de praktijk.
Digitale triage en AI-toepassingen vinden in hoog tempo hun weg naar de huisartspraktijk. De vraag die steeds urgenter wordt, is niet óf deze technologie wordt ingezet, maar wie medisch verantwoordelijk is voor de kwaliteit, veiligheid en samenhang ervan. Arts en Zorg Groep kiest expliciet voor die regie en introduceert de rol van Chief Medical Information Officer (CMIO). Arts en Zorg Groep heeft een hybride zorgmodel ontwikkeld waarin digitale en fysieke huisartsenzorg elkaar versterken. De CMIO-rol markeert een volgende fase in hybride huisartsenzorg en is ingericht om te voorkomen dat digitale zorg versnipperd raakt of los komt te staan van medische besluitvorming. De functie verbindt medische richtlijnen, werkprocessen en technologie, met als doel hybride zorg structureel betrouwbaar en werkbaar te maken.
“De sector beweegt snel, maar snelheid zonder medische regie is een risico,” zegt Amon van den Borg, CEO van Arts en Zorg Groep. “Digitale zorg vraagt om duidelijke keuzes: wat kan digitaal, wat moet fysiek en wie is waarvoor verantwoordelijk. Met de CMIO-rol borgen we dat die keuzes niet technisch, maar medisch worden gemaakt.” Molenaar werkte al als huisarts bij Arts en Zorg Groep op het moment dat zij werd betrokken bij digitaliseringsconcepten als Gezond.nl. Als CMIO werkt zij voor de hele organisatie. “Ik ben blij met mijn nieuwe rol”, zegt Molenaar. “Digitale innovatie is geen doel op zich, maar een middel om de eerstelijns zorg toekomstbestendig te maken. Mijn nieuwe rol, als schakel tussen IT en de huisartsenzorg, ervaar ik als supermooie uitdaging en behoorlijke verantwoordelijkheid.”
Volgens Molenaar staat de kwaliteit van zorg onder druk wanneer digitale oplossingen te snel worden ingevoerd zonder eenduidige kaders. “Hybride zorg werkt alleen als het medische proces leidend blijft. Mijn rol is om te zorgen dat digitale triage, consulten en patiëntstromen aansluiten op medische standaarden en dagelijkse praktijkvoering. Dat maakt zorg veiliger voor patiënten en haalbaarder voor huisartsen.” De nieuwe CMIO blijft actief als huisarts, zodat innovaties goed blijven aansluiten op de praktijk.
dinsdag 20 januari 2026
Een stukje heup uit de 3D-printer
In het Anna Ziekenhuis in Geldrop ondergaat deze week voor het eerst een mens een nieuwe behandeling tegen heupdysplasie: een 3D-geprint opzetstuk dat de heupkom verdiept. De techniek is ontwikkeld door orthopedisch chirurg Bart van der Wal en dierenarts-chirurg Björn Meij, en werd tot nu toe alleen succesvol toegepast bij honden.
Heupdysplasie ontstaat doordat de heupkom te ondiep is, wat leidt tot instabiliteit, pijn en versnelde slijtage (artrose), vaak al op jonge leeftijd. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is de zogenoemde bekkenkanteling (Ganz-osteotomie), een effectieve maar zware operatie met lange revalidatie.
Het nieuwe implantaat, een op maat geprint opzetstuk op de bestaande heupkom, moet het gewricht stabieler maken zonder het bekken door te zagen. Het doel is vooral tijd winnen: slijtage afremmen en een volledige heupprothese mogelijk tientallen jaren uitstellen. Bij honden bleek het herstel veel sneller en minder belastend dan bij de traditionele operatie.
De ingreep bij mensen start nu als een safety study bij vijf jonge patiënten; de eerste is een 36-jarige man. Orthopeden zien het concept als veelbelovend, maar benadrukken voorzichtigheid: implantaten kunnen falen en de huidige bekkenkanteling blijft voorlopig de gouden standaard totdat er overtuigend bewijs is.
Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat heupdysplasie vaker voorkomt dan gedacht, ook bij adolescenten, en dat de aandoening bij jongvolwassenen vaak te laat wordt herkend. Vroege herkenning en betere diagnostiek blijven daarom cruciaal.
maandag 19 januari 2026
Eerste 3D-geprinte heupimplantaat geplaatst
Voor het eerst ter wereld is een op maat gemaakt, 3D-geprint heupimplantaat bij een mens geplaatst. Orthopedisch chirurg en heupspecialist Rintje Agricola voerde de operatie uit in het Anna Ziekenhuis in Geldrop, in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Deze innovatieve techniek, die eerder succesvol werd toegepast bij honden, kan op termijn een zware operatie bij patiënten met heupdysplasie voorkomen.
Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom niet goed is gevormd, waardoor de heupkop minder stevig in het gewricht ligt. Dit kan leiden tot pijn, instabiliteit en beperkingen bij bewegen. Zonder behandeling ontstaat vaak vroegtijdige slijtage, waardoor een kunstheup op jonge leeftijd nodig kan zijn. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is een ingrijpende operatie waarbij het bekken rondom de heupkom deels wordt losgemaakt en opnieuw gepositioneerd. Deze ingreep vraagt een lange hersteltijd en heeft grote impact op het dagelijks leven.
De nieuwe behandeling is gebaseerd op inzichten uit de diergeneeskunde. Hoogleraar en Orthopedisch chirurg Bart van der Wal werkte eerder bij het UMC Utrecht, waar hij samen met hoogleraar diergeneeskunde Björn Meij ontdekte dat de aandoening bij honden sterk lijkt op dezelfde aandoening bij mensen. Bij honden met heupdysplasie bleek een op maat gemaakt, 3D-geprint implantaat veelbelovende resultaten te geven: sneller herstel, betere mobiliteit en minder pijn.
Deze ervaringen vormden de basis voor de vertaling naar mensen: een nieuwe behandeling met de zogeheten 3DHIP. In het Anna Ziekenhuis start nu een safety-trial, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en technische uitvoerbaarheid. De eerste operaties worden uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, waarbij de resultaten nauwgezet worden gevolgd.
Voor patiënten met heupdysplasie waarbij niet-operatieve behandelingen onvoldoende effect hebben, kan de nieuwe techniek op termijn mogelijk veel betekenen. Volgens Van der Wal en Agricola is het doel dan ook helder: “Met deze techniek hopen we patiënten een minder ingrijpende behandeling te bieden. Ons streven is om hun mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren, terwijl we de noodzaak van een kunstheup zo lang mogelijk uitstellen.” De behandeling is erop gericht de eigen heup te behouden, pijn te verminderen en slijtage af te remmen. Of en voor wie deze aanpak geschikt is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.
Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom niet goed is gevormd, waardoor de heupkop minder stevig in het gewricht ligt. Dit kan leiden tot pijn, instabiliteit en beperkingen bij bewegen. Zonder behandeling ontstaat vaak vroegtijdige slijtage, waardoor een kunstheup op jonge leeftijd nodig kan zijn. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is een ingrijpende operatie waarbij het bekken rondom de heupkom deels wordt losgemaakt en opnieuw gepositioneerd. Deze ingreep vraagt een lange hersteltijd en heeft grote impact op het dagelijks leven.
De nieuwe behandeling is gebaseerd op inzichten uit de diergeneeskunde. Hoogleraar en Orthopedisch chirurg Bart van der Wal werkte eerder bij het UMC Utrecht, waar hij samen met hoogleraar diergeneeskunde Björn Meij ontdekte dat de aandoening bij honden sterk lijkt op dezelfde aandoening bij mensen. Bij honden met heupdysplasie bleek een op maat gemaakt, 3D-geprint implantaat veelbelovende resultaten te geven: sneller herstel, betere mobiliteit en minder pijn.
Deze ervaringen vormden de basis voor de vertaling naar mensen: een nieuwe behandeling met de zogeheten 3DHIP. In het Anna Ziekenhuis start nu een safety-trial, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en technische uitvoerbaarheid. De eerste operaties worden uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, waarbij de resultaten nauwgezet worden gevolgd.
Voor patiënten met heupdysplasie waarbij niet-operatieve behandelingen onvoldoende effect hebben, kan de nieuwe techniek op termijn mogelijk veel betekenen. Volgens Van der Wal en Agricola is het doel dan ook helder: “Met deze techniek hopen we patiënten een minder ingrijpende behandeling te bieden. Ons streven is om hun mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren, terwijl we de noodzaak van een kunstheup zo lang mogelijk uitstellen.” De behandeling is erop gericht de eigen heup te behouden, pijn te verminderen en slijtage af te remmen. Of en voor wie deze aanpak geschikt is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.
vrijdag 16 januari 2026
Gezondheidsapps: ook een uitkomst voor kwetsbare groepen?
Gezondheidsapps bieden kansen voor toegankelijke, laagdrempelige en kosteneffectieve zorg en preventie. Diezelfde digitalisering kan echter ook nieuwe ongelijkheden creëren. Leidt het niet tot digitale uitsluiting van kwetsbare groepen als mensen met een hogere leeftijd of met een migratieachtergrond? Gezondheidswetenschapper Tessi Hengst onderzocht het. Ze pleit ervoor meer oog te hebben voor de vaardigheden en houding van individuen. Dan kunnen ook mensen in een kwetsbare positie voordeel hebben van gezondheidsapps.
Tessi Hengst presenteert haar bevindingen in haar proefschrift 'Understanding the behavioral intention and use of digital health applications: Insights from individuals in a vulnerable position'. Op vrijdag 30 januari 2026 om 16.00 uur vindt de verdediging plaats aan de Open Universiteit in Heerlen.
Gezondheidsapps worden binnen en buiten zorginstellingen steeds vaker gebruikt om zorg te verlenen, te ondersteunen en gezondheid te bevorderen. Bij de toenemende digitalisering is er wel zorg om de 'kwetsbare groepen'. Onder andere mensen met beperkte vaardigheden, met een cultureel of taalkundig diverse achtergrond of met (geestelijke) gezondheidsproblemen lopen meer risico op digitale uitsluiting. Waar zij regelmatig een grotere zorgvraag blijken te hebben, ervaren zij ook drempels tot de traditionele en digitale zorg.
Tessi Hengst onderzocht in zeven studies het gebruik van gezondheidsapps bij 'kwetsbare' groepen. Denk aan mensen met een lage sociaaleconomische positie, COPD-patiënten, mensen met een niet-Westerse migratie-achtergrond en professionals. Het doel was om te achterhalen welke factoren hun gebruik van gezondheidsapps bevorderen of belemmeren.
Uit haar onderzoek blijkt dat de zogenaamde demografische factoren (leeftijd, opleiding, migratieachtergrond) niet zoveel zeggen over het al dan niet gebruiken van gezondheidsapps. Een belangrijkere rol spelen de zogenaamde psychosociale factoren. Dat zijn individuele kenmerken als verwacht nut, digitale vaardigheden, en houding tegenover digitale zorg. Ook de ondersteuning vanuit professionals of naasten doet mensen besluiten om een app wel of niet te gebruiken. Ze pleit er dan ook voor om af te stappen van het benoemen van gedefinieerde groepen en te kijken naar deze individuele kenmerken.
Tessi Hengst presenteert haar bevindingen in haar proefschrift 'Understanding the behavioral intention and use of digital health applications: Insights from individuals in a vulnerable position'. Op vrijdag 30 januari 2026 om 16.00 uur vindt de verdediging plaats aan de Open Universiteit in Heerlen.
Gezondheidsapps worden binnen en buiten zorginstellingen steeds vaker gebruikt om zorg te verlenen, te ondersteunen en gezondheid te bevorderen. Bij de toenemende digitalisering is er wel zorg om de 'kwetsbare groepen'. Onder andere mensen met beperkte vaardigheden, met een cultureel of taalkundig diverse achtergrond of met (geestelijke) gezondheidsproblemen lopen meer risico op digitale uitsluiting. Waar zij regelmatig een grotere zorgvraag blijken te hebben, ervaren zij ook drempels tot de traditionele en digitale zorg.
Tessi Hengst onderzocht in zeven studies het gebruik van gezondheidsapps bij 'kwetsbare' groepen. Denk aan mensen met een lage sociaaleconomische positie, COPD-patiënten, mensen met een niet-Westerse migratie-achtergrond en professionals. Het doel was om te achterhalen welke factoren hun gebruik van gezondheidsapps bevorderen of belemmeren.
Uit haar onderzoek blijkt dat de zogenaamde demografische factoren (leeftijd, opleiding, migratieachtergrond) niet zoveel zeggen over het al dan niet gebruiken van gezondheidsapps. Een belangrijkere rol spelen de zogenaamde psychosociale factoren. Dat zijn individuele kenmerken als verwacht nut, digitale vaardigheden, en houding tegenover digitale zorg. Ook de ondersteuning vanuit professionals of naasten doet mensen besluiten om een app wel of niet te gebruiken. Ze pleit er dan ook voor om af te stappen van het benoemen van gedefinieerde groepen en te kijken naar deze individuele kenmerken.
donderdag 15 januari 2026
AI-technologie van Philips helpt met voorspellen van gezondheid van PSV-spelers
PSV gaat als eerste Nederlandse voetbalclub gebruik maken van AI-technologie van Philips om aankomende overbelasting of infecties te voorspellen. De innovatie van het gezondheidstechnologiebedrijf dat bij PSV wordt getest is gebaseerd op een door Philips ontwikkeld en gepatenteerd algoritme (RATE algoritme) dat via gegevens uit wearables vroege signalen van (bovenste) luchtweginfecties kan herkennen. Traditionele sportdata gaan over wat er gebeurd is. Deze technologie richt zich op wat er gaat gebeuren.
Philips en PSV passen deze technologie nu voor het eerst toe in een topsportomgeving om te onderzoeken hoe AI kan helpen om prestaties te verbeteren, blessures en infecties te voorkomen en herstel te optimaliseren. Virussen verspreiden zich in een topsportomgeving bijvoorbeeld sneller dan veel mensen denken. Besmettingen vinden bovendien vaak plaats voordat iemand klachten heeft: naar schatting gebeurt 40 tot 45 procent van de COVID-overdrachten in deze vroege, symptoomloze fase, en ook bij griep begint de besmettelijkheid meestal één tot twee dagen vóór de eerste symptomen. In sportteams kan de infectie zich daarom ongemerkt snel verspreiden.
“Wat we bij PSV doen, is een concreet voorbeeld van hoe AI de stap maakt van reactief naar voorspellend,” zegt Roy Jakobs, CEO van Koninklijke Philips. “Door subtiele veranderingen in het lichaam vroegtijdig te signaleren, kunnen we overbelasting en ziekte mogelijk vóór zijn. Dat is relevant voor topsport, maar ook voor de zorg. Vergelijkbare algoritmes passen we nu al toe in onze monitoringsoplossingen in ziekenhuizen, waar ze helpen om verslechtering van patiënten eerder te herkennen en IC-opnames mogelijk kunnen voorkomen. Deze samenwerking met PSV stelt ons in staat de technologie verder te ontwikkelen en uiteindelijk op grotere schaal betere zorg voor meer mensen mogelijk te maken.”
De samenwerking tussen Philips en PSV heeft als doel om PSV’s topsportklimaat te versterken met innovaties uit de gezondheidstechnologie. Zo gebruikte PSV als eerste voetbalclub in Nederland het mobiele echoapparaat van Philips, de Lumify, om triages te kunnen uitvoeren bij spelers.
Samen met PSV is een campagne ontwikkeld, waarin te zien is hoe PSV niet alleen strijd tegen de tegenstander op het veld voert, maar ook tegen infecties, die vaak onzichtbaar zijn. De campagne is bedoeld om de mogelijkheden te laten zien van algoritmes, data en AI bij het voorspellen van mogelijke gezondheidsrisico's bij spelers. De campagne is geproduceerd door Edelman en Blickfänger.
Philips en PSV passen deze technologie nu voor het eerst toe in een topsportomgeving om te onderzoeken hoe AI kan helpen om prestaties te verbeteren, blessures en infecties te voorkomen en herstel te optimaliseren. Virussen verspreiden zich in een topsportomgeving bijvoorbeeld sneller dan veel mensen denken. Besmettingen vinden bovendien vaak plaats voordat iemand klachten heeft: naar schatting gebeurt 40 tot 45 procent van de COVID-overdrachten in deze vroege, symptoomloze fase, en ook bij griep begint de besmettelijkheid meestal één tot twee dagen vóór de eerste symptomen. In sportteams kan de infectie zich daarom ongemerkt snel verspreiden.
“Wat we bij PSV doen, is een concreet voorbeeld van hoe AI de stap maakt van reactief naar voorspellend,” zegt Roy Jakobs, CEO van Koninklijke Philips. “Door subtiele veranderingen in het lichaam vroegtijdig te signaleren, kunnen we overbelasting en ziekte mogelijk vóór zijn. Dat is relevant voor topsport, maar ook voor de zorg. Vergelijkbare algoritmes passen we nu al toe in onze monitoringsoplossingen in ziekenhuizen, waar ze helpen om verslechtering van patiënten eerder te herkennen en IC-opnames mogelijk kunnen voorkomen. Deze samenwerking met PSV stelt ons in staat de technologie verder te ontwikkelen en uiteindelijk op grotere schaal betere zorg voor meer mensen mogelijk te maken.”
De samenwerking tussen Philips en PSV heeft als doel om PSV’s topsportklimaat te versterken met innovaties uit de gezondheidstechnologie. Zo gebruikte PSV als eerste voetbalclub in Nederland het mobiele echoapparaat van Philips, de Lumify, om triages te kunnen uitvoeren bij spelers.
Samen met PSV is een campagne ontwikkeld, waarin te zien is hoe PSV niet alleen strijd tegen de tegenstander op het veld voert, maar ook tegen infecties, die vaak onzichtbaar zijn. De campagne is bedoeld om de mogelijkheden te laten zien van algoritmes, data en AI bij het voorspellen van mogelijke gezondheidsrisico's bij spelers. De campagne is geproduceerd door Edelman en Blickfänger.
woensdag 14 januari 2026
Nieuwe wearable maakt thuis meten van hartslag ongeboren baby comfortabeler
Een nieuwe draagbare technologie kan de manier waarop we ongeboren baby’s thuis monitoren aanzienlijk veranderen. Promovenda Yijing Zhang, faculteit Electrical Engineering, heeft een comfortabel en draagbaar kledingstuk ontwikkeld waarmee zwangere vrouwen de hartslag van hun baby kunnen meten zonder gel‑elektroden of direct huidcontact. De geïntegreerde droge elektroden werken door kleding heen, waardoor het meten eenvoudig is en geschikt voor dagelijks gebruik.
Tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde ze een draagbaar kledingstuk met meerdere geïntegreerde elektroden en speciale data-acquisitiehardware, gebouwd rond een op maat gemaakte geïntegreerde-chip. “Zwangere vrouwen kunnen de gel vermijden en dit kledingstuk zelfs over hun eigen kleding dragen om eenvoudig de hartslag van hun ongeboren kind te meten,” zegt ze. Zhang vergelijkt het gemak van het kledingstuk met de wearables (zoals smartwatches) die we tegenwoordig gebruiken om gezondheidsgegevens, zoals de hartslag, te meten.
Om ervoor te zorgen dat haar draagbare monitor net zo goed werkt als een traditionele sensor met gel, richtte Zhang haar onderzoek op het voorkomen van ruis tijdens de metingen. “De hartslag van een ongeboren kind is zwak, dus je wilt zo min mogelijk verstoring om deze goed te kunnen detecteren. De invloed van de ademhaling en beweging van de moeder is aanzienlijk groter bij deze draagbare droge sensoren. Traditionele sensoren zijn stabieler omdat er directer contact is tussen het meetapparaat en het lichaam.”
Niet alleen menselijke fysiologische reacties veroorzaken ruis; ook de elektroden en de elektronische schakelingen in Zhangs draagbare systeem beïnvloeden het meetproces. De promovenda onderzocht geavanceerde technieken om ruis uit deze bronnen te verminderen. Daarbij introduceerde ze innovatieve oplossingen, waaronder een hybride versterkerstructuur en een snelle resetmethode, om deze ruis effectief te minimaliseren.
Haar onderzoek wordt ondersteund door het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). In samenwerking met het Máxima Medisch Centrum (MMC) testte Zhang haar systeem bij meer dan tien zwangere vrouwen, met overtuigende resultaten. MMC gaf ook feedback op het materiaal dat gebruikt werd voor het draagbare kledingstuk.
Tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde ze een draagbaar kledingstuk met meerdere geïntegreerde elektroden en speciale data-acquisitiehardware, gebouwd rond een op maat gemaakte geïntegreerde-chip. “Zwangere vrouwen kunnen de gel vermijden en dit kledingstuk zelfs over hun eigen kleding dragen om eenvoudig de hartslag van hun ongeboren kind te meten,” zegt ze. Zhang vergelijkt het gemak van het kledingstuk met de wearables (zoals smartwatches) die we tegenwoordig gebruiken om gezondheidsgegevens, zoals de hartslag, te meten.
Om ervoor te zorgen dat haar draagbare monitor net zo goed werkt als een traditionele sensor met gel, richtte Zhang haar onderzoek op het voorkomen van ruis tijdens de metingen. “De hartslag van een ongeboren kind is zwak, dus je wilt zo min mogelijk verstoring om deze goed te kunnen detecteren. De invloed van de ademhaling en beweging van de moeder is aanzienlijk groter bij deze draagbare droge sensoren. Traditionele sensoren zijn stabieler omdat er directer contact is tussen het meetapparaat en het lichaam.”
Niet alleen menselijke fysiologische reacties veroorzaken ruis; ook de elektroden en de elektronische schakelingen in Zhangs draagbare systeem beïnvloeden het meetproces. De promovenda onderzocht geavanceerde technieken om ruis uit deze bronnen te verminderen. Daarbij introduceerde ze innovatieve oplossingen, waaronder een hybride versterkerstructuur en een snelle resetmethode, om deze ruis effectief te minimaliseren.
Haar onderzoek wordt ondersteund door het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). In samenwerking met het Máxima Medisch Centrum (MMC) testte Zhang haar systeem bij meer dan tien zwangere vrouwen, met overtuigende resultaten. MMC gaf ook feedback op het materiaal dat gebruikt werd voor het draagbare kledingstuk.
dinsdag 13 januari 2026
Nieuw risicokapitaal voor veelbelovende medische technologie en gezondheidszorg startups
Nextgen Ventures start met Nextgen Ventures 3. Dit healthcare impactfonds richt zich op veelbelovende early-stage medtech- en healthtech-teams. Met een eerste closing van €28.5m zet het fonds in op technologie die bijdraagt aan betere gezondheid en betaalbare zorg in een sector waar innovatie hard nodig is.
Het veranderen van de gezondheidszorg is een grote uitdaging en – als het lukt – een prestatie die je als onderneming waarschijnlijk maar één keer meemaakt. Nextgen Ventures gaat voor dat unieke succes en zet in op de meest veelbelovende ideeën en ondernemers die de juiste oplossingen naar de markt brengen. Hierbij ondersteunt Nextgen Ventures hen met diepgaande marktkennis: expertise op het gebied van vergoedingsstructuren, kapitaalmarkten en het verbinden van financiering aan product- en marktstrategieën.
Eerdere investeringen tonen al een aantal bedrijven die baanbrekend zijn en (internationaal) significante impact realiseren. Zo haalde AMT Medical recent €22m euro op om hartchirurgie via ‘een sleutelgat’ mogelijk te maken. Hierdoor is het openmaken van een borstkas bij het plaatsen van een bypass onnodig. Ook levert Manometric 3D-geprinte braces dat tijdrovende handarbeid van schaars personeel bespaart en kwaliteit voor patiënten internationaal verhoogt. Een ander voorbeeld is Momo Medical dat op grote schaal efficiëntere nachtzorg binnen verpleeghuizen realiseert waardoor meer aandacht en rust voor bewoners en bij verzorgers bestaat. En zo zijn er nog meer voorbeelden van innovaties die over een aantal jaar niet meer weg te denken zijn.
De technologische mogelijkheden zijn groot: van AI-toepassingen en robotica tot genomics, 3D-printing en nieuwe materiaaltechnologie. Om deze technologie naar de markt te brengen, levert Nextgen Ventures startups het benodigde kapitaal en sectorspecifieke kennis om succesvol te worden. Ulrike Kostense (investment principal van InvestNL) zegt hierover:
“Veel medtech en digital health startups stranden vroegtijdig door een tekort aan gespecialiseerde investeerders die de risico’s en dynamiek van vroege medische innovaties goed begrijpen. Juist daarom zijn we blij met het derde fonds van Nextgen Ventures. Zij tonen aan dit specialisme te beheersen.”
Het veranderen van de gezondheidszorg is een grote uitdaging en – als het lukt – een prestatie die je als onderneming waarschijnlijk maar één keer meemaakt. Nextgen Ventures gaat voor dat unieke succes en zet in op de meest veelbelovende ideeën en ondernemers die de juiste oplossingen naar de markt brengen. Hierbij ondersteunt Nextgen Ventures hen met diepgaande marktkennis: expertise op het gebied van vergoedingsstructuren, kapitaalmarkten en het verbinden van financiering aan product- en marktstrategieën.
Eerdere investeringen tonen al een aantal bedrijven die baanbrekend zijn en (internationaal) significante impact realiseren. Zo haalde AMT Medical recent €22m euro op om hartchirurgie via ‘een sleutelgat’ mogelijk te maken. Hierdoor is het openmaken van een borstkas bij het plaatsen van een bypass onnodig. Ook levert Manometric 3D-geprinte braces dat tijdrovende handarbeid van schaars personeel bespaart en kwaliteit voor patiënten internationaal verhoogt. Een ander voorbeeld is Momo Medical dat op grote schaal efficiëntere nachtzorg binnen verpleeghuizen realiseert waardoor meer aandacht en rust voor bewoners en bij verzorgers bestaat. En zo zijn er nog meer voorbeelden van innovaties die over een aantal jaar niet meer weg te denken zijn.
De technologische mogelijkheden zijn groot: van AI-toepassingen en robotica tot genomics, 3D-printing en nieuwe materiaaltechnologie. Om deze technologie naar de markt te brengen, levert Nextgen Ventures startups het benodigde kapitaal en sectorspecifieke kennis om succesvol te worden. Ulrike Kostense (investment principal van InvestNL) zegt hierover:
“Veel medtech en digital health startups stranden vroegtijdig door een tekort aan gespecialiseerde investeerders die de risico’s en dynamiek van vroege medische innovaties goed begrijpen. Juist daarom zijn we blij met het derde fonds van Nextgen Ventures. Zij tonen aan dit specialisme te beheersen.”
vrijdag 9 januari 2026
Reuksmaakstoornis.nl lanceert Smellow, nieuwe app voor ondersteuning bij reuktraining
Patiëntenvereniging Reuksmaakstoornis.nl lanceert Smellow, een nieuwe gratis app die mensen met een reuk- en/of smaakstoornis ondersteunt bij reuktraining. De app helpt gebruikers om het oefenen vol te houden door structuur, houvast en motivatie te bieden in het dagelijks leven.
Reuktraining is een veelgebruikte methode om het reukvermogen te stimuleren, bijvoorbeeld na een virusinfectie zoals COVID-19 of bij andere oorzaken van reukverlies. In de praktijk blijkt het echter lastig om consequent te blijven oefenen en reuktraining echt onderdeel te maken van de dagelijkse routine. Smellow speelt in op die behoefte door reuktraining overzichtelijk en prettig te maken, en door te helpen bij het opbouwen van een vaste gewoonte.
Tim Harbers, bestuurslid van Reuksmaakstoornis.nl en nauw betrokken bij de ontwikkeling van de app: “Veel mensen beginnen gemotiveerd met reuktraining, maar lopen onderweg vast. Smellow is ontwikkeld om juist dat moment te ondersteunen: door structuur te bieden, focus aan te brengen en het oefenen beter vol te houden. De app is ontstaan vanuit de praktijk, samen met mensen die hier zelf dagelijks mee te maken hebben.”
Smellow is geen medisch hulpmiddel, maar een praktische trainingsapp. De app begeleidt gebruikers stap voor stap tijdens het ruiken, helpt om de aandacht erbij te houden en maakt het mogelijk om ervaringen direct vast te leggen. Met visuele ondersteuning, een ingebouwde timer en herinneringen ondersteunt Smellow het aanleren van een vaste oefenroutine. Daarnaast houdt de app de voortgang bij, zodat gebruikers overzicht houden en gemotiveerd blijven om regelmatig te oefenen.
Smellow is ontwikkeld op basis van ervaringen van mensen met een reukstoornis en in afstemming met medische inzichten. Reuksmaakstoornis.nl werkte hierbij samen met artsen en onderzoekers, en met digitaal bureau DTT, dat verantwoordelijk was voor de technische ontwikkeling van de app.
Naast ondersteuning bij het oefenen kan Smellow op termijn ook bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naar reukstoornissen, doordat gebruikers hun ervaringen en voortgang vastleggen. De patiëntenvereniging heeft geen commercieel belang bij het gebruik van de app; Smellow is ontwikkeld vanuit de wens om mensen met een reuk- en smaakstoornis zo goed mogelijk te ondersteunen.
Smellow is de opvolger van de eerdere Reuktraining.nl-app, die eveneens door Reuksmaakstoornis.nl is ontwikkeld en inmiddels niet meer beschikbaar is. De nieuwe app heeft een frisse, gebruiksvriendelijke opzet en een naam en uitstraling die ook internationaal toepasbaar zijn.
Reuktraining is een veelgebruikte methode om het reukvermogen te stimuleren, bijvoorbeeld na een virusinfectie zoals COVID-19 of bij andere oorzaken van reukverlies. In de praktijk blijkt het echter lastig om consequent te blijven oefenen en reuktraining echt onderdeel te maken van de dagelijkse routine. Smellow speelt in op die behoefte door reuktraining overzichtelijk en prettig te maken, en door te helpen bij het opbouwen van een vaste gewoonte.
Tim Harbers, bestuurslid van Reuksmaakstoornis.nl en nauw betrokken bij de ontwikkeling van de app: “Veel mensen beginnen gemotiveerd met reuktraining, maar lopen onderweg vast. Smellow is ontwikkeld om juist dat moment te ondersteunen: door structuur te bieden, focus aan te brengen en het oefenen beter vol te houden. De app is ontstaan vanuit de praktijk, samen met mensen die hier zelf dagelijks mee te maken hebben.”
Smellow is geen medisch hulpmiddel, maar een praktische trainingsapp. De app begeleidt gebruikers stap voor stap tijdens het ruiken, helpt om de aandacht erbij te houden en maakt het mogelijk om ervaringen direct vast te leggen. Met visuele ondersteuning, een ingebouwde timer en herinneringen ondersteunt Smellow het aanleren van een vaste oefenroutine. Daarnaast houdt de app de voortgang bij, zodat gebruikers overzicht houden en gemotiveerd blijven om regelmatig te oefenen.
Smellow is ontwikkeld op basis van ervaringen van mensen met een reukstoornis en in afstemming met medische inzichten. Reuksmaakstoornis.nl werkte hierbij samen met artsen en onderzoekers, en met digitaal bureau DTT, dat verantwoordelijk was voor de technische ontwikkeling van de app.
Naast ondersteuning bij het oefenen kan Smellow op termijn ook bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naar reukstoornissen, doordat gebruikers hun ervaringen en voortgang vastleggen. De patiëntenvereniging heeft geen commercieel belang bij het gebruik van de app; Smellow is ontwikkeld vanuit de wens om mensen met een reuk- en smaakstoornis zo goed mogelijk te ondersteunen.
Smellow is de opvolger van de eerdere Reuktraining.nl-app, die eveneens door Reuksmaakstoornis.nl is ontwikkeld en inmiddels niet meer beschikbaar is. De nieuwe app heeft een frisse, gebruiksvriendelijke opzet en een naam en uitstraling die ook internationaal toepasbaar zijn.
donderdag 8 januari 2026
OpenAI lanceert ChatGPT Health
OpenAI heeft een nieuwe functie gelanceerd genaamd ChatGPT Health, een speciale, privacy-gerichte omgeving binnen ChatGPT waar gebruikers terechtkunnen voor vragen over gezondheid en welzijn.
Met deze functie kunnen gebruikers hun medische gegevens en wellness-apps koppelen om gepersonaliseerde antwoorden te krijgen die beter aansluiten op hun eigen situatie, terwijl de gesprekken apart en veilig worden opgeslagen.
Volgens OpenAI is gezondheid al een van de meest voorkomende onderwerpen waarvoor mensen ChatGPT gebruiken, met wereldwijd meer dan 230 miljoen gezondheids- en welzijnsvragen per week. ChatGPT Health biedt een aparte ruimte waarin deze gesprekken plaatsvinden, zodat de context van je gezondheid niet zomaar terugkomt in gewone chats en je gevoelige informatie beschermd blijft.
Gebruikers kunnen medische dossiers koppelen en gegevens uit wellnessapps zoals Apple Health, MyFitnessPal en Function gebruiken om bijvoorbeeld medische testresultaten te begrijpen, je voor te bereiden op doktersbezoeken of dieet- en trainingsadvies te krijgen. OpenAI benadrukt dat ChatGPT Health niet bedoeld is voor diagnoses of behandeling, maar om gebruikers te helpen beter geïnformeerd te zijn en gesprekken met zorgverleners te ondersteunen.
De gesprekken binnen ChatGPT Health worden niet gebruikt om de AI-modellen te trainen, en de functie wordt eerst uitgerold naar een beperkte groep gebruikers met bepaalde abonnementen, met een bredere beschikbaarheid op web en iOS later gepland.
Met deze functie kunnen gebruikers hun medische gegevens en wellness-apps koppelen om gepersonaliseerde antwoorden te krijgen die beter aansluiten op hun eigen situatie, terwijl de gesprekken apart en veilig worden opgeslagen.
Volgens OpenAI is gezondheid al een van de meest voorkomende onderwerpen waarvoor mensen ChatGPT gebruiken, met wereldwijd meer dan 230 miljoen gezondheids- en welzijnsvragen per week. ChatGPT Health biedt een aparte ruimte waarin deze gesprekken plaatsvinden, zodat de context van je gezondheid niet zomaar terugkomt in gewone chats en je gevoelige informatie beschermd blijft.
Gebruikers kunnen medische dossiers koppelen en gegevens uit wellnessapps zoals Apple Health, MyFitnessPal en Function gebruiken om bijvoorbeeld medische testresultaten te begrijpen, je voor te bereiden op doktersbezoeken of dieet- en trainingsadvies te krijgen. OpenAI benadrukt dat ChatGPT Health niet bedoeld is voor diagnoses of behandeling, maar om gebruikers te helpen beter geïnformeerd te zijn en gesprekken met zorgverleners te ondersteunen.
De gesprekken binnen ChatGPT Health worden niet gebruikt om de AI-modellen te trainen, en de functie wordt eerst uitgerold naar een beperkte groep gebruikers met bepaalde abonnementen, met een bredere beschikbaarheid op web en iOS later gepland.
woensdag 7 januari 2026
Draagbare gezondheidsapparaten kunnen tegen 2050 meer dan een miljoen ton elektronisch afval produceren
Op de CES 2026-beurs in Las Vegas tonen techbedrijven de nieuwste draagbare gezondheidsapparaten, zoals glucose- en bloeddrukmeters en fitnesstrackers. Wat daarbij minder aandacht krijgt, is de mogelijke enorme milieuimpact van deze apparaten.
Een nieuwe studie van Cornell University en de University of Chicago laat zien dat de wereldwijde vraag naar gezondheids-wearables tegen 2050 kan groeien tot ongeveer 2 miljard apparaten per jaar — ruim 42 keer meer dan nu.
Als de productie op deze schaal doorgaat zonder verandering in ontwerp en materiaalkeuze, zouden deze apparaten in totaal meer dan een miljoen ton elektronisch afval kunnen genereren, én ongeveer 100 miljoen ton CO₂-uitstoot veroorzaken over dezelfde periode.
Opvallend in de studie is dat niet plastic, maar de printplaat (pcb) — het brein van het apparaat — verantwoordelijk is voor ongeveer 70% van de ecologische voetafdruk, vooral door de intensieve winning en productie van de benodigde elektronica.
Een van de coauteurs schrijft dat kleine ontwerpkeuzes op grote schaal een groot verschil kunnen maken, iets om bij stil te staan bij al die nieuwe wearables op CES.
Een nieuwe studie van Cornell University en de University of Chicago laat zien dat de wereldwijde vraag naar gezondheids-wearables tegen 2050 kan groeien tot ongeveer 2 miljard apparaten per jaar — ruim 42 keer meer dan nu.
Als de productie op deze schaal doorgaat zonder verandering in ontwerp en materiaalkeuze, zouden deze apparaten in totaal meer dan een miljoen ton elektronisch afval kunnen genereren, én ongeveer 100 miljoen ton CO₂-uitstoot veroorzaken over dezelfde periode.
Opvallend in de studie is dat niet plastic, maar de printplaat (pcb) — het brein van het apparaat — verantwoordelijk is voor ongeveer 70% van de ecologische voetafdruk, vooral door de intensieve winning en productie van de benodigde elektronica.
Een van de coauteurs schrijft dat kleine ontwerpkeuzes op grote schaal een groot verschil kunnen maken, iets om bij stil te staan bij al die nieuwe wearables op CES.










