donderdag 26 februari 2026

Slimme medicatiebox moet gebruik van pijnmedicatie thuis verbeteren

Onderzoekers van de Universiteit Twente, het Deventer Ziekenhuis en Saxion werken samen aan een slimme oplossing voor een groeiend probleem in de zorg. Patiënten gaan na een zware operatie steeds sneller naar huis, vaak met een tas vol medicijnen, een folder vol instructies en veel onzekerheid: neem ik te veel of juist te weinig? Hoe voorkom je verslaving én zorg je voor goede pijnbestrijding? De samenwerking leidde tot de ontwikkeling van de PainSafe.

Het idee ontstond ergens op zee, tussen Schiermonnikoog en het vasteland. Orthopedisch chirurg dr. Ydo Kleinlugtenbelt: “Tijdens een congres met huisartsen en specialisten over pijnmedicatie herkende iedereen het probleem. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen. Met de huidige technologie moeten we iets kunnen maken waardoor we van deze problemen af zijn." 

Het probleem is reëel. In de afgelopen tien jaar is het gebruik van oxycodon - een morfineachtig middel - in Nederland bijna verviervoudigd. Meer dan een miljoen Nederlanders krijgt jaarlijks het pijnstillende middel voorgeschreven, vooral na zware operaties. Bij 10% van de patiënten bestaat de kans op verslaving.

Vroeger bleven patiënten wekenlang in het ziekenhuis, waar zorgpersoneel de medicatie nauwkeurig bijhield. Nu gaan patiënten na één of twee dagen naar huis. Kleinlugtenbelt: "Heel zwart-wit gezegd: je krijgt een tas met pillen en instructies mee en verder moet je het zelf maar uitzoeken. Dat gaat gewoon niet altijd goed."

We zien twee groepen ontstaan: mensen die verslaafd raken en gaan 'shoppen' bij verschillende artsen om meer pillen te bemachtigen. En mensen die juist bang zijn voor de medicijnen en ze niet nemen, terwijl ze die wel nodig hebben om goed te herstellen. Kleinlugtenbelt: "Dan komen ze na zes weken op de poli en kunnen ze hun knie niet bewegen. Dan heb je echt een probleem, dat komt niet meer goed."

Het idee op de Waddenzee leidde tot een samenwerking tussen het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (Technisch Medisch Centrum) en Saxion. Het doel: een intelligente medicatiedispenser ontwikkelen.  Niet één die op vaste tijden een tablet afgeeft, maar een systeem dat precies registreert hoeveel iemand gebruikt, de medicatie via protocol automatisch afbouwt en de arts direct informeert bij afwijkend gebruik.

Waarin verschilt de PainSafe dan van een gewone pillendoos? Kleinlugtenbelt: “Deze dispenser heeft een ingebouwd algoritme, gebaseerd op het pijnprotocol van het ziekenhuis. De patiënt vult een pijnscore in en de box geeft nooit meer dan wat de patiënt nodig heeft en bouwt automatisch af wanneer dat moet. Een belangrijk voordeel: de patiënt kan er niet zomaar bij. De pillen komen alleen uit het apparaat als het algoritme dat toestaat.

Vraagt iemand te snel opnieuw, dan volgt geen afgifte maar een instructie, bijvoorbeeld eerst paracetamol. “Of er volgt een melding dat je binnen 24 uur contact moet opnemen met het ziekenhuis. Dan gaan we kijken: is dit een potentiële verslaving of speelt hier een complicatie?", aldus Kleinlugtenbelt.

Voor senior researchcoördinator dr. Ellie Landman is vooral het data-aspect interessant. Elke handeling levert data op: ingevoerde pijnscores, aangevraagde momenten, wel/geen afgifte en meldingen. "Normaal gesproken hebben we die informatie niet. We hebben tijdens een parallel onderzoek mensen gevraagd twee weken lang bij te houden wat ze innemen. Maar die gegevens bleken onbetrouwbaar. Juist de mensen waar we die informatie van willen hebben - degenen die veel gebruiken - vullen het formulier niet goed in.”

Die objectieve data maken het mogelijk om pijnbehandeling echt te verbeteren. Landman: "We kunnen nu zien: werkt het protocol zoals gedacht? Waar zit het knelpunt? Wanneer vragen mensen extra medicatie aan?" Het is informatie die voorheen simpelweg niet bestond.

De potentiële winst is groot. De PainSafe levert de juiste hoeveelheid pijnstilling op het juiste moment, zonder risico op over- of ondergebruik. Patiënten hoeven niet meer zelf bij te houden wanneer ze wat mogen innemen. Het herstel verloopt beter omdat de pijn goed onder controle blijft. En daarmee neemt hun mobiliteit toe, wat uiteindelijk leidt tot minder patiënten die langdurige zorg nodig hebben.

Ook bestaat er minder kans op verslaving aan opiaten en een vierde voordeel is minder medicijnafval in het milieu. Kleinlugtenbelt: "Als je ziet hoeveel tabletten er minder gebruikt worden met de PainSafe versus wat er nu over de toonbank gaat - dat verschil is aanzienlijk. Want lang niet alle uitgegeven medicijnen worden gebruikt; een groot deel wordt door de wc gespoeld of belandt bij het afval. Uiteindelijk zou alle medicatie die vanuit de pijnbox terugkomt, opnieuw ingezet moeten kunnen worden.”

In 2022 kreeg het team een Pioneers in Health Care-voucher toegekend. Daarmee konden ze voor het eerst serieus aan de slag. "We hebben een junior onderzoeker kunnen aannemen die in de wet- en regelgeving dook, onderzocht wat patiënten willen en het bestaande pijnprotocol vertaalde naar een algoritme. Bij de Universiteit Twente werd het praktisch: hoe moeten de tabletten in de box zitten? Hoe komen ze eruit? Uiteindelijk hebben we het algoritme en het apparaat gekoppeld en is het een werkend prototype geworden," zegt Kleinlugtenbelt.

Bijzonder was ook het patiëntenonderzoek door een stagiaire van Saxion. Een opvallende uitkomst: terwijl onderzoekers zich zorgen maakten over gegevensbescherming, wilden patiënten juist dat hun gegevens met de dokter gedeeld werden. "Mensen vonden het belangrijk dat de dokter kon zien wat zij deden met hun medicatie," vertelt Landman.


dinsdag 24 februari 2026

Hersenstimulerend headset tegen depressies in de VS nu op recept

Een headset die elektrische stimulatie van de hersenen toepast als alternatief voor antidepressiva is in de Verenigde Staten officieel goedgekeurd én alleen op recept verkrijgbaar. 

Het Flow FL-100-headset-apparaat, dat gericht elektrische stroom naar de prefrontale cortex van de hersenen stuurt om de neurale activiteit te beïnvloeden, kreeg van de Amerikaanse toezichthouder Food and Drug Administration (FDA) de status van medisch hulpmiddel van klasse III én is daarom in de VS alleen via een voorschrift te verkrijgen. 

Het idee achter het apparaat is dat het mensen met depressieve klachten een optie biedt buiten traditionele medicijnen om — wat vooral relevant kan zijn voor degenen die geen baat hebben bij antidepressiva, of deze niet kunnen gebruiken als gevolg van bijwerkingen. Internationale studies tonen volgens de ontwikkelaars aan dat het gebruik van het headset kan leiden tot verbeteringen in depressieve klachten, onder andere vergeleken met een controlegroep met schijnbehandeling.  

In sommige onderzoeken werd ook vastgesteld dat het gebruik van dit soort stimulatie het risico op terugval van depressie kan verlagen wanneer het in combinatie met andere zorgmaatregelen wordt gebruikt.  

In Europa, inclusief Duitsland, is het Flow-headset al langer beschikbaar als medisch hulpmiddel met CE-certificering, waardoor het vrij verkrijgbaar is zonder recept (bijvoorbeeld via de webshop van de fabrikant voor ongeveer €459 of op basis van een maandelijkse huur). Maar het staat nog niet op de lijst van vergoede zorg door de ziektekostenverzekeraars daar. 

maandag 16 februari 2026

Onderzoek: Google’s AI-antwoorden kunnen gebruikers in gevaar brengen

Volgens een recent onderzoek van The Guardian zou Google onvoldoende duidelijk maken dat medische antwoorden van zijn AI-samenvattingen geen vervanging zijn voor professioneel advies.  

 Wanneer mensen via Google naar gevoelige gezondheidsinformatie zoeken — bijvoorbeeld over symptomen, diagnoses of medicijnen — verschijnt er vaak een AI-samenvatting bovenaan de zoekresultaten. Die is bedoeld om gebruikers snel een overzicht te geven, maar volgens onderzoekers ontbreken bij deze eerste weergave duidelijke waarschuwingen dat het antwoord niet bedoeld is als medisch advies. Belangrijke disclaimers staan pas onderaan in kleine letters en worden alleen zichtbaar als gebruikers de uitgebreide informatie zelf openen.  

Experts wijzen erop dat AI-systemen nog steeds fouten kunnen maken en verkeerde aannames kunnen bevestigen omdat ze niet genoeg context over de individuele gebruiker hebben. Ze benadrukken dat dat tot verkeerde conclusies kan leiden, vooral als mensen de AI-antwoorden direct als betrouwbaar advies beschouwen.  

Google zegt dat de AI-samenvattingen verwijzen naar het zoeken van medische hulp wanneer dat passend is, maar er werd niet gereageerd op de kritiek dat de waarschuwingen niet prominent genoeg worden weergegeven.  

donderdag 5 februari 2026

Google schuift Fitbit-migratie opnieuw op, gebruikers dreigen data te verliezen

Google heeft de deadline voor het overzetten van oude Fitbit-accounts naar een Google-account opnieuw verlengd. Waar de uiterste datum eerst op 2 februari 2026 lag, moeten gebruikers nu vóór 19 mei 2026 hun Fitbit-account koppelen aan een Google-account om het apparaat en de bijbehorende diensten te blijven gebruiken.  

In mails aan Fitbit-gebruikers waarschuwt Google dat wie niet op tijd overstapt, geen toegang meer heeft tot Fitbit met de oude inloggegevens. Dat geldt zelfs als iemand al met een Gmail-adres inlogt; het moet een Google-account zijn.  

Wie de migratie mist, verliest niet alleen de toegang tot de Fitbit-service, maar loopt ook het risico zijn gegevens kwijt te raken. Google zegt vanaf 15 juli 2026 te beginnen met het permanent verwijderen van data van niet-gemigreerde accounts. Gebruikers kunnen hun data tot die datum downloaden of verwijderen.  

De verplichte overstap naar een Google-account stond al langer op de planning. Google kondigde dit migratieproces al eind 2022 aan, na de overname van Fitbit in 2019, en stelde eerder deadlines voor 2025 en begin 2026 vast.

woensdag 4 februari 2026

AI in de operatiekamer: Future Tech Ventures investeert in SPCTR voor real-time marge-analyse bij oncologische chirurgie

Future Tech Ventures (FTV) investeert in de Nederlandse medtech-startup SPCTR, die een real-time AI-apparaat ontwikkelt om tumormarges tijdens operaties te beoordelen. Zo kunnen chirurgen direct zien of een tumor volledig is verwijderd, waardoor heroperaties en extra behandelingen voorkomen worden en de kwaliteit van de zorg verbetert. In eerste instantie richt de technologie zich op borstkanker. De investering valt samen met een belangrijke klinische mijlpaal: de inclusie van de eerste patiënt in de SPCTR-I studie in het Borstcentrum Groningen. Daarnaast is het UMC Utrecht (UMCU) een tweede inclusielocatie voor deze studie.

"Het probleem in de oncologische chirurgie is dat je vaak pas dagen later kunt vaststellen of een tumor volledig verwijderd is. Met ons apparaat kan de chirurg tijdens de operatie direct beoordelen of er voldoende gezonde weefsel rondom de tumor aanwezig is," zegt Rowan Timmermans, CTO en co-founder van SPCTR. Het apparaat werkt op basis van licht en beeld en gebruikt een AI-model dat een ‘optische vingerafdruk’ van het weefsel maakt. In tegenstelling tot bestaande oplossingen is er geen extra zorgpersoneel, zoals een patholoog of radioloog, nodig voor de interpretatie in de operatiekamer en hoeft er geen contrastvloeistof of andere stof te worden ingespoten. Daarmee introduceert SPCTR een volledig nieuwe, niet-invasieve manier van intra-operatieve margeanalyse.

De investering van FTV zal de komende maanden gebruikt worden om de startup, opgericht in maart 2025, verder te ontwikkelen. Wido Heeman, CEO en founder van SPCTR: “We gebruiken deze investering van FTV voor drie kernactiviteiten: klinische validatie van prototypes, certificering van het apparaat en het productieklaar maken voor marktintroductie.” De start van de SPCTR-I studie vorige week, met de eerste geïncludeerde patiënt in het Borstcentrum Groningen en parallelle inclusie in het UMCU, markeert de overgang van preklinische ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing in de klinische praktijk. Naast FTV participeren een aantal angel-investeerders in deze investeringsronde.

Hilbrand van der Zee, investeringsmanager van FTV: "We investeren met vertrouwen in SPCTR. De kracht van deze innovatie zit in de eenvoud: een beproefde techniek in een nieuwe jas, gecombineerd met AI. Het team koppelt klinische expertise aan geavanceerde technologie, precies het soort innovatie dat wij graag versnellen."

"Het belangrijkste is het vertrouwen dat we krijgen van investeerders, chirurgen en patiënten," benadrukken Timmermans en Heeman. “De eerste patiënt data laat zien dat deze technologie klaar is voor de volgende stap: klinische impact in ziekenhuizen!”
Ambities

maandag 2 februari 2026

Sociale robot met AI heeft potentie voor patiënten en zorgverleners

Onderzoekers van de Universiteit Twente, MST en Politecnico di Milano hebben in een pilotstudie onderzocht of een GPT-gestuurde sociale robot patiënten kan ondersteunen met medische informatie in het ziekenhuis. De eerste resultaten zijn voorzichtig positief: patiënten en zorgverleners accepteren de technologie. Het onderzoek verkent vooral wat technisch, organisatorisch en ethisch haalbaar is.

De druk op de zorg neemt toe. Door personeelstekorten en een groeiende zorgvraag staat de toegankelijkheid van zorg onder spanning. Goede patiëntcommunicatie blijft essentieel, zeker bij chronische aandoeningen. Digitale technologie kan daarbij helpen, maar roept ook vragen op over betrouwbaarheid en vertrouwen.

In die context onderzochten wetenschappers van de Universiteit Twente samen met zorgprofessionals van Medisch Spectrum Twente of een GPT-gestuurde sociale robot patiënten kan informeren over hun aandoening en behandeling. Het gaat om een fysieke robot met een gezicht, mimiek en stem, die vragen beantwoordt in gesprek met de patiënt.

De studie laat zien dat die fysieke aanwezigheid door zowel patiënten als zorgverleners geaccepteerd werd. Patiënten ervoeren het gesprek als toegankelijk en prettig. “Maar dit is nadrukkelijk geen bewijs dat zorg beter wordt,” benadrukt hoofdonderzoeker Jan-Willem van ’t Klooster. “We hebben onderzocht of zo’n systeem kan functioneren in de praktijk, niet of het de zorg al verbetert.”

Het onderzoek begon met een labstudie, maar werd daarna getest in de dagelijkse praktijk van het ziekenhuis. In totaal spraken 21 patiënten met artrose en 7 zorgprofessionals met de robot. Zowel patiënten als zorgverleners beoordeelden de inzet positief op gebruiksgemak en acceptatie. Volgens Van ’t Klooster is dat belangrijk: “Acceptatie is een eerste stap. Daarna kun je onderzoeken of zo’n technologie ook echt bijdraagt aan betere informatievoorziening, therapietrouw of tijdswinst voor zorgverleners.”

Een cruciaal onderdeel van het onderzoek was de manier waarop AI werd ingezet. De GPT-technologie kreeg geen vrije toegang tot het internet, maar mocht uitsluitend informatie gebruiken van vooraf goedgekeurde, arts-gevalideerde medische websites. Zo wilden de onderzoekers het risico op foutieve of verzonnen antwoorden (hallucineren) beperken.

“Het debat gaat vaak over of je AI moet gebruiken in de zorg,” zegt Van ‘t Klooster. “Wij laten zien dat het vooral gaat om hoe je het inricht. Door duidelijke grenzen te stellen, houd je de regie bij zorgprofessionals.”

Het project was nadrukkelijk een teameffort, waarin expertise uit gedragswetenschappen en klinische praktijk samenkwam. Naast onderzoekers van de Universiteit Twente waren ook zorgverleners, ontwerpers en internationale partners betrokken. “Juist die samenwerking maakt dit soort onderzoek mogelijk”, zegt Van ’t Klooster. Vervolgonderzoek blijft nodig, onder meer naar kennisoverdracht en lange-termijngebruik. Een onderzoek naar het te hanteren taalniveau vindt op dit moment plaats.