vrijdag 15 mei 2026

Hoe AI de diagnostiek van epilepsie verandert

Onderzoekers van de Universiteit Twente en Medisch Spectrum Twente hebben AI-software ontwikkeld die de beoordeling van 24-uurs EEG’s bij verdenking op epilepsie terugbrengt van uren naar minuten. Daarmee kunnen langere en betrouwbaardere hersenmetingen vaker worden ingezet in de diagnostiek.

Ongeveer één procent van de bevolking heeft epilepsie, maar een diagnose stellen is niet altijd eenvoudig. Na een eerste aanval begint het diagnostisch traject, waarin het elektroencefalogram (EEG) een centrale rol speelt. Hiermee wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten. Het EEG kan specifieke afwijkingen laten zien die passen bij epilepsie.

Een routine-EEG duurt ongeveer twintig minuten, maar langere registraties – 24 uur of meer – leveren veel betrouwbaardere informatie. Dat laatste heeft dan ook de voorkeur, maar het kost veel tijd om dit visueel te beoordelen: voor een 24-uursopname soms wel drie uur.

‘De abnormale gebeurtenissen waarnaar we zoeken, de zogenaamde interictale epileptiforme ontladingen, zijn in wezen de elektrische handtekeningen van epilepsie. Ze zijn doorgaans vrij kort, rond de 100-300 milliseconden, en komen vaak slechts zelden voor, soms maar vijf of tien keer in een opname van 24 uur. Het is alsof je een speld in een hooiberg zoekt’, zegt Michel van Putten, neuroloog en klinisch neurofysioloog bij Medisch Spectrum Twente. ‘Je weet dat er mogelijk abnormale hersenactiviteit is, maar je weet niet wanneer en waar: je moet dus de hele opname bekijken.’

Samen met Maryam Amir Haeri, universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, werkt Van Putten aan twee nauw met elkaar verbonden projecten om deze realiteit te veranderen: AI4EPI en ALICE. Hun onderzoek maakt gebruik van kunstmatige intelligentie om experts te ondersteunen bij EEG-diagnostiek voor epilepsie en het proces sneller en efficiënter te maken.

De samenwerking tussen Amir Haeri en Van Putten begon met AI4EPI: het gebruik van machine learning-technieken om EEG-registraties te analyseren en segmenten te detecteren met mogelijk epileptiforme activiteit. In plaats van urenlang data van begin tot eind te bekijken, kunnen artsen direct focussen op de meest relevante momenten. Van Putten: ‘Daar komt de expert in beeld om te controleren of het inderdaad afwijkende activiteit is. Dit bespaart enorm veel tijd: in plaats van drie uur data te bekijken, duurt het nu nog maar tien tot vijftien minuten.’

Tijdens dit project besloten Amir Haeri en Van Putten een stap verder te gaan met een nieuw project. ‘Toen we samenwerkten, kwamen we op het idee van ALICE’, voegt Amir Haeri toe. ‘Een AI-assistent in het ziekenhuis die uitlegt welke afwijkingen er in de hersenregistratie worden gedetecteerd, wat de oorzaak zou kunnen zijn en wat de meest waarschijnlijke diagnose is.’ Beide systemen zijn ontworpen als digitale assistenten; de uiteindelijke beoordeling blijft bij de medisch expert.

Een eerste generatie van het AI4EPI-systeem wordt al gebruikt onder andere in het MST. Van Putten: ‘Deze eerste generatie is een vervolg op een promotieproject van een UT-student. Dat heeft ons enorm geholpen om met deze Pioneers in Health Care (PIHC)-projecten te beginnen. Het is een logische uitbreiding en dankzij de PIHC-vouchers hebben we deze AI-systemen verder kunnen ontwikkelen.’

De feedback van gebruikers is heel positief. De beoordelingstijd gaat vaak van uren naar minuten. ‘De volgende stap is om te kijken hoe goed ALICE haar werk doet bij het uitleggen van de bevindingen en het ondersteunen van diagnostische beslissingen.’

Voor patiënten is de potentiële impact aanzienlijk. Snellere beoordeling betekent eerdere diagnoses, minder onzekerheid en vroegere behandelbeslissingen. ‘Ik zie veel patiënten na een eerste aanval. Daarna begint het diagnostische proces: ‘Is het epilepsie of niet?’ zegt Van Putten. ‘We weten ook dat EEG-registraties langer dan 20 minuten diagnostisch veel beter zijn. Een EEG van 24 uur of zelfs langer zou ideaal zijn, maar die zijn erg tijdrovend om op de traditionele manier te beoordelen en worden daarom weinig gebruikt. Met AI4EPI wordt dit nu praktisch haalbaar.’

Op de langere termijn zou AI-ondersteunde EEG-analyse ook de toegang tot diagnostiek kunnen verbeteren in regio's waar ervaren specialisten schaars zijn. ‘In Nederland hebben we een geweldige gezondheidszorg’, zegt Van Putten. ‘Maar wereldwijd zijn er veel plaatsen waar EEG's worden opgenomen, maar niet altijd optimaal kunnen worden beoordeeld vanwege een gebrek aan experts. Onze software kan helpen die kloof te overbruggen.’

De projecten zijn succesvol dankzij de combinatie van expertise. Van Putten brengt tientallen jaren klinische ervaring mee en toegang tot grote EEG-datasets, verzameld in de dagelijkse zorg. Amir Haeri draagt bij met een sterke achtergrond in machine learning en AI-systemen, met veel ervaring in diverse toepassingen in de gezondheidszorg.

‘We zijn niet helemaal vanaf nul begonnen; we hadden al meerdere vergelijkbare projecten lopen. Dat was een groot voordeel voor beide PIHC-projecten AI4EPI en ALICE. Data is meestal het grootste probleem in AI in de gezondheidszorg. Dankzij de vooruitziende blik van Michel kunnen we gebruikmaken van een unieke EEG-database die al ruim 15 jaar systematisch wordt opgebouwd, zegt Amir Haeri.

Om AI-modellen te trainen zijn grote hoeveelheden data nodig, die voor de zogenoemde 'supervised learning' gelabeld moeten zijn. Dit betekent dat experts normale en afwijkende hersenactiviteit moeten markeren. ‘Dat annoteren kost veel tijd’, legt Amir Haeri uit. ‘Daarom hebben we voor AI4EPI ook unsupervised benaderingen onderzocht. Hierbij leert het systeem patronen en abnormale hersenactiviteit herkennen met minimale handmatige labeling.’

Nu de eerste generatie van het AI4EPI-systeem geleidelijk wordt geïmplementeerd in de Nederlandse gezondheidszorg, is de visie voor de komende jaren ambitieus. Van Putten: ‘Ik hoop dat we over drie tot vijf jaar algoritmes hebben die een biologische verklaring geven voor de EEG-bevindingen, gecombineerd met klinische gegevens, zodat we nog meer inzicht krijgen in de specifieke oorzaken van epilepsie. De visuele beoordeling, die nu nog de standaard is, wordt niet overbodig gemaakt, maar juist ondersteund. De menselijke expert blijft de uiteindelijke interpretatie doen. Misschien kan het zelfs gebruikt worden om epileptische aanvallen te voorspellen. Zelfs als we niet alle aanvallen kunnen voorkomen, zouden patiënten enorm geholpen zijn als we ze wél kunnen voorspellen.’

Amir Haeri verwacht dat het AI-model in de toekomst ook geschikt zal zijn voor andere diagnoses. ‘Uiteindelijk zie ik de potentie van een basis EEG-model dat gebruikt kan worden om verschillende ziekten of aandoeningen te diagnosticeren.’ Van Putten voegt eraan toe: ‘Bijvoorbeeld bij neurodegeneratieve aandoeningen of ontwikkelingsstoornissen, om er maar een paar te noemen.’

Om dat te bereiken, heeft het team meer financiering, data en samenwerking met verschillende ziekenhuizen en artsen nodig. ‘Een toegewijde promovendus die hier fulltime aan kan werken zou ideaal zijn’, zegt Van Putten. ‘Dat zou ons in staat stellen de volgende grote stappen te zetten.’

woensdag 13 mei 2026

Ditto haalt 7,6 miljoen op voor de Europese expansie

Ditto heeft 7,6 miljoen opgehaald voor de Europese expansie. De investeringsronde wordt geleid door Heal Capital, met deelname van Optiverder en Rubio Impact Ventures.

Een gesprek met een arts duurt kort en bij heftig nieuws schakelt het brein voor een deel uit. Wat overblijft is onzekerheid: patiënten die thuis niet kunnen navertellen wat er speelt, familieleden die niet weten hoe ze kunnen helpen. Ditto is de eerste app die dit probleem oplost vanuit de behoefte van een patiënt met behulp van AI. Patiënten krijgen met behulp van de Ditto-app meer regie, duidelijkheid en grip op hun zorgtraject, terwijl zorgverleners minder tijd hoeven te besteden aan herhaling en vervolgvragen.

De patiënt neemt het gesprek op met de Ditto-app, of maakt een foto van een doktersbrief. Binnen enkele minuten verschijnt een heldere samenvatting die desgewenst vertaald wordt in het Engels, Turks of Arabisch. De samenvatting is rustig terug te lezen en veilig te delen met familie, zonder centrale opslag van gegevens.

Bijna honderdduizend mensen hebben de app sinds de lancering vorige zomer gedownload. De Patiëntenfederatie omarmt het initiatief, en zorgverzekeraar Menzis beveelt Ditto als eerste aan bij al zijn verzekerden. Eind april won Ditto nog de Nationale Zorginnovatieprijs 2026.

De investering van vandaag gaat naar Europese uitbreiding en naar nieuwe functionaliteiten om de patiënt en zijn omgeving te ondersteunen: van de juiste vragen vóór het consult tot een visueel zorgtraject dat patiënt én familie meeneemt.

dinsdag 12 mei 2026

Pulse4all versnelt Europese uitrol na AFM-goedkeuring

Pulse4all B.V., het snel groeiende sociale-impactbedrijf dat levensreddende AED's toegankelijk maakt voor particulieren en het MKB via een all-in abonnementsmodel, heeft groen licht gekregen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor de uitgifte van obligaties. Met de daarmee aangetrokken middelen financiert Pulse4all de verdere Europese uitrol van zijn volledig ontzorgende AED-concept. Voorafgaand aan de AFM-goedkeuring investeerden al meer dan 200 partijen een totaalbedrag van €20 miljoen in het bedrijf.

Jaarlijks krijgen meer dan 450.000 mensen in Europa een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Slechts 1 op de 10 overleeft dit. Met snelle toegang tot altijd werkende AED's kan dat overlevingspercentage stijgen naar 70%. Het is de missie van Pulse4all om goed werkende AED's beschikbaar te maken voor iedereen, door het aanbieden van betaalbare en betrouwbare AED's met een volledig ontzorgend abonnementsmodel.

Door middel van een full-service abonnementsmodel maakt Pulse4all AED's toegankelijk voor particulieren en het MKB. In deze AED-as-a-service propositie zijn onderhoud, tijdige vervanging van elektroden en accu's volledig geïntegreerd. Dit zorgt ervoor dat de AED niet alleen aanwezig is, maar ook werkt op het moment dat iedere seconde telt.

"Onze missie is simpel: niemand zou onnodig mogen sterven omdat er geen AED of geen goed werkende AED in de buurt is," zegt Peter Houtzagers, oprichter en CEO van Pulse4all. "De techniek is volwassen, maar de echte uitdaging is beschikbaarheid en betrouwbaarheid. Met deze financiering investeren we in wat echt levens redt: meer AED's op de juiste plekken, met een model dat plaatsing, onderhoud en vervanging regelt zodat de AED altijd werkt."
Over Pulse4all Pulse4all is op dit moment actief in vijf Europese landen en maakt AED's toegankelijk via een full-service abonnementsmodel inclusief onderhoud en vervanging. 

maandag 11 mei 2026

De robotpinguïn die endoscopie optioneel maakt

Onderzoekers van het TechMed Centrum van de Universiteit Twente hebben een slokbare zachte robot gebouwd die maagsap afneemt en de zuurgraad in real time meet. De robot bevat geen batterij, chip of andere elektronica. Zorgverleners sturen hem met een magneet die je in je hand vasthoudt terwijl hij op zijn buik door de maag glijdt, als een pinguïn. De onderzoekers publiceerden hun werk vandaag in Science Advances.

Elk jaar krijgen miljoenen mensen wereldwijd te horen dat ze een endoscopie nodig hebben. Een arts voert een camera op een slang door de keel om te zien wat er aan de hand is. Het is onprettig, en in grote delen van de wereld simpelweg niet beschikbaar. De zachte robot SeroTab is gebouwd om daar verandering in te brengen. Een arts stuurt hem met een magneet die tegen de huid wordt gehouden. Een standaard echoscanner leest het resultaat van buiten het lichaam af. De hele procedure kan in minder dan twintig minuten plaatsvinden, bij een huisartsenpraktijk of kliniek.

SeroTab bevat een gel die opzwelt zodra die in contact komt met maagzuur. Speciale schijfjes in de gel maken die zwelling meetbaar met een standaard echoscanner, van buiten het lichaam. Geen slang door de keel nodig.

Het apparaat kan ook een maagsapmonster afnemen. Een pulsje van een radiogolf activeert een klein pompje in SeroTab, dat vloeistof in een interne kamer trekt. Die kamer wordt na de procedure teruggehaald en naar een lab gestuurd voor analyse.

Een magneet die je in je hand vasthoudt brengt SeroTab naar de juiste plek. Magnetische deeltjes in het apparaat reageren op de magneet die tegen de huid van de patiënt wordt gehouden. Het apparaat buigt licht en glijdt langs de maagwand. “De lichte buiging en de manier van bewegen zijn geïnspireerd op een pinguïn die op zijn buik glijdt”, zegt Venkat Kalpathy Venkiteswaran, corresponding author van de publicatie.

Het apparaat is getest in diermodellen. De onderzoekers mikken op een diagnostisch hulpmiddel voor de kliniek. Toekomstige versies zouden bloedingen kunnen detecteren of temperatuur kunnen meten. Voor patiënten die momenteel geen alternatief hebben voor een endoscopie, is dat een wezenlijke verbetering.

donderdag 7 mei 2026

Eerste AI-valdetectie woningen voor ouderen van start in Nederland

De vergrijzing in Nederland neemt steeds meer toe. Naar verwachting stijgt het aandeel 65-plussers tot 24,4% in 2035 en bereikt de vergrijzing rond 2040 een piek van circa 25,1% (bron: CBS). Dit betekent ook dat ouderen steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen en er oplossingen nodig zijn om een veilige woonomgeving te creëren. 

In het kader daarvan zal op woensdag 13 mei de officiële livegang van de pilot met de eerste AI-valdetectie woningen in Nederland plaats vinden, die gerealiseerd zijn in de gemeente Waalre. De doelgroep zijn ouderen die langer veilig zelfstandig thuis willen wonen en een verhoogd risico op vallen hebben. Als iemand op latere leeftijd in de eigen woning valt, is het namelijk essentieel voor medisch herstel dat iemand zo snel mogelijk wordt gevonden en geholpen. 

Deze AI-valdetectieapparatuur van Kepler Vision Technologies wordt al in verzorgings- en verpleeghuizen ingezet, maar nog nergens wordt dit toegepast in de thuissituatie. Waalre is hiermee dus de eerste gemeente in Nederland waarbij WeConnect als hoofdfinancier en verbinder het project met de verschillende betrokken partijen mogelijk maakt.

Voor deze pilot zijn er tien deelnemers van Leefsamen in Waalre voorzien van valdetectieapparatuur met AI-valdetectiesoftware van Kepler Vision Technologies. Leefsamen zorgt ervoor dat via hun alarmeringssysteem naasten direct een melding krijgen via een app, zodat er snel hulp kan worden geboden. De techniek is met behulp van deze partners en Connectie Brainport zo opgebouwd dat deze schaalbaar gemaakt kan worden in Noord-Brabant en daarbuiten. Daarnaast zorgt Stichting Wonen Welzijn Zorg Waalre als vertegenwoordiger voor draagvlak binnen de gemeenschap en de gemeente Waalre. De technologie is inmiddels volledig operationeel en dit wordt momenteel in de praktijk getest bij de eerste gebruikers.

WeConnect faciliteert met hun glasvezelnetwerk innovaties die ergens anders nog niet van de grond komen om onder andere ontwikkelingen op het gebied van zorg binnen de Brainportregio te versnellen. De pilot is bedoeld om de techniek in een thuissituatie te optimaliseren zodat deze dienst straks volledig uit kan worden gerold. 

woensdag 6 mei 2026

Utrechtse informatici en biologen partner in miljoenenproject rondom AI en zorg

Utrechtse informatici en biologen spelen de komende tien jaar een belangrijke rol in een groot landelijk samenwerkingsverband rondom kunstmatige intelligentie in de zorg. Het consortium onder leiding van het UMC Utrecht ontvangt hiervoor 65 miljoen euro financiering van NWO. In het consortium, genaamd AI4HEALTH, zetten de zorg, wetenschappelijk onderzoek, de maatschappij en het bedrijfsleven AI in om de gezondheidszorg beter, sneller en toegankelijker te maken.

De Nederlandse zorg staat voor grote uitdagingen. De bevolking vergrijst, steeds meer mensen leven met meerdere aandoeningen tegelijk en de kosten stijgen. Tegelijk is er een groeiend tekort aan zorgpersoneel. Naar schatting zou in 2040 één op de vier werkenden in de zorg moeten werken om aan de vraag te voldoen.

AI kan helpen om de zorg slimmer en efficiënter in te richten. Maar hoewel er veel AI-toepassingen voor de zorg worden ontwikkeld, komt nog weinig daarvan terecht in de dagelijkse praktijk. AI4HEALTH ontving de financiering om daar verandering in te brengen door AI te ontwikkelen die beter toepasbaar is in de zorg.

AI4HEALTH, onder leiding van prof. dr. Carl Moons van het UMC Utrecht, heeft als doel het toepassen en opschalen van betrouwbare, effectieve en veilige AI tot een vast onderdeel van de zorg te maken. Daarbij richt het programma zich niet op losse oplossingen, maar op verbetering van het volledige zorgsysteem, van de ontwikkeling en testen van nieuwe AI-tools tot veilige implementatie en onderhoud.

De focus ligt op ziektegebieden waar AI grote impact kan hebben, zoals hart- en vaatziekten, kanker, dementie, psychische aandoeningen en regeneratieve geneeskunde. Binnen deze domeinen ontwikkelt, test en implementeert AI4HEALTH concrete toepassingen in de praktijk, variërend van ziekenhuiszorg tot ondersteuning in de thuissituatie.

dinsdag 5 mei 2026

Belangrijke spelers in de zorg: van aan het bed tot achter de 3D-printer

De zorg verandert razendsnel en technologie speelt daarin een steeds grotere rol. Achter de schermen vormen steeds meer innovaties onderdeel van de dagelijkse praktijk. Technisch geneeskundigen (TG’ers) zijn onlosmakelijk hieraan verbonden, ze ontwikkelen in samenwerking met artsen en andere zorgverleners steeds slimmere, snellere en complexere oplossingen. Wat het werk van deze beroepsgroep inhoudt, lieten vier TG’ers, afgestudeerd aan de Universiteit Twente, zien tijdens een persbijeenkomst in het Radboudumc.

Technisch geneeskundigen staan met techniek in de zorg. ‘Onze titel doet vermoeden dat we alleen met techniek bezig zijn, maar we zijn óók BIG‑geregistreerde zorgprofessionals,’ vertelt Roel Verhoeven, technisch geneeskundige en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Technisch Geneeskundige, tijdens de opening van het evenement. ‘We bewegen ons moeiteloos tussen de wereld van de patiënt en die van de technologie.’

Hoewel technisch geneeskundigen veel handelingen mogen uitvoeren die ook artsen verrichten, zijn er significante verschillen. Zo ligt de nadruk binnen de opleiding Technisch Geneeskunde, naast het centraal staan van de techniek, meer op anatomie en fysiologie. ‘Technisch geneeskundigen worden minder opgeleid om ziektebeelden te herkennen of behandelen’, legt Verhoeven uit. ‘Maar de combinatie van medische kennis en technologische expertise is erg waardevol. Zo is er grote behoefte aan technologie in de zorg, niet alleen om de zorg te kunnen verbeteren, maar ook om met minder personeel te kunnen leveren.’ Daarmee benadrukt Verhoeven ook de noodzakelijke samenwerking tussen arts en technisch geneeskundige: ‘We kunnen van elkaar leren. Juist door intensief samen te werken, kunnen we de kwaliteit van zorg verbeteren.’  

Tijdens de bijeenkomst gaven verschillende technisch geneeskundigen een inkijkje in hun werk. Zo ook Verhoeven, die de pers letterlijk meenam in het longenlabyrint. Hij ontwikkelde samen met longarts en hoogleraar Erik van Heijden een procedure waarmee artsen afwijkingen diep in het longweefsel kunnen bereiken, iets wat voorheen niet zonder risico mogelijk was.

Zijn innovatie is inmiddels zo verfijnd dat ook andere zorgprofessionals ermee worden getraind. ‘Op dit moment gebruiken 9 ziekenhuizen deze techniek om bij patiënten met onduidelijke longafwijkingen tóch een diagnose te kunnen stellen,’ vertelt Roel. ‘Vaak kunnen we goed inschatten of iets goedaardig of kwaadaardig is, maar in de twijfelgevallen biedt dit systeem eindelijk een manier om zekerheid te krijgen.’

Naast Verhoeven gaf ook collega Laura van Ginkel een kijkje in haar dagelijkse werk. Op de vraag wat technisch geneeskundigen allemaal kunnen betekenen binnen een ziekenhuis, reageert ze lachend: ‘Ik kan uren praten over de rollen die we vervullen en de innovaties die we nog kunnen realiseren.’ Laura promoveert momenteel op de ontwikkeling van patiëntvriendelijker gips met behulp van een 3D-printer. Een ogenschijnlijk simpel product dat in de praktijk verrassend veel problemen oplevert.

‘Er is nog zóveel te verbeteren,’ legt ze uit. ‘Patiënten geven vaak aan dat het gips irriteert, jeukt of te warm is. Voor medisch professionals is het ook onhandig: als ze net bij een plek moeten zijn die onder het gips zit, moet alles er weer af en opnieuw worden aangebracht.’ De nieuwe variant op het gips is eenvoudig te verwijderen, goed schoon te maken en bevat ventilatieopeningen waardoor de huid kan ademen. ‘We zijn nog bezig met de ontwikkeling, maar de patiënten die het geprobeerd hebben zijn enorm enthousiast,’ vertelt Van Ginkel.

vrijdag 1 mei 2026

TU/e richt het Eindhoven Institute for Transformative Health Technology (HEALTH) op

Het College van Bestuur van de TU/e heeft besloten een nieuw onderzoeksinstituut op te richten dat zich richt op transformatieve gezondheidstechnologie. Dit is een belangrijke stap in het versterken van de strategische positie van TU/e in de prioriteitsgebieden uit het Instellingsplan 2026–2030. De ambitie van het instituut is bijdragen aan betaalbare, toegankelijke en duurzame oplossingen die de gezondheid en het welzijn verbeteren. Het instituut wordt in januari 2027 officieel geopend en brengt een brede groep onderzoekers samen die hier direct of indirect bij betrokken zijn, uit vrijwel alle TU/e-faculteiten.

Met de oprichting van het instituut HEALTH benadrukt TU/e haar inzet voor maatschappelijke impact via technologie. Het instituut fungeert als centraal knooppunt dat synergie bevordert tussen de healthtech-innovaties van de TU/e en klinische behoeften, en dat gebeurt door intensieve samenwerking met klinische, maatschappelijke en industriële partners. 

Het instituut bouwt voort op een stevige gemeenschap in gezondheidsgerelateerd onderzoek en innovatie en versterkt deze door krachten te bundelen in gerichte onderzoeksthema’s. 

Het eerste thema, Future Health, richt zich op het terugdringen van chronische ontstekingsziekten, waaronder cardiovasculaire, auto-immuun- en reumatische aandoeningen. Het instituut integreert fundamenteel onderzoek op het gebied van regeneratieve geneeskunde, beeldvorming, voorspellende ziektemodellering en leefstijlinterventies met kennis van buitenaf. De focus ligt op systeemoplossingen en technologieën die helpen om de stap te maken van behandelen naar genezen en voorkomen.

Het tweede thema, Future Cure & Care, gaat over hoe deze innovaties hun weg vinden naar de praktijk. Het richt zich op de beoordeling, acceptatie en implementatie in de samenleving, en op het verlichten van de druk op het zorgsysteem door chronische ziekten. Omdat impact en waardecreatie in de praktijk, inclusief integratie in zorgprocessen en acceptatie door zorgprofessionals en patiënten, niet vanzelf ontstaan, is dit een expliciet thema binnen het instituut. Het thema bouwt voort op de sterke punten van TU/e op het gebied van klinische informatica en systeemintegratie, samenwerking tussen mens en AI/robot, en besluitvormingsondersteuning in gesimuleerde ecosystemen en levende laboratoria, en zal verder worden ontwikkeld met de in- en externe gemeenschap van de TU/e. 

Een interne analyse in 2024-2025 bracht de sterke punten van TU/e in kaart op het gebied van gezondheidsgerelateerd onderzoek, onderwijs, onderzoeksondersteuning, ethiek en regulering, en valorisatie. Deze analyse benadrukt ook het uitgebreide samenwerkingsnetwerk van TU/e, waaronder met regionale ziekenhuizen, academische medische centra, industriële partners, kleine en middelgrote ondernemingen, patiëntenorganisaties en regionale belanghebbenden zoals Brainport Development, Pivot Park, het Brabant Development Agency (BOM) en de provincie Noord-Brabant.  
 
Op basis van deze bevindingen, en in lijn met het Instellingsplan 2026–2030, stelde het College van Bestuur in januari 2026 voor om een onderzoeksinstituut op te richten om de ambities van TU/e op het gebied van transformatieve gezondheidstechnologie te realiseren.