woensdag 15 april 2026

ING: Digitale zorg stagneert door versnippering

Digitale zorg in Nederland stagneert, door gebrek aan uniformiteit met een wildgroei aan apps en portalen. Waar Nederlanders hun bankzaken en reizen bijna volledig digitaal regelen, blijft digitale zorg steken door versnippering en complexiteit. Daardoor wordt effectieve technologie onvoldoende benut om de schaal te bereiken om oplopende personeelstekorten op te vangen en het gebruiksgemak te bieden dat de zorg toegankelijk kan houden. Dat stelt ING Sector Banking in een vandaag gepubliceerde analyse, in aanloop naar de uitreiking van de Nationale Zorginnovatieprijs 2026.

Van de Nederlanders regelt 90% de bankzaken digitaal en doet 94% dat met vakantieboekingen – slechts 10% gebruikt een digitale gezondheidsomgeving (PGO). Daarnaast hebben zorggebruikers te maken met veel verschillende systemen per zorgverlener: afspraken, berichten, meetwaarden en medicatie-informatie zijn verspreid over verschillende apps en portalen van de huisarts, het ziekenhuis en de fysiotherapeut. Dit maakt digitale zorg onnodig ingewikkeld en remt het gebruik.

De ervaringen met succesvolle digitale adoptie laten zien dat digitale toepassingen pas echt worden gebruikt als deze intuïtief, toegankelijk en betrouwbaar zijn, zo blijkt uit de analyse van ING. Eén manier van inloggen, een herkenbare omgeving en een consistente gebruikerservaring verlagen drempels juist ook voor mensen met beperkte digitale vaardigheden. Zonder die eenvoud dreigt digitale zorg bij te dragen aan ongelijkheid in de zorg in plaats van deze te verkleinen.

De noodzaak wordt versterkt door de oplopende personeelstekorten in de zorg. Volgens prognoses groeit dit tekort in 2031 tot 135.000 medewerkers. Volgens het rapport “Uitweg uit de schaarste” van adviesbureau Gupta Strategists kunnen bestaande digitale toepassingen de inzet van het equivalent van 110.000 zorgmedewerkers vrijspelen. Een dergelijke efficiëntiewinst zou wel vragen om landelijke opschaling van bewezen oplossingen en betere digitale samenwerking tussen zorgaanbieders.

Nederland investeert veel in zorg‑ICT en is daarin een van de Europese koplopers, maar de toegang tot en uitwisseling van patiëntgegevens blijft achter bij andere Europese landen. Zo ligt de implementatie, functionaliteit en effectief gebruik van digitale patiëntendossiers in Nederland met 65% onder het EU gemiddelde van 83%. De grootste belemmering is niet technologie, maar het ontbreken van samenhang en standaardisatie.

vrijdag 10 april 2026

'Zorgsector moet menselijk gedrag centraal stellen in cybersecurity'

De hack bij ChipSoft, waarbij aanvallers via deze externe leverancier toegang probeerden te krijgen tot systemen van huisartsen, toont aan hoe cyberaanvallen steeds vaker draaien om misbruik van ketens en vertrouwen. Dit type aanval raakt niet alleen techniek, maar legt vooral bloot hoe afhankelijk zorgverleners zijn van systemen én hoe mensen daarmee omgaan.

Zorginstellingen beschikken over een enorme hoeveelheid gevoelige gegevens, van burgerservicenummers en medische dossiers tot informatie over familieleden. Die data zijn bijzonder waardevol voor criminelen en kunnen worden gebruikt voor identiteitsfraude, verzekeringsfraude en overtuigende phishing-aanvallen.

Doordat veel zorgverleners afhankelijk zijn van dezelfde software, kan één aanval zich bovendien snel verspreiden naar honderden praktijken en instellingen tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat de zorg- en farmasector de meest kwetsbare branche is voor phishing. Bij grote organisaties blijkt dat bijna 54 procent van de medewerkers vatbaar is voor dit soort aanvallen. Dat onderstreept dat cyberincidenten niet puur technisch zijn - aanvallers maken misbruik van menselijk gedrag, zoals het klikken op een link of het delen van inloggegevens.

Om de sector robuuster te maken is het opbouwen van een sterke en positieve securitycultuur uiterst belangrijk. Dat betekent dat medewerkers structureel moeten worden getraind om dreigingen te herkennen en veilig te handelen tijdens hun dagelijkse werk. Praktische stappen zijn onder meer het uitvoeren van realistische phishing-simulaties, het verbeteren van meldprocessen en het integreren van veiligheid in dagelijkse routines, zodat veilig gedrag vanzelfsprekend wordt.

Als deze omslag uitblijft, zullen cyberaanvallen niet alleen vaker slagen, maar ook grotere gevolgen hebben voor patiëntveiligheid en het vertrouwen in (digitale) zorg. Daarmee komt de continuïteit van zorgorganisaties onder druk te staan - juist nu de afhankelijkheid van digitale systemen alleen maar toeneemt.

woensdag 8 april 2026

Software patiëntendossiers ChipSoft kampt met ransomware

De Nederlandse softwareleverancier ChipSoft, bekend van systemen voor elektronische patiëntendossiers, is getroffen door een ransomware-aanval. Daardoor is onder meer de website van het bedrijf onbereikbaar en zijn er zorgen over de veiligheid van gekoppelde zorgsystemen. 

Zorginstellingen die gebruikmaken van de software hebben het advies gekregen om hun vpn-verbinding met ChipSoft tijdelijk te verbreken. Ook wordt aangeraden om netwerkverkeer extra in de gaten te houden, omdat niet duidelijk is hoe ver de aanval zich heeft verspreid.  

Volgens waarschuwingen van beveiligingsorganisatie Z-Cert hebben de aanvallers mogelijk toegang gekregen tot delen van de cloudomgeving, waaronder systemen die huisartsen gebruiken. ChipSoft heeft zijn eigen systemen inmiddels geïsoleerd en onderzoekt de situatie.  

De aanval kan grote gevolgen hebben, omdat ChipSoft een dominante speler is in Nederland met een groot aandeel in software voor patiëntendossiers. Het bedrijf heeft bevestigd dat er een ransomware-incident is, maar geeft nog weinig details zolang het onderzoek loopt.

vrijdag 3 april 2026

Polsbandje kan straks microplastics in je lichaam opsporen

Onderzoekers werken aan een slim polsbandje dat in de toekomst mogelijk microplastics in het lichaam kan detecteren. Het apparaat maakt gebruik van sensortechnologie om kleine plasticdeeltjes op te sporen zonder dat er bloed hoeft te worden afgenomen.

De techniek bevindt zich nog in een vroege experimentele fase en is tot nu toe alleen getest in laboratoriumomstandigheden. Op dit moment kan het systeem deeltjes detecteren vanaf ongeveer 1 millimeter groot. Dat is nog relatief groot, aangezien de kleinste micro- en nanoplastics in het menselijk lichaam veel kleiner zijn.  

Het idee achter het polsbandje is dat het uiteindelijk een niet-invasieve manier biedt om blootstelling aan microplastics te meten. Dat zou onderzoekers en artsen kunnen helpen om beter te begrijpen hoeveel plastic zich in het lichaam ophoopt en wat de mogelijke gezondheidsrisico’s zijn.

Toch is het nog te vroeg om te spreken van een praktisch hulpmiddel voor consumenten. De technologie moet eerst verder worden verfijnd voordat die nauwkeurig genoeg is voor gebruik buiten het lab.  

woensdag 1 april 2026

Google hint op nieuwe Fitbit-tracker zonder scherm

Google lijkt te werken aan een nieuwe Fitbit-fitnesstracker zonder scherm. De eerste signalen komen uit een teaser op sociale media, waarin basketbalspeler Stephen Curry het apparaat subtiel laat zien, zonder verdere details prijs te geven.

Volgens berichten zal het gaan om een minimalistisch polsbandje dat zich richt op basisfunctionaliteit. Voor uitgebreidere mogelijkheden zouden gebruikers een betaald abonnement nodig hebben.  

Hoewel nog niet duidelijk is wat het apparaat precies kan, lijkt Google met deze tracker in te spelen op een groeiende trend: eenvoudige fitnessbandjes zonder scherm, die vooral draaien om data en analyse via een app. Daarmee zou het bedrijf de concurrentie aangaan met merken die al langer dergelijke producten aanbieden.  

Opvallend is dat het de eerste nieuwe Fitbit-hardware in enkele jaren zou zijn. Sinds de release van de Fitbit Charge 6 in 2023 bleef het stil rond nieuwe apparaten. Tegelijkertijd werkt Google naar verluidt ook aan een vernieuwde Fitbit-app, die mogelijk samen met de nieuwe tracker wordt uitgebracht.  

Fitbit bracht in het verleden al vaker schermloze trackers uit, maar het laatste model zonder display verscheen ongeveer tien jaar geleden. Met deze nieuwe ontwikkeling lijkt Google dat concept nieuw leven in te blazen, mogelijk met een sterkere focus op software en abonnementsdiensten.  

vrijdag 20 maart 2026

Onderzoekers ontwikkelen bionische voet die natuurlijke loopbeweging nabootst

Onderzoekers van het Radboudumc en de Universiteit Twente werken binnen de HealthTech Nexus‑samenwerking aan een nieuwe generatie prothesen: een bionische voet die de natuurlijke beweging van het menselijk lopen nauwkeurig nabootst. Deze ‘Autonomous leg’ is geen passieve prothese, maar een systeem dat - net als een gezond menselijk been - automatisch ritmische loopbewegingen kan uitvoeren.

“Ons doel is een prothese die meebeweegt zonder dat de gebruiker elke stap bewust hoeft aan te sturen,” zegt prof. Massimo Sartori, hoogleraar neuromuscular robotics & engineering aan de Universiteit Twente (TechMed Centrum). De technologie maakt gebruik van een neuromechanisch model dat lijkt op de werking van de speciale centrale patroongeneratoren in het ruggenmerg: neurale netwerken die automatische bewegingen, zoals lopen, aansturen.

In een eerste test liep een proefpersoon met de bionische voet op een loopband bij verschillende snelheden. De onderzoekers zagen dat het systeem de spieren in het onderbeen ritmisch kon aansturen, wat het lopen vloeiender en minder belastend maakt. ‘Dat kan in de toekomst helpen om de cognitieve belasting en vermoeidheid van gebruikers aanzienlijk te verminderen’, zegt Ruud Leijendekkers, universitair hoofddocent en fysiotherapeut aan het Radboudumc.

Op dit moment werkt de ‘Autonomous leg’ nog met een kabelverbinding naar een externe computer. De volgende stap is een volledig stand-alone systeem met geïntegreerde sensoren, batterij en minicomputer — noodzakelijk om testen in huiselijke en real‑life situaties mogelijk te maken.

Zodra de prothese zelfstandig kan werken, kunnen gebruikers ermee oefenen buiten het laboratorium, bijvoorbeeld thuis of op straat. Dat is een belangrijke stap richting certificering als medisch hulpmiddel en essentieel om te kunnen aantonen dat de bionische voet daadwerkelijk meerwaarde biedt boven bestaande, passieve prothesen.

De ontwikkeling maakt deel uit van het Europese SimBionics‑project, in samenwerking met Ottobock, Aalborg University en revalidatiecentrum Roessingh.

donderdag 19 maart 2026

AI van Fitbit neemt een duik in je medisch dossier


De AI-functies van Fitbit gaan een stap verder dan alleen het bijhouden van stappen en slaap. Het bedrijf werkt aan een slimme gezondheidscoach die niet alleen je wearable-data analyseert, maar ook je medische dossier kan gebruiken. Door bijvoorbeeld labresultaten, medicatie en eerdere doktersbezoeken te koppelen, ontstaat een veel completer beeld van je gezondheid. 

Het idee is dat deze AI je vervolgens persoonlijker advies kan geven. Denk aan gerichtere tips over slaap, beweging of herstel, afgestemd op jouw specifieke situatie. Daarmee verschuift Fitbit van een simpele fitness-tracker naar een soort digitale gezondheidsassistent. 

Tegelijk roept die ontwikkeling vragen op. Want hoe meer gevoelige medische data wordt gebruikt, hoe belangrijker privacy en controle worden. Gebruikers moeten daarom zelf bepalen welke gegevens ze delen en houden volgens Fitbit de regie over hun informatie.  

De stap past in een bredere trend waarin AI steeds vaker wordt ingezet om persoonlijke gezondheidsinzichten te verbeteren. Door verschillende databronnen te combineren, kunnen dit soort systemen patronen herkennen en adviezen geven die voorheen moeilijk te maken waren.  

donderdag 12 maart 2026

De beloftes van menstruatie-apps

Populaire menstruatie- en vruchtbaarheidsapps bieden veel vrouwen waardevolle inzichten in hun menstruatiecyclus en ovulatie, maar brengen ook grote risico’s met zich mee als ze onzorgvuldig zijn ontworpen of worden gebruikt. Dit blijkt uit onderzoek van VU-onderzoekers Tamara Thuis en Maria Carmen Punzi.

Deze door algoritmes aangedreven apps zijn vaak afgestemd op één 'standaard' type vrouw. Vrouwen met andere lichaamspatronen kunnen daardoor onnauwkeurige of misleidende adviezen krijgen. Bovendien stappen de bedrijven achter deze algoritmes in een markt die profiteert van een gebrek aan seksuele voorlichting, de wanhopige behoefte aan antwoorden bij vrouwen en een relatie met het medische systeem die steeds minder gebaseerd is op vertrouwen en transparante communicatie. Dit kan leiden tot ongewenste situaties, bijvoorbeeld wanneer de apps als anticonceptie worden gebruikt en ongewenste zwangerschappen tot gevolg hebben.

De afgelopen jaren is er een sterke verschuiving zichtbaar waarbij vrouwen traditionele anticonceptiemiddelen, zoals de pil, inruilen voor cyclus-apps. Steeds meer vrouwen hebben twijfels bij de pil of andere hormonale anticonceptie en gaan op zoek naar natuurlijke alternatieven om zich meer verbonden met en bewust te voelen van hun eigen lichaam en cyclus. Thuis en Punzi brengen de onzichtbare ethische zorgen van deze door algoritmes gedreven technologie in kaart. "We gaan van een sterk gereguleerde medische methode, zoals het slikken van een pil, naar een situatie waarin we vertrouwen op algoritmische voorspellingen en eigen interpretatie," zegt Thuis. Hoewel deze apps veel gebruikers een gevoel van regie en inzicht geven, benadrukken de onderzoekers dat gebruikers zich vaak onvoldoende realiseren dat algoritmen niet feilloos of objectief zijn.

Een van de meest opvallende voorlopige bevindingen uit het onderzoek is dat de datamodellen van deze apps allesbehalve inclusief zijn. "Zelfs het weinige dat de medische wetenschap weet over vrouwengezondheid, is gebaseerd op een specifiek type: de witte, welvarende en gezonde vrouw," legt Punzi uit. Vrouwen met een onregelmatige cyclus, chronische pijn of een andere etnische achtergrond vallen daardoor vaak buiten dit algoritme.

Ontwerpers die hun ogen sluiten voor deze realiteit, bouwen eigenlijk gewoon een digitale kopie van de ongelijkheid die al in de zorg bestaat. Punzi: "Als je denkt dat je volkomen neutraal een app kunt ontwerpen, versterk je simpelweg het systeem dat we al hebben. En dat systeem is in de basis al oneerlijk verdeeld".

Daar komt nog bij dat de app actief beïnvloedt hoe je naar je eigen lijf kijkt. Door labels als 'abnormaal' of 'onregelmatig' te gebruiken, duwen deze programma's je ongevraagd in een hokje. Krijg je bijvoorbeeld opeens een melding dat je premenstruele klachten (PMS) eraan komen? Dan kan het zogeheten 'nocebo-effect' ervoor zorgen dat je je onbewust óók echt slechter of chagrijniger gaat voelen, puur omdat de app het zegt.

De onderzoekers trekken ook aan de bel over de gezichtsloze bedrijven achter de apps en de gebrekkige regelgeving in Europa. Omdat de meeste menstruatie-apps via een juridische omweg niet officieel als 'medisch hulpmiddel' gelden, mogen zij wél onbeperkt en zonder waarschuwingen adverteren op platforms als Instagram en Facebook. Dit staat in schril contrast met non-profitorganisaties zoals Rutgers, het landelijke expertisecentrum voor seksualiteit. Vanwege strenge regels voor medische producten mogen zij niet zomaar grote bewustwordingscampagnes voor anticonceptie voeren, omdat deze direct als reclamecampagnes worden gezien. Hierdoor kunnen deze app-bedrijven ongereguleerd medische claims maken en intieme data verzamelen. Desondanks laat het snel stijgende aantal gebruikers van deze apps een diepere behoefte bij vrouwen zien om informatie te krijgen over hun lichaam, menstruatie en vruchtbaarheid; een gat dat momenteel wordt opengelaten door het medische en educatieve systeem.

Daarom roepen Thuis en Punzi overheden en ontwikkelaars op tot actie, maar wijzen zij ook op de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Thuis: "Algoritme-geletterdheid is essentieel. Gebruikers moeten begrijpen dat een app geen absolute waarheid spreekt. Uiteindelijk is het niet de vraag óf het goed of slecht is om een app te gebruiken, maar hóé en waaróm je hem gebruikt".

dinsdag 10 maart 2026

Vitestro haalt €60 miljoen op voor doorontwikkeling autonome bloedafname en commerciële opschaling

Vitestro, pionier in medische robotica voor geautomatiseerde bloedafname, heeft 60 miljoen euro opgehaald in een Series B financieringsronde. Het consortium voor de ronde bestaat uit nieuwe financiële investeerders InterVest, MGFO, PGGM, Puma Venture Capital en ROM Utrecht, nieuwe Amerikaanse strategische investeerders Labcorp Venture Fund, Mayo Clinic en Sutter Health, en bestaande investeerders Invest-NL, EIC Fund, NYBC Ventures, en Sonder Capital.

Deze nieuwe investering wordt gebruikt om de volgende generatie van de Aletta® Autonomous Robotic Phlebotomy Device™ (ARPD™) verder te ontwikkelen en integratie in bloedafname afdelingen mogelijk te maken. De financiering ondersteunt ook Vitestro’s traject richting markttoelating in de VS en verdere internationale uitrol. Hieronder valt opschaling van productie, uitbreiding van klinische activiteiten en de ontwikkeling van commerciële en service infrastructuur. Vitestro bereidt zich voor op bredere marktadoptie, met een gefaseerde uitrol in Europa gevolgd door de Amerikaanse markt.

De commerciële uitrol van Aletta® start in Nederland, in de ziekenhuizen die samen met Vitestro deelnemen aan de A.D.O.P.T. klinische studie, gevolgd door andere ziekenhuizen in Nederland. In de bredere Europese uitrol zal Aletta® eerst geïntroduceerd worden in Denemarken. Andere Europese landen zullen volgen in de toekomst.

Aletta is ontworpen om diagnostische bloedafname autonoom uit te voeren. Het systeem combineert geavanceerde echografie, robotica en kunstmatige intelligentie om geschikte aderen te detecteren, de naald te positioneren, en bloedmonsters met hoge precisie af te nemen. Aletta® ondersteunt bloedafname teams door routinematige bloedafnames over te nemen. Het is ontworpen om te helpen bij personeelstekorten, variatie tussen afnames te verminderen, kwaliteit te standaardiseren en de patiëntervaring te verbeteren.

dinsdag 3 maart 2026

Delphyr haalt €1,75 miljoen op om zorgprofessionals tijd terug te geven met AI

Delphyr, het Nederlandse AI-platform dat medische professionals ondersteunt met AI-assistenten, heeft een investering van €1,75 miljoen opgehaald van meerdere investeerders, waaronder de oprichters van Hugging Face en DEGIRO. Met dit kapitaal kan het bedrijf zijn missie versnellen: zorgprofessionals ontlasten, zodat zij zich volledig kunnen richten op wat echt telt – het leveren van uitstekende patiëntenzorg.

Delphyr integreert direct in bestaande zorgsystemen, waardoor professionals geen nieuwe software hoeven te leren of complexe dashboards hoeven te gebruiken. 

Het platform draait op beveiligde Europese infrastructuur en verwerkt patiëntgegevens uitsluitend binnen de praktijkomgeving. Delphyr vervangt bestaande systemen niet, maar versterkt deze met een intelligente laag die informatie toegankelijk maakt en workflows optimaliseert.

zondag 1 maart 2026

App voor huidkankerdetectie slaat vals alarm

Een huidkanker-detectie-app die via foto’s probeert uit te maken of vlekken op de huid mogelijk kwaadaardig zijn, blijkt niet altijd betrouwbaar te zijn. Volgens de studie mist de applicatie regelmatig verdachte plekken én geeft hij soms fout-positieve waarschuwingen als iets onschadelijks ten onrechte als verdacht wordt aangemerkt.

Voor deze evaluatie hebben Belgische onderzoekers duizenden huidafbeeldingen geanalyseerd en de uitkomsten van de app vergeleken met de diagnoses van medisch specialisten. Hierbij kwam naar voren dat de app bij een significant aantal verdachte plekken geen afwijkingen detecteerde, en dat andere, ongevaarlijke vlekken wel als potentieel kankerachtig werden gemarkeerd. Dat kan leiden tot een vals gevoel van geruststelling, maar ook tot onnodige ongerustheid bij gebruikers. 

De onderzoekers benadrukken dat dergelijke technologie tot op zekere hoogte nuttig kan zijn als hulpmiddel voor vroege detectie, maar dat het risico op gemiste gevallen of foutieve signalen het ongeschikt maakt als vervanging voor professioneel medisch advies. Een betrouwbare diagnose vraagt volgens hen altijd aanvullende beoordeling door artsen.

donderdag 26 februari 2026

Slimme medicatiebox moet gebruik van pijnmedicatie thuis verbeteren

Onderzoekers van de Universiteit Twente, het Deventer Ziekenhuis en Saxion werken samen aan een slimme oplossing voor een groeiend probleem in de zorg. Patiënten gaan na een zware operatie steeds sneller naar huis, vaak met een tas vol medicijnen, een folder vol instructies en veel onzekerheid: neem ik te veel of juist te weinig? Hoe voorkom je verslaving én zorg je voor goede pijnbestrijding? De samenwerking leidde tot de ontwikkeling van de PainSafe.

Het idee ontstond ergens op zee, tussen Schiermonnikoog en het vasteland. Orthopedisch chirurg dr. Ydo Kleinlugtenbelt: “Tijdens een congres met huisartsen en specialisten over pijnmedicatie herkende iedereen het probleem. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen. Met de huidige technologie moeten we iets kunnen maken waardoor we van deze problemen af zijn." 

Het probleem is reëel. In de afgelopen tien jaar is het gebruik van oxycodon - een morfineachtig middel - in Nederland bijna verviervoudigd. Meer dan een miljoen Nederlanders krijgt jaarlijks het pijnstillende middel voorgeschreven, vooral na zware operaties. Bij 10% van de patiënten bestaat de kans op verslaving.

Vroeger bleven patiënten wekenlang in het ziekenhuis, waar zorgpersoneel de medicatie nauwkeurig bijhield. Nu gaan patiënten na één of twee dagen naar huis. Kleinlugtenbelt: "Heel zwart-wit gezegd: je krijgt een tas met pillen en instructies mee en verder moet je het zelf maar uitzoeken. Dat gaat gewoon niet altijd goed."

We zien twee groepen ontstaan: mensen die verslaafd raken en gaan 'shoppen' bij verschillende artsen om meer pillen te bemachtigen. En mensen die juist bang zijn voor de medicijnen en ze niet nemen, terwijl ze die wel nodig hebben om goed te herstellen. Kleinlugtenbelt: "Dan komen ze na zes weken op de poli en kunnen ze hun knie niet bewegen. Dan heb je echt een probleem, dat komt niet meer goed."

Het idee op de Waddenzee leidde tot een samenwerking tussen het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (Technisch Medisch Centrum) en Saxion. Het doel: een intelligente medicatiedispenser ontwikkelen.  Niet één die op vaste tijden een tablet afgeeft, maar een systeem dat precies registreert hoeveel iemand gebruikt, de medicatie via protocol automatisch afbouwt en de arts direct informeert bij afwijkend gebruik.

Waarin verschilt de PainSafe dan van een gewone pillendoos? Kleinlugtenbelt: “Deze dispenser heeft een ingebouwd algoritme, gebaseerd op het pijnprotocol van het ziekenhuis. De patiënt vult een pijnscore in en de box geeft nooit meer dan wat de patiënt nodig heeft en bouwt automatisch af wanneer dat moet. Een belangrijk voordeel: de patiënt kan er niet zomaar bij. De pillen komen alleen uit het apparaat als het algoritme dat toestaat.

Vraagt iemand te snel opnieuw, dan volgt geen afgifte maar een instructie, bijvoorbeeld eerst paracetamol. “Of er volgt een melding dat je binnen 24 uur contact moet opnemen met het ziekenhuis. Dan gaan we kijken: is dit een potentiële verslaving of speelt hier een complicatie?", aldus Kleinlugtenbelt.

Voor senior researchcoördinator dr. Ellie Landman is vooral het data-aspect interessant. Elke handeling levert data op: ingevoerde pijnscores, aangevraagde momenten, wel/geen afgifte en meldingen. "Normaal gesproken hebben we die informatie niet. We hebben tijdens een parallel onderzoek mensen gevraagd twee weken lang bij te houden wat ze innemen. Maar die gegevens bleken onbetrouwbaar. Juist de mensen waar we die informatie van willen hebben - degenen die veel gebruiken - vullen het formulier niet goed in.”

Die objectieve data maken het mogelijk om pijnbehandeling echt te verbeteren. Landman: "We kunnen nu zien: werkt het protocol zoals gedacht? Waar zit het knelpunt? Wanneer vragen mensen extra medicatie aan?" Het is informatie die voorheen simpelweg niet bestond.

De potentiële winst is groot. De PainSafe levert de juiste hoeveelheid pijnstilling op het juiste moment, zonder risico op over- of ondergebruik. Patiënten hoeven niet meer zelf bij te houden wanneer ze wat mogen innemen. Het herstel verloopt beter omdat de pijn goed onder controle blijft. En daarmee neemt hun mobiliteit toe, wat uiteindelijk leidt tot minder patiënten die langdurige zorg nodig hebben.

Ook bestaat er minder kans op verslaving aan opiaten en een vierde voordeel is minder medicijnafval in het milieu. Kleinlugtenbelt: "Als je ziet hoeveel tabletten er minder gebruikt worden met de PainSafe versus wat er nu over de toonbank gaat - dat verschil is aanzienlijk. Want lang niet alle uitgegeven medicijnen worden gebruikt; een groot deel wordt door de wc gespoeld of belandt bij het afval. Uiteindelijk zou alle medicatie die vanuit de pijnbox terugkomt, opnieuw ingezet moeten kunnen worden.”

In 2022 kreeg het team een Pioneers in Health Care-voucher toegekend. Daarmee konden ze voor het eerst serieus aan de slag. "We hebben een junior onderzoeker kunnen aannemen die in de wet- en regelgeving dook, onderzocht wat patiënten willen en het bestaande pijnprotocol vertaalde naar een algoritme. Bij de Universiteit Twente werd het praktisch: hoe moeten de tabletten in de box zitten? Hoe komen ze eruit? Uiteindelijk hebben we het algoritme en het apparaat gekoppeld en is het een werkend prototype geworden," zegt Kleinlugtenbelt.

Bijzonder was ook het patiëntenonderzoek door een stagiaire van Saxion. Een opvallende uitkomst: terwijl onderzoekers zich zorgen maakten over gegevensbescherming, wilden patiënten juist dat hun gegevens met de dokter gedeeld werden. "Mensen vonden het belangrijk dat de dokter kon zien wat zij deden met hun medicatie," vertelt Landman.


dinsdag 24 februari 2026

Hersenstimulerend headset tegen depressies in de VS nu op recept

Een headset die elektrische stimulatie van de hersenen toepast als alternatief voor antidepressiva is in de Verenigde Staten officieel goedgekeurd én alleen op recept verkrijgbaar. 

Het Flow FL-100-headset-apparaat, dat gericht elektrische stroom naar de prefrontale cortex van de hersenen stuurt om de neurale activiteit te beïnvloeden, kreeg van de Amerikaanse toezichthouder Food and Drug Administration (FDA) de status van medisch hulpmiddel van klasse III én is daarom in de VS alleen via een voorschrift te verkrijgen. 

Het idee achter het apparaat is dat het mensen met depressieve klachten een optie biedt buiten traditionele medicijnen om — wat vooral relevant kan zijn voor degenen die geen baat hebben bij antidepressiva, of deze niet kunnen gebruiken als gevolg van bijwerkingen. Internationale studies tonen volgens de ontwikkelaars aan dat het gebruik van het headset kan leiden tot verbeteringen in depressieve klachten, onder andere vergeleken met een controlegroep met schijnbehandeling.  

In sommige onderzoeken werd ook vastgesteld dat het gebruik van dit soort stimulatie het risico op terugval van depressie kan verlagen wanneer het in combinatie met andere zorgmaatregelen wordt gebruikt.  

In Europa, inclusief Duitsland, is het Flow-headset al langer beschikbaar als medisch hulpmiddel met CE-certificering, waardoor het vrij verkrijgbaar is zonder recept (bijvoorbeeld via de webshop van de fabrikant voor ongeveer €459 of op basis van een maandelijkse huur). Maar het staat nog niet op de lijst van vergoede zorg door de ziektekostenverzekeraars daar. 

maandag 16 februari 2026

Onderzoek: Google’s AI-antwoorden kunnen gebruikers in gevaar brengen

Volgens een recent onderzoek van The Guardian zou Google onvoldoende duidelijk maken dat medische antwoorden van zijn AI-samenvattingen geen vervanging zijn voor professioneel advies.  

 Wanneer mensen via Google naar gevoelige gezondheidsinformatie zoeken — bijvoorbeeld over symptomen, diagnoses of medicijnen — verschijnt er vaak een AI-samenvatting bovenaan de zoekresultaten. Die is bedoeld om gebruikers snel een overzicht te geven, maar volgens onderzoekers ontbreken bij deze eerste weergave duidelijke waarschuwingen dat het antwoord niet bedoeld is als medisch advies. Belangrijke disclaimers staan pas onderaan in kleine letters en worden alleen zichtbaar als gebruikers de uitgebreide informatie zelf openen.  

Experts wijzen erop dat AI-systemen nog steeds fouten kunnen maken en verkeerde aannames kunnen bevestigen omdat ze niet genoeg context over de individuele gebruiker hebben. Ze benadrukken dat dat tot verkeerde conclusies kan leiden, vooral als mensen de AI-antwoorden direct als betrouwbaar advies beschouwen.  

Google zegt dat de AI-samenvattingen verwijzen naar het zoeken van medische hulp wanneer dat passend is, maar er werd niet gereageerd op de kritiek dat de waarschuwingen niet prominent genoeg worden weergegeven.  

donderdag 5 februari 2026

Google schuift Fitbit-migratie opnieuw op, gebruikers dreigen data te verliezen

Google heeft de deadline voor het overzetten van oude Fitbit-accounts naar een Google-account opnieuw verlengd. Waar de uiterste datum eerst op 2 februari 2026 lag, moeten gebruikers nu vóór 19 mei 2026 hun Fitbit-account koppelen aan een Google-account om het apparaat en de bijbehorende diensten te blijven gebruiken.  

In mails aan Fitbit-gebruikers waarschuwt Google dat wie niet op tijd overstapt, geen toegang meer heeft tot Fitbit met de oude inloggegevens. Dat geldt zelfs als iemand al met een Gmail-adres inlogt; het moet een Google-account zijn.  

Wie de migratie mist, verliest niet alleen de toegang tot de Fitbit-service, maar loopt ook het risico zijn gegevens kwijt te raken. Google zegt vanaf 15 juli 2026 te beginnen met het permanent verwijderen van data van niet-gemigreerde accounts. Gebruikers kunnen hun data tot die datum downloaden of verwijderen.  

De verplichte overstap naar een Google-account stond al langer op de planning. Google kondigde dit migratieproces al eind 2022 aan, na de overname van Fitbit in 2019, en stelde eerder deadlines voor 2025 en begin 2026 vast.

woensdag 4 februari 2026

AI in de operatiekamer: Future Tech Ventures investeert in SPCTR voor real-time marge-analyse bij oncologische chirurgie

Future Tech Ventures (FTV) investeert in de Nederlandse medtech-startup SPCTR, die een real-time AI-apparaat ontwikkelt om tumormarges tijdens operaties te beoordelen. Zo kunnen chirurgen direct zien of een tumor volledig is verwijderd, waardoor heroperaties en extra behandelingen voorkomen worden en de kwaliteit van de zorg verbetert. In eerste instantie richt de technologie zich op borstkanker. De investering valt samen met een belangrijke klinische mijlpaal: de inclusie van de eerste patiënt in de SPCTR-I studie in het Borstcentrum Groningen. Daarnaast is het UMC Utrecht (UMCU) een tweede inclusielocatie voor deze studie.

"Het probleem in de oncologische chirurgie is dat je vaak pas dagen later kunt vaststellen of een tumor volledig verwijderd is. Met ons apparaat kan de chirurg tijdens de operatie direct beoordelen of er voldoende gezonde weefsel rondom de tumor aanwezig is," zegt Rowan Timmermans, CTO en co-founder van SPCTR. Het apparaat werkt op basis van licht en beeld en gebruikt een AI-model dat een ‘optische vingerafdruk’ van het weefsel maakt. In tegenstelling tot bestaande oplossingen is er geen extra zorgpersoneel, zoals een patholoog of radioloog, nodig voor de interpretatie in de operatiekamer en hoeft er geen contrastvloeistof of andere stof te worden ingespoten. Daarmee introduceert SPCTR een volledig nieuwe, niet-invasieve manier van intra-operatieve margeanalyse.

De investering van FTV zal de komende maanden gebruikt worden om de startup, opgericht in maart 2025, verder te ontwikkelen. Wido Heeman, CEO en founder van SPCTR: “We gebruiken deze investering van FTV voor drie kernactiviteiten: klinische validatie van prototypes, certificering van het apparaat en het productieklaar maken voor marktintroductie.” De start van de SPCTR-I studie vorige week, met de eerste geïncludeerde patiënt in het Borstcentrum Groningen en parallelle inclusie in het UMCU, markeert de overgang van preklinische ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing in de klinische praktijk. Naast FTV participeren een aantal angel-investeerders in deze investeringsronde.

Hilbrand van der Zee, investeringsmanager van FTV: "We investeren met vertrouwen in SPCTR. De kracht van deze innovatie zit in de eenvoud: een beproefde techniek in een nieuwe jas, gecombineerd met AI. Het team koppelt klinische expertise aan geavanceerde technologie, precies het soort innovatie dat wij graag versnellen."

"Het belangrijkste is het vertrouwen dat we krijgen van investeerders, chirurgen en patiënten," benadrukken Timmermans en Heeman. “De eerste patiënt data laat zien dat deze technologie klaar is voor de volgende stap: klinische impact in ziekenhuizen!”
Ambities

maandag 2 februari 2026

Sociale robot met AI heeft potentie voor patiënten en zorgverleners

Onderzoekers van de Universiteit Twente, MST en Politecnico di Milano hebben in een pilotstudie onderzocht of een GPT-gestuurde sociale robot patiënten kan ondersteunen met medische informatie in het ziekenhuis. De eerste resultaten zijn voorzichtig positief: patiënten en zorgverleners accepteren de technologie. Het onderzoek verkent vooral wat technisch, organisatorisch en ethisch haalbaar is.

De druk op de zorg neemt toe. Door personeelstekorten en een groeiende zorgvraag staat de toegankelijkheid van zorg onder spanning. Goede patiëntcommunicatie blijft essentieel, zeker bij chronische aandoeningen. Digitale technologie kan daarbij helpen, maar roept ook vragen op over betrouwbaarheid en vertrouwen.

In die context onderzochten wetenschappers van de Universiteit Twente samen met zorgprofessionals van Medisch Spectrum Twente of een GPT-gestuurde sociale robot patiënten kan informeren over hun aandoening en behandeling. Het gaat om een fysieke robot met een gezicht, mimiek en stem, die vragen beantwoordt in gesprek met de patiënt.

De studie laat zien dat die fysieke aanwezigheid door zowel patiënten als zorgverleners geaccepteerd werd. Patiënten ervoeren het gesprek als toegankelijk en prettig. “Maar dit is nadrukkelijk geen bewijs dat zorg beter wordt,” benadrukt hoofdonderzoeker Jan-Willem van ’t Klooster. “We hebben onderzocht of zo’n systeem kan functioneren in de praktijk, niet of het de zorg al verbetert.”

Het onderzoek begon met een labstudie, maar werd daarna getest in de dagelijkse praktijk van het ziekenhuis. In totaal spraken 21 patiënten met artrose en 7 zorgprofessionals met de robot. Zowel patiënten als zorgverleners beoordeelden de inzet positief op gebruiksgemak en acceptatie. Volgens Van ’t Klooster is dat belangrijk: “Acceptatie is een eerste stap. Daarna kun je onderzoeken of zo’n technologie ook echt bijdraagt aan betere informatievoorziening, therapietrouw of tijdswinst voor zorgverleners.”

Een cruciaal onderdeel van het onderzoek was de manier waarop AI werd ingezet. De GPT-technologie kreeg geen vrije toegang tot het internet, maar mocht uitsluitend informatie gebruiken van vooraf goedgekeurde, arts-gevalideerde medische websites. Zo wilden de onderzoekers het risico op foutieve of verzonnen antwoorden (hallucineren) beperken.

“Het debat gaat vaak over of je AI moet gebruiken in de zorg,” zegt Van ‘t Klooster. “Wij laten zien dat het vooral gaat om hoe je het inricht. Door duidelijke grenzen te stellen, houd je de regie bij zorgprofessionals.”

Het project was nadrukkelijk een teameffort, waarin expertise uit gedragswetenschappen en klinische praktijk samenkwam. Naast onderzoekers van de Universiteit Twente waren ook zorgverleners, ontwerpers en internationale partners betrokken. “Juist die samenwerking maakt dit soort onderzoek mogelijk”, zegt Van ’t Klooster. Vervolgonderzoek blijft nodig, onder meer naar kennisoverdracht en lange-termijngebruik. Een onderzoek naar het te hanteren taalniveau vindt op dit moment plaats.

donderdag 29 januari 2026

Ademruimte met algoritmes

Astma bij kinderen is onvoorspelbaar. Het ene moment rent een kind zorgeloos over het voetbalveld, het volgende moment is het te benauwd om mee te doen. Wat als een slim AI-model kan voorspellen wanneer het misgaat? In het MST bouwen onderzoekers aan PREVENT: een dashboard dat ouders en artsen helpt om astma-aanvallen voor te zijn.

Ongeveer 7% van de Nederlandse kinderen heeft astma en bij een deel van hen blijft de ziekte instabiel ondanks medicatie. Wanneer slaat het om? Welke factoren spelen mee? "Dat is voor ons als artsen soms ook lastig te doorgronden", zegt dr. Mattiènne van der Kamp, technisch geneeskundige bij MST, Reggeborgh Research Fellow en hoofdonderzoeker van het PREVENT-project.

PREVENT is een samenwerking tussen het MST, Ziekenhuisgroep Twente, het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (TechMed Centrum) en het bedrijf Evidencio. De Pioneers in Health Care-voucher maakte het mogelijk om het project op te starten en de AI-technieken te ontwikkelen.

“De huidige astmazorg sluit niet altijd goed aan bij het grillige karakter van de ziekte,” legt Van der Kamp uit. “Kinderen komen een paar keer per jaar op de poli, waar we vooral terugkijken: hoe ging het de afgelopen maanden? Maar astma komt in vlagen en tussen twee bezoeken door kan er van alles gebeuren.” Daarbij komt dat veel kinderen benauwdheid slecht aanvoelen, waardoor een verslechtering soms te laat wordt opgemerkt. De longfunctie kan dan al zo ver gedaald zijn dat een ziekenhuisopname nodig is.

donderdag 22 januari 2026

Slimme ring herkent migraine

Ultrahuman werkt samen met Click Therapeutics aan een nieuwe functie voor de Ultrahuman Ring Air die migraineaanvallen vroegtijdig kan signaleren. Dankzij de functie, genaamd Migraine PowerPlug, analyseert de software gezondheidsdata zoals slaapkwaliteit, hartslagvariatie, stressniveaus en beweging om afwijkingen te herkennen die kunnen duiden op een naderende migraineaanval. 

De slimme ring, weet Bright, hoeft zelf niet letterlijk pijn te voelen om je te waarschuwen: op basis van patronen in je fysiologische gegevens kan de functie voorspellen wanneer je mogelijk een aanval krijgt. Daarnaast geeft de tool ook inzicht in mogelijke triggers en tips om migraine te verminderen of te voorkomen. Click Therapeutics, een gespecialiseerde en medisch geaccrediteerde partij op het gebied van migraine‑software, werkt mee aan deze feature.  

Gebruikers van de Ultrahuman Ring Air moeten de migrainefunctie zelf activeren in de bijbehorende app; hij staat niet automatisch aan. Of de nieuwe migrainedetectie onderdeel wordt van de bestaande abonnementskosten of dat er een extra vergoeding voor gevraagd wordt, is nog niet duidelijk. Ter vergelijking: andere uitgebreide functies zoals ovulatie‑tracking of afwijkende hartritmes kosten bij Ultrahuman vaak rond de €40–€50 per jaar. 

De Ultrahuman Ring Air zelf heeft sensoren vergelijkbaar met die van smartwatches, maar volgens het bedrijf moet de slimme software het grote verschil maken wanneer het gaat om vroege signalering en preventie van migraine. 

woensdag 21 januari 2026

Arts en Zorg Groep verankert medische regie in digitale huisartsenzorg met CMIO-rol

Arts en Zorg Groep verankert medische regie in de digitale huisartsenzorg met de aanstelling van een CMIO (Chief Medical Information Officer). Huisarts Leontien Molenaar vervult als CMIO per direct de brugfunctie tussen IT, de medische staf en bestuur. Het doel van de functie is de digitalisering te sturen om zo de zorgkwaliteit en efficiëntie te verbeteren. De nieuwe functie past bij de ambities van de organisatie en het veranderende zorglandschap.

Digitale triage en AI-toepassingen vinden in hoog tempo hun weg naar de huisartspraktijk. De vraag die steeds urgenter wordt, is niet óf deze technologie wordt ingezet, maar wie medisch verantwoordelijk is voor de kwaliteit, veiligheid en samenhang ervan. Arts en Zorg Groep kiest expliciet voor die regie en introduceert de rol van Chief Medical Information Officer (CMIO). Arts en Zorg Groep heeft een hybride zorgmodel ontwikkeld waarin digitale en fysieke huisartsenzorg elkaar versterken. De CMIO-rol markeert een volgende fase in hybride huisartsenzorg en is ingericht om te voorkomen dat digitale zorg versnipperd raakt of los komt te staan van medische besluitvorming. De functie verbindt medische richtlijnen, werkprocessen en technologie, met als doel hybride zorg structureel betrouwbaar en werkbaar te maken.

“De sector beweegt snel, maar snelheid zonder medische regie is een risico,” zegt Amon van den Borg, CEO van Arts en Zorg Groep. “Digitale zorg vraagt om duidelijke keuzes: wat kan digitaal, wat moet fysiek en wie is waarvoor verantwoordelijk. Met de CMIO-rol borgen we dat die keuzes niet technisch, maar medisch worden gemaakt.” Molenaar werkte al als huisarts bij Arts en Zorg Groep op het moment dat zij werd betrokken bij digitaliseringsconcepten als Gezond.nl. Als CMIO werkt zij voor de hele organisatie. “Ik ben blij met mijn nieuwe rol”, zegt Molenaar. “Digitale innovatie is geen doel op zich, maar een middel om de eerstelijns zorg toekomstbestendig te maken. Mijn nieuwe rol, als schakel tussen IT en de huisartsenzorg, ervaar ik als supermooie uitdaging en behoorlijke verantwoordelijkheid.”

Volgens Molenaar staat de kwaliteit van zorg onder druk wanneer digitale oplossingen te snel worden ingevoerd zonder eenduidige kaders. “Hybride zorg werkt alleen als het medische proces leidend blijft. Mijn rol is om te zorgen dat digitale triage, consulten en patiëntstromen aansluiten op medische standaarden en dagelijkse praktijkvoering. Dat maakt zorg veiliger voor patiënten en haalbaarder voor huisartsen.” De nieuwe CMIO blijft actief als huisarts, zodat innovaties goed blijven aansluiten op de praktijk. 

dinsdag 20 januari 2026

Een stukje heup uit de 3D-printer


In het Anna Ziekenhuis in Geldrop ondergaat deze week voor het eerst een mens een nieuwe behandeling tegen heupdysplasie: een 3D-geprint opzetstuk dat de heupkom verdiept. De techniek is ontwikkeld door orthopedisch chirurg Bart van der Wal en dierenarts-chirurg Björn Meij, en werd tot nu toe alleen succesvol toegepast bij honden.

Heupdysplasie ontstaat doordat de heupkom te ondiep is, wat leidt tot instabiliteit, pijn en versnelde slijtage (artrose), vaak al op jonge leeftijd. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is de zogenoemde bekkenkanteling (Ganz-osteotomie), een effectieve maar zware operatie met lange revalidatie.

Het nieuwe implantaat, een op maat geprint opzetstuk op de bestaande heupkom, moet het gewricht stabieler maken zonder het bekken door te zagen. Het doel is vooral tijd winnen: slijtage afremmen en een volledige heupprothese mogelijk tientallen jaren uitstellen. Bij honden bleek het herstel veel sneller en minder belastend dan bij de traditionele operatie.

De ingreep bij mensen start nu als een safety study bij vijf jonge patiënten; de eerste is een 36-jarige man. Orthopeden zien het concept als veelbelovend, maar benadrukken voorzichtigheid: implantaten kunnen falen en de huidige bekkenkanteling blijft voorlopig de gouden standaard totdat er overtuigend bewijs is.

Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat heupdysplasie vaker voorkomt dan gedacht, ook bij adolescenten, en dat de aandoening bij jongvolwassenen vaak te laat wordt herkend. Vroege herkenning en betere diagnostiek blijven daarom cruciaal.

maandag 19 januari 2026

Eerste 3D-geprinte heupimplantaat geplaatst

Voor het eerst ter wereld is een op maat gemaakt, 3D-geprint heupimplantaat bij een mens geplaatst. Orthopedisch chirurg en heupspecialist Rintje Agricola voerde de operatie uit in het Anna Ziekenhuis in Geldrop, in samenwerking met het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Deze innovatieve techniek, die eerder succesvol werd toegepast bij honden, kan op termijn een zware operatie bij patiënten met heupdysplasie voorkomen.

Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom niet goed is gevormd, waardoor de heupkop minder stevig in het gewricht ligt. Dit kan leiden tot pijn, instabiliteit en beperkingen bij bewegen. Zonder behandeling ontstaat vaak vroegtijdige slijtage, waardoor een kunstheup op jonge leeftijd nodig kan zijn. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is een ingrijpende operatie waarbij het bekken rondom de heupkom deels wordt losgemaakt en opnieuw gepositioneerd. Deze ingreep vraagt een lange hersteltijd en heeft grote impact op het dagelijks leven.

De nieuwe behandeling is gebaseerd op inzichten uit de diergeneeskunde. Hoogleraar en Orthopedisch chirurg Bart van der Wal werkte eerder bij het UMC Utrecht, waar hij samen met hoogleraar diergeneeskunde Björn Meij ontdekte dat de aandoening bij honden sterk lijkt op dezelfde aandoening bij mensen. Bij honden met heupdysplasie bleek een op maat gemaakt, 3D-geprint implantaat veelbelovende resultaten te geven: sneller herstel, betere mobiliteit en minder pijn.

Deze ervaringen vormden de basis voor de vertaling naar mensen: een nieuwe behandeling met de zogeheten 3DHIP. In het Anna Ziekenhuis start nu een safety-trial, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en technische uitvoerbaarheid. De eerste operaties worden uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, waarbij de resultaten nauwgezet worden gevolgd.

Voor patiënten met heupdysplasie waarbij niet-operatieve behandelingen onvoldoende effect hebben, kan de nieuwe techniek op termijn mogelijk veel betekenen. Volgens Van der Wal en Agricola is het doel dan ook helder: “Met deze techniek hopen we patiënten een minder ingrijpende behandeling te bieden. Ons streven is om hun mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren, terwijl we de noodzaak van een kunstheup zo lang mogelijk uitstellen.” De behandeling is erop gericht de eigen heup te behouden, pijn te verminderen en slijtage af te remmen. Of en voor wie deze aanpak geschikt is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.


vrijdag 16 januari 2026

Gezondheidsapps: ook een uitkomst voor kwetsbare groepen?

Gezondheidsapps bieden kansen voor toegankelijke, laagdrempelige en kosteneffectieve zorg en preventie. Diezelfde digitalisering kan echter ook nieuwe ongelijkheden creëren. Leidt het niet tot digitale uitsluiting van kwetsbare groepen als mensen met een hogere leeftijd of met een migratieachtergrond? Gezondheidswetenschapper Tessi Hengst onderzocht het. Ze pleit ervoor meer oog te hebben voor de vaardigheden en houding van individuen. Dan kunnen ook mensen in een kwetsbare positie voordeel hebben van gezondheidsapps.

Tessi Hengst presenteert haar bevindingen in haar proefschrift 'Understanding the behavioral intention and use of digital health applications: Insights from individuals in a vulnerable position'. Op vrijdag 30 januari 2026 om 16.00 uur vindt de verdediging plaats aan de Open Universiteit in Heerlen.

Gezondheidsapps worden binnen en buiten zorginstellingen steeds vaker gebruikt om zorg te verlenen, te ondersteunen en gezondheid te bevorderen. Bij de toenemende digitalisering is er wel zorg om de 'kwetsbare groepen'. Onder andere mensen met beperkte vaardigheden, met een cultureel of taalkundig diverse achtergrond of met (geestelijke) gezondheidsproblemen lopen meer risico op digitale uitsluiting. Waar zij regelmatig een grotere zorgvraag blijken te hebben, ervaren zij ook drempels tot de traditionele en digitale zorg.

Tessi Hengst onderzocht in zeven studies het gebruik van gezondheidsapps bij 'kwetsbare' groepen. Denk aan mensen met een lage sociaaleconomische positie, COPD-patiënten, mensen met een niet-Westerse migratie-achtergrond en professionals. Het doel was om te achterhalen welke factoren hun gebruik van gezondheidsapps bevorderen of belemmeren.

Uit haar onderzoek blijkt dat de zogenaamde demografische factoren (leeftijd, opleiding, migratieachtergrond) niet zoveel zeggen over het al dan niet gebruiken van gezondheidsapps. Een belangrijkere rol spelen de zogenaamde psychosociale factoren. Dat zijn individuele kenmerken als verwacht nut, digitale vaardigheden, en houding tegenover digitale zorg. Ook de ondersteuning vanuit professionals of naasten doet mensen besluiten om een app wel of niet te gebruiken. Ze pleit er dan ook voor om af te stappen van het benoemen van gedefinieerde groepen en te kijken naar deze individuele kenmerken.

donderdag 15 januari 2026

AI-technologie van Philips helpt met voorspellen van gezondheid van PSV-spelers

PSV gaat als eerste Nederlandse voetbalclub gebruik maken van AI-technologie van Philips om aankomende overbelasting of infecties te voorspellen. De innovatie van het gezondheidstechnologiebedrijf dat bij PSV wordt getest is gebaseerd op een door Philips ontwikkeld en gepatenteerd algoritme (RATE algoritme) dat via gegevens uit wearables vroege signalen van (bovenste) luchtweginfecties kan herkennen. Traditionele sportdata gaan over wat er gebeurd is. Deze technologie richt zich op wat er gaat gebeuren.  
 
Philips en PSV passen deze technologie nu voor het eerst toe in een topsportomgeving om te onderzoeken hoe AI kan helpen om prestaties te verbeteren, blessures en infecties te voorkomen en herstel te optimaliseren. Virussen verspreiden zich in een topsportomgeving bijvoorbeeld sneller dan veel mensen denken. Besmettingen vinden bovendien vaak plaats voordat iemand klachten heeft: naar schatting gebeurt 40 tot 45 procent van de COVID-overdrachten in deze vroege, symptoomloze fase, en ook bij griep begint de besmettelijkheid meestal één tot twee dagen vóór de eerste symptomen. In sportteams kan de infectie zich daarom ongemerkt snel verspreiden.
 
“Wat we bij PSV doen, is een concreet voorbeeld van hoe AI de stap maakt van reactief naar voorspellend,” zegt Roy Jakobs, CEO van Koninklijke Philips. “Door subtiele veranderingen in het lichaam vroegtijdig te signaleren, kunnen we overbelasting en ziekte mogelijk vóór zijn. Dat is relevant voor topsport, maar ook voor de zorg. Vergelijkbare algoritmes passen we nu al toe in onze monitoringsoplossingen in ziekenhuizen, waar ze helpen om verslechtering van patiënten eerder te herkennen en IC-opnames mogelijk kunnen voorkomen. Deze samenwerking met PSV stelt ons in staat de technologie verder te ontwikkelen en uiteindelijk op grotere schaal betere zorg voor meer mensen mogelijk te maken.”
 
De samenwerking tussen Philips en PSV heeft als doel om PSV’s topsportklimaat te versterken met innovaties uit de gezondheidstechnologie. Zo gebruikte PSV als eerste voetbalclub in Nederland het mobiele echoapparaat van Philips, de Lumify, om triages te kunnen uitvoeren bij spelers.
 
Samen met PSV is een campagne ontwikkeld, waarin te zien is hoe PSV niet alleen strijd tegen de tegenstander op het veld voert, maar ook tegen infecties, die vaak onzichtbaar zijn. De campagne is bedoeld om de mogelijkheden te laten zien van algoritmes, data en AI bij het voorspellen van mogelijke gezondheidsrisico's bij spelers. De campagne is geproduceerd door Edelman en Blickfänger. 

woensdag 14 januari 2026

Nieuwe wearable maakt thuis meten van hartslag ongeboren baby comfortabeler

Een nieuwe draagbare technologie kan de manier waarop we ongeboren baby’s thuis monitoren aanzienlijk veranderen. Promovenda Yijing Zhang, faculteit Electrical Engineering, heeft een comfortabel en draagbaar kledingstuk ontwikkeld waarmee zwangere vrouwen de hartslag van hun baby kunnen meten zonder gel‑elektroden of direct huidcontact. De geïntegreerde droge elektroden werken door kleding heen, waardoor het meten eenvoudig is en geschikt voor dagelijks gebruik.

Tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde ze een draagbaar kledingstuk met meerdere geïntegreerde elektroden en speciale data-acquisitiehardware, gebouwd rond een op maat gemaakte geïntegreerde-chip. “Zwangere vrouwen kunnen de gel vermijden en dit kledingstuk zelfs over hun eigen kleding dragen om eenvoudig de hartslag van hun ongeboren kind te meten,” zegt ze. Zhang vergelijkt het gemak van het kledingstuk met de wearables (zoals smartwatches) die we tegenwoordig gebruiken om gezondheidsgegevens, zoals de hartslag, te meten.

Om ervoor te zorgen dat haar draagbare monitor net zo goed werkt als een traditionele sensor met gel, richtte Zhang haar onderzoek op het voorkomen van ruis tijdens de metingen. “De hartslag van een ongeboren kind is zwak, dus je wilt zo min mogelijk verstoring om deze goed te kunnen detecteren. De invloed van de ademhaling en beweging van de moeder is aanzienlijk groter bij deze draagbare droge sensoren. Traditionele sensoren zijn stabieler omdat er directer contact is tussen het meetapparaat en het lichaam.”

Niet alleen menselijke fysiologische reacties veroorzaken ruis; ook de elektroden en de elektronische schakelingen in Zhangs draagbare systeem beïnvloeden het meetproces. De promovenda onderzocht geavanceerde technieken om ruis uit deze bronnen te verminderen. Daarbij introduceerde ze innovatieve oplossingen, waaronder een hybride versterkerstructuur en een snelle resetmethode, om deze ruis effectief te minimaliseren.

Haar onderzoek wordt ondersteund door het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). In samenwerking met het Máxima Medisch Centrum (MMC) testte Zhang haar systeem bij meer dan tien zwangere vrouwen, met overtuigende resultaten. MMC gaf ook feedback op het materiaal dat gebruikt werd voor het draagbare kledingstuk.

dinsdag 13 januari 2026

Nieuw risicokapitaal voor veelbelovende medische technologie en gezondheidszorg startups

Nextgen Ventures start met Nextgen Ventures 3. Dit healthcare impactfonds richt zich op veelbelovende early-stage medtech- en healthtech-teams. Met een eerste closing van €28.5m zet het fonds in op technologie die bijdraagt aan betere gezondheid en betaalbare zorg in een sector waar innovatie hard nodig is.

Het veranderen van de gezondheidszorg is een grote uitdaging en – als het lukt – een prestatie die je als onderneming waarschijnlijk maar één keer meemaakt. Nextgen Ventures gaat voor dat unieke succes en zet in op de meest veelbelovende ideeën en ondernemers die de juiste oplossingen naar de markt brengen. Hierbij ondersteunt Nextgen Ventures hen met diepgaande marktkennis: expertise op het gebied van vergoedingsstructuren, kapitaalmarkten en het verbinden van financiering aan product- en marktstrategieën.

Eerdere investeringen tonen al een aantal bedrijven die baanbrekend zijn en (internationaal) significante impact realiseren. Zo haalde AMT Medical recent €22m euro op om hartchirurgie via ‘een sleutelgat’ mogelijk te maken. Hierdoor is het openmaken van een borstkas bij het plaatsen van een bypass onnodig. Ook levert Manometric 3D-geprinte braces dat tijdrovende handarbeid van schaars personeel bespaart en kwaliteit voor patiënten internationaal verhoogt. Een ander voorbeeld is Momo Medical dat op grote schaal efficiëntere nachtzorg binnen verpleeghuizen realiseert waardoor meer aandacht en rust voor bewoners en bij verzorgers bestaat. En zo zijn er nog meer voorbeelden van innovaties die over een aantal jaar niet meer weg te denken zijn.

De technologische mogelijkheden zijn groot: van AI-toepassingen en robotica tot genomics, 3D-printing en nieuwe materiaaltechnologie. Om deze technologie naar de markt te brengen, levert Nextgen Ventures startups het benodigde kapitaal en sectorspecifieke kennis om succesvol te worden. Ulrike Kostense (investment principal van InvestNL) zegt hierover:

“Veel medtech en digital health startups stranden vroegtijdig door een tekort aan gespecialiseerde investeerders die de risico’s en dynamiek van vroege medische innovaties goed begrijpen. Juist daarom zijn we blij met het derde fonds van Nextgen Ventures. Zij tonen aan dit specialisme te beheersen.”

vrijdag 9 januari 2026

Reuksmaakstoornis.nl lanceert Smellow, nieuwe app voor ondersteuning bij reuktraining

Patiëntenvereniging Reuksmaakstoornis.nl lanceert Smellow, een nieuwe gratis app die mensen met een reuk- en/of smaakstoornis ondersteunt bij reuktraining. De app helpt gebruikers om het oefenen vol te houden door structuur, houvast en motivatie te bieden in het dagelijks leven.

Reuktraining is een veelgebruikte methode om het reukvermogen te stimuleren, bijvoorbeeld na een virusinfectie zoals COVID-19 of bij andere oorzaken van reukverlies. In de praktijk blijkt het echter lastig om consequent te blijven oefenen en reuktraining echt onderdeel te maken van de dagelijkse routine. Smellow speelt in op die behoefte door reuktraining overzichtelijk en prettig te maken, en door te helpen bij het opbouwen van een vaste gewoonte.

Tim Harbers, bestuurslid van Reuksmaakstoornis.nl en nauw betrokken bij de ontwikkeling van de app: “Veel mensen beginnen gemotiveerd met reuktraining, maar lopen onderweg vast. Smellow is ontwikkeld om juist dat moment te ondersteunen: door structuur te bieden, focus aan te brengen en het oefenen beter vol te houden. De app is ontstaan vanuit de praktijk, samen met mensen die hier zelf dagelijks mee te maken hebben.”

Smellow is geen medisch hulpmiddel, maar een praktische trainingsapp. De app begeleidt gebruikers stap voor stap tijdens het ruiken, helpt om de aandacht erbij te houden en maakt het mogelijk om ervaringen direct vast te leggen. Met visuele ondersteuning, een ingebouwde timer en herinneringen ondersteunt Smellow het aanleren van een vaste oefenroutine. Daarnaast houdt de app de voortgang bij, zodat gebruikers overzicht houden en gemotiveerd blijven om regelmatig te oefenen.

Smellow is ontwikkeld op basis van ervaringen van mensen met een reukstoornis en in afstemming met medische inzichten. Reuksmaakstoornis.nl werkte hierbij samen met artsen en onderzoekers, en met digitaal bureau DTT, dat verantwoordelijk was voor de technische ontwikkeling van de app.
Naast ondersteuning bij het oefenen kan Smellow op termijn ook bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naar reukstoornissen, doordat gebruikers hun ervaringen en voortgang vastleggen. De patiëntenvereniging heeft geen commercieel belang bij het gebruik van de app; Smellow is ontwikkeld vanuit de wens om mensen met een reuk- en smaakstoornis zo goed mogelijk te ondersteunen.

Smellow is de opvolger van de eerdere Reuktraining.nl-app, die eveneens door Reuksmaakstoornis.nl is ontwikkeld en inmiddels niet meer beschikbaar is. De nieuwe app heeft een frisse, gebruiksvriendelijke opzet en een naam en uitstraling die ook internationaal toepasbaar zijn.

donderdag 8 januari 2026

OpenAI lanceert ChatGPT Health

OpenAI heeft een nieuwe functie gelanceerd genaamd ChatGPT Health, een speciale, privacy-gerichte omgeving binnen ChatGPT waar gebruikers terechtkunnen voor vragen over gezondheid en welzijn. 

Met deze functie kunnen gebruikers hun medische gegevens en wellness-apps koppelen om gepersonaliseerde antwoorden te krijgen die beter aansluiten op hun eigen situatie, terwijl de gesprekken apart en veilig worden opgeslagen. 

Volgens OpenAI is gezondheid al een van de meest voorkomende onderwerpen waarvoor mensen ChatGPT gebruiken, met wereldwijd meer dan 230 miljoen gezondheids- en welzijnsvragen per week. ChatGPT Health biedt een aparte ruimte waarin deze gesprekken plaatsvinden, zodat de context van je gezondheid niet zomaar terugkomt in gewone chats en je gevoelige informatie beschermd blijft.  

Gebruikers kunnen medische dossiers koppelen en gegevens uit wellnessapps zoals Apple Health, MyFitnessPal en Function gebruiken om bijvoorbeeld medische testresultaten te begrijpen, je voor te bereiden op doktersbezoeken of dieet- en trainingsadvies te krijgen. OpenAI benadrukt dat ChatGPT Health niet bedoeld is voor diagnoses of behandeling, maar om gebruikers te helpen beter geïnformeerd te zijn en gesprekken met zorgverleners te ondersteunen. 

De gesprekken binnen ChatGPT Health worden niet gebruikt om de AI-modellen te trainen, en de functie wordt eerst uitgerold naar een beperkte groep gebruikers met bepaalde abonnementen, met een bredere beschikbaarheid op web en iOS later gepland. 

woensdag 7 januari 2026

Draagbare gezondheidsapparaten kunnen tegen 2050 meer dan een miljoen ton elektronisch afval produceren

Op de CES 2026-beurs in Las Vegas tonen techbedrijven de nieuwste draagbare gezondheidsapparaten, zoals glucose- en bloeddrukmeters en fitnesstrackers. Wat daarbij minder aandacht krijgt, is de mogelijke enorme milieuimpact van deze apparaten.  

Een nieuwe studie van Cornell University en de University of Chicago laat zien dat de wereldwijde vraag naar gezondheids-wearables tegen 2050 kan groeien tot ongeveer 2 miljard apparaten per jaar — ruim 42 keer meer dan nu.  

Als de productie op deze schaal doorgaat zonder verandering in ontwerp en materiaalkeuze, zouden deze apparaten in totaal meer dan een miljoen ton elektronisch afval kunnen genereren, én ongeveer 100 miljoen ton CO₂-uitstoot veroorzaken over dezelfde periode.  

Opvallend in de studie is dat niet plastic, maar de printplaat (pcb) — het brein van het apparaat — verantwoordelijk is voor ongeveer 70% van de ecologische voetafdruk, vooral door de intensieve winning en productie van de benodigde elektronica.  

Een van de coauteurs schrijft dat kleine ontwerpkeuzes op grote schaal een groot verschil kunnen maken, iets om bij stil te staan bij al die nieuwe wearables op CES.