maandag 24 augustus 2026

Kan AI het gevoel van een chirurg leren?

Onderzoekers van HealthTech Nexus, een samenwerking tussen de Universiteit Twente en het Radboudumc, gaan onderzoeken of kunstmatige intelligentie (AI) kan leren wat ervaren chirurgen vaak op gevoel doen: inschatten hoeveel spanning er op weefsel staat tijdens een operatie. Als dat lukt, kan AI chirurgen helpen hun operatietechnieken verder te verbeteren en mogelijk complicaties verminderen.
 
Bij veel operaties wordt gebruikgemaakt van laparoscopische of robotische instrumenten. Deze ingrepen worden standaard vastgelegd op video. Chirurgische video's spelen een belangrijke rol bij de opleiding en beoordeling van chirurgen, maar het analyseren ervan kost veel tijd. ‘Een ervaren chirurg is ongeveer 45 minuten bezig met het beoordelen van een operatievideo’, vertelt dr. Frans van Workum, gastro-intestinaal chirurg in het Radboudumc en het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis. ‘Tegelijkertijd wordt er jaarlijks in Nederland meer dan 100.000 uur aan chirurgische video's geproduceerd.’

AI-systemen kunnen inmiddels al verschillende aspecten van operaties analyseren, zoals de duur van bepaalde operatiestappen, het aantal onnodige instrumentbewegingen en de mate van bloedverlies. De beoordelingen van deze systemen komen vaak goed overeen met die van ervaren chirurgen.

Toch ontbreekt nog een cruciaal onderdeel: het inschatten van weefselspanning. Tijdens een operatie trekken chirurgen weefsel uit elkaar om nauwkeurig te kunnen werken. Het correct beoordelen van de spanning die daarbij ontstaat, is essentieel om schade aan omliggend weefsel te voorkomen.

Het onderzoek richt zich op de vraag of AI-modellen weefselspanning kunnen afleiden uit operatievideo's. Daarbij wordt gekeken naar factoren zoals de mate waarin weefsel wordt uitgerekt, welke instrumenten worden gebruikt en hoe deze bewegen tijdens verschillende fasen van een operatie.

De onderzoekers kiezen daarbij bewust voor zogenoemde white-box AI-modellen. Deze modellen zijn transparant in hun besluitvorming, waardoor chirurgen kunnen zien hoe het systeem tot een bepaalde conclusie komt en of die logisch is.
 
Het project bevindt zich nog in een vroege fase. In eerste instantie zullen 35 chirurgen video's van rectale kankeroperaties beschikbaar stellen. De AI-systemen worden vervolgens gebruikt om specifieke onderdelen van deze operaties te analyseren. De onderzoekers willen uiteindelijk vaststellen of AI de uitgevoerde ingrepen even goed, of mogelijk zelfs beter, kan beoordelen dan menselijke experts.
Als dat lukt, kan dat veel tijd besparen bij het evalueren van operaties. Daarnaast biedt het mogelijkheden om operatietechnieken objectief met elkaar te vergelijken en verder te verfijnen.
‘Feedback helpt je in elk vak om beter te worden", aldus Van Workum. "Als AI ons na een operatie waardevolle feedback kan geven en we daardoor onze werkwijze zelfs maar met vijf procent kunnen verbeteren, dan kan dat al een groot verschil maken voor de dagelijkse chirurgische praktijk en voor de zorg voor patiënten.’

donderdag 20 augustus 2026

Medische dronevluchten tussen Meppel en Zwolle verlengd tot medio 2027

Voor het eerst in Nederland zijn gedurende een jaar medische dronevluchten uitgevoerd tussen twee ziekenhuislocaties. Na meer dan 800 uitgevoerde vluchten tussen Isala Meppel en Isala Zwolle wordt de pilot verlengd tot medio 2027. 

De proef heeft waardevolle inzichten opgeleverd in het vervoer van medische goederen per drone en in de veilige integratie van deze vluchten in het Nederlandse luchtruim. De betrokken partijen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ANWB, Isala, KPN en LVNL, zetten zich de komende periode in voor verdere ontwikkeling en onderzoek binnen het traject Meppel - Zwolle. De opgedane kennis wordt gebruikt voor de verdere ontwikkeling van een landelijk dronenetwerk, waarin medisch dronegebruik breder toepasbaar wordt.

Tijdens het eerste testjaar vervoerden de ANWB-drones verschillende medische goederen, waaronder paracetamol, gekoelde medicatie en bloedmonsters. Ook werd onderzocht hoe vervoer per drone aansluit op de bestaande ziekenhuisprocessen en of de kwaliteit van de medische goederen tijdens het transport behouden blijft.

De resultaten laten zien dat vervoer per medische drone geen relevante invloed heeft op de kwaliteit van de onderzochte geneesmiddelen. Ook de eerste resultaten van het onderzoek naar bloedmonsters laten zien dat transport per drone in de basis geen relevante invloed heeft op de kwaliteit van het monstermateriaal. Daarmee bevestigt de pilot de potentie van drones als betrouwbare aanvulling op bestaande logistieke processen in de zorg.

De operationele data laten zien dat vooral harde wind een beperkende factor vormt voor de inzet van drones. Hierdoor moesten op sommige dagen vluchten worden uitgesteld of geannuleerd. Ook werd ervaring opgedaan met technische aandachtspunten.

Een belangrijk doel van de pilot is het uitvoerig testen met zogenoemde Beyond Visual Line of Sight (BVLOS)-vluchten, waarbij de drone buiten het zicht van de piloot opereert. Deze vluchten vinden plaats in een luchtruim dat ook wordt gebruikt door onder meer trauma- en politiehelikopters, recreatieve luchtvaart, defensie en andere drone-operators.

De pilot laat zien dat medische dronevluchten veilig kunnen plaatsvinden in een zogeheten corridor tussen de twee ziekenhuislocaties. De opgedane ervaringen helpen om de pilot uit te breiden met als doel een veilige integratie bemande en onbemande luchtvaart dat perspectief biedt voor landelijke opschaling van onder meer medische dronevluchten in het drukke Nederlandse luchtruim, mits passende regelgeving zorgt voor zichtbaarheid van luchtvaartuigen en duidelijke voorrangregels.

De route tussen Meppel en Zwolle heeft zich ontwikkeld tot een belangrijke testomgeving voor medisch dronevervoer in Nederland. Op de route wordt onder meer getest met elektronische zichtbaarheid, detectiesystemen, transponders en radarintegratie. De opgedane kennis geven de betrokken partijen waardevolle inzichten en dragen bij aan de ontwikkeling van toekomstige regelgeving, operationele procedures en technologische oplossingen voor bredere en grootschalige inzet van drones in Nederland.

Met de verlenging van de pilot tot medio 2027 zetten het ministerie van IenW, ANWB, Isala, KPN en LVNL een volgende stap richting een toekomst waarin medische goederen snel, betrouwbaar en veilig door de lucht kunnen worden vervoerd.

In de verlengde pilot wordt het onderzoek onder meer uitgebreid naar een bredere toepassing van dronevervoer voor verschillende vormen van laboratoriumdiagnostiek, patiëntgroepen en farmaceutische producten. De ervaringen die tussen Meppel en Zwolle worden opgedaan, vormen daarmee een belangrijke basis voor toekomstige dronecorridors en een landelijk medisch dronenetwerk.

maandag 17 augustus 2026

Robot boort voor het eerst door echt hersenweefsel

Onderzoekers van de Universiteit Twente en het Radboudumc hebben een piepklein, schroefvormig robotje door echt hersenweefsel gestuurd, met alleen een magneet buiten het lichaam. De test vond plaats in schapenhersenen in het lab. Het team ontwikkelde een model dat precies voorspelt wanneer zo’n robot de controle verliest: een stap richting het behandelen van beroertes en tumoren diep in de hersenen, zonder open operatie.

Diepgelegen hersenletsels, bloedstolsels na een beroerte, tumoren en vaatafwijkingen zijn vaak lastig te bereiken zonder de schedel te openen. Het onderzoeksteam ziet een andere route voor zich: een robot die via de bloedbaan naar de juiste plek reist, daar door de vaatwand boort en vervolgens doorboort tot in het hersenweefsel, om het letsel rechtstreeks te bereiken.

Een magneet buiten het lichaam laat het robotje ronddraaien, waardoor het zich als een schroef naar voren boort. Draait de magneet sneller, dan gaat het robotje ook sneller, tot een bepaald punt. Voorbij dat punt, de zogeheten step-outfrequentie, kan het robotje het tempo niet meer bijhouden. Het glipt weg, valt stil, of beweegt onvoorspelbaar. De onderzoekers kunnen dat moment nu voorspellen met een nieuw model.

De onderzoekers bouwden hun model met de Buckingham Pi-theorie, een methode die een complex natuurkundig probleem terugbrengt tot een handvol dimensieloze getallen. Die combineert de afmeting van de robot, de sterkte van de magneet en de stevigheid van het weefsel in één formule. Dat kantelpunt hangt af van hoe stevig het omliggende weefsel is. In zacht weefsel hield het robotje het tempo van de magneet bij tot ongeveer 30 omwentelingen per seconde. In het stevigste weefsel dat is getest, zakte dat naar minder dan één omwenteling per seconde.

Zodra het model is geijkt met één meting in weefsel met een bekende stevigheid, voorspelt het hoe datzelfde robotontwerp zich gedraagt in elk ander weefsel, zonder verdere testen. Het team valideerde het model op vier robotontwerpen in gelatine, en vervolgens in echt schapenhersenweefsel. Zonder bloedstroom bleef de robot gelijke tred houden met de magneet tot ongeveer 1,8 omwentelingen per seconde. Zodra er bloed door de vaten werd gepompt, wat een levend brein nabootst, zakte die grens onder de 0,45 omwentelingen per seconde. Het weefsel stond onder druk en bood meer weerstand.

Het robotje boorde met 0,2 millimeter per seconde het hersenweefsel in. Achteruit volgde het zijn eigen kanaal weer naar buiten, met 2,9 millimeter per seconde: een stuk sneller, omdat het geen nieuw pad meer hoefde te boren. Met camera’s die in realtime meekeken, werd hetzelfde robotontwerp ook naar specifieke doelen gestuurd in een zacht gelmodel van de hersenen. Het robotje bereikte deze doelen in sommige gevallen met een nauwkeurigheid van minder dan een millimeter.

dinsdag 4 augustus 2026

Privacyrisico’s bij menstruatieapps

Als je je menstruatiecyclus bijhoudt in een app, deel je zeer gevoelige informatie. Terwijl vaak onduidelijk is wat zo’n app daarmee doet of met wie deze gegevens worden gedeeld. Het gaat om zeer intieme gegevens zoals wanneer je seks hebt gehad, of je zwanger bent of dat je een miskraam hebt gehad. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) roept op terughoudend te zijn met het delen van gevoelige informatie en sluit onderzoek naar dit soort apps niet uit.
 
Bijna een kwart van de Nederlandse vrouwen gebruikt een cyclusapp of vruchtbaarheidsapp, zo blijkt uit onderzoek. Met deze apps kunnen zij hun menstruatiecyclus of zwangerschap bijhouden, door bijvoorbeeld in te vullen wanneer zij ongesteld zijn geworden, welke hormonale klachten zij ervaren en wanneer zij seks hebben. De apps geven inzicht in het verloop van de cyclus en geven bijvoorbeeld aan wanneer een ovulatie kan plaatsvinden.
 
Deze apps verzamelen een grote hoeveelheid zeer persoonlijke gegevens. Het gaat om bijzondere persoonsgegevens, die volgens de wet extra beschermd moeten worden. De apps mogen deze gegevens in principe niet verzamelen, behalve wanneer iemand daarvoor bijvoorbeeld uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.
 
In de praktijk is niet duidelijk of de apps deze informatie met bijvoorbeeld advertentiepartners delen en of gebruikers daarover goed zijn geïnformeerd. De AP adviseert te controleren waarvoor je toestemming geeft als je de app installeert. Is de informatie onduidelijk of is er bijvoorbeeld geen mogelijkheid om het delen van gegevens af te wijzen, deel dan geen informatie die je privé wil houden.
 

dinsdag 28 juli 2026

Nederlandse zorg kan zich geen uitstel meer veroorloven

HLTH Europe 2026 bracht duizenden zorgprofessionals, bestuurders en technologiebedrijven samen in Amsterdam. De gesprekken die er het meest toe deden, gingen niet over wat AI kan. Ze gingen over wat er nodig is om AI in de zorg daadwerkelijk te laten werken: veilig, verantwoord en op schaal.
 
Een paar jaar geleden draaide het centrale debat rond AI in de zorg om de vraag of het er überhaupt thuishoorde. Op HLTH Europe 2026 was dat debat voorbij. De vraag is nu: hoe. Hoe implementeer je AI op een verantwoorde manier? Hoe meet je de klinische waarde? En hoe bouw je de governancestructuren die adoptie duurzaam maken?
 
Europese zorgsystemen bewegen in verschillende tempo's. Maar de richting is consistent: governance, klinische verantwoordelijkheid en regelgevende compliance worden randvoorwaarden voor AI-adoptie, geen bijzaak.
 
Nederland heeft sterke fundamenten, een vertrouwde huisartsenzorg, geavanceerde digitale zorginfrastructuur en een cultuur van zorgvuldige, op bewijs gebaseerde innovatie. Maar diezelfde zorgvuldige cultuur kan een reden worden om te wachten in plaats van een kader om verantwoord te handelen. Het risico is niet dat de Nederlandse zorg AI te snel adopteert. Het risico is dat ze zo lang wacht dat de beslissingen al elders zijn genomen.
 
Een van de duidelijkste thema's op HLTH Europe was de rol van Europese regelgeving bij de inrichting van klinische AI. Waar sommigen de EU MDR-vereisten en datagegevensbeschermingsverplichtingen als weerstand zagen, beschouwden de zorgorganisaties die het verst zijn ze anders: als de basis die vertrouwen mogelijk maakt.
 
AI-tools die niet aan Europese regelgevingseisen kunnen voldoen, trekken zich al terug uit Europese markten. Het verschil tussen AI-tools die zijn ontworpen voor algemeen gebruik en tools die specifiek zijn gebouwd voor klinische omgevingen, wordt steeds moeilijker te negeren,
 
Voor Nederlandse zorgorganisaties die AI evalueren, biedt dit zowel duidelijkheid als urgentie. De vraag is niet langer welk AI-hulpmiddel het meest indrukwekkend is. Het is welke hulpmiddelen onafhankelijk zijn beoordeeld, klinische verantwoordelijkheid kunnen aantonen en op de markt blijven naarmate de regelgeving strenger wordt.
 
Het derde thema op HLTH Europe was het meest praktisch: in de hele Europese zorg blijft de kloof tussen AI-adoptie en AI-implementatie groot. Inkoopbeslissingen worden genomen. Pilots worden uitgevoerd. Maar volledige integratie in de dagelijkse klinische werkprocessen, aansluiting op bestaande systemen, ondersteuning van klinische goedkeuringsprocessen, werken over specialismen heen, blijft de moeilijkere uitdaging.
 
Wat duidelijk werd in Amsterdam is dat de organisaties die de meeste vooruitgang boeken, degenen zijn die begonnen met de workflow in plaats van de technologie. AI die de documentatielast vermindert, levert alleen waarde wanneer het in het consult past zoals dat werkelijk verloopt, niet zoals het is ontworpen in een productroadmap.
 
Voor Nederlandse zorgprofessionals betekent dit dat de juiste vraag aan elke AI-aanbieder niet is wat de technologie theoretisch kan, maar wat het verandert in de praktijk. Op een dinsdagmiddag in een huisartsenpraktijk in Rotterdam of op een zaalronde in Utrecht.

dinsdag 14 juli 2026

Robot helpt bij haartransplantaties

Je hoeft straks misschien niet meer naar Turkije af te reizen voor een haartransplantatie. De nieuwe HAIRO-robot van Puncture Robotic belooft de ingreep nauwkeuriger en efficiënter te maken en kan chirurgen tijdens verschillende stappen van de behandeling ondersteunen.

HAIRO werd onlangs gepresenteerd tijdens het 14e World Congress for Hair Research in Seoul. Het systeem combineert kunstmatige intelligentie (AI), computer vision en robotica om zowel de voorbereiding als de uitvoering van een haartransplantatie te ondersteunen. Zo analyseert de robot het haar en de hoofdhuid, brengt haarverlies in kaart, maakt visuele simulaties van het verwachte eindresultaat en helpt bij het oogsten van haarfollikels. Daarnaast kan het systeem verschillende structuren van haarfollikels herkennen en de conditie van de hoofdhuid beoordelen.

Volgens de ontwikkelaars kan HAIRO haarfollikels met meerdere haren detecteren, die belangrijk zijn voor een vollere haardichtheid. De robot zou ongeveer 95 procent van deze meervoudige folliculaire eenheden kunnen extraheren. Met naalden van 0,7 tot 1 millimeter verwerkt het systeem tot 2.400 haarfollikels per uur. Dankzij stereocamera’s van 20 megapixel kunnen follikels met een nauwkeurigheid van 0,1 millimeter worden gelokaliseerd, waardoor schade aan de omliggende huid zoveel mogelijk wordt beperkt.

HAIRO vervangt de chirurg overigens niet. De arts blijft verantwoordelijk voor het behandelplan, het ontwerp van de haarlijn en alle medische beslissingen. De robot fungeert uitsluitend als geavanceerd hulpmiddel tijdens de behandeling.

Er wordt inmiddels gewerkt aan een verbeterde versie van HAIRO die ook lange haren kan oogsten zonder dat het volledige donorgebied hoeft te worden geschoren. Dat zou een groot voordeel zijn voor patiënten, omdat de behandeling minder zichtbaar is en zij sneller hun dagelijkse activiteiten kunnen hervatten.

Voordat HAIRO op grote schaal kan worden ingezet, moet het systeem nog goedkeuring krijgen van toezichthouders, onder meer in de Verenigde Staten en Europa.

maandag 13 juli 2026

Garmin zet volgende stap met schermloze Cirqa-tracker

Garmin lijkt zich op te maken voor de introductie van de Cirqa, een fitnesstracker zonder scherm. Nadat de merknaam eerder al in de Verenigde Staten werd vastgelegd, is deze inmiddels ook geregistreerd in Europa, het Verenigd Koninkrijk en Canada. De registratiedocumenten geven bovendien een eerste indruk van de functies die het apparaat moet krijgen.

Volgens de omschrijving is de Cirqa bedoeld voor het verzamelen en analyseren van verschillende lichaamsgegevens, zoals fysiologische signalen en bewegingsinformatie. Opvallend is dat Garmin ook spreekt over het monitoren van herstel na zowel fysieke als emotionele stress. Die laatste mogelijkheid onderscheidt het apparaat mogelijk van bestaande schermloze trackers van andere fabrikanten.

Om emotionele stress te kunnen meten, zou aanvullende hardware nodig zijn, zoals een extra elektrode. Als dat inderdaad het geval is, kan Garmin zich met de Cirqa nadrukkelijker richten op gebruikers die meer inzicht willen in hun gezondheid en herstel dan alleen via een optische hartslagsensor.

Dat de introductie dichterbij lijkt te komen, blijkt ook uit recente aanpassingen in Garmin Connect. De software bevat inmiddels ondersteuning voor een schermloos apparaat, wat erop wijst dat de benodigde infrastructuur grotendeels gereed is.

De handelsmerkregistraties werden eind februari in de Verenigde Staten ingediend, gevolgd door Canada in juni en kort daarna Europa en het Verenigd Koninkrijk. Hoewel Garmin zelf nog geen officiële aankondiging heeft gedaan, wijzen deze stappen erop dat een lancering mogelijk niet lang meer op zich laat wachten.

Over de prijs bestaat nog onduidelijkheid, maar geruchten spreken van een bedrag tussen de 300 en 500 euro. Daarmee zou de Cirqa aanzienlijk duurder zijn dan concurrerende schermloze trackers. Om dat prijsverschil te rechtvaardigen, zal Garmin waarschijnlijk inzetten op uitgebreidere gezondheidsfuncties, nauwkeurigere sportregistratie en een langere accuduur.

vrijdag 3 juli 2026

Twente bouwt aan ziekenhuis van de toekomst

De Nederlandse zorg staat onder druk door een groeiende zorgvraag en een aanhoudend tekort aan zorgprofessionals. Om de zorg ook in de toekomst toegankelijk en betaalbaar te houden, investeren Twente Board en regionale partners gezamenlijk ruim €3 miljoen in het programma Ziekenhuis van de Toekomst. Daarmee zet Twente een belangrijke stap in de ontwikkeling én toepassing van medische technologie die de zorg slimmer, efficiënter en patiëntgerichter maakt.

Twente kent een sterke traditie op het gebied van medische technologie. Zorginstellingen, kennisinstellingen en technologiebedrijven werken er al jaren nauw samen aan innovatieve oplossingen. Met deze investering verschuift de focus van ontwikkelen naar daadwerkelijk toepassen en opschalen van innovaties in de dagelijkse zorgpraktijk.

“Twente heeft alles in huis om dé regio te zijn waar de zorg van morgen ontstaat én in de praktijk wordt gebracht,” zegt Ank Bijleveld-Schouten, voorzitter van Twente Board. “Daarom investeren we niet alleen in nieuwe technologie, maar vooral in samenwerking en opschaling. Alleen zo zorgen we ervoor dat innovaties daadwerkelijk bijdragen aan betere zorg én versterken we tegelijkertijd de economische kracht van Nederland.”

In het ziekenhuis van de toekomst verandert de manier waarop zorg wordt georganiseerd. Diagnoses kunnen sneller worden gesteld, patiënten worden vaker thuis gemonitord en bezoeken het ziekenhuis alleen wanneer dat echt noodzakelijk is. Zorg verschuift daarmee steeds meer naar de thuissituatie, digitale toepassingen en zorglocaties in de wijk. Hierdoor ontstaat meer ruimte in het ziekenhuis voor complexe behandelingen en persoonlijk contact.

Twente heeft daarbij een ambitieuze doelstelling: richting 2050 de productiviteit in de zorg met een factor tien verhogen door slimme inzet van medische technologie. Zo kan de toenemende zorgvraag worden opgevangen, ondanks de groeiende schaarste aan zorgpersoneel.

“Het ziekenhuis van de toekomst is een hightech centrum voor de meest specialistische zorg, waar we doen wat alleen daar kan,” zegt Miriam Vollenbroek, bestuurder van MST. “De rest organiseren we zo dicht mogelijk bij de patiënt, ondersteund door slimme technologie en data. Het ziekenhuis van de toekomst is daarmee niet alleen een gebouw, maar vooral een nieuwe manier van organiseren, met blijvende ruimte voor kwaliteit en persoonlijke aandacht.”

Binnen het programma worden bestaande medische innovaties versneld ingevoerd en opgeschaald. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën, vernieuwende zorgprocessen en toekomstbestendige verdienmodellen.

“Met onze expertise op het gebied van medische technologie brengen we samen met regionale partners innovaties sneller naar de zorgpraktijk,” zegt Remke Burie, algemeen directeur van het TechMed Centre van de Universiteit Twente. “De combinatie van onderzoek, onderwijs, zorg en bedrijfsleven maakt het mogelijk om oplossingen niet alleen te ontwikkelen, maar ook daadwerkelijk toe te passen.”

De samenwerking levert niet alleen maatschappelijke winst op, maar versterkt ook de regionale economie. Twente biedt bedrijven een unieke omgeving waarin innovaties samen met zorgprofessionals kunnen worden ontwikkeld, getest, gevalideerd en opgeschaald.

“De zorg blijft alleen toegankelijk als we haar fundamenteel anders organiseren en technologie sneller naar de praktijk brengen,” zegt Marco Workel, algemeen directeur van FME. “Het Ziekenhuis van de Toekomst laat zien dat innovatie pas echt waarde krijgt wanneer deze breed wordt toegepast. In Twente komen zorg, wetenschap, technologiebedrijven en maakindustrie samen om oplossingen te ontwikkelen, te valideren en op te schalen. Daarmee kan de regio uitgroeien tot een voorbeeld voor Nederland én Europa.”

De initiatiefnemers kiezen bewust niet voor losse pilots, maar voor een structurele aanpak die leidt tot blijvende verandering in de zorg. Twente zet daarmee de eerste stap en nodigt andere regio’s uit om zich aan te sluiten bij dezelfde maatschappelijke opgave.

Het programma Ziekenhuis van de Toekomst is een initiatief van Twente Board, Medisch Spectrum Twente (MST), de Universiteit Twente (TechMed Centre) en FME. Samen met Saxion, ROC van Twente, ZGT, Demcon en Teledyne werken zij aan de ontwikkeling, toepassing en opschaling van medische technologie.

Twente Board investeert via de Regio Deal en de Agenda voor Twente ruim €1,45 miljoen. Samen met de bijdragen van de overige partners leidt dit tot een gezamenlijke regionale investering van ruim €3 miljoen.

dinsdag 30 juni 2026

Thuiszorg West Brabant werkt 30.000 dossiers weg met robotisering en bespaart 4.500 uur administratie

Het afsluiten van cliëntdossiers klinkt als een administratief detail, maar blijkt in de praktijk een structureel knelpunt binnen de zorg. Veel zorgorganisaties werken met tienduizenden cliëntdossiers in het Elektronisch Cliëntendossier (ECD). Wanneer een cliënt de zorg verlaat na herstel, doorverwijzing of overlijden, moet het dossier volledig en correct worden afgesloten. Door personeelstekorten, hoge werkdruk en versnipperde processen blijven dossiers echter regelmatig langer openstaan dan toegestaan of worden deze niet volledig afgesloten. Uit een praktijkcase van Yarado blijkt dat het automatiseren van de cliëntafsluiting dit probleem aanzienlijk kan verkleinen: Thuiszorg West-Brabant (TWB) wist een grote administratieve achterstand weg te werken en bespaarde daarmee tot wel 4.500 uur aan administratief werk.

Bij TWB werd door middel van automatisering meer dan 30.000 cliëntdossiers weggewerkt. Hierbij werden meerdere interventies ingezet, waaronder het tijdig en volledig afsluiten van dossiers. Dit resulteerde in een besparing van 4.500 administratieve uren en meer dan één miljoen handmatige handelingen, zonder extra inzet van personeel.

"Het afsluiten van cliëntdossiers is een typische routineklus die ontzettend tijdrovend is", vertelt Rick Bastiaanse, Informatie Architect bij TWB. "We willen onze collega’s van de afdeling Cliënt & Service hiermee zo min mogelijk belasten. Hun expertise en kennis zijn namelijk veel harder nodig voor andere taken. Omdat het afsluiten van dossiers een proces is met veel stappen, ligt een menselijke fout bovendien snel op de loer. Samen met Yarado hebben we alle processtappen in kaart gebracht en dit succesvol overgedragen aan een digitale collega, genaamd STACII."

In ECD-systemen is cliëntafsluiting geen enkele handeling, maar een ketenproces. Een dossier is pas echt afgesloten wanneer onder meer zorglegitimaties zijn beëindigd, locaties zijn gesloten, behandelrelaties zijn verwerkt en het dossier gesloten is. In de praktijk gebeurt dit vaak handmatig, verspreid over verschillende schermen en afhankelijk van organisatie- en cliëntspecifieke regels. Het gevolg: dossiers die te laat of onvolledig worden afgesloten. Dat brengt risico’s met zich mee voor de informatiehuishouding en compliance met privacywetgeving. Daarnaast leidt het tot extra kosten. Een cliënt die administratief actief is maar feitelijk inactief, kost een organisatie gemiddeld tien euro per maand. Bovendien kost het afsluiten van één cliëntdossier gemiddeld zeven tot tien minuten. Op organisatieniveau betekent dat al snel een structurele belasting van ongeveer een halve fte aan administratieve capaciteit.

woensdag 24 juni 2026

Limburgse ziekenhuizen versnellen inzet van AI met gezamenlijke readiness scan

Limburgse ziekenhuizen bouwen samen aan een zorgsector waarin AI en data bijdragen aan het duurzaam opvangen van personeelstekorten. Om AI daarin een structurele rol te geven, zijn de Health AI & Data Alliantie Limburg en Pacmed gestart met een gezamenlijke AI Readiness Scan in meerdere Limburgse ziekenhuizen. De scan brengt niet alleen per ziekenhuis in kaart wat nodig is om AI succesvol in te zetten en op te schalen, maar vooral ook wat we van elkaar kunnen leren en hoe we elkaars sterktes benutten. Het resultaat: een aanpak waarmee AI structureel bijdraagt aan toegankelijke zorg en die ook landelijk toepasbaar is.

De Health AI & Data Alliantie Limburg werkt aan een zorgsector waarin AI en data zorgprofessionals ondersteunen in hun dagelijks werk. Door slimmer om te gaan met administratie, zorglogistiek en diagnostiek is er meer tijd voor de patiënt. De alliantie is een samenwerking tussen het Maastricht UMC+, Laurentius Ziekenhuis, Maastro, SJG Weert, VieCuri Medisch Centrum, Zuyderland Medisch Centrum, gefaciliteerd door de Brightlands Smart Services Campus, gericht op de praktische implementatie en borging van AI in de zorg.

De AI Readiness Scan analyseert de essentiële bekwaamheden voor opschaling van AI: strategie en governance, IT- en datafundament, compliance en privacy, verandercapaciteit en draagvlak bij zorgverleners en bestuurders. De deelnemende ziekenhuizen ronden de scans deze zomer af.

De gezamenlijke aanpak binnen de alliantie levert meer op dan losse, individuele scans. Ziekenhuizen delen kennis, herkennen gedeelde knelpunten en werken toe naar een duidelijke rolverdeling. Dat voorkomt versnippering en versnelt de stappen die de meeste impact hebben.

Limburg heeft de ambitie om toe te werken naar een door AI-ondersteunde zorgsector. De alliantie is daarmee de eerste provinciebrede AI-samenwerking in de Nederlandse zorgsector. Door kennis, data en inzichten te bundelen ontstaat een aanpak die verder reikt dan de regio: een model dat ook elders in Nederland toepasbaar is en wildgroei en fragmentatie voorkomt. Zo draagt Limburg bij aan betaalbare, toekomstbestendige zorg voor iedereen.

dinsdag 16 juni 2026

In NanoMedNL denken patiënten, artsen, bedrijven en regelgevers vanaf het begin mee over de ontwikkeling van nanomedicijnen

Door patiënten, burgers, artsen, bedrijven en regelgevers vanaf het begin actief te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe nanomedicijnen, sluiten deze beter aan bij de behoeften van de betrokkenen. Dat vergroot de kans dat ze daadwerkelijk gebruikt gaan worden door patiënten. 

Onlangs ging het project NanoMedNL officieel van start, waarbinnen negentien partners hun krachten bundelen om te werken aan een nieuwe generatie nanomedicijnen. Tijdens de startbijeenkomst werden de aanwezigen alvast uitgedaagd om zich in de schoenen van andere partijen te plaatsen.

Binnen NanoMedNL werken onderzoekers aan de ontwikkeling van vier verschillende nieuwe nanomedicijnen, twee gericht op kanker, en twee op gentherapie. Maar volgens coördinator en Utrechtse hoogleraar Enrico Mastrobattista is de wetenschap niet het belangrijkste waar het binnen het project om draait. “Ik heb er vertrouwen in dat het met het wetenschappelijke deel wel goed komt,” vertelde hij tijdens zijn inleidende presentatie. “Het belangrijkste onderdeel van NanoMedNL is het betrekken van de verschillende partijen.”

Nieuwe medicijnen halen lang niet altijd de patiënt. Soms sluiten ze onvoldoende aan bij de behoeften van gebruikers, zijn ze te duur of lopen ze vast op regelgeving en vergoeding. “We willen in een vroeg stadium kunnen identificeren welke knelpunten er bij verschillende partijen spelen, want dan kun je er echt iets mee doen,” geeft Utrechtse hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon aan.

Nanomedicijnen maken gebruik van hele kleine deeltjes (nanodeeltjes), bijvoorbeeld minuscule vetbolletjes. Deze nanodeeltjes bevatten medicijnen of, in het geval van gentherapie, genetisch materiaal zoals DNA of RNA. De nanodeeltjes kunnen zo ontworpen worden dat ze hun inhoud op het juiste moment op de juiste plek in het lichaam afleveren. Daardoor kunnen ze gerichter werken dan andere medicijnen en voor minder bijwerkingen zorgen.

maandag 15 juni 2026

Patiënt ziet toekomstig gezicht na huidoperatie

Om met AI te voorspellen hoe een gezicht eruit gaat zien na een huidkankeroperatie, verzamelt PhD’er Tim d’Hondt de juiste data. Met die data kan een reconstructie worden gemaakt die patiënten helpt beslissen over de juiste behandeling.

Plastisch chirurg Maarten Hoogbergen van het Catharina Ziekenhuis werkt aan AI die patiënten straks helpt bij het maken van keuzes na een huidkankeroperatie in het gezicht. Tim d’Hondt, PhD bij de onderzoeksgroep Data Mining and AI van de faculteit Mathematics & Computer Science (M&CS), onderzocht in dit onderzoeksproject hoe data die AI gebruikt het beste kan worden verzameld. “We staan echt aan het begin”, zegt Hoogbergen. “Dit is de investeringsfase.”

Stel: je krijgt huidkanker in je gezicht. De tumor moet worden weggehaald. Daarna blijft er een wond achter die hersteld moet worden. Voor de ene patiënt is een zo mooi mogelijk resultaat het belangrijkst. Voor de ander telt vooral snel herstel of zo min mogelijk extra operaties.

Precies daar wil plastisch chirurg Maarten Hoogbergen in de toekomst AI voor inzetten. Niet om de keuze van de arts over te nemen, maar om het gesprek tussen patiënt en arts te ondersteunen. Welke behandeling past medisch gezien? En welke uitkomst past bij de kwaliteit van leven die deze patiënt wenst?

Voor Tim d’Hondt een kans om zijn kennis in de praktijk toe te passen. “Als we voldoende data verzamelen, kunnen we toekomstige patiënten via verschillende modellen laten zien hoe hun gezicht na de operatie er mogelijk uit zal zien. En daarmee kunnen ze meebeslissen over de behandelingskeuze. Het is voor hen dan geen blackbox meer.”

Het ultieme doel is om patiënten in de toekomst twee soorten voorspellingen voor te schotelen: één voorspelling van tevredenheid bij een behandelingskeuze, gegeven demografische eigenschappen van de patient, zijn of haar voorkeuren, de locatie van de wond etc. “Dat noemen we ook wel het tevredenheidsmodel”, ligt d’Hondt toe. En daarnaast een visuele voorspelling van het gezicht, die uit een AI-model komt dat vele honderden foto's van eerdere operaties en bijbehorende resultaten heeft gezien.

Wie nu in behandeling is, ziet nog geen kant-en-klare AI-tool op het bureau liggen. En dat is precies het punt. “De patiënt merkt nu vooral dat hij gegevens aanlevert”, zegt Hoogbergen. “Vragenlijsten invult, foto’s laat maken en toestemming geeft. We zijn bezig met het verzamelen van de juiste data. Dat is nodig om straks goede voorspellingen te kunnen doen.”

AI klinkt vaak als iets magisch: een slim systeem dat in een paar seconden antwoord geeft. Maar voordat zo’n systeem veilig en betrouwbaar kan helpen in de zorg, moet er veel werk gebeuren dat minder spectaculair klinkt. In feite is het Catharina Ziekenhuis nu vooral bezig met het leggen van de leidingen: gegevens verzamelen, processen goed inrichten en ervoor zorgen dat patiëntinformatie veilig en bruikbaar wordt vastgelegd.

Samen met masterstudente Industrial Design Blom van der Toom werkte d’Hondt het afgelopen jaar aan het volledig in kaart brengen van het zorgproces voor patiënten met huidkanker in het gezicht. Om zo vast te stellen waar welke data wordt verzameld en gebruikt. Vragen die daarbij horen: Wanneer krijgt de patiënt informatie? Wanneer wordt toestemming gevraagd? Wanneer worden foto’s gemaakt? Wanneer vult iemand de vragenlijst in? En hoe zorgen we ervoor dat al die informatie op de juiste plek terechtkomt?

“Dat moet je goed regelen,” zegt Hoogbergen. “Je wilt niet dat zorgverleners steeds opnieuw moeten bedenken welk formulier nodig is of welke stap nog moet gebeuren. Het proces moet zo zijn ingericht dat de patiënt goed geïnformeerd is en dat we op een veilige manier betrouwbare data verzamelen.” Die data bestaan onder meer uit medische foto’s. Patiënten worden op vaste momenten gefotografeerd: vóór de ingreep, na de reconstructie en bij controle. Ook vullen zij de FACE-Q Skin Cancer in, een vragenlijst die meet hoe patiënten hun uiterlijk, herstel en kwaliteit van leven ervaren.

vrijdag 12 juni 2026

Thuismonitoring kan jaarlijks 350.000 ziekenhuisopnames voorkomen

Nederland kan jaarlijks ruim 350.000 ziekenhuisopnames en bijna 500.000 consulten voorkomen als thuismonitoring breed wordt ingezet. Juist nu de personeelstekorten in de zorg verder toenemen, groeit deze vorm van digitale zorg uit van experiment naar noodzakelijke oplossing. Toch blijft grootschalige toepassing achter door gebrek aan regie, passende bekostiging en soepele gegevensuitwisseling, blijkt uit een analyse van ING Research.

“We blijven praten over personeelstekorten, maar hier ligt een concreet deel van de oplossing,” zegt Jan Willem Spijkman, sectorbanker Healthcare bij ING. “De techniek werkt en de voordelen zijn bewezen. Wat ontbreekt, is de stap van losse initiatieven naar landelijke standaard. Zolang die uitblijft, laten we capaciteit liggen die de zorg hard nodig heeft.”

Thuismonitoring biedt patiënten potentieel meer comfort en gemak en minder stress, reistijd en reiskosten. Vooral voor minder mobiele personen of voor patiënten die op grote afstand van een ziekenhuis wonen kan dit heel waardevol zijn. Ouderen hebben er bij uitstek profijt van, doordat voor hen de risico’s van infectie en acute verwardheid bij een ziekenhuisbezoek groter zijn. Door continu te meten kunnen artsen beter onderbouwde besluiten nemen en sneller ingrijpen bij verslechtering. Bovendien vergroot de actieve rol van de patiënt de betrokkenheid en therapietrouw.

Van pilot naar structurele zorgcapaciteit
Thuismonitoring maakt het mogelijk om patiënten thuis te volgen via metingen en digitale contactmomenten. Hierdoor hoeven zij alleen naar het ziekenhuis te komen als dat echt nodig is. Dat bespaart niet alleen tijd en kosten, maar vermindert ook druk op zorgpersoneel. Voor veel patiënten betekent dit meer comfort en minder belasting. Vooral ouderen en minder mobiele patiënten profiteren, omdat zij minder risico lopen op complicaties door ziekenhuisbezoeken. Tegelijk krijgen artsen continu inzicht in de gezondheid van patiënten, waardoor zij sneller kunnen ingrijpen bij verslechtering.

Voor ziekenhuizen zijn de belangrijkste voordelen het vrijspelen van personeel en het effectiever maken van behandelingen. Doordat patiënten alleen naar het ziekenhuis komen als metingen of klachten daar aanleiding toe geven, daalt het gemiddelde aantal consulten en opnames per patiënt. Op die manier kan thuismonitoring de capaciteit vergroten, waardoor ziekenhuizen meer patiënten kunnen behandelen. Daarnaast is de groeiende stroom aan monitoringsdata een belangrijke bron voor patiëntanalyses en medisch onderzoek die inzicht bieden in de manier waarop ziekenhuizen hun zorg effectiever kunnen vormgeven.

Volgens expertinterviews is uiteindelijk grofweg de helft van de ziekenhuiszorg geschikt voor hybride zorg met thuismonitoring, van chronische aandoeningen zoals COPD en diabetes tot kortdurende nazorg na een ingreep. Naar verwachting kan en wil ongeveer de helft van deze patiënten hiervan gebruikmaken, waardoor circa 25% van alle ziekenhuispatiënten in aanmerking komt. Een analyse van 35 wetenschappelijke studies laat zien dat thuismonitoring ziekenhuisopnames gemiddeld met 50% en consulten met 35% vermindert. Als alle geschikte patiënten deelnemen en nieuwe zorgpaden vergelijkbare resultaten opleveren, kan het aantal opnames in Nederland met ruim 350.000 en het aantal consulten met bijna 500.000 per jaar dalen. Voor de hele EU loopt die potentiële besparing op tot 6,5 miljoen opnames en 23 miljoen consulten.

Groeispurt door combinatie van factoren
Nederland zet de laatste jaren grote stappen in thuismonitoring dankzij vijf aanjagers: opgebouwde ervaring, de opschaling van landelijke medische servicecentra, stimulering door zorgverzekeraars, grote personeelsschaarste en ruim €2 miljard aan overheidsmiddelen voor zorginnovatie. Die impuls versnelde ook de groei van landelijk werkende servicecentra, die patiëntdata continu monitoren en bij afwijkende waarden snel contact opnemen met het ziekenhuis. Die schaalvergroting verhoogt de efficiëntie en kwaliteit, doordat vaste kosten over meer deelnemers worden verdeeld en meer data beschikbaar komen voor onderzoek.

In 2025 zette ruim een kwart van de medisch-specialisten en verpleegkundigen in Nederland thuismonitoring in, gemiddeld bij 22% van hun patiënten. Op basis van gegevens van een grote zorgverzekeraar ging het in 2024 naar schatting om circa 80.000 patiënten. Dat aantal groeit snel: tussen begin 2023 en eind 2024 verdubbelde de deelname en bij aanhoudende groei passeert Nederland in 2026 de grens van 150.000 ziekenhuispatiënten met thuismonitoring. Vooral in regio’s met grote personeelstekorten wordt snel opgeschaald. Zorgverzekeraars stimuleren deze ontwikkeling vanwege de positieve zorguitkomsten en doelmatigheid, terwijl de rijksoverheid voor 2027 en 2028 €600 miljoen aan extra doorbraakmiddelen uittrekt voor digitale vernieuwingen, waaronder thuismonitoring.

Snelle opschaling van thuismonitoring begint met een heldere strategie van ziekenhuisbestuurders en voldoende draagkracht en schaal om de kosten te dragen, investeringen rendabel te maken en personeel goed te ondersteunen. Door de relatief kleine schaal van veel ziekenhuizen is samenwerking daarbij vaak noodzakelijk. Beleidsmakers kunnen de uitrol vervolgens vooral versnellen via drie knoppen: meer centrale regie om standaarden en hybride zorgpaden af te dwingen, stimulerende bekostiging om investeringen en omzetprikkels beter te ondervangen, en soepelere gegevensuitwisseling zodat zorgverleners beschikken over een actueel en compleet patiëntbeeld. Juist op deze drie punten is in Nederland nog veel winst te boeken.

donderdag 11 juni 2026

OurMind haalt €2,1 miljoen op om overbelaste zorg tegen te gaan

Ziekenhuizen zien AI als noodzakelijke stap om de zorg toegankelijk te houden en uitval van personeel te voorkomen. 

Tegen die achtergrond haalt AI-platform OurMind 2,1 miljoen euro op om de groeiende vraag vanuit ziekenhuizen bij te kunnen benen. Impact-investeerder 4impact capital fungeert als lead investor, waarbij ook een groep huisartsen en medisch specialisten een aanzienlijke bijdrage levert.

De zorgvraag stijgt terwijl het aantal zorgverleners juist afneemt en (over)belasting van zorgverleners toeneemt. Hierdoor neemt ook het werkplezier van zorgpersoneel af. “Deze investering maakt dat we kunnen opschalen en ons platform kunnen uitbreiden om zo te kunnen voldoen aan de vraag vanuit ziekenhuizen”, zegt OurMind-oprichter Paul Koning, zelf voormalig orthopeed. “Uiteindelijk gaat het niet over AI, maar over de vraag hoe we met dezelfde mensen goede zorg kunnen blijven leveren.”

Volgens zorgverleners is versnelling hard nodig om de toenemende druk op de zorg het hoofd te bieden. Momenteel werkt één op de zeven Nederlanders in de zorg, terwijl de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verwacht dat dit in 2040 kan oplopen tot één op de vier werkenden.

OurMind ontwikkelde AI-software die gesprekken tijdens consulten automatisch omzet in medische verslaglegging. Inmiddels maken meer dan 300 huisartsenpraktijken en 14 ziekenhuizen gebruik van het platform, dat met deze investering wordt uitgebreid met toepassingen voor onder meer spreekuurvoorbereiding, administratieve ondersteuning en patiëntcommunicatie. 

Voor 4impact capital, dat investeert in softwarebedrijven rond maatschappelijke thema’s als energie, duurzaamheid en digitalisering, is het de eerste keer dat het kiest voor een healthtech-bedrijf. “AI in de zorg is de fase van nieuwsgierigheid voorbij”, zegt partner Victor Straatman van 4impact.

dinsdag 9 juni 2026

Data-analyse leidt tot betere geestelijke gezondheidszorg

De geestelijke gezondheidszorg staat onder druk. Steeds meer mensen zoeken hulp in een complex zorglandschap, terwijl personeel en middelen schaars zijn. De psychiatrische ziekenhuizen uit de provincie Antwerpen, de Universiteit Antwerpen en spin-off NSX lanceren daarom iPSYcare. Die unieke databank bundelt en analyseert bestaande zorgdata op een slimme manier. Het doel: betere inzichten, betere beslissingen en dus betere zorg.

Psychiatrische ziekenhuizen gebruiken patiëntendossiers vandaag vooral om de individuele zorg van één patiënt op te volgen. Dat blijft uiteraard essentieel. Maar in duizenden dossiers zit ook een bredere schat aan informatie: over zorgtrajecten, knelpunten, heropnames, resultaten en noden van patiëntengroepen.

Met iPSYcare – voluit Improved PSYchiatric Care And Research – willen de vijf psychiatrische ziekenhuizen uit de provincie Antwerpen die kennis zichtbaar maken. Het gaat om een samenwerking tussen Bethanië Geestelijke Gezondheid, UPC Duffel, OPZ Geel, Zorggroep Multiversum en ZAS. NSX, een spin-off van UAntwerpen, levert de software. Een stuurgroep staat in voor de coördinatie en analyse van de data.

De psychiatrische ziekenhuizen beschikken over heel wat info. Databank iPSYcare maakt het mogelijk die efficiënter te gebruiken.

iPSYcare brengt routinematig geregistreerde zorgdata op een veilige en niet-identificeerbare manier samen. Zo kunnen zorgverleners, onderzoekers en beleidsmakers leren uit wat vandaag al in de praktijk gebeurt, zonder extra administratieve last voor medewerkers, patiënten of hun naasten.

De databank moet bijdragen aan een meer proactieve, rechtvaardige en efficiënte geestelijke gezondheidszorg. iPSYcare kan bijvoorbeeld helpen om zorgtrajecten beter te begrijpen, wachttijden en doorstroming in kaart te brengen, risicogroepen sneller te detecteren (bv. patiënten met een hoog risico op heropname) en beleidskeuzes beter te evalueren. Ook wetenschappelijk onderzoek naar psychische problemen en behandeling krijgt hierdoor een stevige impuls.

“Die schat aan informatie zat al in onze zorgpraktijk,” zeggen de partners. “Met iPSYcare kunnen we ze nu veilig en doelgericht gebruiken om de zorg te verbeteren.”

vrijdag 15 mei 2026

Hoe AI de diagnostiek van epilepsie verandert

Onderzoekers van de Universiteit Twente en Medisch Spectrum Twente hebben AI-software ontwikkeld die de beoordeling van 24-uurs EEG’s bij verdenking op epilepsie terugbrengt van uren naar minuten. Daarmee kunnen langere en betrouwbaardere hersenmetingen vaker worden ingezet in de diagnostiek.

Ongeveer één procent van de bevolking heeft epilepsie, maar een diagnose stellen is niet altijd eenvoudig. Na een eerste aanval begint het diagnostisch traject, waarin het elektroencefalogram (EEG) een centrale rol speelt. Hiermee wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten. Het EEG kan specifieke afwijkingen laten zien die passen bij epilepsie.

Een routine-EEG duurt ongeveer twintig minuten, maar langere registraties – 24 uur of meer – leveren veel betrouwbaardere informatie. Dat laatste heeft dan ook de voorkeur, maar het kost veel tijd om dit visueel te beoordelen: voor een 24-uursopname soms wel drie uur.

‘De abnormale gebeurtenissen waarnaar we zoeken, de zogenaamde interictale epileptiforme ontladingen, zijn in wezen de elektrische handtekeningen van epilepsie. Ze zijn doorgaans vrij kort, rond de 100-300 milliseconden, en komen vaak slechts zelden voor, soms maar vijf of tien keer in een opname van 24 uur. Het is alsof je een speld in een hooiberg zoekt’, zegt Michel van Putten, neuroloog en klinisch neurofysioloog bij Medisch Spectrum Twente. ‘Je weet dat er mogelijk abnormale hersenactiviteit is, maar je weet niet wanneer en waar: je moet dus de hele opname bekijken.’

Samen met Maryam Amir Haeri, universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, werkt Van Putten aan twee nauw met elkaar verbonden projecten om deze realiteit te veranderen: AI4EPI en ALICE. Hun onderzoek maakt gebruik van kunstmatige intelligentie om experts te ondersteunen bij EEG-diagnostiek voor epilepsie en het proces sneller en efficiënter te maken.

De samenwerking tussen Amir Haeri en Van Putten begon met AI4EPI: het gebruik van machine learning-technieken om EEG-registraties te analyseren en segmenten te detecteren met mogelijk epileptiforme activiteit. In plaats van urenlang data van begin tot eind te bekijken, kunnen artsen direct focussen op de meest relevante momenten. Van Putten: ‘Daar komt de expert in beeld om te controleren of het inderdaad afwijkende activiteit is. Dit bespaart enorm veel tijd: in plaats van drie uur data te bekijken, duurt het nu nog maar tien tot vijftien minuten.’

Tijdens dit project besloten Amir Haeri en Van Putten een stap verder te gaan met een nieuw project. ‘Toen we samenwerkten, kwamen we op het idee van ALICE’, voegt Amir Haeri toe. ‘Een AI-assistent in het ziekenhuis die uitlegt welke afwijkingen er in de hersenregistratie worden gedetecteerd, wat de oorzaak zou kunnen zijn en wat de meest waarschijnlijke diagnose is.’ Beide systemen zijn ontworpen als digitale assistenten; de uiteindelijke beoordeling blijft bij de medisch expert.

Een eerste generatie van het AI4EPI-systeem wordt al gebruikt onder andere in het MST. Van Putten: ‘Deze eerste generatie is een vervolg op een promotieproject van een UT-student. Dat heeft ons enorm geholpen om met deze Pioneers in Health Care (PIHC)-projecten te beginnen. Het is een logische uitbreiding en dankzij de PIHC-vouchers hebben we deze AI-systemen verder kunnen ontwikkelen.’

De feedback van gebruikers is heel positief. De beoordelingstijd gaat vaak van uren naar minuten. ‘De volgende stap is om te kijken hoe goed ALICE haar werk doet bij het uitleggen van de bevindingen en het ondersteunen van diagnostische beslissingen.’

Voor patiënten is de potentiële impact aanzienlijk. Snellere beoordeling betekent eerdere diagnoses, minder onzekerheid en vroegere behandelbeslissingen. ‘Ik zie veel patiënten na een eerste aanval. Daarna begint het diagnostische proces: ‘Is het epilepsie of niet?’ zegt Van Putten. ‘We weten ook dat EEG-registraties langer dan 20 minuten diagnostisch veel beter zijn. Een EEG van 24 uur of zelfs langer zou ideaal zijn, maar die zijn erg tijdrovend om op de traditionele manier te beoordelen en worden daarom weinig gebruikt. Met AI4EPI wordt dit nu praktisch haalbaar.’

Op de langere termijn zou AI-ondersteunde EEG-analyse ook de toegang tot diagnostiek kunnen verbeteren in regio's waar ervaren specialisten schaars zijn. ‘In Nederland hebben we een geweldige gezondheidszorg’, zegt Van Putten. ‘Maar wereldwijd zijn er veel plaatsen waar EEG's worden opgenomen, maar niet altijd optimaal kunnen worden beoordeeld vanwege een gebrek aan experts. Onze software kan helpen die kloof te overbruggen.’

De projecten zijn succesvol dankzij de combinatie van expertise. Van Putten brengt tientallen jaren klinische ervaring mee en toegang tot grote EEG-datasets, verzameld in de dagelijkse zorg. Amir Haeri draagt bij met een sterke achtergrond in machine learning en AI-systemen, met veel ervaring in diverse toepassingen in de gezondheidszorg.

‘We zijn niet helemaal vanaf nul begonnen; we hadden al meerdere vergelijkbare projecten lopen. Dat was een groot voordeel voor beide PIHC-projecten AI4EPI en ALICE. Data is meestal het grootste probleem in AI in de gezondheidszorg. Dankzij de vooruitziende blik van Michel kunnen we gebruikmaken van een unieke EEG-database die al ruim 15 jaar systematisch wordt opgebouwd, zegt Amir Haeri.

Om AI-modellen te trainen zijn grote hoeveelheden data nodig, die voor de zogenoemde 'supervised learning' gelabeld moeten zijn. Dit betekent dat experts normale en afwijkende hersenactiviteit moeten markeren. ‘Dat annoteren kost veel tijd’, legt Amir Haeri uit. ‘Daarom hebben we voor AI4EPI ook unsupervised benaderingen onderzocht. Hierbij leert het systeem patronen en abnormale hersenactiviteit herkennen met minimale handmatige labeling.’

Nu de eerste generatie van het AI4EPI-systeem geleidelijk wordt geïmplementeerd in de Nederlandse gezondheidszorg, is de visie voor de komende jaren ambitieus. Van Putten: ‘Ik hoop dat we over drie tot vijf jaar algoritmes hebben die een biologische verklaring geven voor de EEG-bevindingen, gecombineerd met klinische gegevens, zodat we nog meer inzicht krijgen in de specifieke oorzaken van epilepsie. De visuele beoordeling, die nu nog de standaard is, wordt niet overbodig gemaakt, maar juist ondersteund. De menselijke expert blijft de uiteindelijke interpretatie doen. Misschien kan het zelfs gebruikt worden om epileptische aanvallen te voorspellen. Zelfs als we niet alle aanvallen kunnen voorkomen, zouden patiënten enorm geholpen zijn als we ze wél kunnen voorspellen.’

Amir Haeri verwacht dat het AI-model in de toekomst ook geschikt zal zijn voor andere diagnoses. ‘Uiteindelijk zie ik de potentie van een basis EEG-model dat gebruikt kan worden om verschillende ziekten of aandoeningen te diagnosticeren.’ Van Putten voegt eraan toe: ‘Bijvoorbeeld bij neurodegeneratieve aandoeningen of ontwikkelingsstoornissen, om er maar een paar te noemen.’

Om dat te bereiken, heeft het team meer financiering, data en samenwerking met verschillende ziekenhuizen en artsen nodig. ‘Een toegewijde promovendus die hier fulltime aan kan werken zou ideaal zijn’, zegt Van Putten. ‘Dat zou ons in staat stellen de volgende grote stappen te zetten.’

woensdag 13 mei 2026

Ditto haalt 7,6 miljoen op voor de Europese expansie

Ditto heeft 7,6 miljoen opgehaald voor de Europese expansie. De investeringsronde wordt geleid door Heal Capital, met deelname van Optiverder en Rubio Impact Ventures.

Een gesprek met een arts duurt kort en bij heftig nieuws schakelt het brein voor een deel uit. Wat overblijft is onzekerheid: patiënten die thuis niet kunnen navertellen wat er speelt, familieleden die niet weten hoe ze kunnen helpen. Ditto is de eerste app die dit probleem oplost vanuit de behoefte van een patiënt met behulp van AI. Patiënten krijgen met behulp van de Ditto-app meer regie, duidelijkheid en grip op hun zorgtraject, terwijl zorgverleners minder tijd hoeven te besteden aan herhaling en vervolgvragen.

De patiënt neemt het gesprek op met de Ditto-app, of maakt een foto van een doktersbrief. Binnen enkele minuten verschijnt een heldere samenvatting die desgewenst vertaald wordt in het Engels, Turks of Arabisch. De samenvatting is rustig terug te lezen en veilig te delen met familie, zonder centrale opslag van gegevens.

Bijna honderdduizend mensen hebben de app sinds de lancering vorige zomer gedownload. De Patiëntenfederatie omarmt het initiatief, en zorgverzekeraar Menzis beveelt Ditto als eerste aan bij al zijn verzekerden. Eind april won Ditto nog de Nationale Zorginnovatieprijs 2026.

De investering van vandaag gaat naar Europese uitbreiding en naar nieuwe functionaliteiten om de patiënt en zijn omgeving te ondersteunen: van de juiste vragen vóór het consult tot een visueel zorgtraject dat patiënt én familie meeneemt.

dinsdag 12 mei 2026

Pulse4all versnelt Europese uitrol na AFM-goedkeuring

Pulse4all B.V., het snel groeiende sociale-impactbedrijf dat levensreddende AED's toegankelijk maakt voor particulieren en het MKB via een all-in abonnementsmodel, heeft groen licht gekregen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voor de uitgifte van obligaties. Met de daarmee aangetrokken middelen financiert Pulse4all de verdere Europese uitrol van zijn volledig ontzorgende AED-concept. Voorafgaand aan de AFM-goedkeuring investeerden al meer dan 200 partijen een totaalbedrag van €20 miljoen in het bedrijf.

Jaarlijks krijgen meer dan 450.000 mensen in Europa een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Slechts 1 op de 10 overleeft dit. Met snelle toegang tot altijd werkende AED's kan dat overlevingspercentage stijgen naar 70%. Het is de missie van Pulse4all om goed werkende AED's beschikbaar te maken voor iedereen, door het aanbieden van betaalbare en betrouwbare AED's met een volledig ontzorgend abonnementsmodel.

Door middel van een full-service abonnementsmodel maakt Pulse4all AED's toegankelijk voor particulieren en het MKB. In deze AED-as-a-service propositie zijn onderhoud, tijdige vervanging van elektroden en accu's volledig geïntegreerd. Dit zorgt ervoor dat de AED niet alleen aanwezig is, maar ook werkt op het moment dat iedere seconde telt.

"Onze missie is simpel: niemand zou onnodig mogen sterven omdat er geen AED of geen goed werkende AED in de buurt is," zegt Peter Houtzagers, oprichter en CEO van Pulse4all. "De techniek is volwassen, maar de echte uitdaging is beschikbaarheid en betrouwbaarheid. Met deze financiering investeren we in wat echt levens redt: meer AED's op de juiste plekken, met een model dat plaatsing, onderhoud en vervanging regelt zodat de AED altijd werkt."
Over Pulse4all Pulse4all is op dit moment actief in vijf Europese landen en maakt AED's toegankelijk via een full-service abonnementsmodel inclusief onderhoud en vervanging. 

maandag 11 mei 2026

De robotpinguïn die endoscopie optioneel maakt

Onderzoekers van het TechMed Centrum van de Universiteit Twente hebben een slokbare zachte robot gebouwd die maagsap afneemt en de zuurgraad in real time meet. De robot bevat geen batterij, chip of andere elektronica. Zorgverleners sturen hem met een magneet die je in je hand vasthoudt terwijl hij op zijn buik door de maag glijdt, als een pinguïn. De onderzoekers publiceerden hun werk vandaag in Science Advances.

Elk jaar krijgen miljoenen mensen wereldwijd te horen dat ze een endoscopie nodig hebben. Een arts voert een camera op een slang door de keel om te zien wat er aan de hand is. Het is onprettig, en in grote delen van de wereld simpelweg niet beschikbaar. De zachte robot SeroTab is gebouwd om daar verandering in te brengen. Een arts stuurt hem met een magneet die tegen de huid wordt gehouden. Een standaard echoscanner leest het resultaat van buiten het lichaam af. De hele procedure kan in minder dan twintig minuten plaatsvinden, bij een huisartsenpraktijk of kliniek.

SeroTab bevat een gel die opzwelt zodra die in contact komt met maagzuur. Speciale schijfjes in de gel maken die zwelling meetbaar met een standaard echoscanner, van buiten het lichaam. Geen slang door de keel nodig.

Het apparaat kan ook een maagsapmonster afnemen. Een pulsje van een radiogolf activeert een klein pompje in SeroTab, dat vloeistof in een interne kamer trekt. Die kamer wordt na de procedure teruggehaald en naar een lab gestuurd voor analyse.

Een magneet die je in je hand vasthoudt brengt SeroTab naar de juiste plek. Magnetische deeltjes in het apparaat reageren op de magneet die tegen de huid van de patiënt wordt gehouden. Het apparaat buigt licht en glijdt langs de maagwand. “De lichte buiging en de manier van bewegen zijn geïnspireerd op een pinguïn die op zijn buik glijdt”, zegt Venkat Kalpathy Venkiteswaran, corresponding author van de publicatie.

Het apparaat is getest in diermodellen. De onderzoekers mikken op een diagnostisch hulpmiddel voor de kliniek. Toekomstige versies zouden bloedingen kunnen detecteren of temperatuur kunnen meten. Voor patiënten die momenteel geen alternatief hebben voor een endoscopie, is dat een wezenlijke verbetering.

donderdag 7 mei 2026

Eerste AI-valdetectie woningen voor ouderen van start in Nederland

De vergrijzing in Nederland neemt steeds meer toe. Naar verwachting stijgt het aandeel 65-plussers tot 24,4% in 2035 en bereikt de vergrijzing rond 2040 een piek van circa 25,1% (bron: CBS). Dit betekent ook dat ouderen steeds langer zelfstandig thuis blijven wonen en er oplossingen nodig zijn om een veilige woonomgeving te creëren. 

In het kader daarvan zal op woensdag 13 mei de officiële livegang van de pilot met de eerste AI-valdetectie woningen in Nederland plaats vinden, die gerealiseerd zijn in de gemeente Waalre. De doelgroep zijn ouderen die langer veilig zelfstandig thuis willen wonen en een verhoogd risico op vallen hebben. Als iemand op latere leeftijd in de eigen woning valt, is het namelijk essentieel voor medisch herstel dat iemand zo snel mogelijk wordt gevonden en geholpen. 

Deze AI-valdetectieapparatuur van Kepler Vision Technologies wordt al in verzorgings- en verpleeghuizen ingezet, maar nog nergens wordt dit toegepast in de thuissituatie. Waalre is hiermee dus de eerste gemeente in Nederland waarbij WeConnect als hoofdfinancier en verbinder het project met de verschillende betrokken partijen mogelijk maakt.

Voor deze pilot zijn er tien deelnemers van Leefsamen in Waalre voorzien van valdetectieapparatuur met AI-valdetectiesoftware van Kepler Vision Technologies. Leefsamen zorgt ervoor dat via hun alarmeringssysteem naasten direct een melding krijgen via een app, zodat er snel hulp kan worden geboden. De techniek is met behulp van deze partners en Connectie Brainport zo opgebouwd dat deze schaalbaar gemaakt kan worden in Noord-Brabant en daarbuiten. Daarnaast zorgt Stichting Wonen Welzijn Zorg Waalre als vertegenwoordiger voor draagvlak binnen de gemeenschap en de gemeente Waalre. De technologie is inmiddels volledig operationeel en dit wordt momenteel in de praktijk getest bij de eerste gebruikers.

WeConnect faciliteert met hun glasvezelnetwerk innovaties die ergens anders nog niet van de grond komen om onder andere ontwikkelingen op het gebied van zorg binnen de Brainportregio te versnellen. De pilot is bedoeld om de techniek in een thuissituatie te optimaliseren zodat deze dienst straks volledig uit kan worden gerold. 

woensdag 6 mei 2026

Utrechtse informatici en biologen partner in miljoenenproject rondom AI en zorg

Utrechtse informatici en biologen spelen de komende tien jaar een belangrijke rol in een groot landelijk samenwerkingsverband rondom kunstmatige intelligentie in de zorg. Het consortium onder leiding van het UMC Utrecht ontvangt hiervoor 65 miljoen euro financiering van NWO. In het consortium, genaamd AI4HEALTH, zetten de zorg, wetenschappelijk onderzoek, de maatschappij en het bedrijfsleven AI in om de gezondheidszorg beter, sneller en toegankelijker te maken.

De Nederlandse zorg staat voor grote uitdagingen. De bevolking vergrijst, steeds meer mensen leven met meerdere aandoeningen tegelijk en de kosten stijgen. Tegelijk is er een groeiend tekort aan zorgpersoneel. Naar schatting zou in 2040 één op de vier werkenden in de zorg moeten werken om aan de vraag te voldoen.

AI kan helpen om de zorg slimmer en efficiënter in te richten. Maar hoewel er veel AI-toepassingen voor de zorg worden ontwikkeld, komt nog weinig daarvan terecht in de dagelijkse praktijk. AI4HEALTH ontving de financiering om daar verandering in te brengen door AI te ontwikkelen die beter toepasbaar is in de zorg.

AI4HEALTH, onder leiding van prof. dr. Carl Moons van het UMC Utrecht, heeft als doel het toepassen en opschalen van betrouwbare, effectieve en veilige AI tot een vast onderdeel van de zorg te maken. Daarbij richt het programma zich niet op losse oplossingen, maar op verbetering van het volledige zorgsysteem, van de ontwikkeling en testen van nieuwe AI-tools tot veilige implementatie en onderhoud.

De focus ligt op ziektegebieden waar AI grote impact kan hebben, zoals hart- en vaatziekten, kanker, dementie, psychische aandoeningen en regeneratieve geneeskunde. Binnen deze domeinen ontwikkelt, test en implementeert AI4HEALTH concrete toepassingen in de praktijk, variërend van ziekenhuiszorg tot ondersteuning in de thuissituatie.

dinsdag 5 mei 2026

Belangrijke spelers in de zorg: van aan het bed tot achter de 3D-printer

De zorg verandert razendsnel en technologie speelt daarin een steeds grotere rol. Achter de schermen vormen steeds meer innovaties onderdeel van de dagelijkse praktijk. Technisch geneeskundigen (TG’ers) zijn onlosmakelijk hieraan verbonden, ze ontwikkelen in samenwerking met artsen en andere zorgverleners steeds slimmere, snellere en complexere oplossingen. Wat het werk van deze beroepsgroep inhoudt, lieten vier TG’ers, afgestudeerd aan de Universiteit Twente, zien tijdens een persbijeenkomst in het Radboudumc.

Technisch geneeskundigen staan met techniek in de zorg. ‘Onze titel doet vermoeden dat we alleen met techniek bezig zijn, maar we zijn óók BIG‑geregistreerde zorgprofessionals,’ vertelt Roel Verhoeven, technisch geneeskundige en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Technisch Geneeskundige, tijdens de opening van het evenement. ‘We bewegen ons moeiteloos tussen de wereld van de patiënt en die van de technologie.’

Hoewel technisch geneeskundigen veel handelingen mogen uitvoeren die ook artsen verrichten, zijn er significante verschillen. Zo ligt de nadruk binnen de opleiding Technisch Geneeskunde, naast het centraal staan van de techniek, meer op anatomie en fysiologie. ‘Technisch geneeskundigen worden minder opgeleid om ziektebeelden te herkennen of behandelen’, legt Verhoeven uit. ‘Maar de combinatie van medische kennis en technologische expertise is erg waardevol. Zo is er grote behoefte aan technologie in de zorg, niet alleen om de zorg te kunnen verbeteren, maar ook om met minder personeel te kunnen leveren.’ Daarmee benadrukt Verhoeven ook de noodzakelijke samenwerking tussen arts en technisch geneeskundige: ‘We kunnen van elkaar leren. Juist door intensief samen te werken, kunnen we de kwaliteit van zorg verbeteren.’  

Tijdens de bijeenkomst gaven verschillende technisch geneeskundigen een inkijkje in hun werk. Zo ook Verhoeven, die de pers letterlijk meenam in het longenlabyrint. Hij ontwikkelde samen met longarts en hoogleraar Erik van Heijden een procedure waarmee artsen afwijkingen diep in het longweefsel kunnen bereiken, iets wat voorheen niet zonder risico mogelijk was.

Zijn innovatie is inmiddels zo verfijnd dat ook andere zorgprofessionals ermee worden getraind. ‘Op dit moment gebruiken 9 ziekenhuizen deze techniek om bij patiënten met onduidelijke longafwijkingen tóch een diagnose te kunnen stellen,’ vertelt Roel. ‘Vaak kunnen we goed inschatten of iets goedaardig of kwaadaardig is, maar in de twijfelgevallen biedt dit systeem eindelijk een manier om zekerheid te krijgen.’

Naast Verhoeven gaf ook collega Laura van Ginkel een kijkje in haar dagelijkse werk. Op de vraag wat technisch geneeskundigen allemaal kunnen betekenen binnen een ziekenhuis, reageert ze lachend: ‘Ik kan uren praten over de rollen die we vervullen en de innovaties die we nog kunnen realiseren.’ Laura promoveert momenteel op de ontwikkeling van patiëntvriendelijker gips met behulp van een 3D-printer. Een ogenschijnlijk simpel product dat in de praktijk verrassend veel problemen oplevert.

‘Er is nog zóveel te verbeteren,’ legt ze uit. ‘Patiënten geven vaak aan dat het gips irriteert, jeukt of te warm is. Voor medisch professionals is het ook onhandig: als ze net bij een plek moeten zijn die onder het gips zit, moet alles er weer af en opnieuw worden aangebracht.’ De nieuwe variant op het gips is eenvoudig te verwijderen, goed schoon te maken en bevat ventilatieopeningen waardoor de huid kan ademen. ‘We zijn nog bezig met de ontwikkeling, maar de patiënten die het geprobeerd hebben zijn enorm enthousiast,’ vertelt Van Ginkel.

vrijdag 1 mei 2026

TU/e richt het Eindhoven Institute for Transformative Health Technology (HEALTH) op

Het College van Bestuur van de TU/e heeft besloten een nieuw onderzoeksinstituut op te richten dat zich richt op transformatieve gezondheidstechnologie. Dit is een belangrijke stap in het versterken van de strategische positie van TU/e in de prioriteitsgebieden uit het Instellingsplan 2026–2030. De ambitie van het instituut is bijdragen aan betaalbare, toegankelijke en duurzame oplossingen die de gezondheid en het welzijn verbeteren. Het instituut wordt in januari 2027 officieel geopend en brengt een brede groep onderzoekers samen die hier direct of indirect bij betrokken zijn, uit vrijwel alle TU/e-faculteiten.

Met de oprichting van het instituut HEALTH benadrukt TU/e haar inzet voor maatschappelijke impact via technologie. Het instituut fungeert als centraal knooppunt dat synergie bevordert tussen de healthtech-innovaties van de TU/e en klinische behoeften, en dat gebeurt door intensieve samenwerking met klinische, maatschappelijke en industriële partners. 

Het instituut bouwt voort op een stevige gemeenschap in gezondheidsgerelateerd onderzoek en innovatie en versterkt deze door krachten te bundelen in gerichte onderzoeksthema’s. 

Het eerste thema, Future Health, richt zich op het terugdringen van chronische ontstekingsziekten, waaronder cardiovasculaire, auto-immuun- en reumatische aandoeningen. Het instituut integreert fundamenteel onderzoek op het gebied van regeneratieve geneeskunde, beeldvorming, voorspellende ziektemodellering en leefstijlinterventies met kennis van buitenaf. De focus ligt op systeemoplossingen en technologieën die helpen om de stap te maken van behandelen naar genezen en voorkomen.

Het tweede thema, Future Cure & Care, gaat over hoe deze innovaties hun weg vinden naar de praktijk. Het richt zich op de beoordeling, acceptatie en implementatie in de samenleving, en op het verlichten van de druk op het zorgsysteem door chronische ziekten. Omdat impact en waardecreatie in de praktijk, inclusief integratie in zorgprocessen en acceptatie door zorgprofessionals en patiënten, niet vanzelf ontstaan, is dit een expliciet thema binnen het instituut. Het thema bouwt voort op de sterke punten van TU/e op het gebied van klinische informatica en systeemintegratie, samenwerking tussen mens en AI/robot, en besluitvormingsondersteuning in gesimuleerde ecosystemen en levende laboratoria, en zal verder worden ontwikkeld met de in- en externe gemeenschap van de TU/e. 

Een interne analyse in 2024-2025 bracht de sterke punten van TU/e in kaart op het gebied van gezondheidsgerelateerd onderzoek, onderwijs, onderzoeksondersteuning, ethiek en regulering, en valorisatie. Deze analyse benadrukt ook het uitgebreide samenwerkingsnetwerk van TU/e, waaronder met regionale ziekenhuizen, academische medische centra, industriële partners, kleine en middelgrote ondernemingen, patiëntenorganisaties en regionale belanghebbenden zoals Brainport Development, Pivot Park, het Brabant Development Agency (BOM) en de provincie Noord-Brabant.  
 
Op basis van deze bevindingen, en in lijn met het Instellingsplan 2026–2030, stelde het College van Bestuur in januari 2026 voor om een onderzoeksinstituut op te richten om de ambities van TU/e op het gebied van transformatieve gezondheidstechnologie te realiseren.

dinsdag 28 april 2026

Populaire huisartsentool geeft ondoorzichtig advies

Een veelgebruikte online huisartsentool die patiënten advies geeft over medische klachten, blijkt jarenlang zonder de juiste certificering te hebben gewerkt. Uit onderzoek van de NOS komt naar voren dat het systeem bovendien weinig openheid geeft over hoe adviezen tot stand komen en dat genoemde samenwerkingspartners afstand nemen van betrokkenheid.  

De tool, Moetiknaardedokter.nl, wordt door honderden huisartsenpraktijken gebruikt om patiënten eerst digitaal te laten beoordelen voordat zij een afspraak maken. Gebruikers vullen een vragenlijst in en krijgen daarna advies of contact met de huisarts nodig is.  

Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd beschikte het bedrijf achter de dienst ongeveer vijf jaar lang niet over de vereiste papieren om zulke medische adviezen te mogen aanbieden. Toch volgt voorlopig geen verder onderzoek, omdat het bedrijf heeft toegezegd alsnog de benodigde certificaten te regelen.  

Ook organisaties waarvan logo’s of namen op de website stonden, zeggen niet of niet meer betrokken te zijn. Het Nederlands Huisartsen Genootschap vroeg meermaals om verwijdering van zijn logo. Een eerder genoemde samenwerking met het Radboudumc bestaat volgens het ziekenhuis niet meer.  

De Landelijke Huisartsen Vereniging vindt dat huisartsen erop moeten kunnen vertrouwen dat leveranciers aan de regels voldoen en pleit voor snellere procedures rond certificering van nieuwe zorgtools.  

dinsdag 21 april 2026

Machine learning voor geneesmiddelenontwikkeling lekkende bloedvaten

Ondanks dat lekkende bloedvaten bij veel ziektes voor kan komen en levensbedreigend kan zijn, is hier vooralsnog geen medicatie voor beschikbaar. In een onderzoek van de UvA MMD TechHub zetten wetenschappers machine learning in om nieuwe geneesmiddelen hiervoor te ontwikkelen.
Lekkende bloedvaten zijn een symptoom van uiteenlopende ziektes, van aderverkalking en chronische gewrichtsreuma tot diabetes en Covid 19. Het lekken van bloed wordt veroorzaakt door een hoge druk bij endotheelcellen, die aan de binnenkant van bloedvaten zitten. Er is momenteel geen medicatie hiervoor beschikbaar.

In een nieuw onderzoeksproject van de UvA MMD TechHub slaan Bernd Ensing en Tati Fernández Ibáñez (Van ‘t Hoff Institute for Molecular Sciences) en Jaap van Buul (Swammerdam Instituut voor Levenswetenschappen en Amsterdam UMC) de handen ineen om op zoek te gaan naar geneesmiddelen tegen lekkende bloedvaten met behulp van machine learning.

De druk bij de endotheelcellen in bloedvaten wordt gereguleerd door specifieke eiwitten genaamd Rho-GTPases. Deze eiwitten kunnen twee vormen aannemen: geactiveerd (“aan”) en gedeactiveerd (“uit”). Bij lekkende bloedvaten is het evenwicht hiertussen verstoord. Onderzoekers focussen zich daarom op het maken van een drugsmolecuul die het eiwit van “uit” naar “aan” zou kunnen zetten.

De wetenschappers van het MMD TechHub project gebruiken een computersimulatie van het eiwit voor hun onderzoek. Het doel hierbij is om een kandidaat-molecuul te vinden die in de simulatie de vormverandering van het eiwit teweeg kan brengen. Deze kandidaten zullen daarna in het lab van het Amsterdam UMC getest worden. 

Om dit kandidaat-molecuul te vinden, gebruiken de onderzoekers onder andere een generatieve AI. Bernd Ensing, hoogleraar AI for Chemistry, legt uit: ‘Deze kan je bijvoorbeeld trainen op een database van een miljoen drugsmoleculen. Op een gegeven moment kan hij patronen in typische drugsmoleculen herkennen. Je kunt dan miljoenen moleculen genereren.’ 

De wetenschappers beginnen met een start molecuul, en maken dan met generatieve AI varianten op het molecuul. Maar hoe kunnen ze weten welke varianten beter zijn dan het origineel? Hiervoor gaan ze een machine learning techniek gebruiken genaamd “bayesiaanse optimalisatie”. Van die verbeterde moleculen kunnen ze daarna weer verdere variaties maken en zo stap voor stap een optimaal kandidaat-molecuul ontwerpen.

Een MMD TechHub project moet in vrij korte tijd afgerond zijn, maar dit project is samengevoegd met een UvA Synergy project. Hierdoor kan een PhD student er nu vier jaar lang aan werken. Ook gaan de wetenschappers proberen sneller een werkend medicijn op de markt te brengen door goedgekeurde medicijnen als startmolecuul te gebruiken. Hierdoor kunnen ze een aantal stappen in de geneesmiddelenontwikkeling overslaan.

Voor onderzoek naar geneesmiddelenontwikkeling met machine learning is een directe samenwerking tussen de verschillende disciplines cruciaal. Ensing kijkt erg uit naar deze samenwerking. ‘We hebben nu een erg leuk team met mensen die heel gepassioneerd zijn over hele andere dingen dan waar ik me normaal mee bezig houd. Daar ga ik ongetwijfeld superveel van leren, en dat is echt heel leuk.’

woensdag 15 april 2026

ING: Digitale zorg stagneert door versnippering

Digitale zorg in Nederland stagneert, door gebrek aan uniformiteit met een wildgroei aan apps en portalen. Waar Nederlanders hun bankzaken en reizen bijna volledig digitaal regelen, blijft digitale zorg steken door versnippering en complexiteit. Daardoor wordt effectieve technologie onvoldoende benut om de schaal te bereiken om oplopende personeelstekorten op te vangen en het gebruiksgemak te bieden dat de zorg toegankelijk kan houden. Dat stelt ING Sector Banking in een vandaag gepubliceerde analyse, in aanloop naar de uitreiking van de Nationale Zorginnovatieprijs 2026.

Van de Nederlanders regelt 90% de bankzaken digitaal en doet 94% dat met vakantieboekingen – slechts 10% gebruikt een digitale gezondheidsomgeving (PGO). Daarnaast hebben zorggebruikers te maken met veel verschillende systemen per zorgverlener: afspraken, berichten, meetwaarden en medicatie-informatie zijn verspreid over verschillende apps en portalen van de huisarts, het ziekenhuis en de fysiotherapeut. Dit maakt digitale zorg onnodig ingewikkeld en remt het gebruik.

De ervaringen met succesvolle digitale adoptie laten zien dat digitale toepassingen pas echt worden gebruikt als deze intuïtief, toegankelijk en betrouwbaar zijn, zo blijkt uit de analyse van ING. Eén manier van inloggen, een herkenbare omgeving en een consistente gebruikerservaring verlagen drempels juist ook voor mensen met beperkte digitale vaardigheden. Zonder die eenvoud dreigt digitale zorg bij te dragen aan ongelijkheid in de zorg in plaats van deze te verkleinen.

De noodzaak wordt versterkt door de oplopende personeelstekorten in de zorg. Volgens prognoses groeit dit tekort in 2031 tot 135.000 medewerkers. Volgens het rapport “Uitweg uit de schaarste” van adviesbureau Gupta Strategists kunnen bestaande digitale toepassingen de inzet van het equivalent van 110.000 zorgmedewerkers vrijspelen. Een dergelijke efficiëntiewinst zou wel vragen om landelijke opschaling van bewezen oplossingen en betere digitale samenwerking tussen zorgaanbieders.

Nederland investeert veel in zorg‑ICT en is daarin een van de Europese koplopers, maar de toegang tot en uitwisseling van patiëntgegevens blijft achter bij andere Europese landen. Zo ligt de implementatie, functionaliteit en effectief gebruik van digitale patiëntendossiers in Nederland met 65% onder het EU gemiddelde van 83%. De grootste belemmering is niet technologie, maar het ontbreken van samenhang en standaardisatie.