woensdag 24 juni 2026
Limburgse ziekenhuizen versnellen inzet van AI met gezamenlijke readiness scan
De Health AI & Data Alliantie Limburg werkt aan een zorgsector waarin AI en data zorgprofessionals ondersteunen in hun dagelijks werk. Door slimmer om te gaan met administratie, zorglogistiek en diagnostiek is er meer tijd voor de patiënt. De alliantie is een samenwerking tussen het Maastricht UMC+, Laurentius Ziekenhuis, Maastro, SJG Weert, VieCuri Medisch Centrum, Zuyderland Medisch Centrum, gefaciliteerd door de Brightlands Smart Services Campus, gericht op de praktische implementatie en borging van AI in de zorg.
De AI Readiness Scan analyseert de essentiële bekwaamheden voor opschaling van AI: strategie en governance, IT- en datafundament, compliance en privacy, verandercapaciteit en draagvlak bij zorgverleners en bestuurders. De deelnemende ziekenhuizen ronden de scans deze zomer af.
De gezamenlijke aanpak binnen de alliantie levert meer op dan losse, individuele scans. Ziekenhuizen delen kennis, herkennen gedeelde knelpunten en werken toe naar een duidelijke rolverdeling. Dat voorkomt versnippering en versnelt de stappen die de meeste impact hebben.
Limburg heeft de ambitie om toe te werken naar een door AI-ondersteunde zorgsector. De alliantie is daarmee de eerste provinciebrede AI-samenwerking in de Nederlandse zorgsector. Door kennis, data en inzichten te bundelen ontstaat een aanpak die verder reikt dan de regio: een model dat ook elders in Nederland toepasbaar is en wildgroei en fragmentatie voorkomt. Zo draagt Limburg bij aan betaalbare, toekomstbestendige zorg voor iedereen.
dinsdag 16 juni 2026
In NanoMedNL denken patiënten, artsen, bedrijven en regelgevers vanaf het begin mee over de ontwikkeling van nanomedicijnen
Onlangs ging het project NanoMedNL officieel van start, waarbinnen negentien partners hun krachten bundelen om te werken aan een nieuwe generatie nanomedicijnen. Tijdens de startbijeenkomst werden de aanwezigen alvast uitgedaagd om zich in de schoenen van andere partijen te plaatsen.
Binnen NanoMedNL werken onderzoekers aan de ontwikkeling van vier verschillende nieuwe nanomedicijnen, twee gericht op kanker, en twee op gentherapie. Maar volgens coördinator en Utrechtse hoogleraar Enrico Mastrobattista is de wetenschap niet het belangrijkste waar het binnen het project om draait. “Ik heb er vertrouwen in dat het met het wetenschappelijke deel wel goed komt,” vertelde hij tijdens zijn inleidende presentatie. “Het belangrijkste onderdeel van NanoMedNL is het betrekken van de verschillende partijen.”
Nieuwe medicijnen halen lang niet altijd de patiënt. Soms sluiten ze onvoldoende aan bij de behoeften van gebruikers, zijn ze te duur of lopen ze vast op regelgeving en vergoeding. “We willen in een vroeg stadium kunnen identificeren welke knelpunten er bij verschillende partijen spelen, want dan kun je er echt iets mee doen,” geeft Utrechtse hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon aan.
Nanomedicijnen maken gebruik van hele kleine deeltjes (nanodeeltjes), bijvoorbeeld minuscule vetbolletjes. Deze nanodeeltjes bevatten medicijnen of, in het geval van gentherapie, genetisch materiaal zoals DNA of RNA. De nanodeeltjes kunnen zo ontworpen worden dat ze hun inhoud op het juiste moment op de juiste plek in het lichaam afleveren. Daardoor kunnen ze gerichter werken dan andere medicijnen en voor minder bijwerkingen zorgen.
maandag 15 juni 2026
Patiënt ziet toekomstig gezicht na huidoperatie
Plastisch chirurg Maarten Hoogbergen van het Catharina Ziekenhuis werkt aan AI die patiënten straks helpt bij het maken van keuzes na een huidkankeroperatie in het gezicht. Tim d’Hondt, PhD bij de onderzoeksgroep Data Mining and AI van de faculteit Mathematics & Computer Science (M&CS), onderzocht in dit onderzoeksproject hoe data die AI gebruikt het beste kan worden verzameld. “We staan echt aan het begin”, zegt Hoogbergen. “Dit is de investeringsfase.”
Stel: je krijgt huidkanker in je gezicht. De tumor moet worden weggehaald. Daarna blijft er een wond achter die hersteld moet worden. Voor de ene patiënt is een zo mooi mogelijk resultaat het belangrijkst. Voor de ander telt vooral snel herstel of zo min mogelijk extra operaties.
Precies daar wil plastisch chirurg Maarten Hoogbergen in de toekomst AI voor inzetten. Niet om de keuze van de arts over te nemen, maar om het gesprek tussen patiënt en arts te ondersteunen. Welke behandeling past medisch gezien? En welke uitkomst past bij de kwaliteit van leven die deze patiënt wenst?
Voor Tim d’Hondt een kans om zijn kennis in de praktijk toe te passen. “Als we voldoende data verzamelen, kunnen we toekomstige patiënten via verschillende modellen laten zien hoe hun gezicht na de operatie er mogelijk uit zal zien. En daarmee kunnen ze meebeslissen over de behandelingskeuze. Het is voor hen dan geen blackbox meer.”
Het ultieme doel is om patiënten in de toekomst twee soorten voorspellingen voor te schotelen: één voorspelling van tevredenheid bij een behandelingskeuze, gegeven demografische eigenschappen van de patient, zijn of haar voorkeuren, de locatie van de wond etc. “Dat noemen we ook wel het tevredenheidsmodel”, ligt d’Hondt toe. En daarnaast een visuele voorspelling van het gezicht, die uit een AI-model komt dat vele honderden foto's van eerdere operaties en bijbehorende resultaten heeft gezien.
Wie nu in behandeling is, ziet nog geen kant-en-klare AI-tool op het bureau liggen. En dat is precies het punt. “De patiënt merkt nu vooral dat hij gegevens aanlevert”, zegt Hoogbergen. “Vragenlijsten invult, foto’s laat maken en toestemming geeft. We zijn bezig met het verzamelen van de juiste data. Dat is nodig om straks goede voorspellingen te kunnen doen.”
AI klinkt vaak als iets magisch: een slim systeem dat in een paar seconden antwoord geeft. Maar voordat zo’n systeem veilig en betrouwbaar kan helpen in de zorg, moet er veel werk gebeuren dat minder spectaculair klinkt. In feite is het Catharina Ziekenhuis nu vooral bezig met het leggen van de leidingen: gegevens verzamelen, processen goed inrichten en ervoor zorgen dat patiëntinformatie veilig en bruikbaar wordt vastgelegd.
Samen met masterstudente Industrial Design Blom van der Toom werkte d’Hondt het afgelopen jaar aan het volledig in kaart brengen van het zorgproces voor patiënten met huidkanker in het gezicht. Om zo vast te stellen waar welke data wordt verzameld en gebruikt. Vragen die daarbij horen: Wanneer krijgt de patiënt informatie? Wanneer wordt toestemming gevraagd? Wanneer worden foto’s gemaakt? Wanneer vult iemand de vragenlijst in? En hoe zorgen we ervoor dat al die informatie op de juiste plek terechtkomt?
“Dat moet je goed regelen,” zegt Hoogbergen. “Je wilt niet dat zorgverleners steeds opnieuw moeten bedenken welk formulier nodig is of welke stap nog moet gebeuren. Het proces moet zo zijn ingericht dat de patiënt goed geïnformeerd is en dat we op een veilige manier betrouwbare data verzamelen.” Die data bestaan onder meer uit medische foto’s. Patiënten worden op vaste momenten gefotografeerd: vóór de ingreep, na de reconstructie en bij controle. Ook vullen zij de FACE-Q Skin Cancer in, een vragenlijst die meet hoe patiënten hun uiterlijk, herstel en kwaliteit van leven ervaren.
vrijdag 12 juni 2026
Thuismonitoring kan jaarlijks 350.000 ziekenhuisopnames voorkomen
“We blijven praten over personeelstekorten, maar hier ligt een concreet deel van de oplossing,” zegt Jan Willem Spijkman, sectorbanker Healthcare bij ING. “De techniek werkt en de voordelen zijn bewezen. Wat ontbreekt, is de stap van losse initiatieven naar landelijke standaard. Zolang die uitblijft, laten we capaciteit liggen die de zorg hard nodig heeft.”
Thuismonitoring biedt patiënten potentieel meer comfort en gemak en minder stress, reistijd en reiskosten. Vooral voor minder mobiele personen of voor patiënten die op grote afstand van een ziekenhuis wonen kan dit heel waardevol zijn. Ouderen hebben er bij uitstek profijt van, doordat voor hen de risico’s van infectie en acute verwardheid bij een ziekenhuisbezoek groter zijn. Door continu te meten kunnen artsen beter onderbouwde besluiten nemen en sneller ingrijpen bij verslechtering. Bovendien vergroot de actieve rol van de patiënt de betrokkenheid en therapietrouw.
Van pilot naar structurele zorgcapaciteit
Thuismonitoring maakt het mogelijk om patiënten thuis te volgen via metingen en digitale contactmomenten. Hierdoor hoeven zij alleen naar het ziekenhuis te komen als dat echt nodig is. Dat bespaart niet alleen tijd en kosten, maar vermindert ook druk op zorgpersoneel. Voor veel patiënten betekent dit meer comfort en minder belasting. Vooral ouderen en minder mobiele patiënten profiteren, omdat zij minder risico lopen op complicaties door ziekenhuisbezoeken. Tegelijk krijgen artsen continu inzicht in de gezondheid van patiënten, waardoor zij sneller kunnen ingrijpen bij verslechtering.
Voor ziekenhuizen zijn de belangrijkste voordelen het vrijspelen van personeel en het effectiever maken van behandelingen. Doordat patiënten alleen naar het ziekenhuis komen als metingen of klachten daar aanleiding toe geven, daalt het gemiddelde aantal consulten en opnames per patiënt. Op die manier kan thuismonitoring de capaciteit vergroten, waardoor ziekenhuizen meer patiënten kunnen behandelen. Daarnaast is de groeiende stroom aan monitoringsdata een belangrijke bron voor patiëntanalyses en medisch onderzoek die inzicht bieden in de manier waarop ziekenhuizen hun zorg effectiever kunnen vormgeven.
Volgens expertinterviews is uiteindelijk grofweg de helft van de ziekenhuiszorg geschikt voor hybride zorg met thuismonitoring, van chronische aandoeningen zoals COPD en diabetes tot kortdurende nazorg na een ingreep. Naar verwachting kan en wil ongeveer de helft van deze patiënten hiervan gebruikmaken, waardoor circa 25% van alle ziekenhuispatiënten in aanmerking komt. Een analyse van 35 wetenschappelijke studies laat zien dat thuismonitoring ziekenhuisopnames gemiddeld met 50% en consulten met 35% vermindert. Als alle geschikte patiënten deelnemen en nieuwe zorgpaden vergelijkbare resultaten opleveren, kan het aantal opnames in Nederland met ruim 350.000 en het aantal consulten met bijna 500.000 per jaar dalen. Voor de hele EU loopt die potentiële besparing op tot 6,5 miljoen opnames en 23 miljoen consulten.
Groeispurt door combinatie van factoren
Nederland zet de laatste jaren grote stappen in thuismonitoring dankzij vijf aanjagers: opgebouwde ervaring, de opschaling van landelijke medische servicecentra, stimulering door zorgverzekeraars, grote personeelsschaarste en ruim €2 miljard aan overheidsmiddelen voor zorginnovatie. Die impuls versnelde ook de groei van landelijk werkende servicecentra, die patiëntdata continu monitoren en bij afwijkende waarden snel contact opnemen met het ziekenhuis. Die schaalvergroting verhoogt de efficiëntie en kwaliteit, doordat vaste kosten over meer deelnemers worden verdeeld en meer data beschikbaar komen voor onderzoek.
In 2025 zette ruim een kwart van de medisch-specialisten en verpleegkundigen in Nederland thuismonitoring in, gemiddeld bij 22% van hun patiënten. Op basis van gegevens van een grote zorgverzekeraar ging het in 2024 naar schatting om circa 80.000 patiënten. Dat aantal groeit snel: tussen begin 2023 en eind 2024 verdubbelde de deelname en bij aanhoudende groei passeert Nederland in 2026 de grens van 150.000 ziekenhuispatiënten met thuismonitoring. Vooral in regio’s met grote personeelstekorten wordt snel opgeschaald. Zorgverzekeraars stimuleren deze ontwikkeling vanwege de positieve zorguitkomsten en doelmatigheid, terwijl de rijksoverheid voor 2027 en 2028 €600 miljoen aan extra doorbraakmiddelen uittrekt voor digitale vernieuwingen, waaronder thuismonitoring.
Snelle opschaling van thuismonitoring begint met een heldere strategie van ziekenhuisbestuurders en voldoende draagkracht en schaal om de kosten te dragen, investeringen rendabel te maken en personeel goed te ondersteunen. Door de relatief kleine schaal van veel ziekenhuizen is samenwerking daarbij vaak noodzakelijk. Beleidsmakers kunnen de uitrol vervolgens vooral versnellen via drie knoppen: meer centrale regie om standaarden en hybride zorgpaden af te dwingen, stimulerende bekostiging om investeringen en omzetprikkels beter te ondervangen, en soepelere gegevensuitwisseling zodat zorgverleners beschikken over een actueel en compleet patiëntbeeld. Juist op deze drie punten is in Nederland nog veel winst te boeken.
donderdag 11 juni 2026
OurMind haalt €2,1 miljoen op om overbelaste zorg tegen te gaan
Tegen die achtergrond haalt AI-platform OurMind 2,1 miljoen euro op om de groeiende vraag vanuit ziekenhuizen bij te kunnen benen. Impact-investeerder 4impact capital fungeert als lead investor, waarbij ook een groep huisartsen en medisch specialisten een aanzienlijke bijdrage levert.
De zorgvraag stijgt terwijl het aantal zorgverleners juist afneemt en (over)belasting van zorgverleners toeneemt. Hierdoor neemt ook het werkplezier van zorgpersoneel af. “Deze investering maakt dat we kunnen opschalen en ons platform kunnen uitbreiden om zo te kunnen voldoen aan de vraag vanuit ziekenhuizen”, zegt OurMind-oprichter Paul Koning, zelf voormalig orthopeed. “Uiteindelijk gaat het niet over AI, maar over de vraag hoe we met dezelfde mensen goede zorg kunnen blijven leveren.”
Volgens zorgverleners is versnelling hard nodig om de toenemende druk op de zorg het hoofd te bieden. Momenteel werkt één op de zeven Nederlanders in de zorg, terwijl de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) verwacht dat dit in 2040 kan oplopen tot één op de vier werkenden.
OurMind ontwikkelde AI-software die gesprekken tijdens consulten automatisch omzet in medische verslaglegging. Inmiddels maken meer dan 300 huisartsenpraktijken en 14 ziekenhuizen gebruik van het platform, dat met deze investering wordt uitgebreid met toepassingen voor onder meer spreekuurvoorbereiding, administratieve ondersteuning en patiëntcommunicatie.
Voor 4impact capital, dat investeert in softwarebedrijven rond maatschappelijke thema’s als energie, duurzaamheid en digitalisering, is het de eerste keer dat het kiest voor een healthtech-bedrijf. “AI in de zorg is de fase van nieuwsgierigheid voorbij”, zegt partner Victor Straatman van 4impact.
dinsdag 9 juni 2026
Data-analyse leidt tot betere geestelijke gezondheidszorg
Psychiatrische ziekenhuizen gebruiken patiëntendossiers vandaag vooral om de individuele zorg van één patiënt op te volgen. Dat blijft uiteraard essentieel. Maar in duizenden dossiers zit ook een bredere schat aan informatie: over zorgtrajecten, knelpunten, heropnames, resultaten en noden van patiëntengroepen.
Met iPSYcare – voluit Improved PSYchiatric Care And Research – willen de vijf psychiatrische ziekenhuizen uit de provincie Antwerpen die kennis zichtbaar maken. Het gaat om een samenwerking tussen Bethanië Geestelijke Gezondheid, UPC Duffel, OPZ Geel, Zorggroep Multiversum en ZAS. NSX, een spin-off van UAntwerpen, levert de software. Een stuurgroep staat in voor de coördinatie en analyse van de data.
De psychiatrische ziekenhuizen beschikken over heel wat info. Databank iPSYcare maakt het mogelijk die efficiënter te gebruiken.
iPSYcare brengt routinematig geregistreerde zorgdata op een veilige en niet-identificeerbare manier samen. Zo kunnen zorgverleners, onderzoekers en beleidsmakers leren uit wat vandaag al in de praktijk gebeurt, zonder extra administratieve last voor medewerkers, patiënten of hun naasten.
De databank moet bijdragen aan een meer proactieve, rechtvaardige en efficiënte geestelijke gezondheidszorg. iPSYcare kan bijvoorbeeld helpen om zorgtrajecten beter te begrijpen, wachttijden en doorstroming in kaart te brengen, risicogroepen sneller te detecteren (bv. patiënten met een hoog risico op heropname) en beleidskeuzes beter te evalueren. Ook wetenschappelijk onderzoek naar psychische problemen en behandeling krijgt hierdoor een stevige impuls.
“Die schat aan informatie zat al in onze zorgpraktijk,” zeggen de partners. “Met iPSYcare kunnen we ze nu veilig en doelgericht gebruiken om de zorg te verbeteren.”
vrijdag 15 mei 2026
Hoe AI de diagnostiek van epilepsie verandert
Ongeveer één procent van de bevolking heeft epilepsie, maar een diagnose stellen is niet altijd eenvoudig. Na een eerste aanval begint het diagnostisch traject, waarin het elektroencefalogram (EEG) een centrale rol speelt. Hiermee wordt de elektrische activiteit van de hersenen gemeten. Het EEG kan specifieke afwijkingen laten zien die passen bij epilepsie.
Een routine-EEG duurt ongeveer twintig minuten, maar langere registraties – 24 uur of meer – leveren veel betrouwbaardere informatie. Dat laatste heeft dan ook de voorkeur, maar het kost veel tijd om dit visueel te beoordelen: voor een 24-uursopname soms wel drie uur.
‘De abnormale gebeurtenissen waarnaar we zoeken, de zogenaamde interictale epileptiforme ontladingen, zijn in wezen de elektrische handtekeningen van epilepsie. Ze zijn doorgaans vrij kort, rond de 100-300 milliseconden, en komen vaak slechts zelden voor, soms maar vijf of tien keer in een opname van 24 uur. Het is alsof je een speld in een hooiberg zoekt’, zegt Michel van Putten, neuroloog en klinisch neurofysioloog bij Medisch Spectrum Twente. ‘Je weet dat er mogelijk abnormale hersenactiviteit is, maar je weet niet wanneer en waar: je moet dus de hele opname bekijken.’
Samen met Maryam Amir Haeri, universitair hoofddocent aan de Universiteit Twente, werkt Van Putten aan twee nauw met elkaar verbonden projecten om deze realiteit te veranderen: AI4EPI en ALICE. Hun onderzoek maakt gebruik van kunstmatige intelligentie om experts te ondersteunen bij EEG-diagnostiek voor epilepsie en het proces sneller en efficiënter te maken.
De samenwerking tussen Amir Haeri en Van Putten begon met AI4EPI: het gebruik van machine learning-technieken om EEG-registraties te analyseren en segmenten te detecteren met mogelijk epileptiforme activiteit. In plaats van urenlang data van begin tot eind te bekijken, kunnen artsen direct focussen op de meest relevante momenten. Van Putten: ‘Daar komt de expert in beeld om te controleren of het inderdaad afwijkende activiteit is. Dit bespaart enorm veel tijd: in plaats van drie uur data te bekijken, duurt het nu nog maar tien tot vijftien minuten.’
Tijdens dit project besloten Amir Haeri en Van Putten een stap verder te gaan met een nieuw project. ‘Toen we samenwerkten, kwamen we op het idee van ALICE’, voegt Amir Haeri toe. ‘Een AI-assistent in het ziekenhuis die uitlegt welke afwijkingen er in de hersenregistratie worden gedetecteerd, wat de oorzaak zou kunnen zijn en wat de meest waarschijnlijke diagnose is.’ Beide systemen zijn ontworpen als digitale assistenten; de uiteindelijke beoordeling blijft bij de medisch expert.
Een eerste generatie van het AI4EPI-systeem wordt al gebruikt onder andere in het MST. Van Putten: ‘Deze eerste generatie is een vervolg op een promotieproject van een UT-student. Dat heeft ons enorm geholpen om met deze Pioneers in Health Care (PIHC)-projecten te beginnen. Het is een logische uitbreiding en dankzij de PIHC-vouchers hebben we deze AI-systemen verder kunnen ontwikkelen.’
De feedback van gebruikers is heel positief. De beoordelingstijd gaat vaak van uren naar minuten. ‘De volgende stap is om te kijken hoe goed ALICE haar werk doet bij het uitleggen van de bevindingen en het ondersteunen van diagnostische beslissingen.’
Voor patiënten is de potentiële impact aanzienlijk. Snellere beoordeling betekent eerdere diagnoses, minder onzekerheid en vroegere behandelbeslissingen. ‘Ik zie veel patiënten na een eerste aanval. Daarna begint het diagnostische proces: ‘Is het epilepsie of niet?’ zegt Van Putten. ‘We weten ook dat EEG-registraties langer dan 20 minuten diagnostisch veel beter zijn. Een EEG van 24 uur of zelfs langer zou ideaal zijn, maar die zijn erg tijdrovend om op de traditionele manier te beoordelen en worden daarom weinig gebruikt. Met AI4EPI wordt dit nu praktisch haalbaar.’
Op de langere termijn zou AI-ondersteunde EEG-analyse ook de toegang tot diagnostiek kunnen verbeteren in regio's waar ervaren specialisten schaars zijn. ‘In Nederland hebben we een geweldige gezondheidszorg’, zegt Van Putten. ‘Maar wereldwijd zijn er veel plaatsen waar EEG's worden opgenomen, maar niet altijd optimaal kunnen worden beoordeeld vanwege een gebrek aan experts. Onze software kan helpen die kloof te overbruggen.’
De projecten zijn succesvol dankzij de combinatie van expertise. Van Putten brengt tientallen jaren klinische ervaring mee en toegang tot grote EEG-datasets, verzameld in de dagelijkse zorg. Amir Haeri draagt bij met een sterke achtergrond in machine learning en AI-systemen, met veel ervaring in diverse toepassingen in de gezondheidszorg.
‘We zijn niet helemaal vanaf nul begonnen; we hadden al meerdere vergelijkbare projecten lopen. Dat was een groot voordeel voor beide PIHC-projecten AI4EPI en ALICE. Data is meestal het grootste probleem in AI in de gezondheidszorg. Dankzij de vooruitziende blik van Michel kunnen we gebruikmaken van een unieke EEG-database die al ruim 15 jaar systematisch wordt opgebouwd, zegt Amir Haeri.
Om AI-modellen te trainen zijn grote hoeveelheden data nodig, die voor de zogenoemde 'supervised learning' gelabeld moeten zijn. Dit betekent dat experts normale en afwijkende hersenactiviteit moeten markeren. ‘Dat annoteren kost veel tijd’, legt Amir Haeri uit. ‘Daarom hebben we voor AI4EPI ook unsupervised benaderingen onderzocht. Hierbij leert het systeem patronen en abnormale hersenactiviteit herkennen met minimale handmatige labeling.’
Nu de eerste generatie van het AI4EPI-systeem geleidelijk wordt geïmplementeerd in de Nederlandse gezondheidszorg, is de visie voor de komende jaren ambitieus. Van Putten: ‘Ik hoop dat we over drie tot vijf jaar algoritmes hebben die een biologische verklaring geven voor de EEG-bevindingen, gecombineerd met klinische gegevens, zodat we nog meer inzicht krijgen in de specifieke oorzaken van epilepsie. De visuele beoordeling, die nu nog de standaard is, wordt niet overbodig gemaakt, maar juist ondersteund. De menselijke expert blijft de uiteindelijke interpretatie doen. Misschien kan het zelfs gebruikt worden om epileptische aanvallen te voorspellen. Zelfs als we niet alle aanvallen kunnen voorkomen, zouden patiënten enorm geholpen zijn als we ze wél kunnen voorspellen.’
Amir Haeri verwacht dat het AI-model in de toekomst ook geschikt zal zijn voor andere diagnoses. ‘Uiteindelijk zie ik de potentie van een basis EEG-model dat gebruikt kan worden om verschillende ziekten of aandoeningen te diagnosticeren.’ Van Putten voegt eraan toe: ‘Bijvoorbeeld bij neurodegeneratieve aandoeningen of ontwikkelingsstoornissen, om er maar een paar te noemen.’
Om dat te bereiken, heeft het team meer financiering, data en samenwerking met verschillende ziekenhuizen en artsen nodig. ‘Een toegewijde promovendus die hier fulltime aan kan werken zou ideaal zijn’, zegt Van Putten. ‘Dat zou ons in staat stellen de volgende grote stappen te zetten.’
woensdag 13 mei 2026
Ditto haalt 7,6 miljoen op voor de Europese expansie
Een gesprek met een arts duurt kort en bij heftig nieuws schakelt het brein voor een deel uit. Wat overblijft is onzekerheid: patiënten die thuis niet kunnen navertellen wat er speelt, familieleden die niet weten hoe ze kunnen helpen. Ditto is de eerste app die dit probleem oplost vanuit de behoefte van een patiënt met behulp van AI. Patiënten krijgen met behulp van de Ditto-app meer regie, duidelijkheid en grip op hun zorgtraject, terwijl zorgverleners minder tijd hoeven te besteden aan herhaling en vervolgvragen.
De patiënt neemt het gesprek op met de Ditto-app, of maakt een foto van een doktersbrief. Binnen enkele minuten verschijnt een heldere samenvatting die desgewenst vertaald wordt in het Engels, Turks of Arabisch. De samenvatting is rustig terug te lezen en veilig te delen met familie, zonder centrale opslag van gegevens.
Bijna honderdduizend mensen hebben de app sinds de lancering vorige zomer gedownload. De Patiëntenfederatie omarmt het initiatief, en zorgverzekeraar Menzis beveelt Ditto als eerste aan bij al zijn verzekerden. Eind april won Ditto nog de Nationale Zorginnovatieprijs 2026.
De investering van vandaag gaat naar Europese uitbreiding en naar nieuwe functionaliteiten om de patiënt en zijn omgeving te ondersteunen: van de juiste vragen vóór het consult tot een visueel zorgtraject dat patiënt én familie meeneemt.
dinsdag 12 mei 2026
Pulse4all versnelt Europese uitrol na AFM-goedkeuring
Jaarlijks krijgen meer dan 450.000 mensen in Europa een hartstilstand buiten het ziekenhuis. Slechts 1 op de 10 overleeft dit. Met snelle toegang tot altijd werkende AED's kan dat overlevingspercentage stijgen naar 70%. Het is de missie van Pulse4all om goed werkende AED's beschikbaar te maken voor iedereen, door het aanbieden van betaalbare en betrouwbare AED's met een volledig ontzorgend abonnementsmodel.
Door middel van een full-service abonnementsmodel maakt Pulse4all AED's toegankelijk voor particulieren en het MKB. In deze AED-as-a-service propositie zijn onderhoud, tijdige vervanging van elektroden en accu's volledig geïntegreerd. Dit zorgt ervoor dat de AED niet alleen aanwezig is, maar ook werkt op het moment dat iedere seconde telt.
"Onze missie is simpel: niemand zou onnodig mogen sterven omdat er geen AED of geen goed werkende AED in de buurt is," zegt Peter Houtzagers, oprichter en CEO van Pulse4all. "De techniek is volwassen, maar de echte uitdaging is beschikbaarheid en betrouwbaarheid. Met deze financiering investeren we in wat echt levens redt: meer AED's op de juiste plekken, met een model dat plaatsing, onderhoud en vervanging regelt zodat de AED altijd werkt."
Over Pulse4all Pulse4all is op dit moment actief in vijf Europese landen en maakt AED's toegankelijk via een full-service abonnementsmodel inclusief onderhoud en vervanging.
maandag 11 mei 2026
De robotpinguïn die endoscopie optioneel maakt
Elk jaar krijgen miljoenen mensen wereldwijd te horen dat ze een endoscopie nodig hebben. Een arts voert een camera op een slang door de keel om te zien wat er aan de hand is. Het is onprettig, en in grote delen van de wereld simpelweg niet beschikbaar. De zachte robot SeroTab is gebouwd om daar verandering in te brengen. Een arts stuurt hem met een magneet die tegen de huid wordt gehouden. Een standaard echoscanner leest het resultaat van buiten het lichaam af. De hele procedure kan in minder dan twintig minuten plaatsvinden, bij een huisartsenpraktijk of kliniek.
SeroTab bevat een gel die opzwelt zodra die in contact komt met maagzuur. Speciale schijfjes in de gel maken die zwelling meetbaar met een standaard echoscanner, van buiten het lichaam. Geen slang door de keel nodig.
Het apparaat kan ook een maagsapmonster afnemen. Een pulsje van een radiogolf activeert een klein pompje in SeroTab, dat vloeistof in een interne kamer trekt. Die kamer wordt na de procedure teruggehaald en naar een lab gestuurd voor analyse.
Een magneet die je in je hand vasthoudt brengt SeroTab naar de juiste plek. Magnetische deeltjes in het apparaat reageren op de magneet die tegen de huid van de patiënt wordt gehouden. Het apparaat buigt licht en glijdt langs de maagwand. “De lichte buiging en de manier van bewegen zijn geïnspireerd op een pinguïn die op zijn buik glijdt”, zegt Venkat Kalpathy Venkiteswaran, corresponding author van de publicatie.
Het apparaat is getest in diermodellen. De onderzoekers mikken op een diagnostisch hulpmiddel voor de kliniek. Toekomstige versies zouden bloedingen kunnen detecteren of temperatuur kunnen meten. Voor patiënten die momenteel geen alternatief hebben voor een endoscopie, is dat een wezenlijke verbetering.
donderdag 7 mei 2026
Eerste AI-valdetectie woningen voor ouderen van start in Nederland
In het kader daarvan zal op woensdag 13 mei de officiële livegang van de pilot met de eerste AI-valdetectie woningen in Nederland plaats vinden, die gerealiseerd zijn in de gemeente Waalre. De doelgroep zijn ouderen die langer veilig zelfstandig thuis willen wonen en een verhoogd risico op vallen hebben. Als iemand op latere leeftijd in de eigen woning valt, is het namelijk essentieel voor medisch herstel dat iemand zo snel mogelijk wordt gevonden en geholpen.
Deze AI-valdetectieapparatuur van Kepler Vision Technologies wordt al in verzorgings- en verpleeghuizen ingezet, maar nog nergens wordt dit toegepast in de thuissituatie. Waalre is hiermee dus de eerste gemeente in Nederland waarbij WeConnect als hoofdfinancier en verbinder het project met de verschillende betrokken partijen mogelijk maakt.
Voor deze pilot zijn er tien deelnemers van Leefsamen in Waalre voorzien van valdetectieapparatuur met AI-valdetectiesoftware van Kepler Vision Technologies. Leefsamen zorgt ervoor dat via hun alarmeringssysteem naasten direct een melding krijgen via een app, zodat er snel hulp kan worden geboden. De techniek is met behulp van deze partners en Connectie Brainport zo opgebouwd dat deze schaalbaar gemaakt kan worden in Noord-Brabant en daarbuiten. Daarnaast zorgt Stichting Wonen Welzijn Zorg Waalre als vertegenwoordiger voor draagvlak binnen de gemeenschap en de gemeente Waalre. De technologie is inmiddels volledig operationeel en dit wordt momenteel in de praktijk getest bij de eerste gebruikers.
WeConnect faciliteert met hun glasvezelnetwerk innovaties die ergens anders nog niet van de grond komen om onder andere ontwikkelingen op het gebied van zorg binnen de Brainportregio te versnellen. De pilot is bedoeld om de techniek in een thuissituatie te optimaliseren zodat deze dienst straks volledig uit kan worden gerold.
woensdag 6 mei 2026
Utrechtse informatici en biologen partner in miljoenenproject rondom AI en zorg
De Nederlandse zorg staat voor grote uitdagingen. De bevolking vergrijst, steeds meer mensen leven met meerdere aandoeningen tegelijk en de kosten stijgen. Tegelijk is er een groeiend tekort aan zorgpersoneel. Naar schatting zou in 2040 één op de vier werkenden in de zorg moeten werken om aan de vraag te voldoen.
AI kan helpen om de zorg slimmer en efficiënter in te richten. Maar hoewel er veel AI-toepassingen voor de zorg worden ontwikkeld, komt nog weinig daarvan terecht in de dagelijkse praktijk. AI4HEALTH ontving de financiering om daar verandering in te brengen door AI te ontwikkelen die beter toepasbaar is in de zorg.
AI4HEALTH, onder leiding van prof. dr. Carl Moons van het UMC Utrecht, heeft als doel het toepassen en opschalen van betrouwbare, effectieve en veilige AI tot een vast onderdeel van de zorg te maken. Daarbij richt het programma zich niet op losse oplossingen, maar op verbetering van het volledige zorgsysteem, van de ontwikkeling en testen van nieuwe AI-tools tot veilige implementatie en onderhoud.
De focus ligt op ziektegebieden waar AI grote impact kan hebben, zoals hart- en vaatziekten, kanker, dementie, psychische aandoeningen en regeneratieve geneeskunde. Binnen deze domeinen ontwikkelt, test en implementeert AI4HEALTH concrete toepassingen in de praktijk, variërend van ziekenhuiszorg tot ondersteuning in de thuissituatie.
dinsdag 5 mei 2026
Belangrijke spelers in de zorg: van aan het bed tot achter de 3D-printer
Technisch geneeskundigen staan met techniek in de zorg. ‘Onze titel doet vermoeden dat we alleen met techniek bezig zijn, maar we zijn óók BIG‑geregistreerde zorgprofessionals,’ vertelt Roel Verhoeven, technisch geneeskundige en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Technisch Geneeskundige, tijdens de opening van het evenement. ‘We bewegen ons moeiteloos tussen de wereld van de patiënt en die van de technologie.’
Hoewel technisch geneeskundigen veel handelingen mogen uitvoeren die ook artsen verrichten, zijn er significante verschillen. Zo ligt de nadruk binnen de opleiding Technisch Geneeskunde, naast het centraal staan van de techniek, meer op anatomie en fysiologie. ‘Technisch geneeskundigen worden minder opgeleid om ziektebeelden te herkennen of behandelen’, legt Verhoeven uit. ‘Maar de combinatie van medische kennis en technologische expertise is erg waardevol. Zo is er grote behoefte aan technologie in de zorg, niet alleen om de zorg te kunnen verbeteren, maar ook om met minder personeel te kunnen leveren.’ Daarmee benadrukt Verhoeven ook de noodzakelijke samenwerking tussen arts en technisch geneeskundige: ‘We kunnen van elkaar leren. Juist door intensief samen te werken, kunnen we de kwaliteit van zorg verbeteren.’
Tijdens de bijeenkomst gaven verschillende technisch geneeskundigen een inkijkje in hun werk. Zo ook Verhoeven, die de pers letterlijk meenam in het longenlabyrint. Hij ontwikkelde samen met longarts en hoogleraar Erik van Heijden een procedure waarmee artsen afwijkingen diep in het longweefsel kunnen bereiken, iets wat voorheen niet zonder risico mogelijk was.
Zijn innovatie is inmiddels zo verfijnd dat ook andere zorgprofessionals ermee worden getraind. ‘Op dit moment gebruiken 9 ziekenhuizen deze techniek om bij patiënten met onduidelijke longafwijkingen tóch een diagnose te kunnen stellen,’ vertelt Roel. ‘Vaak kunnen we goed inschatten of iets goedaardig of kwaadaardig is, maar in de twijfelgevallen biedt dit systeem eindelijk een manier om zekerheid te krijgen.’
Naast Verhoeven gaf ook collega Laura van Ginkel een kijkje in haar dagelijkse werk. Op de vraag wat technisch geneeskundigen allemaal kunnen betekenen binnen een ziekenhuis, reageert ze lachend: ‘Ik kan uren praten over de rollen die we vervullen en de innovaties die we nog kunnen realiseren.’ Laura promoveert momenteel op de ontwikkeling van patiëntvriendelijker gips met behulp van een 3D-printer. Een ogenschijnlijk simpel product dat in de praktijk verrassend veel problemen oplevert.
‘Er is nog zóveel te verbeteren,’ legt ze uit. ‘Patiënten geven vaak aan dat het gips irriteert, jeukt of te warm is. Voor medisch professionals is het ook onhandig: als ze net bij een plek moeten zijn die onder het gips zit, moet alles er weer af en opnieuw worden aangebracht.’ De nieuwe variant op het gips is eenvoudig te verwijderen, goed schoon te maken en bevat ventilatieopeningen waardoor de huid kan ademen. ‘We zijn nog bezig met de ontwikkeling, maar de patiënten die het geprobeerd hebben zijn enorm enthousiast,’ vertelt Van Ginkel.
vrijdag 1 mei 2026
TU/e richt het Eindhoven Institute for Transformative Health Technology (HEALTH) op
Met de oprichting van het instituut HEALTH benadrukt TU/e haar inzet voor maatschappelijke impact via technologie. Het instituut fungeert als centraal knooppunt dat synergie bevordert tussen de healthtech-innovaties van de TU/e en klinische behoeften, en dat gebeurt door intensieve samenwerking met klinische, maatschappelijke en industriële partners.
Het instituut bouwt voort op een stevige gemeenschap in gezondheidsgerelateerd onderzoek en innovatie en versterkt deze door krachten te bundelen in gerichte onderzoeksthema’s.
Het eerste thema, Future Health, richt zich op het terugdringen van chronische ontstekingsziekten, waaronder cardiovasculaire, auto-immuun- en reumatische aandoeningen. Het instituut integreert fundamenteel onderzoek op het gebied van regeneratieve geneeskunde, beeldvorming, voorspellende ziektemodellering en leefstijlinterventies met kennis van buitenaf. De focus ligt op systeemoplossingen en technologieën die helpen om de stap te maken van behandelen naar genezen en voorkomen.
Het tweede thema, Future Cure & Care, gaat over hoe deze innovaties hun weg vinden naar de praktijk. Het richt zich op de beoordeling, acceptatie en implementatie in de samenleving, en op het verlichten van de druk op het zorgsysteem door chronische ziekten. Omdat impact en waardecreatie in de praktijk, inclusief integratie in zorgprocessen en acceptatie door zorgprofessionals en patiënten, niet vanzelf ontstaan, is dit een expliciet thema binnen het instituut. Het thema bouwt voort op de sterke punten van TU/e op het gebied van klinische informatica en systeemintegratie, samenwerking tussen mens en AI/robot, en besluitvormingsondersteuning in gesimuleerde ecosystemen en levende laboratoria, en zal verder worden ontwikkeld met de in- en externe gemeenschap van de TU/e.
Een interne analyse in 2024-2025 bracht de sterke punten van TU/e in kaart op het gebied van gezondheidsgerelateerd onderzoek, onderwijs, onderzoeksondersteuning, ethiek en regulering, en valorisatie. Deze analyse benadrukt ook het uitgebreide samenwerkingsnetwerk van TU/e, waaronder met regionale ziekenhuizen, academische medische centra, industriële partners, kleine en middelgrote ondernemingen, patiëntenorganisaties en regionale belanghebbenden zoals Brainport Development, Pivot Park, het Brabant Development Agency (BOM) en de provincie Noord-Brabant.
Op basis van deze bevindingen, en in lijn met het Instellingsplan 2026–2030, stelde het College van Bestuur in januari 2026 voor om een onderzoeksinstituut op te richten om de ambities van TU/e op het gebied van transformatieve gezondheidstechnologie te realiseren.
dinsdag 28 april 2026
Populaire huisartsentool geeft ondoorzichtig advies
De tool, Moetiknaardedokter.nl, wordt door honderden huisartsenpraktijken gebruikt om patiënten eerst digitaal te laten beoordelen voordat zij een afspraak maken. Gebruikers vullen een vragenlijst in en krijgen daarna advies of contact met de huisarts nodig is.
Volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd beschikte het bedrijf achter de dienst ongeveer vijf jaar lang niet over de vereiste papieren om zulke medische adviezen te mogen aanbieden. Toch volgt voorlopig geen verder onderzoek, omdat het bedrijf heeft toegezegd alsnog de benodigde certificaten te regelen.
Ook organisaties waarvan logo’s of namen op de website stonden, zeggen niet of niet meer betrokken te zijn. Het Nederlands Huisartsen Genootschap vroeg meermaals om verwijdering van zijn logo. Een eerder genoemde samenwerking met het Radboudumc bestaat volgens het ziekenhuis niet meer.
De Landelijke Huisartsen Vereniging vindt dat huisartsen erop moeten kunnen vertrouwen dat leveranciers aan de regels voldoen en pleit voor snellere procedures rond certificering van nieuwe zorgtools.
dinsdag 21 april 2026
Machine learning voor geneesmiddelenontwikkeling lekkende bloedvaten
Lekkende bloedvaten zijn een symptoom van uiteenlopende ziektes, van aderverkalking en chronische gewrichtsreuma tot diabetes en Covid 19. Het lekken van bloed wordt veroorzaakt door een hoge druk bij endotheelcellen, die aan de binnenkant van bloedvaten zitten. Er is momenteel geen medicatie hiervoor beschikbaar.
In een nieuw onderzoeksproject van de UvA MMD TechHub slaan Bernd Ensing en Tati Fernández Ibáñez (Van ‘t Hoff Institute for Molecular Sciences) en Jaap van Buul (Swammerdam Instituut voor Levenswetenschappen en Amsterdam UMC) de handen ineen om op zoek te gaan naar geneesmiddelen tegen lekkende bloedvaten met behulp van machine learning.
De druk bij de endotheelcellen in bloedvaten wordt gereguleerd door specifieke eiwitten genaamd Rho-GTPases. Deze eiwitten kunnen twee vormen aannemen: geactiveerd (“aan”) en gedeactiveerd (“uit”). Bij lekkende bloedvaten is het evenwicht hiertussen verstoord. Onderzoekers focussen zich daarom op het maken van een drugsmolecuul die het eiwit van “uit” naar “aan” zou kunnen zetten.
De wetenschappers van het MMD TechHub project gebruiken een computersimulatie van het eiwit voor hun onderzoek. Het doel hierbij is om een kandidaat-molecuul te vinden die in de simulatie de vormverandering van het eiwit teweeg kan brengen. Deze kandidaten zullen daarna in het lab van het Amsterdam UMC getest worden.
Om dit kandidaat-molecuul te vinden, gebruiken de onderzoekers onder andere een generatieve AI. Bernd Ensing, hoogleraar AI for Chemistry, legt uit: ‘Deze kan je bijvoorbeeld trainen op een database van een miljoen drugsmoleculen. Op een gegeven moment kan hij patronen in typische drugsmoleculen herkennen. Je kunt dan miljoenen moleculen genereren.’
De wetenschappers beginnen met een start molecuul, en maken dan met generatieve AI varianten op het molecuul. Maar hoe kunnen ze weten welke varianten beter zijn dan het origineel? Hiervoor gaan ze een machine learning techniek gebruiken genaamd “bayesiaanse optimalisatie”. Van die verbeterde moleculen kunnen ze daarna weer verdere variaties maken en zo stap voor stap een optimaal kandidaat-molecuul ontwerpen.
Een MMD TechHub project moet in vrij korte tijd afgerond zijn, maar dit project is samengevoegd met een UvA Synergy project. Hierdoor kan een PhD student er nu vier jaar lang aan werken. Ook gaan de wetenschappers proberen sneller een werkend medicijn op de markt te brengen door goedgekeurde medicijnen als startmolecuul te gebruiken. Hierdoor kunnen ze een aantal stappen in de geneesmiddelenontwikkeling overslaan.
Voor onderzoek naar geneesmiddelenontwikkeling met machine learning is een directe samenwerking tussen de verschillende disciplines cruciaal. Ensing kijkt erg uit naar deze samenwerking. ‘We hebben nu een erg leuk team met mensen die heel gepassioneerd zijn over hele andere dingen dan waar ik me normaal mee bezig houd. Daar ga ik ongetwijfeld superveel van leren, en dat is echt heel leuk.’
woensdag 15 april 2026
ING: Digitale zorg stagneert door versnippering
Van de Nederlanders regelt 90% de bankzaken digitaal en doet 94% dat met vakantieboekingen – slechts 10% gebruikt een digitale gezondheidsomgeving (PGO). Daarnaast hebben zorggebruikers te maken met veel verschillende systemen per zorgverlener: afspraken, berichten, meetwaarden en medicatie-informatie zijn verspreid over verschillende apps en portalen van de huisarts, het ziekenhuis en de fysiotherapeut. Dit maakt digitale zorg onnodig ingewikkeld en remt het gebruik.
De ervaringen met succesvolle digitale adoptie laten zien dat digitale toepassingen pas echt worden gebruikt als deze intuïtief, toegankelijk en betrouwbaar zijn, zo blijkt uit de analyse van ING. Eén manier van inloggen, een herkenbare omgeving en een consistente gebruikerservaring verlagen drempels juist ook voor mensen met beperkte digitale vaardigheden. Zonder die eenvoud dreigt digitale zorg bij te dragen aan ongelijkheid in de zorg in plaats van deze te verkleinen.
De noodzaak wordt versterkt door de oplopende personeelstekorten in de zorg. Volgens prognoses groeit dit tekort in 2031 tot 135.000 medewerkers. Volgens het rapport “Uitweg uit de schaarste” van adviesbureau Gupta Strategists kunnen bestaande digitale toepassingen de inzet van het equivalent van 110.000 zorgmedewerkers vrijspelen. Een dergelijke efficiëntiewinst zou wel vragen om landelijke opschaling van bewezen oplossingen en betere digitale samenwerking tussen zorgaanbieders.
Nederland investeert veel in zorg‑ICT en is daarin een van de Europese koplopers, maar de toegang tot en uitwisseling van patiëntgegevens blijft achter bij andere Europese landen. Zo ligt de implementatie, functionaliteit en effectief gebruik van digitale patiëntendossiers in Nederland met 65% onder het EU gemiddelde van 83%. De grootste belemmering is niet technologie, maar het ontbreken van samenhang en standaardisatie.
vrijdag 10 april 2026
'Zorgsector moet menselijk gedrag centraal stellen in cybersecurity'
Zorginstellingen beschikken over een enorme hoeveelheid gevoelige gegevens, van burgerservicenummers en medische dossiers tot informatie over familieleden. Die data zijn bijzonder waardevol voor criminelen en kunnen worden gebruikt voor identiteitsfraude, verzekeringsfraude en overtuigende phishing-aanvallen.
Doordat veel zorgverleners afhankelijk zijn van dezelfde software, kan één aanval zich bovendien snel verspreiden naar honderden praktijken en instellingen tegelijk. Uit onderzoek blijkt dat de zorg- en farmasector de meest kwetsbare branche is voor phishing. Bij grote organisaties blijkt dat bijna 54 procent van de medewerkers vatbaar is voor dit soort aanvallen. Dat onderstreept dat cyberincidenten niet puur technisch zijn - aanvallers maken misbruik van menselijk gedrag, zoals het klikken op een link of het delen van inloggegevens.
Om de sector robuuster te maken is het opbouwen van een sterke en positieve securitycultuur uiterst belangrijk. Dat betekent dat medewerkers structureel moeten worden getraind om dreigingen te herkennen en veilig te handelen tijdens hun dagelijkse werk. Praktische stappen zijn onder meer het uitvoeren van realistische phishing-simulaties, het verbeteren van meldprocessen en het integreren van veiligheid in dagelijkse routines, zodat veilig gedrag vanzelfsprekend wordt.
Als deze omslag uitblijft, zullen cyberaanvallen niet alleen vaker slagen, maar ook grotere gevolgen hebben voor patiëntveiligheid en het vertrouwen in (digitale) zorg. Daarmee komt de continuïteit van zorgorganisaties onder druk te staan - juist nu de afhankelijkheid van digitale systemen alleen maar toeneemt.
woensdag 8 april 2026
Software patiëntendossiers ChipSoft kampt met ransomware
Zorginstellingen die gebruikmaken van de software hebben het advies gekregen om hun vpn-verbinding met ChipSoft tijdelijk te verbreken. Ook wordt aangeraden om netwerkverkeer extra in de gaten te houden, omdat niet duidelijk is hoe ver de aanval zich heeft verspreid.
Volgens waarschuwingen van beveiligingsorganisatie Z-Cert hebben de aanvallers mogelijk toegang gekregen tot delen van de cloudomgeving, waaronder systemen die huisartsen gebruiken. ChipSoft heeft zijn eigen systemen inmiddels geïsoleerd en onderzoekt de situatie.
De aanval kan grote gevolgen hebben, omdat ChipSoft een dominante speler is in Nederland met een groot aandeel in software voor patiëntendossiers. Het bedrijf heeft bevestigd dat er een ransomware-incident is, maar geeft nog weinig details zolang het onderzoek loopt.
vrijdag 3 april 2026
Polsbandje kan straks microplastics in je lichaam opsporen
De techniek bevindt zich nog in een vroege experimentele fase en is tot nu toe alleen getest in laboratoriumomstandigheden. Op dit moment kan het systeem deeltjes detecteren vanaf ongeveer 1 millimeter groot. Dat is nog relatief groot, aangezien de kleinste micro- en nanoplastics in het menselijk lichaam veel kleiner zijn.
Het idee achter het polsbandje is dat het uiteindelijk een niet-invasieve manier biedt om blootstelling aan microplastics te meten. Dat zou onderzoekers en artsen kunnen helpen om beter te begrijpen hoeveel plastic zich in het lichaam ophoopt en wat de mogelijke gezondheidsrisico’s zijn.
Toch is het nog te vroeg om te spreken van een praktisch hulpmiddel voor consumenten. De technologie moet eerst verder worden verfijnd voordat die nauwkeurig genoeg is voor gebruik buiten het lab.
woensdag 1 april 2026
Google hint op nieuwe Fitbit-tracker zonder scherm
Volgens berichten zal het gaan om een minimalistisch polsbandje dat zich richt op basisfunctionaliteit. Voor uitgebreidere mogelijkheden zouden gebruikers een betaald abonnement nodig hebben.
Hoewel nog niet duidelijk is wat het apparaat precies kan, lijkt Google met deze tracker in te spelen op een groeiende trend: eenvoudige fitnessbandjes zonder scherm, die vooral draaien om data en analyse via een app. Daarmee zou het bedrijf de concurrentie aangaan met merken die al langer dergelijke producten aanbieden.
Opvallend is dat het de eerste nieuwe Fitbit-hardware in enkele jaren zou zijn. Sinds de release van de Fitbit Charge 6 in 2023 bleef het stil rond nieuwe apparaten. Tegelijkertijd werkt Google naar verluidt ook aan een vernieuwde Fitbit-app, die mogelijk samen met de nieuwe tracker wordt uitgebracht.
Fitbit bracht in het verleden al vaker schermloze trackers uit, maar het laatste model zonder display verscheen ongeveer tien jaar geleden. Met deze nieuwe ontwikkeling lijkt Google dat concept nieuw leven in te blazen, mogelijk met een sterkere focus op software en abonnementsdiensten.
vrijdag 20 maart 2026
Onderzoekers ontwikkelen bionische voet die natuurlijke loopbeweging nabootst
“Ons doel is een prothese die meebeweegt zonder dat de gebruiker elke stap bewust hoeft aan te sturen,” zegt prof. Massimo Sartori, hoogleraar neuromuscular robotics & engineering aan de Universiteit Twente (TechMed Centrum). De technologie maakt gebruik van een neuromechanisch model dat lijkt op de werking van de speciale centrale patroongeneratoren in het ruggenmerg: neurale netwerken die automatische bewegingen, zoals lopen, aansturen.
In een eerste test liep een proefpersoon met de bionische voet op een loopband bij verschillende snelheden. De onderzoekers zagen dat het systeem de spieren in het onderbeen ritmisch kon aansturen, wat het lopen vloeiender en minder belastend maakt. ‘Dat kan in de toekomst helpen om de cognitieve belasting en vermoeidheid van gebruikers aanzienlijk te verminderen’, zegt Ruud Leijendekkers, universitair hoofddocent en fysiotherapeut aan het Radboudumc.
Op dit moment werkt de ‘Autonomous leg’ nog met een kabelverbinding naar een externe computer. De volgende stap is een volledig stand-alone systeem met geïntegreerde sensoren, batterij en minicomputer — noodzakelijk om testen in huiselijke en real‑life situaties mogelijk te maken.
Zodra de prothese zelfstandig kan werken, kunnen gebruikers ermee oefenen buiten het laboratorium, bijvoorbeeld thuis of op straat. Dat is een belangrijke stap richting certificering als medisch hulpmiddel en essentieel om te kunnen aantonen dat de bionische voet daadwerkelijk meerwaarde biedt boven bestaande, passieve prothesen.
De ontwikkeling maakt deel uit van het Europese SimBionics‑project, in samenwerking met Ottobock, Aalborg University en revalidatiecentrum Roessingh.
donderdag 19 maart 2026
AI van Fitbit neemt een duik in je medisch dossier
De AI-functies van Fitbit gaan een stap verder dan alleen het bijhouden van stappen en slaap. Het bedrijf werkt aan een slimme gezondheidscoach die niet alleen je wearable-data analyseert, maar ook je medische dossier kan gebruiken. Door bijvoorbeeld labresultaten, medicatie en eerdere doktersbezoeken te koppelen, ontstaat een veel completer beeld van je gezondheid.
Het idee is dat deze AI je vervolgens persoonlijker advies kan geven. Denk aan gerichtere tips over slaap, beweging of herstel, afgestemd op jouw specifieke situatie. Daarmee verschuift Fitbit van een simpele fitness-tracker naar een soort digitale gezondheidsassistent.
Tegelijk roept die ontwikkeling vragen op. Want hoe meer gevoelige medische data wordt gebruikt, hoe belangrijker privacy en controle worden. Gebruikers moeten daarom zelf bepalen welke gegevens ze delen en houden volgens Fitbit de regie over hun informatie.
De stap past in een bredere trend waarin AI steeds vaker wordt ingezet om persoonlijke gezondheidsinzichten te verbeteren. Door verschillende databronnen te combineren, kunnen dit soort systemen patronen herkennen en adviezen geven die voorheen moeilijk te maken waren.
donderdag 12 maart 2026
De beloftes van menstruatie-apps
Deze door algoritmes aangedreven apps zijn vaak afgestemd op één 'standaard' type vrouw. Vrouwen met andere lichaamspatronen kunnen daardoor onnauwkeurige of misleidende adviezen krijgen. Bovendien stappen de bedrijven achter deze algoritmes in een markt die profiteert van een gebrek aan seksuele voorlichting, de wanhopige behoefte aan antwoorden bij vrouwen en een relatie met het medische systeem die steeds minder gebaseerd is op vertrouwen en transparante communicatie. Dit kan leiden tot ongewenste situaties, bijvoorbeeld wanneer de apps als anticonceptie worden gebruikt en ongewenste zwangerschappen tot gevolg hebben.
De afgelopen jaren is er een sterke verschuiving zichtbaar waarbij vrouwen traditionele anticonceptiemiddelen, zoals de pil, inruilen voor cyclus-apps. Steeds meer vrouwen hebben twijfels bij de pil of andere hormonale anticonceptie en gaan op zoek naar natuurlijke alternatieven om zich meer verbonden met en bewust te voelen van hun eigen lichaam en cyclus. Thuis en Punzi brengen de onzichtbare ethische zorgen van deze door algoritmes gedreven technologie in kaart. "We gaan van een sterk gereguleerde medische methode, zoals het slikken van een pil, naar een situatie waarin we vertrouwen op algoritmische voorspellingen en eigen interpretatie," zegt Thuis. Hoewel deze apps veel gebruikers een gevoel van regie en inzicht geven, benadrukken de onderzoekers dat gebruikers zich vaak onvoldoende realiseren dat algoritmen niet feilloos of objectief zijn.
Een van de meest opvallende voorlopige bevindingen uit het onderzoek is dat de datamodellen van deze apps allesbehalve inclusief zijn. "Zelfs het weinige dat de medische wetenschap weet over vrouwengezondheid, is gebaseerd op een specifiek type: de witte, welvarende en gezonde vrouw," legt Punzi uit. Vrouwen met een onregelmatige cyclus, chronische pijn of een andere etnische achtergrond vallen daardoor vaak buiten dit algoritme.
Ontwerpers die hun ogen sluiten voor deze realiteit, bouwen eigenlijk gewoon een digitale kopie van de ongelijkheid die al in de zorg bestaat. Punzi: "Als je denkt dat je volkomen neutraal een app kunt ontwerpen, versterk je simpelweg het systeem dat we al hebben. En dat systeem is in de basis al oneerlijk verdeeld".
Daar komt nog bij dat de app actief beïnvloedt hoe je naar je eigen lijf kijkt. Door labels als 'abnormaal' of 'onregelmatig' te gebruiken, duwen deze programma's je ongevraagd in een hokje. Krijg je bijvoorbeeld opeens een melding dat je premenstruele klachten (PMS) eraan komen? Dan kan het zogeheten 'nocebo-effect' ervoor zorgen dat je je onbewust óók echt slechter of chagrijniger gaat voelen, puur omdat de app het zegt.
De onderzoekers trekken ook aan de bel over de gezichtsloze bedrijven achter de apps en de gebrekkige regelgeving in Europa. Omdat de meeste menstruatie-apps via een juridische omweg niet officieel als 'medisch hulpmiddel' gelden, mogen zij wél onbeperkt en zonder waarschuwingen adverteren op platforms als Instagram en Facebook. Dit staat in schril contrast met non-profitorganisaties zoals Rutgers, het landelijke expertisecentrum voor seksualiteit. Vanwege strenge regels voor medische producten mogen zij niet zomaar grote bewustwordingscampagnes voor anticonceptie voeren, omdat deze direct als reclamecampagnes worden gezien. Hierdoor kunnen deze app-bedrijven ongereguleerd medische claims maken en intieme data verzamelen. Desondanks laat het snel stijgende aantal gebruikers van deze apps een diepere behoefte bij vrouwen zien om informatie te krijgen over hun lichaam, menstruatie en vruchtbaarheid; een gat dat momenteel wordt opengelaten door het medische en educatieve systeem.
Daarom roepen Thuis en Punzi overheden en ontwikkelaars op tot actie, maar wijzen zij ook op de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Thuis: "Algoritme-geletterdheid is essentieel. Gebruikers moeten begrijpen dat een app geen absolute waarheid spreekt. Uiteindelijk is het niet de vraag óf het goed of slecht is om een app te gebruiken, maar hóé en waaróm je hem gebruikt".
dinsdag 10 maart 2026
Vitestro haalt €60 miljoen op voor doorontwikkeling autonome bloedafname en commerciële opschaling
Deze nieuwe investering wordt gebruikt om de volgende generatie van de Aletta® Autonomous Robotic Phlebotomy Device™ (ARPD™) verder te ontwikkelen en integratie in bloedafname afdelingen mogelijk te maken. De financiering ondersteunt ook Vitestro’s traject richting markttoelating in de VS en verdere internationale uitrol. Hieronder valt opschaling van productie, uitbreiding van klinische activiteiten en de ontwikkeling van commerciële en service infrastructuur. Vitestro bereidt zich voor op bredere marktadoptie, met een gefaseerde uitrol in Europa gevolgd door de Amerikaanse markt.
De commerciële uitrol van Aletta® start in Nederland, in de ziekenhuizen die samen met Vitestro deelnemen aan de A.D.O.P.T. klinische studie, gevolgd door andere ziekenhuizen in Nederland. In de bredere Europese uitrol zal Aletta® eerst geïntroduceerd worden in Denemarken. Andere Europese landen zullen volgen in de toekomst.
Aletta is ontworpen om diagnostische bloedafname autonoom uit te voeren. Het systeem combineert geavanceerde echografie, robotica en kunstmatige intelligentie om geschikte aderen te detecteren, de naald te positioneren, en bloedmonsters met hoge precisie af te nemen. Aletta® ondersteunt bloedafname teams door routinematige bloedafnames over te nemen. Het is ontworpen om te helpen bij personeelstekorten, variatie tussen afnames te verminderen, kwaliteit te standaardiseren en de patiëntervaring te verbeteren.
dinsdag 3 maart 2026
Delphyr haalt €1,75 miljoen op om zorgprofessionals tijd terug te geven met AI
Delphyr integreert direct in bestaande zorgsystemen, waardoor professionals geen nieuwe software hoeven te leren of complexe dashboards hoeven te gebruiken.
Het platform draait op beveiligde Europese infrastructuur en verwerkt patiëntgegevens uitsluitend binnen de praktijkomgeving. Delphyr vervangt bestaande systemen niet, maar versterkt deze met een intelligente laag die informatie toegankelijk maakt en workflows optimaliseert.
zondag 1 maart 2026
App voor huidkankerdetectie slaat vals alarm
Voor deze evaluatie hebben Belgische onderzoekers duizenden huidafbeeldingen geanalyseerd en de uitkomsten van de app vergeleken met de diagnoses van medisch specialisten. Hierbij kwam naar voren dat de app bij een significant aantal verdachte plekken geen afwijkingen detecteerde, en dat andere, ongevaarlijke vlekken wel als potentieel kankerachtig werden gemarkeerd. Dat kan leiden tot een vals gevoel van geruststelling, maar ook tot onnodige ongerustheid bij gebruikers.
De onderzoekers benadrukken dat dergelijke technologie tot op zekere hoogte nuttig kan zijn als hulpmiddel voor vroege detectie, maar dat het risico op gemiste gevallen of foutieve signalen het ongeschikt maakt als vervanging voor professioneel medisch advies. Een betrouwbare diagnose vraagt volgens hen altijd aanvullende beoordeling door artsen.
donderdag 26 februari 2026
Slimme medicatiebox moet gebruik van pijnmedicatie thuis verbeteren
Het idee ontstond ergens op zee, tussen Schiermonnikoog en het vasteland. Orthopedisch chirurg dr. Ydo Kleinlugtenbelt: “Tijdens een congres met huisartsen en specialisten over pijnmedicatie herkende iedereen het probleem. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen. Met de huidige technologie moeten we iets kunnen maken waardoor we van deze problemen af zijn."
Het probleem is reëel. In de afgelopen tien jaar is het gebruik van oxycodon - een morfineachtig middel - in Nederland bijna verviervoudigd. Meer dan een miljoen Nederlanders krijgt jaarlijks het pijnstillende middel voorgeschreven, vooral na zware operaties. Bij 10% van de patiënten bestaat de kans op verslaving.
Vroeger bleven patiënten wekenlang in het ziekenhuis, waar zorgpersoneel de medicatie nauwkeurig bijhield. Nu gaan patiënten na één of twee dagen naar huis. Kleinlugtenbelt: "Heel zwart-wit gezegd: je krijgt een tas met pillen en instructies mee en verder moet je het zelf maar uitzoeken. Dat gaat gewoon niet altijd goed."
We zien twee groepen ontstaan: mensen die verslaafd raken en gaan 'shoppen' bij verschillende artsen om meer pillen te bemachtigen. En mensen die juist bang zijn voor de medicijnen en ze niet nemen, terwijl ze die wel nodig hebben om goed te herstellen. Kleinlugtenbelt: "Dan komen ze na zes weken op de poli en kunnen ze hun knie niet bewegen. Dan heb je echt een probleem, dat komt niet meer goed."
Het idee op de Waddenzee leidde tot een samenwerking tussen het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (Technisch Medisch Centrum) en Saxion. Het doel: een intelligente medicatiedispenser ontwikkelen. Niet één die op vaste tijden een tablet afgeeft, maar een systeem dat precies registreert hoeveel iemand gebruikt, de medicatie via protocol automatisch afbouwt en de arts direct informeert bij afwijkend gebruik.
Waarin verschilt de PainSafe dan van een gewone pillendoos? Kleinlugtenbelt: “Deze dispenser heeft een ingebouwd algoritme, gebaseerd op het pijnprotocol van het ziekenhuis. De patiënt vult een pijnscore in en de box geeft nooit meer dan wat de patiënt nodig heeft en bouwt automatisch af wanneer dat moet. Een belangrijk voordeel: de patiënt kan er niet zomaar bij. De pillen komen alleen uit het apparaat als het algoritme dat toestaat.
Vraagt iemand te snel opnieuw, dan volgt geen afgifte maar een instructie, bijvoorbeeld eerst paracetamol. “Of er volgt een melding dat je binnen 24 uur contact moet opnemen met het ziekenhuis. Dan gaan we kijken: is dit een potentiële verslaving of speelt hier een complicatie?", aldus Kleinlugtenbelt.
Voor senior researchcoördinator dr. Ellie Landman is vooral het data-aspect interessant. Elke handeling levert data op: ingevoerde pijnscores, aangevraagde momenten, wel/geen afgifte en meldingen. "Normaal gesproken hebben we die informatie niet. We hebben tijdens een parallel onderzoek mensen gevraagd twee weken lang bij te houden wat ze innemen. Maar die gegevens bleken onbetrouwbaar. Juist de mensen waar we die informatie van willen hebben - degenen die veel gebruiken - vullen het formulier niet goed in.”
Die objectieve data maken het mogelijk om pijnbehandeling echt te verbeteren. Landman: "We kunnen nu zien: werkt het protocol zoals gedacht? Waar zit het knelpunt? Wanneer vragen mensen extra medicatie aan?" Het is informatie die voorheen simpelweg niet bestond.
De potentiële winst is groot. De PainSafe levert de juiste hoeveelheid pijnstilling op het juiste moment, zonder risico op over- of ondergebruik. Patiënten hoeven niet meer zelf bij te houden wanneer ze wat mogen innemen. Het herstel verloopt beter omdat de pijn goed onder controle blijft. En daarmee neemt hun mobiliteit toe, wat uiteindelijk leidt tot minder patiënten die langdurige zorg nodig hebben.
Ook bestaat er minder kans op verslaving aan opiaten en een vierde voordeel is minder medicijnafval in het milieu. Kleinlugtenbelt: "Als je ziet hoeveel tabletten er minder gebruikt worden met de PainSafe versus wat er nu over de toonbank gaat - dat verschil is aanzienlijk. Want lang niet alle uitgegeven medicijnen worden gebruikt; een groot deel wordt door de wc gespoeld of belandt bij het afval. Uiteindelijk zou alle medicatie die vanuit de pijnbox terugkomt, opnieuw ingezet moeten kunnen worden.”
In 2022 kreeg het team een Pioneers in Health Care-voucher toegekend. Daarmee konden ze voor het eerst serieus aan de slag. "We hebben een junior onderzoeker kunnen aannemen die in de wet- en regelgeving dook, onderzocht wat patiënten willen en het bestaande pijnprotocol vertaalde naar een algoritme. Bij de Universiteit Twente werd het praktisch: hoe moeten de tabletten in de box zitten? Hoe komen ze eruit? Uiteindelijk hebben we het algoritme en het apparaat gekoppeld en is het een werkend prototype geworden," zegt Kleinlugtenbelt.
Bijzonder was ook het patiëntenonderzoek door een stagiaire van Saxion. Een opvallende uitkomst: terwijl onderzoekers zich zorgen maakten over gegevensbescherming, wilden patiënten juist dat hun gegevens met de dokter gedeeld werden. "Mensen vonden het belangrijk dat de dokter kon zien wat zij deden met hun medicatie," vertelt Landman.
dinsdag 24 februari 2026
Hersenstimulerend headset tegen depressies in de VS nu op recept
Het Flow FL-100-headset-apparaat, dat gericht elektrische stroom naar de prefrontale cortex van de hersenen stuurt om de neurale activiteit te beïnvloeden, kreeg van de Amerikaanse toezichthouder Food and Drug Administration (FDA) de status van medisch hulpmiddel van klasse III én is daarom in de VS alleen via een voorschrift te verkrijgen.
Het idee achter het apparaat is dat het mensen met depressieve klachten een optie biedt buiten traditionele medicijnen om — wat vooral relevant kan zijn voor degenen die geen baat hebben bij antidepressiva, of deze niet kunnen gebruiken als gevolg van bijwerkingen. Internationale studies tonen volgens de ontwikkelaars aan dat het gebruik van het headset kan leiden tot verbeteringen in depressieve klachten, onder andere vergeleken met een controlegroep met schijnbehandeling.
In sommige onderzoeken werd ook vastgesteld dat het gebruik van dit soort stimulatie het risico op terugval van depressie kan verlagen wanneer het in combinatie met andere zorgmaatregelen wordt gebruikt.
In Europa, inclusief Duitsland, is het Flow-headset al langer beschikbaar als medisch hulpmiddel met CE-certificering, waardoor het vrij verkrijgbaar is zonder recept (bijvoorbeeld via de webshop van de fabrikant voor ongeveer €459 of op basis van een maandelijkse huur). Maar het staat nog niet op de lijst van vergoede zorg door de ziektekostenverzekeraars daar.




























