zondag 1 maart 2026
App voor huidkankerdetectie slaat vals alarm
Voor deze evaluatie hebben Belgische onderzoekers duizenden huidafbeeldingen geanalyseerd en de uitkomsten van de app vergeleken met de diagnoses van medisch specialisten. Hierbij kwam naar voren dat de app bij een significant aantal verdachte plekken geen afwijkingen detecteerde, en dat andere, ongevaarlijke vlekken wel als potentieel kankerachtig werden gemarkeerd. Dat kan leiden tot een vals gevoel van geruststelling, maar ook tot onnodige ongerustheid bij gebruikers.
De onderzoekers benadrukken dat dergelijke technologie tot op zekere hoogte nuttig kan zijn als hulpmiddel voor vroege detectie, maar dat het risico op gemiste gevallen of foutieve signalen het ongeschikt maakt als vervanging voor professioneel medisch advies. Een betrouwbare diagnose vraagt volgens hen altijd aanvullende beoordeling door artsen.
donderdag 26 februari 2026
Slimme medicatiebox moet gebruik van pijnmedicatie thuis verbeteren
Het idee ontstond ergens op zee, tussen Schiermonnikoog en het vasteland. Orthopedisch chirurg dr. Ydo Kleinlugtenbelt: “Tijdens een congres met huisartsen en specialisten over pijnmedicatie herkende iedereen het probleem. Toen dacht ik: dit moet anders kunnen. Met de huidige technologie moeten we iets kunnen maken waardoor we van deze problemen af zijn."
Het probleem is reëel. In de afgelopen tien jaar is het gebruik van oxycodon - een morfineachtig middel - in Nederland bijna verviervoudigd. Meer dan een miljoen Nederlanders krijgt jaarlijks het pijnstillende middel voorgeschreven, vooral na zware operaties. Bij 10% van de patiënten bestaat de kans op verslaving.
Vroeger bleven patiënten wekenlang in het ziekenhuis, waar zorgpersoneel de medicatie nauwkeurig bijhield. Nu gaan patiënten na één of twee dagen naar huis. Kleinlugtenbelt: "Heel zwart-wit gezegd: je krijgt een tas met pillen en instructies mee en verder moet je het zelf maar uitzoeken. Dat gaat gewoon niet altijd goed."
We zien twee groepen ontstaan: mensen die verslaafd raken en gaan 'shoppen' bij verschillende artsen om meer pillen te bemachtigen. En mensen die juist bang zijn voor de medicijnen en ze niet nemen, terwijl ze die wel nodig hebben om goed te herstellen. Kleinlugtenbelt: "Dan komen ze na zes weken op de poli en kunnen ze hun knie niet bewegen. Dan heb je echt een probleem, dat komt niet meer goed."
Het idee op de Waddenzee leidde tot een samenwerking tussen het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (Technisch Medisch Centrum) en Saxion. Het doel: een intelligente medicatiedispenser ontwikkelen. Niet één die op vaste tijden een tablet afgeeft, maar een systeem dat precies registreert hoeveel iemand gebruikt, de medicatie via protocol automatisch afbouwt en de arts direct informeert bij afwijkend gebruik.
Waarin verschilt de PainSafe dan van een gewone pillendoos? Kleinlugtenbelt: “Deze dispenser heeft een ingebouwd algoritme, gebaseerd op het pijnprotocol van het ziekenhuis. De patiënt vult een pijnscore in en de box geeft nooit meer dan wat de patiënt nodig heeft en bouwt automatisch af wanneer dat moet. Een belangrijk voordeel: de patiënt kan er niet zomaar bij. De pillen komen alleen uit het apparaat als het algoritme dat toestaat.
Vraagt iemand te snel opnieuw, dan volgt geen afgifte maar een instructie, bijvoorbeeld eerst paracetamol. “Of er volgt een melding dat je binnen 24 uur contact moet opnemen met het ziekenhuis. Dan gaan we kijken: is dit een potentiële verslaving of speelt hier een complicatie?", aldus Kleinlugtenbelt.
Voor senior researchcoördinator dr. Ellie Landman is vooral het data-aspect interessant. Elke handeling levert data op: ingevoerde pijnscores, aangevraagde momenten, wel/geen afgifte en meldingen. "Normaal gesproken hebben we die informatie niet. We hebben tijdens een parallel onderzoek mensen gevraagd twee weken lang bij te houden wat ze innemen. Maar die gegevens bleken onbetrouwbaar. Juist de mensen waar we die informatie van willen hebben - degenen die veel gebruiken - vullen het formulier niet goed in.”
Die objectieve data maken het mogelijk om pijnbehandeling echt te verbeteren. Landman: "We kunnen nu zien: werkt het protocol zoals gedacht? Waar zit het knelpunt? Wanneer vragen mensen extra medicatie aan?" Het is informatie die voorheen simpelweg niet bestond.
De potentiële winst is groot. De PainSafe levert de juiste hoeveelheid pijnstilling op het juiste moment, zonder risico op over- of ondergebruik. Patiënten hoeven niet meer zelf bij te houden wanneer ze wat mogen innemen. Het herstel verloopt beter omdat de pijn goed onder controle blijft. En daarmee neemt hun mobiliteit toe, wat uiteindelijk leidt tot minder patiënten die langdurige zorg nodig hebben.
Ook bestaat er minder kans op verslaving aan opiaten en een vierde voordeel is minder medicijnafval in het milieu. Kleinlugtenbelt: "Als je ziet hoeveel tabletten er minder gebruikt worden met de PainSafe versus wat er nu over de toonbank gaat - dat verschil is aanzienlijk. Want lang niet alle uitgegeven medicijnen worden gebruikt; een groot deel wordt door de wc gespoeld of belandt bij het afval. Uiteindelijk zou alle medicatie die vanuit de pijnbox terugkomt, opnieuw ingezet moeten kunnen worden.”
In 2022 kreeg het team een Pioneers in Health Care-voucher toegekend. Daarmee konden ze voor het eerst serieus aan de slag. "We hebben een junior onderzoeker kunnen aannemen die in de wet- en regelgeving dook, onderzocht wat patiënten willen en het bestaande pijnprotocol vertaalde naar een algoritme. Bij de Universiteit Twente werd het praktisch: hoe moeten de tabletten in de box zitten? Hoe komen ze eruit? Uiteindelijk hebben we het algoritme en het apparaat gekoppeld en is het een werkend prototype geworden," zegt Kleinlugtenbelt.
Bijzonder was ook het patiëntenonderzoek door een stagiaire van Saxion. Een opvallende uitkomst: terwijl onderzoekers zich zorgen maakten over gegevensbescherming, wilden patiënten juist dat hun gegevens met de dokter gedeeld werden. "Mensen vonden het belangrijk dat de dokter kon zien wat zij deden met hun medicatie," vertelt Landman.
dinsdag 24 februari 2026
Hersenstimulerend headset tegen depressies in de VS nu op recept
Het Flow FL-100-headset-apparaat, dat gericht elektrische stroom naar de prefrontale cortex van de hersenen stuurt om de neurale activiteit te beïnvloeden, kreeg van de Amerikaanse toezichthouder Food and Drug Administration (FDA) de status van medisch hulpmiddel van klasse III én is daarom in de VS alleen via een voorschrift te verkrijgen.
Het idee achter het apparaat is dat het mensen met depressieve klachten een optie biedt buiten traditionele medicijnen om — wat vooral relevant kan zijn voor degenen die geen baat hebben bij antidepressiva, of deze niet kunnen gebruiken als gevolg van bijwerkingen. Internationale studies tonen volgens de ontwikkelaars aan dat het gebruik van het headset kan leiden tot verbeteringen in depressieve klachten, onder andere vergeleken met een controlegroep met schijnbehandeling.
In sommige onderzoeken werd ook vastgesteld dat het gebruik van dit soort stimulatie het risico op terugval van depressie kan verlagen wanneer het in combinatie met andere zorgmaatregelen wordt gebruikt.
In Europa, inclusief Duitsland, is het Flow-headset al langer beschikbaar als medisch hulpmiddel met CE-certificering, waardoor het vrij verkrijgbaar is zonder recept (bijvoorbeeld via de webshop van de fabrikant voor ongeveer €459 of op basis van een maandelijkse huur). Maar het staat nog niet op de lijst van vergoede zorg door de ziektekostenverzekeraars daar.
maandag 16 februari 2026
Onderzoek: Google’s AI-antwoorden kunnen gebruikers in gevaar brengen
Wanneer mensen via Google naar gevoelige gezondheidsinformatie zoeken — bijvoorbeeld over symptomen, diagnoses of medicijnen — verschijnt er vaak een AI-samenvatting bovenaan de zoekresultaten. Die is bedoeld om gebruikers snel een overzicht te geven, maar volgens onderzoekers ontbreken bij deze eerste weergave duidelijke waarschuwingen dat het antwoord niet bedoeld is als medisch advies. Belangrijke disclaimers staan pas onderaan in kleine letters en worden alleen zichtbaar als gebruikers de uitgebreide informatie zelf openen.
Experts wijzen erop dat AI-systemen nog steeds fouten kunnen maken en verkeerde aannames kunnen bevestigen omdat ze niet genoeg context over de individuele gebruiker hebben. Ze benadrukken dat dat tot verkeerde conclusies kan leiden, vooral als mensen de AI-antwoorden direct als betrouwbaar advies beschouwen.
Google zegt dat de AI-samenvattingen verwijzen naar het zoeken van medische hulp wanneer dat passend is, maar er werd niet gereageerd op de kritiek dat de waarschuwingen niet prominent genoeg worden weergegeven.
donderdag 5 februari 2026
Google schuift Fitbit-migratie opnieuw op, gebruikers dreigen data te verliezen
In mails aan Fitbit-gebruikers waarschuwt Google dat wie niet op tijd overstapt, geen toegang meer heeft tot Fitbit met de oude inloggegevens. Dat geldt zelfs als iemand al met een Gmail-adres inlogt; het moet een Google-account zijn.
Wie de migratie mist, verliest niet alleen de toegang tot de Fitbit-service, maar loopt ook het risico zijn gegevens kwijt te raken. Google zegt vanaf 15 juli 2026 te beginnen met het permanent verwijderen van data van niet-gemigreerde accounts. Gebruikers kunnen hun data tot die datum downloaden of verwijderen.
De verplichte overstap naar een Google-account stond al langer op de planning. Google kondigde dit migratieproces al eind 2022 aan, na de overname van Fitbit in 2019, en stelde eerder deadlines voor 2025 en begin 2026 vast.
woensdag 4 februari 2026
AI in de operatiekamer: Future Tech Ventures investeert in SPCTR voor real-time marge-analyse bij oncologische chirurgie
"Het probleem in de oncologische chirurgie is dat je vaak pas dagen later kunt vaststellen of een tumor volledig verwijderd is. Met ons apparaat kan de chirurg tijdens de operatie direct beoordelen of er voldoende gezonde weefsel rondom de tumor aanwezig is," zegt Rowan Timmermans, CTO en co-founder van SPCTR. Het apparaat werkt op basis van licht en beeld en gebruikt een AI-model dat een ‘optische vingerafdruk’ van het weefsel maakt. In tegenstelling tot bestaande oplossingen is er geen extra zorgpersoneel, zoals een patholoog of radioloog, nodig voor de interpretatie in de operatiekamer en hoeft er geen contrastvloeistof of andere stof te worden ingespoten. Daarmee introduceert SPCTR een volledig nieuwe, niet-invasieve manier van intra-operatieve margeanalyse.
De investering van FTV zal de komende maanden gebruikt worden om de startup, opgericht in maart 2025, verder te ontwikkelen. Wido Heeman, CEO en founder van SPCTR: “We gebruiken deze investering van FTV voor drie kernactiviteiten: klinische validatie van prototypes, certificering van het apparaat en het productieklaar maken voor marktintroductie.” De start van de SPCTR-I studie vorige week, met de eerste geïncludeerde patiënt in het Borstcentrum Groningen en parallelle inclusie in het UMCU, markeert de overgang van preklinische ontwikkeling naar daadwerkelijke toepassing in de klinische praktijk. Naast FTV participeren een aantal angel-investeerders in deze investeringsronde.
Hilbrand van der Zee, investeringsmanager van FTV: "We investeren met vertrouwen in SPCTR. De kracht van deze innovatie zit in de eenvoud: een beproefde techniek in een nieuwe jas, gecombineerd met AI. Het team koppelt klinische expertise aan geavanceerde technologie, precies het soort innovatie dat wij graag versnellen."
"Het belangrijkste is het vertrouwen dat we krijgen van investeerders, chirurgen en patiënten," benadrukken Timmermans en Heeman. “De eerste patiënt data laat zien dat deze technologie klaar is voor de volgende stap: klinische impact in ziekenhuizen!”
Ambities
maandag 2 februari 2026
Sociale robot met AI heeft potentie voor patiënten en zorgverleners
De druk op de zorg neemt toe. Door personeelstekorten en een groeiende zorgvraag staat de toegankelijkheid van zorg onder spanning. Goede patiëntcommunicatie blijft essentieel, zeker bij chronische aandoeningen. Digitale technologie kan daarbij helpen, maar roept ook vragen op over betrouwbaarheid en vertrouwen.
In die context onderzochten wetenschappers van de Universiteit Twente samen met zorgprofessionals van Medisch Spectrum Twente of een GPT-gestuurde sociale robot patiënten kan informeren over hun aandoening en behandeling. Het gaat om een fysieke robot met een gezicht, mimiek en stem, die vragen beantwoordt in gesprek met de patiënt.
De studie laat zien dat die fysieke aanwezigheid door zowel patiënten als zorgverleners geaccepteerd werd. Patiënten ervoeren het gesprek als toegankelijk en prettig. “Maar dit is nadrukkelijk geen bewijs dat zorg beter wordt,” benadrukt hoofdonderzoeker Jan-Willem van ’t Klooster. “We hebben onderzocht of zo’n systeem kan functioneren in de praktijk, niet of het de zorg al verbetert.”
Het onderzoek begon met een labstudie, maar werd daarna getest in de dagelijkse praktijk van het ziekenhuis. In totaal spraken 21 patiënten met artrose en 7 zorgprofessionals met de robot. Zowel patiënten als zorgverleners beoordeelden de inzet positief op gebruiksgemak en acceptatie. Volgens Van ’t Klooster is dat belangrijk: “Acceptatie is een eerste stap. Daarna kun je onderzoeken of zo’n technologie ook echt bijdraagt aan betere informatievoorziening, therapietrouw of tijdswinst voor zorgverleners.”
Een cruciaal onderdeel van het onderzoek was de manier waarop AI werd ingezet. De GPT-technologie kreeg geen vrije toegang tot het internet, maar mocht uitsluitend informatie gebruiken van vooraf goedgekeurde, arts-gevalideerde medische websites. Zo wilden de onderzoekers het risico op foutieve of verzonnen antwoorden (hallucineren) beperken.
“Het debat gaat vaak over of je AI moet gebruiken in de zorg,” zegt Van ‘t Klooster. “Wij laten zien dat het vooral gaat om hoe je het inricht. Door duidelijke grenzen te stellen, houd je de regie bij zorgprofessionals.”
Het project was nadrukkelijk een teameffort, waarin expertise uit gedragswetenschappen en klinische praktijk samenkwam. Naast onderzoekers van de Universiteit Twente waren ook zorgverleners, ontwerpers en internationale partners betrokken. “Juist die samenwerking maakt dit soort onderzoek mogelijk”, zegt Van ’t Klooster. Vervolgonderzoek blijft nodig, onder meer naar kennisoverdracht en lange-termijngebruik. Een onderzoek naar het te hanteren taalniveau vindt op dit moment plaats.
donderdag 29 januari 2026
Ademruimte met algoritmes
Ongeveer 7% van de Nederlandse kinderen heeft astma en bij een deel van hen blijft de ziekte instabiel ondanks medicatie. Wanneer slaat het om? Welke factoren spelen mee? "Dat is voor ons als artsen soms ook lastig te doorgronden", zegt dr. Mattiènne van der Kamp, technisch geneeskundige bij MST, Reggeborgh Research Fellow en hoofdonderzoeker van het PREVENT-project.
PREVENT is een samenwerking tussen het MST, Ziekenhuisgroep Twente, het Deventer Ziekenhuis, de Universiteit Twente (TechMed Centrum) en het bedrijf Evidencio. De Pioneers in Health Care-voucher maakte het mogelijk om het project op te starten en de AI-technieken te ontwikkelen.
“De huidige astmazorg sluit niet altijd goed aan bij het grillige karakter van de ziekte,” legt Van der Kamp uit. “Kinderen komen een paar keer per jaar op de poli, waar we vooral terugkijken: hoe ging het de afgelopen maanden? Maar astma komt in vlagen en tussen twee bezoeken door kan er van alles gebeuren.” Daarbij komt dat veel kinderen benauwdheid slecht aanvoelen, waardoor een verslechtering soms te laat wordt opgemerkt. De longfunctie kan dan al zo ver gedaald zijn dat een ziekenhuisopname nodig is.
donderdag 22 januari 2026
Slimme ring herkent migraine
De slimme ring, weet Bright, hoeft zelf niet letterlijk pijn te voelen om je te waarschuwen: op basis van patronen in je fysiologische gegevens kan de functie voorspellen wanneer je mogelijk een aanval krijgt. Daarnaast geeft de tool ook inzicht in mogelijke triggers en tips om migraine te verminderen of te voorkomen. Click Therapeutics, een gespecialiseerde en medisch geaccrediteerde partij op het gebied van migraine‑software, werkt mee aan deze feature.
Gebruikers van de Ultrahuman Ring Air moeten de migrainefunctie zelf activeren in de bijbehorende app; hij staat niet automatisch aan. Of de nieuwe migrainedetectie onderdeel wordt van de bestaande abonnementskosten of dat er een extra vergoeding voor gevraagd wordt, is nog niet duidelijk. Ter vergelijking: andere uitgebreide functies zoals ovulatie‑tracking of afwijkende hartritmes kosten bij Ultrahuman vaak rond de €40–€50 per jaar.
De Ultrahuman Ring Air zelf heeft sensoren vergelijkbaar met die van smartwatches, maar volgens het bedrijf moet de slimme software het grote verschil maken wanneer het gaat om vroege signalering en preventie van migraine.
woensdag 21 januari 2026
Arts en Zorg Groep verankert medische regie in digitale huisartsenzorg met CMIO-rol
Digitale triage en AI-toepassingen vinden in hoog tempo hun weg naar de huisartspraktijk. De vraag die steeds urgenter wordt, is niet óf deze technologie wordt ingezet, maar wie medisch verantwoordelijk is voor de kwaliteit, veiligheid en samenhang ervan. Arts en Zorg Groep kiest expliciet voor die regie en introduceert de rol van Chief Medical Information Officer (CMIO). Arts en Zorg Groep heeft een hybride zorgmodel ontwikkeld waarin digitale en fysieke huisartsenzorg elkaar versterken. De CMIO-rol markeert een volgende fase in hybride huisartsenzorg en is ingericht om te voorkomen dat digitale zorg versnipperd raakt of los komt te staan van medische besluitvorming. De functie verbindt medische richtlijnen, werkprocessen en technologie, met als doel hybride zorg structureel betrouwbaar en werkbaar te maken.
“De sector beweegt snel, maar snelheid zonder medische regie is een risico,” zegt Amon van den Borg, CEO van Arts en Zorg Groep. “Digitale zorg vraagt om duidelijke keuzes: wat kan digitaal, wat moet fysiek en wie is waarvoor verantwoordelijk. Met de CMIO-rol borgen we dat die keuzes niet technisch, maar medisch worden gemaakt.” Molenaar werkte al als huisarts bij Arts en Zorg Groep op het moment dat zij werd betrokken bij digitaliseringsconcepten als Gezond.nl. Als CMIO werkt zij voor de hele organisatie. “Ik ben blij met mijn nieuwe rol”, zegt Molenaar. “Digitale innovatie is geen doel op zich, maar een middel om de eerstelijns zorg toekomstbestendig te maken. Mijn nieuwe rol, als schakel tussen IT en de huisartsenzorg, ervaar ik als supermooie uitdaging en behoorlijke verantwoordelijkheid.”
Volgens Molenaar staat de kwaliteit van zorg onder druk wanneer digitale oplossingen te snel worden ingevoerd zonder eenduidige kaders. “Hybride zorg werkt alleen als het medische proces leidend blijft. Mijn rol is om te zorgen dat digitale triage, consulten en patiëntstromen aansluiten op medische standaarden en dagelijkse praktijkvoering. Dat maakt zorg veiliger voor patiënten en haalbaarder voor huisartsen.” De nieuwe CMIO blijft actief als huisarts, zodat innovaties goed blijven aansluiten op de praktijk.
dinsdag 20 januari 2026
Een stukje heup uit de 3D-printer
In het Anna Ziekenhuis in Geldrop ondergaat deze week voor het eerst een mens een nieuwe behandeling tegen heupdysplasie: een 3D-geprint opzetstuk dat de heupkom verdiept. De techniek is ontwikkeld door orthopedisch chirurg Bart van der Wal en dierenarts-chirurg Björn Meij, en werd tot nu toe alleen succesvol toegepast bij honden.
Heupdysplasie ontstaat doordat de heupkom te ondiep is, wat leidt tot instabiliteit, pijn en versnelde slijtage (artrose), vaak al op jonge leeftijd. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is de zogenoemde bekkenkanteling (Ganz-osteotomie), een effectieve maar zware operatie met lange revalidatie.
Het nieuwe implantaat, een op maat geprint opzetstuk op de bestaande heupkom, moet het gewricht stabieler maken zonder het bekken door te zagen. Het doel is vooral tijd winnen: slijtage afremmen en een volledige heupprothese mogelijk tientallen jaren uitstellen. Bij honden bleek het herstel veel sneller en minder belastend dan bij de traditionele operatie.
De ingreep bij mensen start nu als een safety study bij vijf jonge patiënten; de eerste is een 36-jarige man. Orthopeden zien het concept als veelbelovend, maar benadrukken voorzichtigheid: implantaten kunnen falen en de huidige bekkenkanteling blijft voorlopig de gouden standaard totdat er overtuigend bewijs is.
Daarnaast blijkt uit recent onderzoek dat heupdysplasie vaker voorkomt dan gedacht, ook bij adolescenten, en dat de aandoening bij jongvolwassenen vaak te laat wordt herkend. Vroege herkenning en betere diagnostiek blijven daarom cruciaal.
maandag 19 januari 2026
Eerste 3D-geprinte heupimplantaat geplaatst
Heupdysplasie is een aandoening waarbij de heupkom niet goed is gevormd, waardoor de heupkop minder stevig in het gewricht ligt. Dit kan leiden tot pijn, instabiliteit en beperkingen bij bewegen. Zonder behandeling ontstaat vaak vroegtijdige slijtage, waardoor een kunstheup op jonge leeftijd nodig kan zijn. De huidige standaardbehandeling bij ernstige klachten is een ingrijpende operatie waarbij het bekken rondom de heupkom deels wordt losgemaakt en opnieuw gepositioneerd. Deze ingreep vraagt een lange hersteltijd en heeft grote impact op het dagelijks leven.
De nieuwe behandeling is gebaseerd op inzichten uit de diergeneeskunde. Hoogleraar en Orthopedisch chirurg Bart van der Wal werkte eerder bij het UMC Utrecht, waar hij samen met hoogleraar diergeneeskunde Björn Meij ontdekte dat de aandoening bij honden sterk lijkt op dezelfde aandoening bij mensen. Bij honden met heupdysplasie bleek een op maat gemaakt, 3D-geprint implantaat veelbelovende resultaten te geven: sneller herstel, betere mobiliteit en minder pijn.
Deze ervaringen vormden de basis voor de vertaling naar mensen: een nieuwe behandeling met de zogeheten 3DHIP. In het Anna Ziekenhuis start nu een safety-trial, waarbij de nadruk ligt op veiligheid en technische uitvoerbaarheid. De eerste operaties worden uitgevoerd bij een kleine groep patiënten, waarbij de resultaten nauwgezet worden gevolgd.
Voor patiënten met heupdysplasie waarbij niet-operatieve behandelingen onvoldoende effect hebben, kan de nieuwe techniek op termijn mogelijk veel betekenen. Volgens Van der Wal en Agricola is het doel dan ook helder: “Met deze techniek hopen we patiënten een minder ingrijpende behandeling te bieden. Ons streven is om hun mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren, terwijl we de noodzaak van een kunstheup zo lang mogelijk uitstellen.” De behandeling is erop gericht de eigen heup te behouden, pijn te verminderen en slijtage af te remmen. Of en voor wie deze aanpak geschikt is, moet vervolgonderzoek uitwijzen.
vrijdag 16 januari 2026
Gezondheidsapps: ook een uitkomst voor kwetsbare groepen?
Tessi Hengst presenteert haar bevindingen in haar proefschrift 'Understanding the behavioral intention and use of digital health applications: Insights from individuals in a vulnerable position'. Op vrijdag 30 januari 2026 om 16.00 uur vindt de verdediging plaats aan de Open Universiteit in Heerlen.
Gezondheidsapps worden binnen en buiten zorginstellingen steeds vaker gebruikt om zorg te verlenen, te ondersteunen en gezondheid te bevorderen. Bij de toenemende digitalisering is er wel zorg om de 'kwetsbare groepen'. Onder andere mensen met beperkte vaardigheden, met een cultureel of taalkundig diverse achtergrond of met (geestelijke) gezondheidsproblemen lopen meer risico op digitale uitsluiting. Waar zij regelmatig een grotere zorgvraag blijken te hebben, ervaren zij ook drempels tot de traditionele en digitale zorg.
Tessi Hengst onderzocht in zeven studies het gebruik van gezondheidsapps bij 'kwetsbare' groepen. Denk aan mensen met een lage sociaaleconomische positie, COPD-patiënten, mensen met een niet-Westerse migratie-achtergrond en professionals. Het doel was om te achterhalen welke factoren hun gebruik van gezondheidsapps bevorderen of belemmeren.
Uit haar onderzoek blijkt dat de zogenaamde demografische factoren (leeftijd, opleiding, migratieachtergrond) niet zoveel zeggen over het al dan niet gebruiken van gezondheidsapps. Een belangrijkere rol spelen de zogenaamde psychosociale factoren. Dat zijn individuele kenmerken als verwacht nut, digitale vaardigheden, en houding tegenover digitale zorg. Ook de ondersteuning vanuit professionals of naasten doet mensen besluiten om een app wel of niet te gebruiken. Ze pleit er dan ook voor om af te stappen van het benoemen van gedefinieerde groepen en te kijken naar deze individuele kenmerken.
donderdag 15 januari 2026
AI-technologie van Philips helpt met voorspellen van gezondheid van PSV-spelers
Philips en PSV passen deze technologie nu voor het eerst toe in een topsportomgeving om te onderzoeken hoe AI kan helpen om prestaties te verbeteren, blessures en infecties te voorkomen en herstel te optimaliseren. Virussen verspreiden zich in een topsportomgeving bijvoorbeeld sneller dan veel mensen denken. Besmettingen vinden bovendien vaak plaats voordat iemand klachten heeft: naar schatting gebeurt 40 tot 45 procent van de COVID-overdrachten in deze vroege, symptoomloze fase, en ook bij griep begint de besmettelijkheid meestal één tot twee dagen vóór de eerste symptomen. In sportteams kan de infectie zich daarom ongemerkt snel verspreiden.
“Wat we bij PSV doen, is een concreet voorbeeld van hoe AI de stap maakt van reactief naar voorspellend,” zegt Roy Jakobs, CEO van Koninklijke Philips. “Door subtiele veranderingen in het lichaam vroegtijdig te signaleren, kunnen we overbelasting en ziekte mogelijk vóór zijn. Dat is relevant voor topsport, maar ook voor de zorg. Vergelijkbare algoritmes passen we nu al toe in onze monitoringsoplossingen in ziekenhuizen, waar ze helpen om verslechtering van patiënten eerder te herkennen en IC-opnames mogelijk kunnen voorkomen. Deze samenwerking met PSV stelt ons in staat de technologie verder te ontwikkelen en uiteindelijk op grotere schaal betere zorg voor meer mensen mogelijk te maken.”
De samenwerking tussen Philips en PSV heeft als doel om PSV’s topsportklimaat te versterken met innovaties uit de gezondheidstechnologie. Zo gebruikte PSV als eerste voetbalclub in Nederland het mobiele echoapparaat van Philips, de Lumify, om triages te kunnen uitvoeren bij spelers.
Samen met PSV is een campagne ontwikkeld, waarin te zien is hoe PSV niet alleen strijd tegen de tegenstander op het veld voert, maar ook tegen infecties, die vaak onzichtbaar zijn. De campagne is bedoeld om de mogelijkheden te laten zien van algoritmes, data en AI bij het voorspellen van mogelijke gezondheidsrisico's bij spelers. De campagne is geproduceerd door Edelman en Blickfänger.
woensdag 14 januari 2026
Nieuwe wearable maakt thuis meten van hartslag ongeboren baby comfortabeler
Tijdens haar promotieonderzoek ontwikkelde ze een draagbaar kledingstuk met meerdere geïntegreerde elektroden en speciale data-acquisitiehardware, gebouwd rond een op maat gemaakte geïntegreerde-chip. “Zwangere vrouwen kunnen de gel vermijden en dit kledingstuk zelfs over hun eigen kleding dragen om eenvoudig de hartslag van hun ongeboren kind te meten,” zegt ze. Zhang vergelijkt het gemak van het kledingstuk met de wearables (zoals smartwatches) die we tegenwoordig gebruiken om gezondheidsgegevens, zoals de hartslag, te meten.
Om ervoor te zorgen dat haar draagbare monitor net zo goed werkt als een traditionele sensor met gel, richtte Zhang haar onderzoek op het voorkomen van ruis tijdens de metingen. “De hartslag van een ongeboren kind is zwak, dus je wilt zo min mogelijk verstoring om deze goed te kunnen detecteren. De invloed van de ademhaling en beweging van de moeder is aanzienlijk groter bij deze draagbare droge sensoren. Traditionele sensoren zijn stabieler omdat er directer contact is tussen het meetapparaat en het lichaam.”
Niet alleen menselijke fysiologische reacties veroorzaken ruis; ook de elektroden en de elektronische schakelingen in Zhangs draagbare systeem beïnvloeden het meetproces. De promovenda onderzocht geavanceerde technieken om ruis uit deze bronnen te verminderen. Daarbij introduceerde ze innovatieve oplossingen, waaronder een hybride versterkerstructuur en een snelle resetmethode, om deze ruis effectief te minimaliseren.
Haar onderzoek wordt ondersteund door het Eindhoven MedTech Innovation Center (e/MTIC). In samenwerking met het Máxima Medisch Centrum (MMC) testte Zhang haar systeem bij meer dan tien zwangere vrouwen, met overtuigende resultaten. MMC gaf ook feedback op het materiaal dat gebruikt werd voor het draagbare kledingstuk.
dinsdag 13 januari 2026
Nieuw risicokapitaal voor veelbelovende medische technologie en gezondheidszorg startups
Het veranderen van de gezondheidszorg is een grote uitdaging en – als het lukt – een prestatie die je als onderneming waarschijnlijk maar één keer meemaakt. Nextgen Ventures gaat voor dat unieke succes en zet in op de meest veelbelovende ideeën en ondernemers die de juiste oplossingen naar de markt brengen. Hierbij ondersteunt Nextgen Ventures hen met diepgaande marktkennis: expertise op het gebied van vergoedingsstructuren, kapitaalmarkten en het verbinden van financiering aan product- en marktstrategieën.
Eerdere investeringen tonen al een aantal bedrijven die baanbrekend zijn en (internationaal) significante impact realiseren. Zo haalde AMT Medical recent €22m euro op om hartchirurgie via ‘een sleutelgat’ mogelijk te maken. Hierdoor is het openmaken van een borstkas bij het plaatsen van een bypass onnodig. Ook levert Manometric 3D-geprinte braces dat tijdrovende handarbeid van schaars personeel bespaart en kwaliteit voor patiënten internationaal verhoogt. Een ander voorbeeld is Momo Medical dat op grote schaal efficiëntere nachtzorg binnen verpleeghuizen realiseert waardoor meer aandacht en rust voor bewoners en bij verzorgers bestaat. En zo zijn er nog meer voorbeelden van innovaties die over een aantal jaar niet meer weg te denken zijn.
De technologische mogelijkheden zijn groot: van AI-toepassingen en robotica tot genomics, 3D-printing en nieuwe materiaaltechnologie. Om deze technologie naar de markt te brengen, levert Nextgen Ventures startups het benodigde kapitaal en sectorspecifieke kennis om succesvol te worden. Ulrike Kostense (investment principal van InvestNL) zegt hierover:
“Veel medtech en digital health startups stranden vroegtijdig door een tekort aan gespecialiseerde investeerders die de risico’s en dynamiek van vroege medische innovaties goed begrijpen. Juist daarom zijn we blij met het derde fonds van Nextgen Ventures. Zij tonen aan dit specialisme te beheersen.”
vrijdag 9 januari 2026
Reuksmaakstoornis.nl lanceert Smellow, nieuwe app voor ondersteuning bij reuktraining
Reuktraining is een veelgebruikte methode om het reukvermogen te stimuleren, bijvoorbeeld na een virusinfectie zoals COVID-19 of bij andere oorzaken van reukverlies. In de praktijk blijkt het echter lastig om consequent te blijven oefenen en reuktraining echt onderdeel te maken van de dagelijkse routine. Smellow speelt in op die behoefte door reuktraining overzichtelijk en prettig te maken, en door te helpen bij het opbouwen van een vaste gewoonte.
Tim Harbers, bestuurslid van Reuksmaakstoornis.nl en nauw betrokken bij de ontwikkeling van de app: “Veel mensen beginnen gemotiveerd met reuktraining, maar lopen onderweg vast. Smellow is ontwikkeld om juist dat moment te ondersteunen: door structuur te bieden, focus aan te brengen en het oefenen beter vol te houden. De app is ontstaan vanuit de praktijk, samen met mensen die hier zelf dagelijks mee te maken hebben.”
Smellow is geen medisch hulpmiddel, maar een praktische trainingsapp. De app begeleidt gebruikers stap voor stap tijdens het ruiken, helpt om de aandacht erbij te houden en maakt het mogelijk om ervaringen direct vast te leggen. Met visuele ondersteuning, een ingebouwde timer en herinneringen ondersteunt Smellow het aanleren van een vaste oefenroutine. Daarnaast houdt de app de voortgang bij, zodat gebruikers overzicht houden en gemotiveerd blijven om regelmatig te oefenen.
Smellow is ontwikkeld op basis van ervaringen van mensen met een reukstoornis en in afstemming met medische inzichten. Reuksmaakstoornis.nl werkte hierbij samen met artsen en onderzoekers, en met digitaal bureau DTT, dat verantwoordelijk was voor de technische ontwikkeling van de app.
Naast ondersteuning bij het oefenen kan Smellow op termijn ook bijdragen aan wetenschappelijk onderzoek naar reukstoornissen, doordat gebruikers hun ervaringen en voortgang vastleggen. De patiëntenvereniging heeft geen commercieel belang bij het gebruik van de app; Smellow is ontwikkeld vanuit de wens om mensen met een reuk- en smaakstoornis zo goed mogelijk te ondersteunen.
Smellow is de opvolger van de eerdere Reuktraining.nl-app, die eveneens door Reuksmaakstoornis.nl is ontwikkeld en inmiddels niet meer beschikbaar is. De nieuwe app heeft een frisse, gebruiksvriendelijke opzet en een naam en uitstraling die ook internationaal toepasbaar zijn.
donderdag 8 januari 2026
OpenAI lanceert ChatGPT Health
Met deze functie kunnen gebruikers hun medische gegevens en wellness-apps koppelen om gepersonaliseerde antwoorden te krijgen die beter aansluiten op hun eigen situatie, terwijl de gesprekken apart en veilig worden opgeslagen.
Volgens OpenAI is gezondheid al een van de meest voorkomende onderwerpen waarvoor mensen ChatGPT gebruiken, met wereldwijd meer dan 230 miljoen gezondheids- en welzijnsvragen per week. ChatGPT Health biedt een aparte ruimte waarin deze gesprekken plaatsvinden, zodat de context van je gezondheid niet zomaar terugkomt in gewone chats en je gevoelige informatie beschermd blijft.
Gebruikers kunnen medische dossiers koppelen en gegevens uit wellnessapps zoals Apple Health, MyFitnessPal en Function gebruiken om bijvoorbeeld medische testresultaten te begrijpen, je voor te bereiden op doktersbezoeken of dieet- en trainingsadvies te krijgen. OpenAI benadrukt dat ChatGPT Health niet bedoeld is voor diagnoses of behandeling, maar om gebruikers te helpen beter geïnformeerd te zijn en gesprekken met zorgverleners te ondersteunen.
De gesprekken binnen ChatGPT Health worden niet gebruikt om de AI-modellen te trainen, en de functie wordt eerst uitgerold naar een beperkte groep gebruikers met bepaalde abonnementen, met een bredere beschikbaarheid op web en iOS later gepland.
woensdag 7 januari 2026
Draagbare gezondheidsapparaten kunnen tegen 2050 meer dan een miljoen ton elektronisch afval produceren
Een nieuwe studie van Cornell University en de University of Chicago laat zien dat de wereldwijde vraag naar gezondheids-wearables tegen 2050 kan groeien tot ongeveer 2 miljard apparaten per jaar — ruim 42 keer meer dan nu.
Als de productie op deze schaal doorgaat zonder verandering in ontwerp en materiaalkeuze, zouden deze apparaten in totaal meer dan een miljoen ton elektronisch afval kunnen genereren, én ongeveer 100 miljoen ton CO₂-uitstoot veroorzaken over dezelfde periode.
Opvallend in de studie is dat niet plastic, maar de printplaat (pcb) — het brein van het apparaat — verantwoordelijk is voor ongeveer 70% van de ecologische voetafdruk, vooral door de intensieve winning en productie van de benodigde elektronica.
Een van de coauteurs schrijft dat kleine ontwerpkeuzes op grote schaal een groot verschil kunnen maken, iets om bij stil te staan bij al die nieuwe wearables op CES.

















