In het UMC Utrecht is deze week voor het eerst in Nederland bij een patiënt een miniatuursensor in de longslagader geïmplanteerd waarmee de druk in de longslagader kan worden gemeten. De patiënt stuurt via de sensor essentiële informatie over de status van hartfalen naar zijn arts. Op basis van deze gegevens kan de arts maatregelen nemen om de kans op een ziekenhuisopname te verkleinen. Uit onderzoek blijkt dat met deze nieuwe technologie het aantal ziekenhuisopnamen voor hartfalen tot 37% kan verlagen.
Hartfalen ontstaat wanneer het hart niet in staat is voldoende bloed rond te pompen om in de behoeften van het lichaam te voorzien. Er zijn verschillende oorzaken voor hartfalen. Veel voorkomende oorzaken zijn bijvoorbeeld een doorgemaakt hartinfarct of langdurige hoge bloeddruk. Omdat artsen niet goed op afstand de status van de aandoening kunnen monitoren moeten patiënten regelmatig naar het ziekenhuis voor controle.
Het CardioMEMS HF-systeem meet direct de druk in de longslagader. De druk in de longslagader neemt toe bij verergering van hartfalen en dit treedt eerder op dan veranderingen in gewicht en bloeddruk waarop meestal wordt gestuurd bij patiënten met hartfalen. De patiënt stuurt via de minisensor vanuit huis dagelijks essentiële informatie over de status van zijn hartfalen naar een arts. Hierdoor kan de arts een verergering van hartfalen sneller signaleren en een behandeling aanpassen om zo de kans op een ziekenhuisopname te verkleinen.
In een grote Amerikaanse studie werd de effectiviteit van de minisensor grootschalig onderzocht bij 550 patiënten met hartfalen die in de voorgaande twaalf maanden in het ziekenhuis waren opgenomen vanwege hartfalen. Uit dit onderzoek blijkt dat deze nieuwe technologie het aantal ziekenhuisopnamen voor hartfalen met 37 procent kan verlagen.
“Deze sensor geeft ons de mogelijkheid om patiënten met ernstig hartfalen die regelmatig worden opgenomen intensief te monitoren om zo verergering van hartfalen te voorkomen. Een mooi voorbeeld hoe we de zorg van de individuele patiënt kunnen verbeteren door middel van nieuwe eHealth technologieën”, aldus Prof. dr. Folkert Asselbergs, cardioloog bij het Hart- en vaatcentrum in het UMC Utrecht.
De nieuwe chip is ontwikkeld om het hele leven van de patiënt mee te gaan en heeft geen batterijen nodig. Zodra de minisensor is geïmplanteerd, stuurt deze draadloos drukmetingen naar een beveiligd, extern elektronisch patiëntsysteem. De patiënt ervaart geen pijn of gevoeligheid tijdens de metingen. Via de minisensor kan een patiënt informatie over de status van zijn hartfalen regelmatig naar een arts sturen, zonder dat hij daarvoor speciaal naar het ziekenhuis hoeft te komen.
Volgens de Hartstichting krijgen in Nederland elk jaar meer dan 25.000 mensen voor het eerst de diagnose hartfalen. Naar schatting zijn er bijna 142.000 mensen met hartfalen in Nederland, waarvan 85 procent ouder is dan 65 jaar. Jaarlijks worden er 29.000 patiënten in het ziekenhuis opgenomen en sterven er 7.000 patiënten aan de gevolgen van hartfalen.
vrijdag 30 december 2016
donderdag 16 juni 2016
RTL Ventures neemt minderheidsbelang in zorgplatformen van internetonderneming Heilzaam
RTL Ventures investeert in het Heilzaam platform. Heilzaam is in 2014 opgericht door Marijn Pijnenborg en Marque Joosten, oprichters van onder meer funda. Met meer dan 5,5 miljoen bezoekers per maand noemt Heilzaam zich marktleider in e-health-gezondheidsinformatie richting consumenten. Het platform omvat sites als Dokterdokter.nl, Gezondheidsplein.nl, Ziekenhuis.nl en solvo.nl gezondheidszorg in Nederland stapsgewijs transparanter en efficiënter te maken.
woensdag 15 juni 2016
NEXUS Nederland en SLTN Inter Access werken samen
NEXUS Nederland en SLTN Inter Access gaan een strategische samenwerking aan. NEXUS Nederland is leverancier van het meest complete Elektronisch Patiënten Dossier (EPD) voor algemene en academische ziekenhuizen, GGZ-instellingen en ketenpartners. SLTN Inter Access (SLTN) is leverancier van beproefde, veilige en innovatieve ICT-oplossingen.
Met deze strategische samenwerking wordt het NEXUS / EPD als private Cloud-dienst beschikbaar voor de markt. Tevens biedt de combinatie zorginstellingen de mogelijkheid voor verdere ontzorging door de naadloze integratie van het NEXUS / EPD met de ZorgCloud en ZorgWerkplek van SLTN.
Met deze strategische samenwerking wordt het NEXUS / EPD als private Cloud-dienst beschikbaar voor de markt. Tevens biedt de combinatie zorginstellingen de mogelijkheid voor verdere ontzorging door de naadloze integratie van het NEXUS / EPD met de ZorgCloud en ZorgWerkplek van SLTN.
maandag 13 juni 2016
Gebruik gezondheidsapps stijgt sterk
Het gebruik van gezondheidapps neemt sterk toe. Met name het aantal consumenten in Noorwegen dat gezondheidsapps gebruikt is gestegen van 30 procent in 2014 naar 33 procent vandaag, en het aantal consumenten dat wearables gebruikt is gestegen van 15 procent naar 19 procent in dezelfde periode. Deze bevindingen in Noorwegen maken deel uit van een enquête die is afgenomen in zeven landen onder ongeveer 8,000 consumenten —inclusief 800 in Noorwegen—waarbij specifieke bevindingen worden vergeleken met een vergelijkbaar onderzoek onder artsen.
Digitale hulpmiddelen, zoals wearables en mobiele apps, beginnen deel uit te maken van de wisselwerking tussen artsen en patiënten. Uit de meest recente enquête blijkt dat van ongeveer één op de vijf Noren die gevraagd werden door hun arts om wearables te gebruiken om hun gezondheid in de gaten te houden, de meerderheid (80%) deze aanbeveling opvolgt. Met de wearables worden bijvoorbeeld fitheid (20% van de gebruikers) of belangrijke vitale signalen (24% van de gebruikers) gemeten. De meerderheid van de consumenten (60%) en artsen (70%) zei dat het gebruik van deze apparaten patiënten helpt om betrokken te zijn bij hun gezondheid.
Bijna een derde (29%) van de gebruikers van gezondheidsapps hebben het afgelopen jaar gegevens van hun mobiele app besproken of gedeeld met hun dokter. Consumenten gebruiken hun mobiele apps het meest voor hun voeding/dieet (genoemd door 52%), fitheid (39%), herinneringen aan medicatie (19%) en het monitoren van gezondheid en conditie (18%).
Meer dan een derde (34%) van de consumenten in Noorwegen geeft voorkeur aan virtuele afspraken bij de dokter boven face-to-face doktersafspraken als dat betekent dat ze een arts sneller kunnen zien - hoewel twee derde (66%) nog steeds langer wilt wachten om hun arts in persoon te zien. In feite rekenen de consumenten in Noorwegen vooral op gezondheidszorg van professionals, niet op mobiele gezondheidsmiddelen, dit is meer dan consumenten in de overige onderzochte landen. In de meest recente enquête merkt slechts 11% van de Noorse consumenten op dat ze in de eerste plaats vertrouwen op mobiele gezondheidsmiddelen.
Digitale hulpmiddelen, zoals wearables en mobiele apps, beginnen deel uit te maken van de wisselwerking tussen artsen en patiënten. Uit de meest recente enquête blijkt dat van ongeveer één op de vijf Noren die gevraagd werden door hun arts om wearables te gebruiken om hun gezondheid in de gaten te houden, de meerderheid (80%) deze aanbeveling opvolgt. Met de wearables worden bijvoorbeeld fitheid (20% van de gebruikers) of belangrijke vitale signalen (24% van de gebruikers) gemeten. De meerderheid van de consumenten (60%) en artsen (70%) zei dat het gebruik van deze apparaten patiënten helpt om betrokken te zijn bij hun gezondheid.
Bijna een derde (29%) van de gebruikers van gezondheidsapps hebben het afgelopen jaar gegevens van hun mobiele app besproken of gedeeld met hun dokter. Consumenten gebruiken hun mobiele apps het meest voor hun voeding/dieet (genoemd door 52%), fitheid (39%), herinneringen aan medicatie (19%) en het monitoren van gezondheid en conditie (18%).
Meer dan een derde (34%) van de consumenten in Noorwegen geeft voorkeur aan virtuele afspraken bij de dokter boven face-to-face doktersafspraken als dat betekent dat ze een arts sneller kunnen zien - hoewel twee derde (66%) nog steeds langer wilt wachten om hun arts in persoon te zien. In feite rekenen de consumenten in Noorwegen vooral op gezondheidszorg van professionals, niet op mobiele gezondheidsmiddelen, dit is meer dan consumenten in de overige onderzochte landen. In de meest recente enquête merkt slechts 11% van de Noorse consumenten op dat ze in de eerste plaats vertrouwen op mobiele gezondheidsmiddelen.
zondag 12 juni 2016
Nederlander maakt met Apple ‘revolutionaire’ zorgapps
FocusCura, een zorginnovatiebedrijf opgericht door de Nederlander Daan Dohmen, werkt met Apple aan een aantal revolutionaire apps. Een jaar lang mocht hij er niets over zeggen, maar nu mag hij er eindelijk mee naar buiten komen. FocusCura heeft in totaal vijf diensten op de markt gebracht voor iOS. Zo is er een alarmdienst om zorgverleners te waarschuwen als er hulp nodig is, een app om de deur op afstand te openen, één voor ondersteuning bij medicatiegebruik en een programma om thuis bepaalde metingen te doen en op afstand met hulpverleners te communiceren.
zaterdag 11 juni 2016
Langer zelfstandig wonen dankzij eHealth binnen handbereik
Tijdens de eHealthweek presenteerde Vilans de resultaten over leefstijlmonitoring. Een eHealth toepassing die het leven van cliënt en mantelzorger verbetert. De resultaten liegen er niet om, toch gaat opschaling niet gemakkelijk. En dat terwijl de oplossing voor langer zelfstandig wonen voor handen is.
Mensen met dementie, in 2050 zijn er wereldwijd ongeveer 130 miljoen. Voor deze groep die afhankelijk wordt van ondersteuning van een familielid of professionele zorg wordt al een tijd gezocht naar oplossingen via technologie. Bijvoorbeeld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze eHealth oplossing is er in de vorm van leefstijlmonitoring. Eenvoudige technologie die inzicht in langzame veranderingen in het dagelijks leefpatroon van alleenwonende mensen met dementie kan detecteren en terugkoppelen naar mantelzorgers en zorgprofessionals.
In Friesland is de inzet van leefstijlmonitoring uitgebreid getest en de voorlopige resultaten zijn positief. Henk Herman Nap, eHealth expert bij Vilans 'Familieleden zitten vaak met hele basale vragen over bijvoorbeeld hun vader in de maag. Eet hij wel goed? Gaat hij wel naar de wc? In plaats van hier continu naar te vragen, kan dit makkelijk gemonitord worden via eHealth. Bovendien weet je vader soms niet of en wat hij gegeten heeft. Door inzet van leefstijlmonitoring heb je meer zekerheid over de dagelijkse activiteiten'. Dit wordt ondersteund door de onderzoeksresultaten. Duidelijke stressreductie en meer kwaliteit van leven voor de mantelzorger.
Nu de resultaten positief zijn lijkt opschaling niet ver weg. Toch is investeren in deze technologie niet vanzelfsprekend 'Het lastige is dat kosten en baten op verschillende plekken liggen', aldus Nap. 'Het ontbreekt ook aan een consumentenmarkt, je kunt niet naar een winkel om je pakketje eHealth te halen of een eHealth abonnement nemen net zoals je muziek kunt luisteren via Spotify.' Toch is er wel een oplossing. In de loop van dit jaar en in 2017 gaat men in Friesland samen met Vilans verder aan de slag met leefstijlmonitoring en is opschaling nabij dankzij structurele financiering.
Het ministerie van VWS organiseerde van 6 tot 10 juni de eHealth week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Vilans ziet technologie als geïntegreerd onderdeel van de zorg. En het betrekken van de cliënt cruciaal voor het succes van eHealth. Tijdens de eHealth week verzorgen onze experts verschillende sessies met als doel een brug te slaan tussen zorg en innovatie.
Mensen met dementie, in 2050 zijn er wereldwijd ongeveer 130 miljoen. Voor deze groep die afhankelijk wordt van ondersteuning van een familielid of professionele zorg wordt al een tijd gezocht naar oplossingen via technologie. Bijvoorbeeld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen. Deze eHealth oplossing is er in de vorm van leefstijlmonitoring. Eenvoudige technologie die inzicht in langzame veranderingen in het dagelijks leefpatroon van alleenwonende mensen met dementie kan detecteren en terugkoppelen naar mantelzorgers en zorgprofessionals.
In Friesland is de inzet van leefstijlmonitoring uitgebreid getest en de voorlopige resultaten zijn positief. Henk Herman Nap, eHealth expert bij Vilans 'Familieleden zitten vaak met hele basale vragen over bijvoorbeeld hun vader in de maag. Eet hij wel goed? Gaat hij wel naar de wc? In plaats van hier continu naar te vragen, kan dit makkelijk gemonitord worden via eHealth. Bovendien weet je vader soms niet of en wat hij gegeten heeft. Door inzet van leefstijlmonitoring heb je meer zekerheid over de dagelijkse activiteiten'. Dit wordt ondersteund door de onderzoeksresultaten. Duidelijke stressreductie en meer kwaliteit van leven voor de mantelzorger.
Nu de resultaten positief zijn lijkt opschaling niet ver weg. Toch is investeren in deze technologie niet vanzelfsprekend 'Het lastige is dat kosten en baten op verschillende plekken liggen', aldus Nap. 'Het ontbreekt ook aan een consumentenmarkt, je kunt niet naar een winkel om je pakketje eHealth te halen of een eHealth abonnement nemen net zoals je muziek kunt luisteren via Spotify.' Toch is er wel een oplossing. In de loop van dit jaar en in 2017 gaat men in Friesland samen met Vilans verder aan de slag met leefstijlmonitoring en is opschaling nabij dankzij structurele financiering.
Het ministerie van VWS organiseerde van 6 tot 10 juni de eHealth week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Vilans ziet technologie als geïntegreerd onderdeel van de zorg. En het betrekken van de cliënt cruciaal voor het succes van eHealth. Tijdens de eHealth week verzorgen onze experts verschillende sessies met als doel een brug te slaan tussen zorg en innovatie.
vrijdag 10 juni 2016
Amsterdam Science & Innovation award voor UT-promovendus Schermers
Veel tijd om rustig achterover te leunen om te genieten van zijn prijs heeft Bram Schermers niet. De UT-promovendus wacht een mooie en uitdagende klus om MaMaLoc, een magnetische marker voor het lokaliseren van borstkanker, een stap verder te brengen. Uit 65 inzendingen van de Amsterdamse kennisinstellingen en onderzoeksinstituten werd Schermers, die als technisch geneeskundige verbonden is aan het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis, onlangs verkozen tot winnaar van de Amsterdam Science & Innovation Award 2016.
Om borstkanker dat zich nog in een vroeg stadium bevindt, voor de chirurg goed 'zichtbaar' te maken, wordt door de radioloog een staafje in de tumor gebracht dat tijdens de operatie gelokaliseerd kan worden door middel van een klinische metaaldetector. Deze nieuwe technologie, genaamd MaMaLoc is ontwikkeld door Schermers als onderdeel van zijn promotie aan het Antoni van Leeuwenhoek en de Universiteit Twente. De technologie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de borstradiologen en de borstchirurgen die uiteindelijk gebruik zullen maken van de technologie.
In het Antoni van Leeuwenhoek wordt deze techniek al op kleine schaal getest in samenwerking met de borstchirurgen en radiologen waarbij gekeken wordt hoe de techniek kan worden ingezet in de praktijk en mogelijk ook kan worden toegepast in andere ziekenhuizen in Nederland.
Bram Schermers ontving de prijs van € 10.000 euro uit handen van juryvoorzitter Alexander Rinnooy Kan. Hij overtuigde de jury door de passie waarmee hij zijn idee presenteerde, de geavanceerde technologie en dat het echt een verschil kan maken op het leven van mensen. De Amsterdam Science & Innovation Award wordt georganiseerd door de Innovation Exchange Amsterdam, het valorisatiecentrum van de UvA, VU, VUmc, HvA en het AMC.
In de afgelopen tijd heeft Schermers grote stappen gemaakt met MaMaLoc, waarbij het prototype zo ver ontwikkeld is dat bredere toepassing, in samenwerking met andere partijen de volgende stap is. In 2015 ontving het Antoni van Leeuwenhoek een STW Take-off Fase I subsidie, die bedoeld is om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken en zodoende wetenschappelijke kennis commercieel toe te passen, alsook een subsidie van de Maurits & Anna de Kock stichting. Schermers werkt in het project nauw samen met prof. dr. Theo Ruers, hoogleraar Oncologie en Biomedische Beeldvorming aan de UT en chirurg bij het Antoni van Leeuwenhoek en dr. ir. Bennie ten Haken, universitair hoofddocent en vakgroephoofd Neuroimaging bij onderzoeksinstituut MIRA.
Om borstkanker dat zich nog in een vroeg stadium bevindt, voor de chirurg goed 'zichtbaar' te maken, wordt door de radioloog een staafje in de tumor gebracht dat tijdens de operatie gelokaliseerd kan worden door middel van een klinische metaaldetector. Deze nieuwe technologie, genaamd MaMaLoc is ontwikkeld door Schermers als onderdeel van zijn promotie aan het Antoni van Leeuwenhoek en de Universiteit Twente. De technologie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de borstradiologen en de borstchirurgen die uiteindelijk gebruik zullen maken van de technologie.
In het Antoni van Leeuwenhoek wordt deze techniek al op kleine schaal getest in samenwerking met de borstchirurgen en radiologen waarbij gekeken wordt hoe de techniek kan worden ingezet in de praktijk en mogelijk ook kan worden toegepast in andere ziekenhuizen in Nederland.
Bram Schermers ontving de prijs van € 10.000 euro uit handen van juryvoorzitter Alexander Rinnooy Kan. Hij overtuigde de jury door de passie waarmee hij zijn idee presenteerde, de geavanceerde technologie en dat het echt een verschil kan maken op het leven van mensen. De Amsterdam Science & Innovation Award wordt georganiseerd door de Innovation Exchange Amsterdam, het valorisatiecentrum van de UvA, VU, VUmc, HvA en het AMC.
In de afgelopen tijd heeft Schermers grote stappen gemaakt met MaMaLoc, waarbij het prototype zo ver ontwikkeld is dat bredere toepassing, in samenwerking met andere partijen de volgende stap is. In 2015 ontving het Antoni van Leeuwenhoek een STW Take-off Fase I subsidie, die bedoeld is om nieuwe bedrijvigheid mogelijk te maken en zodoende wetenschappelijke kennis commercieel toe te passen, alsook een subsidie van de Maurits & Anna de Kock stichting. Schermers werkt in het project nauw samen met prof. dr. Theo Ruers, hoogleraar Oncologie en Biomedische Beeldvorming aan de UT en chirurg bij het Antoni van Leeuwenhoek en dr. ir. Bennie ten Haken, universitair hoofddocent en vakgroephoofd Neuroimaging bij onderzoeksinstituut MIRA.
donderdag 9 juni 2016
Samenwerkingsafspraken over telebegeleiding bij hartfalen
Cardiologen, verpleegkundigen, huisartsen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars hebben in gezamenlijkheid samenwerkingsafspraken en kwaliteitscriteria opgesteld voor de invoering van telebegeleiding bij hartfalen. Doel van deze afspraken is om telebegeleiding op een veilige, maatschappelijk en wetenschappelijk verantwoorde manier breed in te voeren en op te schalen in de behandeling van patiënten met hartfalen in Nederland.
"De verwachting is dat het aantal patiënten met hartfalen in Nederland tot 2040 zal toenemen. Telebegeleiding, educatie en monitoring van patiënten op afstand, gaan een steeds belangrijkere rol spelen in de zorg en ondersteuning van patiënten met hartfalen", aldus Inge van den Broek, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep. "We weten al dat patiënten deze vorm van zorg waarderen".
"Echter, in de richtlijnen staat dat er te weinig evidentie is voor een duidelijk advies over het gebruik van telebegeleiding", vervolgt cardioloog Folkert Asselbergs van het UMC Utrecht namens de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. "Redenen hiervoor zijn de wisselende uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Tevens is op dit moment de kosteneffectiviteit van telebegeleiding in Nederland nog onvoldoende bewezen". Dit beaamt Ellen Huijbers, kaderhuisarts hart- en vaatziekten en lid van de HartVaatHag. "De opinie bij de beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars is dat de inzet van telebegeleiding kan werken, maar dat het momenteel nog onduidelijke is welke patiëntgroep het meeste baat heeft bij welke vorm van telebegeleiding. Een belangrijke andere belemmering is de huidige beperkte structurele vergoeding welke voor telebegeleiding beschikbaar is."
In het consensusdocument worden kaders gesteld waar een telebegeleidingssysteem aan moet voldoen, welke plaats telebegeleiding krijgt in de gezondheidszorg en wie er in aanmerking komt voor telebegeleiding. "Op deze manier willen we in gezamenlijkheid richting geven aan het verantwoord inbedden van telebegeleiding in de hartfalenzorg", zegt Asselbergs. "We gaan starten met de implementatie, maar het is wel zaak landelijk eenduidig te registreren op dezelfde eindpunten en zo te onderzoeken voor welke groep patiënten telebegeleiding van toegevoegde waarde is en hoe we het kosteneffectief inzetten".
Naast patiënten en zorgverleners zijn zorgverzekeraars nauw betrokken bij de ontwikkeling van de afspraken. Jantien Nagtegaal, programmamanager Zorginnovatie bij CZ: "de implementatie van de Landelijke Transmurale Afspraak hartfalen in de regio's is ons inziens een uitgelezen kans om ook afspraken te maken over de inzet van telebegeleiding. We hebben er als zorgverzekeraars vertrouwen in dat met deze samenwerkingsafspraken de verdere opschaling van zorgpaden hartfalen met de inzet van telebegeleiding een stap dichterbij is".
Het consensusdocument is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, De Hart&Vaatgroep, HartVaatHAG (huisarts expertgroep), Nederlandse Vereniging voor Hart en Vaat Verpleegkundigen en zorgverzekeraars Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis.
"De verwachting is dat het aantal patiënten met hartfalen in Nederland tot 2040 zal toenemen. Telebegeleiding, educatie en monitoring van patiënten op afstand, gaan een steeds belangrijkere rol spelen in de zorg en ondersteuning van patiënten met hartfalen", aldus Inge van den Broek, beleidsadviseur van De Hart&Vaatgroep. "We weten al dat patiënten deze vorm van zorg waarderen".
"Echter, in de richtlijnen staat dat er te weinig evidentie is voor een duidelijk advies over het gebruik van telebegeleiding", vervolgt cardioloog Folkert Asselbergs van het UMC Utrecht namens de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. "Redenen hiervoor zijn de wisselende uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek. Tevens is op dit moment de kosteneffectiviteit van telebegeleiding in Nederland nog onvoldoende bewezen". Dit beaamt Ellen Huijbers, kaderhuisarts hart- en vaatziekten en lid van de HartVaatHag. "De opinie bij de beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars is dat de inzet van telebegeleiding kan werken, maar dat het momenteel nog onduidelijke is welke patiëntgroep het meeste baat heeft bij welke vorm van telebegeleiding. Een belangrijke andere belemmering is de huidige beperkte structurele vergoeding welke voor telebegeleiding beschikbaar is."
In het consensusdocument worden kaders gesteld waar een telebegeleidingssysteem aan moet voldoen, welke plaats telebegeleiding krijgt in de gezondheidszorg en wie er in aanmerking komt voor telebegeleiding. "Op deze manier willen we in gezamenlijkheid richting geven aan het verantwoord inbedden van telebegeleiding in de hartfalenzorg", zegt Asselbergs. "We gaan starten met de implementatie, maar het is wel zaak landelijk eenduidig te registreren op dezelfde eindpunten en zo te onderzoeken voor welke groep patiënten telebegeleiding van toegevoegde waarde is en hoe we het kosteneffectief inzetten".
Naast patiënten en zorgverleners zijn zorgverzekeraars nauw betrokken bij de ontwikkeling van de afspraken. Jantien Nagtegaal, programmamanager Zorginnovatie bij CZ: "de implementatie van de Landelijke Transmurale Afspraak hartfalen in de regio's is ons inziens een uitgelezen kans om ook afspraken te maken over de inzet van telebegeleiding. We hebben er als zorgverzekeraars vertrouwen in dat met deze samenwerkingsafspraken de verdere opschaling van zorgpaden hartfalen met de inzet van telebegeleiding een stap dichterbij is".
Het consensusdocument is tot stand gekomen door een samenwerking van de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, De Hart&Vaatgroep, HartVaatHAG (huisarts expertgroep), Nederlandse Vereniging voor Hart en Vaat Verpleegkundigen en zorgverzekeraars Zilveren Kruis, CZ, VGZ en Menzis.
woensdag 8 juni 2016
Maggie De Block trekt 3,25 miljoen euro uit voor proefprojecten met gezondheidsapps
Maggie De Block (Open Vld), de Belgische minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, wil volgend jaar een aantal gezondheidsapps testen. "Digitale toepassingen geven patiënten de mogelijkheid copiloot te worden van hun gezondheid. Via apps zullen patiënten bijvoorbeeld hun hartslag en bloeddruk kunnen opvolgen", zegt ze woensdag in een persbericht. De Block trekt voor de proefprojecten 3,25 miljoen euro uit.
Philips zint op grote overnames in medische apparatuur
Philips mikt na de succesvolle afsplitsing van zijn verlichtingsdivisie op grote overnames, met name op het gebied van zorginformatica. Dat zegt Philips-topman Frans van Houten in een woensdag gepubliceerd interview met persbureau Bloomberg. Philips bracht onlangs 25 procent van de aandelen Philips Lighting naar de beurs en richt zich nu voornamelijk op apparaten en diensten op het vlak van gezondheidszorg. Die activiteiten wil het bedrijf uitbreiden. Daarvoor wordt onder meer de opbrengst van de verkoop van de lichtdivisie gebruikt, die de komende jaren helemaal van de hand wordt gedaan.
Microsoft spoort alvleesklierkanker op via zoekopdrachten
Onderzoekers van Microsoft hebben aangetoond dat zij in sommige gevallen kunnen vaststellen dat een Bing-gebruiker alvleesklierkanker heeft. Dat gebeurt aan de hand van zoekopdrachten, voordat de gebruiker zelf weet dat hij de ziekte heeft. De onderzoekers denken dat ze in 5 tot 15 procent van alle gevallen op
basis van zoekopdrachten al een diagnose kunnen stellen, terwijl de kans
op een fout-positief resultaat slechts 1 op de 100.000 is.
Samenwerking Uzelf in regio Utrecht moet zorginnovatie realiseren
Kennisinstituten, gemeentes, zorgaanbieders en het bedrijfsleven in de Utrechtse regio bundelen de krachten in het programma Uzelf. Het doel: innovatie op het gebied van zelfmanagement realiseren. Bij zelfmanagement draait het om kennis en vaardigheden die mensen, ziek of gezond, gebruiken om actief bij te dragen aan hun eigen gezondheid. Hierbij wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van ondersteunende technologie, bijvoorbeeld in de vorm van apps die mensen in staat stellen hun gezondheid te monitoren.
Uzelf ondersteunt innovatie op het vlak van zelfmanagement door de noodzakelijke verbinding tussen de behoefte van de inwoners van Utrecht, de innovatie uit de markt en de competenties van zorgprofessionals te organiseren en te faciliteren. Alle betrokken partijen hebben maandag 6 juni hun handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst. De kwartiermakers van Uzelf zijn Hogeschool Utrecht (HU), Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, EBU, U Create, gemeente Utrecht, Raedelijn, One Shoe en de Rabobank. Namens de HU zette Anton Franken, lid van het College van Bestuur, zijn handtekening.
In de Utrechtse regio is diepgaande en unieke kennis aanwezig op het gebied van zelfmanagement en eHealth (toepassing van ICT voor de gezondheidszorg). De regio kent vele partijen die op dit gebied oplossingen ontwikkelen, valideren en implementeren. Door een meer gestroomlijnde samenwerking tussen die partijen kunnen innovaties effectiever worden gemaakt en sneller naar de markt worden gebracht. Zo zet het programma Uzelf zich in voor het realiseren van twee gezonde, extra levensjaren voor iedere Utrechtse inwoner.
De gehele provincie Utrecht profiteert van dit initiatief voor een betere gezondheid en meer eigen regie voor haar inwoners. Daarnaast komt er een betere ondersteuning voor zorgverleners die mensen ondersteunen in het managen van hun gezondheid. En er zijn volop economische kansen: door ondersteuning van het bedrijfsleven bij het behalen van meer succes en impact, wordt werkgelegenheid gecreëerd, aldus een woordvoerder van Uzelf.
De provincie Utrecht is via de Economic Board Utrecht medefinancier van Uzelf. Daarnaast leveren de betrokken partijen een bijdrage in capaciteit en worden private partijen uitgenodigd in Uzelf te investeren. Ook gedeputeerde Pim van den Berg zette zijn handtekening. Volgens hem moet bij dit initiatief worden gedacht vanuit de cliënt en moeten de schotten tussen de instellingen in de zorg worden weggehaald. De regio Utrecht zit op goud, aldus Van den Berg, als het gaat om het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers, omdat tussen de twintig en vijfentwintig procent van de beroepsbevolking in deze regio in de zorg werkt: “Bij eHealth en andere ICT-toepassingen in de zorg gaat het om meer dan alleen een appje maken. Er moet gedegen worden gewerkt met beelden en data voor het realiseren van zelfhulp.”
Het programma Uzelf gaat samenwerken met andere regio’s in Nederland. Dit gebeurt met Medical Delta van de regio Zuid-Holland, die met een aantal activiteiten is gericht op zelfmanagement van werkenden: eHealth at work. Met die activiteiten willen ze gebruikmaken van Uzelf. Dit geldt ook voor het Care Innovation Center West-Brabant. De regio West-Brabant is sterk in samenwerking tussen ziekenhuizen, thuiszorg, welzijnsorganisaties, gemeenten en bedrijven om bepaalde activiteiten omtrent zelfmanagement op te zetten.
Uzelf ondersteunt innovatie op het vlak van zelfmanagement door de noodzakelijke verbinding tussen de behoefte van de inwoners van Utrecht, de innovatie uit de markt en de competenties van zorgprofessionals te organiseren en te faciliteren. Alle betrokken partijen hebben maandag 6 juni hun handtekening gezet onder de samenwerkingsovereenkomst. De kwartiermakers van Uzelf zijn Hogeschool Utrecht (HU), Universiteit Utrecht, UMC Utrecht, EBU, U Create, gemeente Utrecht, Raedelijn, One Shoe en de Rabobank. Namens de HU zette Anton Franken, lid van het College van Bestuur, zijn handtekening.
In de Utrechtse regio is diepgaande en unieke kennis aanwezig op het gebied van zelfmanagement en eHealth (toepassing van ICT voor de gezondheidszorg). De regio kent vele partijen die op dit gebied oplossingen ontwikkelen, valideren en implementeren. Door een meer gestroomlijnde samenwerking tussen die partijen kunnen innovaties effectiever worden gemaakt en sneller naar de markt worden gebracht. Zo zet het programma Uzelf zich in voor het realiseren van twee gezonde, extra levensjaren voor iedere Utrechtse inwoner.
De gehele provincie Utrecht profiteert van dit initiatief voor een betere gezondheid en meer eigen regie voor haar inwoners. Daarnaast komt er een betere ondersteuning voor zorgverleners die mensen ondersteunen in het managen van hun gezondheid. En er zijn volop economische kansen: door ondersteuning van het bedrijfsleven bij het behalen van meer succes en impact, wordt werkgelegenheid gecreëerd, aldus een woordvoerder van Uzelf.
De provincie Utrecht is via de Economic Board Utrecht medefinancier van Uzelf. Daarnaast leveren de betrokken partijen een bijdrage in capaciteit en worden private partijen uitgenodigd in Uzelf te investeren. Ook gedeputeerde Pim van den Berg zette zijn handtekening. Volgens hem moet bij dit initiatief worden gedacht vanuit de cliënt en moeten de schotten tussen de instellingen in de zorg worden weggehaald. De regio Utrecht zit op goud, aldus Van den Berg, als het gaat om het bevorderen van de zelfredzaamheid van burgers, omdat tussen de twintig en vijfentwintig procent van de beroepsbevolking in deze regio in de zorg werkt: “Bij eHealth en andere ICT-toepassingen in de zorg gaat het om meer dan alleen een appje maken. Er moet gedegen worden gewerkt met beelden en data voor het realiseren van zelfhulp.”
Het programma Uzelf gaat samenwerken met andere regio’s in Nederland. Dit gebeurt met Medical Delta van de regio Zuid-Holland, die met een aantal activiteiten is gericht op zelfmanagement van werkenden: eHealth at work. Met die activiteiten willen ze gebruikmaken van Uzelf. Dit geldt ook voor het Care Innovation Center West-Brabant. De regio West-Brabant is sterk in samenwerking tussen ziekenhuizen, thuiszorg, welzijnsorganisaties, gemeenten en bedrijven om bepaalde activiteiten omtrent zelfmanagement op te zetten.
dinsdag 7 juni 2016
Van Rijn: 'E-health maakt leven van cliënten vandaag al beter'
Zorg- en innovatieregio’s door heel Nederland laten vandaag zien hoe zij met behulp van e-health de zorg beter maken voor mensen die zorg nodig hebben en hun zorgverleners. Vier regionale initiatieven ondertekenen daarover een concrete afspraak in het bijzijn van staatssecretaris Martin van Rijn (VWS). Tussen Brabant en Noord-Holland wordt bijvoorbeeld een samenwerking gestart om thuiswonende mensen met dementie en hun mantelzorgers beter te ondersteunen met behulp van e-healthtoepassingen. Dan gaat het bijvoorbeeld om een manier om makkelijk boodschappen te bestellen bij lokale winkels die op een vast tijdstip opgehaald kunnen worden. Zodat mensen elkaar tegenkomen, samen koffie kunnen drinken en een praatje kunnen maken.
Van Rijn: “De regionale initiatieven die hier vandaag afspraken maken, laten zien dat e-health geen abstracte toekomstmuziek is. E-health is al op allerlei manier voorhanden in de praktijk van alledag, het leven van cliënten wordt er vandaag al beter van.
Mooi dat innovatieve regio’s vandaag laten zien wat ze kunnen. En wat ze willen bereiken. Zij geven de ontwikkeling van zorginnovatie een enorme impuls. Zodat de zorg kan meeprofiteren van de modernste technologie. En mensen met een ziekte of beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.”
De regionale samenwerkingsorganisaties van zorgaanbieders (RSO's) hebben een samenwerking gestart die moet leiden tot betere medicatie-overzichten. Patiënt-platforms uit diverse regio’s hebben een deal gesloten om te gaan samenwerken rondom informatie-uitwisseling. Hierdoor zullen cliënten in de toekomst beter en gemakkelijker inzicht krijgen in hun medische gegevens.
Regio Utrecht, Medical Delta en Brabant gaan waardevolle werkwijzen met elkaar delen. De samenwerking zal er toe leiden dat cliënten zelf meer regie kunnen voeren over hun zorg. De deal tussen de regio’s Brabant en Noord-Holland heeft de inzet om mensen met e-healthtoepassingen beter te ondersteunen bij veilig en comfortabel thuis wonen.
Het ministerie van VWS organiseert van 6 tot 10 juni de e-health week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
Van Rijn: “De regionale initiatieven die hier vandaag afspraken maken, laten zien dat e-health geen abstracte toekomstmuziek is. E-health is al op allerlei manier voorhanden in de praktijk van alledag, het leven van cliënten wordt er vandaag al beter van.
Mooi dat innovatieve regio’s vandaag laten zien wat ze kunnen. En wat ze willen bereiken. Zij geven de ontwikkeling van zorginnovatie een enorme impuls. Zodat de zorg kan meeprofiteren van de modernste technologie. En mensen met een ziekte of beperking zo zelfstandig mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.”
De regionale samenwerkingsorganisaties van zorgaanbieders (RSO's) hebben een samenwerking gestart die moet leiden tot betere medicatie-overzichten. Patiënt-platforms uit diverse regio’s hebben een deal gesloten om te gaan samenwerken rondom informatie-uitwisseling. Hierdoor zullen cliënten in de toekomst beter en gemakkelijker inzicht krijgen in hun medische gegevens.
Regio Utrecht, Medical Delta en Brabant gaan waardevolle werkwijzen met elkaar delen. De samenwerking zal er toe leiden dat cliënten zelf meer regie kunnen voeren over hun zorg. De deal tussen de regio’s Brabant en Noord-Holland heeft de inzet om mensen met e-healthtoepassingen beter te ondersteunen bij veilig en comfortabel thuis wonen.
Het ministerie van VWS organiseert van 6 tot 10 juni de e-health week, waarin gebruikers (burgers, patiënten, zorgverleners en -instellingen), ondernemers, financiers en overheden hun wensen, ambities en oplossingen met elkaar delen. Deze themaweek is onderdeel van het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Naast internationale initiatieven is er ook veel aandacht voor Nederlandse initiatieven.
maandag 6 juni 2016
Apothekers kunnen niet goed bij patiëntgegevens
Apothekers hebben vaak te weinig informatie over patiënten, waardoor ze fouten kunnen maken bij het uitgeven van medicijnen. Uit onderzoek van expertisecentrum Nictiz blijkt dat apothekers nauwelijks toegang hebben tot informatie die voor hen relevant is. Dat komt doordat de meeste ziekenhuizen medicatieoverzichten faxen en niet digitaal uitwisselen, bijvoorbeeld via het Landelijk Schakelpunt (LSP).
vrijdag 3 juni 2016
Langer zelfstandig thuis wonen door Utrechts-Taiwanese samenwerking
Hogeschool Utrecht, Economic Board Utrecht, zorginnovator Vital Valley en de Gemeente Utrecht hebben op 27 mei een samenwerkingsovereenkomst getekend met het Taiwanese bedrijf SquareX. Deze ‘Memorandum of Understanding’ moet het mogelijk maken langer zelfstandig en comfortabel thuis te wonen. Vanuit Hogeschool Utrecht is het Lectoraat Vraaggestuurde Zorg van Helianthe Kort betrokken. Helianthe KortDe deelnemende partijen ontwikkelen technologie en dienstverlening, om mensen met zorgbehoeften langer zelfstandig thuis te laten wonen. Bestaande en nieuwe innovaties worden in deze nieuwe aanpak gecombineerd. Mensen kunnen met deze oplossingen bijvoorbeeld diensten als boodschappen doen, ondersteuning in de huishouding en vervoer gemakkelijk opvragen, en video-verbindingen met familie, kennissen of professionals eenvoudig tot stand brengen. Ook beveiligingstechnologie kan in dezelfde aanpak worden toegepast.
Het Lectoraat Vraaggestuurde Zorg van Helianthe Kort stelt haar onderzoekskennis en het CareTech Lab beschikbaar aan het project. “Ik heb SquareX in maart al in het CareTech Lab mogen ontvangen, en ze waren onder de indruk van de mogelijkheden”, vertelt Helianthe Kort. “Zij hebben daar onder andere een presentatie gegeven van een ‘slimme’ wand die ze hebben ontwikkeld. In die wand is communicatietechnologie geïntegreerd waarmee je makkelijk van binnen naar buiten, en andersom kunt communiceren. Dit soort geïntegreerde toepassingen in huizen is waar we naartoe moeten de komende jaren.”
SquareX ontwikkelt nog meer soorten zorgproducten. Bijvoorbeeld oordopjes uit de 3D-printer, die beter op maat worden gemaakt voor de individuele oorschelp. “Wat kunnen al die verschillende producten betekenen om ouderen in Nederland langer thuis te laten wonen? SquareX kan bij de HU die ideeën gaan toetsen. Als er studenten beschikbaar zijn, worden zij ingezet om met de producten aan de slag te gaan. Uitwisseling van Nederlandse en Taiwanese studenten behoort ook tot de samenwerking”, zegt Kort.
De samenwerking met SquareX is een concrete stap voorwaarts in de realisatie van de regionale ambitie van overheden, zorginstellingen en leveranciers van zorg-ICT voor langer, vitaal en veilig zelfstandig thuis wonen. In de overeenkomst is namelijk als doel gesteld dat er 2000 woningen in de regio Utrecht worden gebouwd met geïntegreerde toepassingen om ouderen langer zelfstandig te laten wonen. Daarnaast is de samenwerking een resultaat van de ‘Soft Landing Bridge’: een intentieverklaring tussen de Gemeente Utrecht en het Southern Taiwan Regional Business Innovation Center en het Taiwan Globalization Network. Hiermee kunnen Taiwanese bedrijven gemakkelijker via Utrecht de Nederlandse en Europese markt bereiken.
woensdag 1 juni 2016
Philips-onderzoek toont aan dat medicatietrouw door connected technologie drastisch verbetert
Philips heeft vandaag nieuwe onderzoeksresultaten bekendgemaakt waaruit blijkt dat een zogenoemde connected medicijndispenser patiënten met chronische aandoeningen kan helpen hun langdurige behandelingen beter na te leven.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar gebruikersgegevens van 1.300 Nederlandse patiënten geanalyseerd. Uit de analyses bleek dat 96 procent van de patiënten die gebruikmaakten van de Philips Medido, een medicijndispenser, zich hield aan het medicatieschema.
Ook laten de onderzoeksgegevens zien dat de Medido-gebruikers zich ook op termijn aan de therapie-eisen hielden, waarbij er weinig verschillen in naleving waren tussen de eerste en elfde gebruiksmaand.
Voor een optimaal behandelingsresultaat moeten patiënten hun volgens recept verplichte medicijnen consequent innemen. Uit onderzoek blijkt echter dat circa 50 procent van de chronisch zieken zich niet houdt aan de aanbevelingen van hun arts.
Patiënten missen bijvoorbeeld een dosis, gebruiken een onjuiste hoeveelheid of nemen hun medicijn in op het verkeerde tijdstip.
De Philips Medido is een innovatieve medicijndispenser voor thuisgebruik die chronisch zieken en zorgverleners ondersteunt. Wanneer een patiënt een dosis moet innemen, zorgt de dispenser automatisch voor een herinnering.
Voor het onderzoek werden gedurende een jaar gebruikersgegevens van 1.300 Nederlandse patiënten geanalyseerd. Uit de analyses bleek dat 96 procent van de patiënten die gebruikmaakten van de Philips Medido, een medicijndispenser, zich hield aan het medicatieschema.
Ook laten de onderzoeksgegevens zien dat de Medido-gebruikers zich ook op termijn aan de therapie-eisen hielden, waarbij er weinig verschillen in naleving waren tussen de eerste en elfde gebruiksmaand.
Voor een optimaal behandelingsresultaat moeten patiënten hun volgens recept verplichte medicijnen consequent innemen. Uit onderzoek blijkt echter dat circa 50 procent van de chronisch zieken zich niet houdt aan de aanbevelingen van hun arts.
Patiënten missen bijvoorbeeld een dosis, gebruiken een onjuiste hoeveelheid of nemen hun medicijn in op het verkeerde tijdstip.
De Philips Medido is een innovatieve medicijndispenser voor thuisgebruik die chronisch zieken en zorgverleners ondersteunt. Wanneer een patiënt een dosis moet innemen, zorgt de dispenser automatisch voor een herinnering.
Philips wil mobiele echografieapparaat Lumify ook in Nederland lanceren
Philips wil de Lumify, een draagbaar echoapparaat dat aan de smartphone kan worden gekoppeld, ook in Nederland lanceren. Over een maand eindigt een proef bij huisartsen die inzicht moet geven
in de behoefte van zorgverleners. In Noord-Amerika is de Lumify in
november 2015 gelanceerd.
Jawbone stopt niet met fitnesstracker
Jawbone ontkent dat het zou stoppen met het maken van fitnesstrackers voor consumenten. Dat meldt het het bedrijf in een verklaring aan Engadget. Eind vorige week ging het gerucht dat Jawbone zijn speakerdivisie te koop zou hebben gezet, en het zou stoppen met het produceren van fitnesstrackers zoals de Jawbone UP. Het bedrijf zou zich volgens die geruchten gaan richten op medische wearables.
dinsdag 31 mei 2016
Philips lanceert platform voor alleenstaande ouderen
Dinsdag lanceert Philips een nieuw platform voor kwetsbare, alleenstaande ouderen. Om te beginnen wordt de nieuwe dienst in juni op 25 locaties geïntroduceerd. Vooralsnog in Amerika. Daarvoor heeft Philips een samenwerking gesloten met Right at Home, een Amerikaanse thuiszorgorganisatie met meer dan 350 locaties waarbij tienduizenden hulpbehoevenden zijn aangesloten.
maandag 30 mei 2016
Philips en SURFsara gaan samenwerken rond Big Data-onderzoeksdiensten
Philips en SURFsara gaan samenwerken om 'Big Data'-onderzoeksdiensten te bieden via de cloud voor gepersonaliseerde behandeling en population health management Doel is het opzetten van een veilige cloud-gebaseerde onderzoeksomgeving met geavanceerde analysemogelijkheden waar zorginstituten samen kunnen werken aan studies met Big Data.
De geïntegreerde diensten zullen specifieke ondersteuning bieden voor onderzoek op het gebied van gepersonaliseerde behandelingen en population health management. Dit onderzoek is bijvoorbeeld gericht op de ontwikkeling van nieuwe gerichte therapieën voor darm-, prostaat- of borstkanker. Hiervoor moet een allesomvattend beeld van de gezondheid van een patiënt worden verkregen. Daarvoor moeten enorme hoeveelheden gegevens worden samengevoegd die lange periodes bestrijken en die afkomstig zijn van medische scanners, weefselbiopsieën, uitslagen van laboratoriumonderzoek en genoomonderzoek. Bij populatieonderzoek moeten zeer grote verzamelingen gegevens over de gezondheid van grote groepen mensen worden samengevoegd. Deze gegevensverzamelingen worden vervolgens geanalyseerd om zelfs de kleinste correlaties en patronen te ontdekken die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot betere behandelingen.
De geïntegreerde nieuwe onderzoeksomgeving is in eerste instantie bedoeld ter facilitering van universitaire medische instellingen en onderzoeksprogramma's. Later zal dit worden uitgebreid om ondersteuning te bieden aan medische centra en biowetenschappers bij het analyseren van zeer grote hoeveelheden gegevens afkomstig uit vakgebieden als genomica, digitale pathologie en medische beeldvorming. De Big Data-onderzoeksdiensten zullen tevens beschikbaar worden gesteld voor gezamenlijke onderzoeksprojecten binnen en buiten Europa, zoals past bij de internationale aard van modern medisch onderzoek.
De totale hoeveelheid opgeslagen klinische data groeit met circa 40 procent per jaar als gevolg van snelle vooruitgang op het gebied van diagnostische medische beeldvorming en patiëntbewaking, de behandeling van chronische ziektes en het toenemende gebruik van kleine draagbare sensoren voor medische toepassingen. Met behulp van deze apparaten kunnen patiënten zelf nauwkeurige metingen verrichten, en er ontstaan nieuwe mogelijkheden voor de verzameling en registratie van hoogwaardige gegevens. In de toekomst wordt een nog grotere toename van de datavolumes verwacht naarmate er meer gegevens vanuit de digitale pathologie en pathologie beschikbaar komen en geanalyseerd worden.
De geïntegreerde diensten zullen specifieke ondersteuning bieden voor onderzoek op het gebied van gepersonaliseerde behandelingen en population health management. Dit onderzoek is bijvoorbeeld gericht op de ontwikkeling van nieuwe gerichte therapieën voor darm-, prostaat- of borstkanker. Hiervoor moet een allesomvattend beeld van de gezondheid van een patiënt worden verkregen. Daarvoor moeten enorme hoeveelheden gegevens worden samengevoegd die lange periodes bestrijken en die afkomstig zijn van medische scanners, weefselbiopsieën, uitslagen van laboratoriumonderzoek en genoomonderzoek. Bij populatieonderzoek moeten zeer grote verzamelingen gegevens over de gezondheid van grote groepen mensen worden samengevoegd. Deze gegevensverzamelingen worden vervolgens geanalyseerd om zelfs de kleinste correlaties en patronen te ontdekken die uiteindelijk zouden kunnen leiden tot betere behandelingen.
De geïntegreerde nieuwe onderzoeksomgeving is in eerste instantie bedoeld ter facilitering van universitaire medische instellingen en onderzoeksprogramma's. Later zal dit worden uitgebreid om ondersteuning te bieden aan medische centra en biowetenschappers bij het analyseren van zeer grote hoeveelheden gegevens afkomstig uit vakgebieden als genomica, digitale pathologie en medische beeldvorming. De Big Data-onderzoeksdiensten zullen tevens beschikbaar worden gesteld voor gezamenlijke onderzoeksprojecten binnen en buiten Europa, zoals past bij de internationale aard van modern medisch onderzoek.
De totale hoeveelheid opgeslagen klinische data groeit met circa 40 procent per jaar als gevolg van snelle vooruitgang op het gebied van diagnostische medische beeldvorming en patiëntbewaking, de behandeling van chronische ziektes en het toenemende gebruik van kleine draagbare sensoren voor medische toepassingen. Met behulp van deze apparaten kunnen patiënten zelf nauwkeurige metingen verrichten, en er ontstaan nieuwe mogelijkheden voor de verzameling en registratie van hoogwaardige gegevens. In de toekomst wordt een nog grotere toename van de datavolumes verwacht naarmate er meer gegevens vanuit de digitale pathologie en pathologie beschikbaar komen en geanalyseerd worden.
donderdag 26 mei 2016
Mellon Medical beste startup van Gelderland
Mellon Medical uit Nijmegen is uitgeroepen tot beste startup van Gelderland. Gedeputeerde Michiel Scheffer maakte dit bekend op het Startup 50 festival in Arnhem.
Mellon Medical heeft een product ontwikkeld, de Switch, waarmee chirurgen met één hand bloedvaten kunnen hechten. Hiermee kan twee keer zo snel en nauwkeurig gehecht worden. Het product is nog niet commercieel verkrijgbaar maar zal in 2017 geïntroduceerd worden op de Europese markt. Het panel van investeerders verwacht dat Mellon Medical een positie de markt kan veroveren. 'Er is een grote markt, een duidelijk concurrentievoordeel en de technologie is beschermd middels patenten.'
Startup50 Gelderland is een ranking van dé 50 beste startups van Gelderland. Het Startup50 magazine en de bijbehorende events maken startups die groot denken en een briljant idee hebben zichtbaar. Het doel: in contact komen met de Investor Next Door voor netwerk, kapitaal en kennis. Gedeputeerde Staten wil 4 miljoen investeren om startups door te ontwikkelen tot scaleups.
Mellon Medical heeft een product ontwikkeld, de Switch, waarmee chirurgen met één hand bloedvaten kunnen hechten. Hiermee kan twee keer zo snel en nauwkeurig gehecht worden. Het product is nog niet commercieel verkrijgbaar maar zal in 2017 geïntroduceerd worden op de Europese markt. Het panel van investeerders verwacht dat Mellon Medical een positie de markt kan veroveren. 'Er is een grote markt, een duidelijk concurrentievoordeel en de technologie is beschermd middels patenten.'
Startup50 Gelderland is een ranking van dé 50 beste startups van Gelderland. Het Startup50 magazine en de bijbehorende events maken startups die groot denken en een briljant idee hebben zichtbaar. Het doel: in contact komen met de Investor Next Door voor netwerk, kapitaal en kennis. Gedeputeerde Staten wil 4 miljoen investeren om startups door te ontwikkelen tot scaleups.
Nederlandse e-Health zorginnovaties naar Scandinavië
Het Nederlandse bedrijf FocusCura heeft een serie partnerships afgesloten om de e-Health producten ThuisMeten en Beeldzorg in Denemarken en Zweden te introduceren. Daarmee is e-Health een kansrijk exportproduct voor Nederland.
FocusCura start in Zweden met ThuisMeten (voor chronisch zieken) en Beeldzorg, dat in Nederland inmiddels op grote schaal wordt ingezet in de thuiszorg. FocusCura sloot hiervoor een reseller-partnership met het grote Scandinavische bedrijf Atea, leverancier voor veel zorgorganisaties. In Denemarken zullen de Nederlandse innovaties als eerste vanuit de stad Aalborg in de thuiszorg voor kwetsbare mensen worden geïntroduceerd, en wordt op korte termijn een reseller-partnership met een Deense leverancier gesloten.
De stap naar Scandinavië volgt op een Deens onderzoek van de overheid onder 1.400 patiënten. Daarop heeft de overheid besloten dat ThuisMeten voor patiënten met COPD de nieuwe standaard is voor deze zorgverlening en dit wordt de komende jaren in alle regio's ingezet. Eenzelfde ontwikkeling is zichtbaar in Zweden, de enorme afstanden zijn een extra argument voor inzet van deze oplossingen.
Met ThuisMeten doet een patiënt thuis zelf volgens een gepersonaliseerd ThuisMeetprogramma metingen van vitale waarden en verstuurt deze veilig naar een zorgverlener of zorgcentrale. Op basis van de meting en de ingestelde drempelwaardes bepaalt een algoritme of er een verhoogd risico is, in dat geval geeft het systeem een melding. De behandelaar kan dan direct contact leggen met de patiënt om na te gaan wat er aan de hand is. Patiënten kunnen zo op afstand worden gevolgd en begeleid. Er zijn programma's voor hartfalen, hartklachten, COPD, hypertensie, ALS en zwangerschapsdiabetes.
Beeldzorg bestaat uit de app BeeldBellen, met een 'slim' adresboek waarmee cliënten en zorgverleners elkaar snel kunnen vinden voor beeldcontact. Het gebruik is zeer eenvoudig, wat noodzakelijk is voor oudere gebruikers. De gemiddelde leeftijd van de gebruikers is ruim boven 70 jaar. Beeldcontact heeft toegevoegde waarde voor zowel de patiënt als de zorgverlener. In wezen wordt de zorg daardoor plaats- en tijdsonafhankelijk. Ouderen of chronisch zieken kunnen zo langer zelfstandig thuis blijven.
FocusCura start in Zweden met ThuisMeten (voor chronisch zieken) en Beeldzorg, dat in Nederland inmiddels op grote schaal wordt ingezet in de thuiszorg. FocusCura sloot hiervoor een reseller-partnership met het grote Scandinavische bedrijf Atea, leverancier voor veel zorgorganisaties. In Denemarken zullen de Nederlandse innovaties als eerste vanuit de stad Aalborg in de thuiszorg voor kwetsbare mensen worden geïntroduceerd, en wordt op korte termijn een reseller-partnership met een Deense leverancier gesloten.
De stap naar Scandinavië volgt op een Deens onderzoek van de overheid onder 1.400 patiënten. Daarop heeft de overheid besloten dat ThuisMeten voor patiënten met COPD de nieuwe standaard is voor deze zorgverlening en dit wordt de komende jaren in alle regio's ingezet. Eenzelfde ontwikkeling is zichtbaar in Zweden, de enorme afstanden zijn een extra argument voor inzet van deze oplossingen.
Met ThuisMeten doet een patiënt thuis zelf volgens een gepersonaliseerd ThuisMeetprogramma metingen van vitale waarden en verstuurt deze veilig naar een zorgverlener of zorgcentrale. Op basis van de meting en de ingestelde drempelwaardes bepaalt een algoritme of er een verhoogd risico is, in dat geval geeft het systeem een melding. De behandelaar kan dan direct contact leggen met de patiënt om na te gaan wat er aan de hand is. Patiënten kunnen zo op afstand worden gevolgd en begeleid. Er zijn programma's voor hartfalen, hartklachten, COPD, hypertensie, ALS en zwangerschapsdiabetes.
Beeldzorg bestaat uit de app BeeldBellen, met een 'slim' adresboek waarmee cliënten en zorgverleners elkaar snel kunnen vinden voor beeldcontact. Het gebruik is zeer eenvoudig, wat noodzakelijk is voor oudere gebruikers. De gemiddelde leeftijd van de gebruikers is ruim boven 70 jaar. Beeldcontact heeft toegevoegde waarde voor zowel de patiënt als de zorgverlener. In wezen wordt de zorg daardoor plaats- en tijdsonafhankelijk. Ouderen of chronisch zieken kunnen zo langer zelfstandig thuis blijven.
woensdag 25 mei 2016
AZ Jan Portaels gebruikt elektronisch patiëntendossier van UZ Brussel
Het AZ Jan Portaels in Vilvoorde gaat het elektronisch patiëntendossier (EPD) van het UZ Brussel gebruiken. Het UZ Brussel hoopt ook met andere ziekenhuizen samenwerkingsovereenkomsten te sluiten. Primuz, het EPD van het UZ Brussel, is een volledig geïntegreerd klinisch werkstation dat alle corefuncties bevat eigen aan de hedendaagse patiëntensoftware. Door in te stappen in het systeem, krijgt AZ Jan Portaels nu toegang tot alle functionaliteiten van de software, maar met de mogelijkheid om het systeem te configureren op maat van de eigen werking.
dinsdag 24 mei 2016
Strijd om verovering markt medische WhatsApp
Sinds de Autoriteit Persoonsgegevens eerder dit jaar oordeelde dat artsen niet meer mogen whatsappen over patiënten, komen steeds meer ondernemers met 'veiligere' alternatieven. Dinsdag is het de beurt aan het Nederlandse MDLinking. Het bedrijf presenteert een nieuwe app specifiek voor medici, naar eigen zeggen de enige waarmee doktoren wereldwijd via een beveiligde verbinding kennis met elkaar kunnen delen.
maandag 23 mei 2016
Provincie Limburg investeert flink in ontwikkeling zorgtechniek
De Provincie Limburg wil ruim € 3,5 miljoen stoppen in het eerste deel van het project LIME van Zuyd Hogeschool in partnerschap met de Universiteit Maastricht. LIME is de afkorting van Limburg Meet. LIME zorgt voor doorontwikkeling en betere toepassing van allerlei soorten nieuwe meetapparaatjes en verbindt alle betrokken partijen op dat gebied met elkaar. Patiënten kunnen dankzij slimme meetapparaten met nieuwe technische sensoren al heel veel zelf meten waardoor dure zorg voor ouderen en chronisch zieken kan verplaatsen van het ziekenhuis naar de huisarts of zelfs naar de mensen thuis. Hierdoor kan zorg betaalbaarder en toegankelijk worden gehouden.
Gedeputeerde Staten van Limburg stemmen in met dit project en hebben het nu ter goedkeuring aan het Limburgs Parlement voorgelegd.
Limburg Meet is een van de elf zogeheten Kennis-As Limburg-projecten om de Limburgse kenniseconomie te stimuleren en om Limburg sociaal sterker te maken. Limburg vergrijst immers en er zijn meer chronisch zieken dan elders. Het vitaal houden van de inwoners in combinatie van het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg is dan ook het doel. Limburg Meet is een project van minstens acht jaar en gaat in totaal ruim € 28,3 miljoen kosten. Daarvan staat de Provincie voor € 6 miljoen aan de lat, maar voorlopig committeren de partners zich voor vier jaar en is de bijdrage van de Provincie voorshands ruim € 3,5 miljoen. Voor de financiering van de rest (€ 2,5 miljoen) zal het Limburgs Parlement pas over vier jaar een uitspraak doen.
Gedeputeerde Werk en Welzijn, Marleen van Rijnsbergen vindt dat Limburg Meet duidelijk bijdraagt aan de doelstellingen van de Sociale Agenda van de Provincie Limburg. “LIME kan de beweging van sociale structuurversterking in Limburg ondersteunen door de gezondheidssituatie van Limburgers en de mogelijkheden om actief deel te nemen in de samenleving te versterken.”
Gedeputeerde Twan Beurskens van Economie en Kennisinfrastructuur: ,,Limburg Meet raakt verschillende Brightlands-campussen en verrijkt niet alleen kennis en kunde in de zorg, maar leidt ook tot meer werkgelegenheid en levert een structurele bijdrage aan de economie van Limburg.”
Op 20 juni vindt een informatiebijeenkomst plaats over het Kennis-As-project LIME. Voorzitter Karel van Rosmalen van het College van Bestuur en de initiatiefnemers van het project, hoogleraar Sandra Beurskens en lector life science Paul Borm van Zuyd Hogeschool, zullen dan het project toelichten voor de leden van het Limburgs Parlement. Een en ander vindt plaats vanaf 18.00 uur tot 19.30 uur in de Veldekezaal van het Gouvernement aan de Maas te Maastricht.
Limburg Meet is een van de elf zogeheten Kennis-As Limburg-projecten om de Limburgse kenniseconomie te stimuleren en om Limburg sociaal sterker te maken. Limburg vergrijst immers en er zijn meer chronisch zieken dan elders. Het vitaal houden van de inwoners in combinatie van het betaalbaar en toegankelijk houden van de zorg is dan ook het doel. Limburg Meet is een project van minstens acht jaar en gaat in totaal ruim € 28,3 miljoen kosten. Daarvan staat de Provincie voor € 6 miljoen aan de lat, maar voorlopig committeren de partners zich voor vier jaar en is de bijdrage van de Provincie voorshands ruim € 3,5 miljoen. Voor de financiering van de rest (€ 2,5 miljoen) zal het Limburgs Parlement pas over vier jaar een uitspraak doen.
Gedeputeerde Werk en Welzijn, Marleen van Rijnsbergen vindt dat Limburg Meet duidelijk bijdraagt aan de doelstellingen van de Sociale Agenda van de Provincie Limburg. “LIME kan de beweging van sociale structuurversterking in Limburg ondersteunen door de gezondheidssituatie van Limburgers en de mogelijkheden om actief deel te nemen in de samenleving te versterken.”
Gedeputeerde Twan Beurskens van Economie en Kennisinfrastructuur: ,,Limburg Meet raakt verschillende Brightlands-campussen en verrijkt niet alleen kennis en kunde in de zorg, maar leidt ook tot meer werkgelegenheid en levert een structurele bijdrage aan de economie van Limburg.”
Op 20 juni vindt een informatiebijeenkomst plaats over het Kennis-As-project LIME. Voorzitter Karel van Rosmalen van het College van Bestuur en de initiatiefnemers van het project, hoogleraar Sandra Beurskens en lector life science Paul Borm van Zuyd Hogeschool, zullen dan het project toelichten voor de leden van het Limburgs Parlement. Een en ander vindt plaats vanaf 18.00 uur tot 19.30 uur in de Veldekezaal van het Gouvernement aan de Maas te Maastricht.
donderdag 19 mei 2016
Cybersecurity van apparatuur in ziekenhuizen kwetsbaar
Hoewel ziekenhuizen zich steeds meer bewust zijn van het belang van goede cyberbeveiliging van hun medische apparatuur, is er op operationeel niveau nog steeds verbetering van de beveiliging noodzakelijk. Deloitte voerde onderzoek uit onder 24 ziekenhuizen uit 9 verschillende landen (EMEA). Hieruit komt onder andere naar voren dat meer dan de helft van de ziekenhuizen gebruik maakt van standaard wachtwoorden (fabrieksinstellingen) om apparatuur te beveiligen.
Ook blijkt dat bijna de helft van de ziekenhuizen niet weet of hun apparatuur voldoet aan de aankomende privacy regelgeving (General Data Protection Regulation). Daarnaast geeft maar een vijfde van de onderzochte ziekenhuizen aan bij het merendeel van hun apparatuur gebruik te maken van een versleutelde verbinding met het netwerk om de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van gegevens te borgen.
Computervirussen en malware kunnen de behandeling of de privacy van patiënten verstoren. Uit het onderzoek komt naar voren dat drie van de geïnterviewde ziekenhuizen het afgelopen jaar te kampen hebben gehad met malware. “Daarnaast laten de trends in de USA met betrekking tot ransomeware bij medische apparatuur zien dat we er scherp op moeten blijven,” aldus Jeroen Slobbe, cyber security expert binnen Deloitte.
“Dit is geen reden tot blinde paniek, het niet gebruiken van medische apparatuur is een groter risico voor de gezondheid van de patiënt dan het gebruiken van kwetsbare medische apparatuur. We kunnen deze kwetsbaarheden en daaruit voortvloeiende risico’s voor patiënten echter verkleinen, dus laten we die kans pakken. Om de vele innovatieve oplossingen die nieuwe technologieën binnen de zorg met zich mee brengen te kunnen blijven omarmen, moeten we hier daarom mee aan de slag,” vervolgt Jeroen Slobbe.
Ook blijkt dat bijna de helft van de ziekenhuizen niet weet of hun apparatuur voldoet aan de aankomende privacy regelgeving (General Data Protection Regulation). Daarnaast geeft maar een vijfde van de onderzochte ziekenhuizen aan bij het merendeel van hun apparatuur gebruik te maken van een versleutelde verbinding met het netwerk om de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van gegevens te borgen.
Computervirussen en malware kunnen de behandeling of de privacy van patiënten verstoren. Uit het onderzoek komt naar voren dat drie van de geïnterviewde ziekenhuizen het afgelopen jaar te kampen hebben gehad met malware. “Daarnaast laten de trends in de USA met betrekking tot ransomeware bij medische apparatuur zien dat we er scherp op moeten blijven,” aldus Jeroen Slobbe, cyber security expert binnen Deloitte.
“Dit is geen reden tot blinde paniek, het niet gebruiken van medische apparatuur is een groter risico voor de gezondheid van de patiënt dan het gebruiken van kwetsbare medische apparatuur. We kunnen deze kwetsbaarheden en daaruit voortvloeiende risico’s voor patiënten echter verkleinen, dus laten we die kans pakken. Om de vele innovatieve oplossingen die nieuwe technologieën binnen de zorg met zich mee brengen te kunnen blijven omarmen, moeten we hier daarom mee aan de slag,” vervolgt Jeroen Slobbe.
woensdag 18 mei 2016
Philips en UMC Groningen schalen eHealth programma op naar 35.200 patiënten
Als onderdeel van het Europese ACT@Scale-programma wil het UMC Groningen met Philips telezorg in de regio Noord-Nederland verdubbelen en verder opschalen tot meer dan 35.000 patiënten in 2019. In het kader van het drie jaar durende ACT@Scale-programma zal data met betrekking tot behandelresultaten en zorgkosten van grote groepen ouderen en mensen met chronische ziekten zoals COPD en hartfalen in de regio worden verzameld en onderzocht. Het doel is geoptimaliseerde zorgcoördinatie- en telezorgprogramma’s verder te ontwikkelen, te testen en consolideren, om vervolgens aan de hand van de opgedane ervaringen en inzichten deze eHealth diensten eenvoudiger en effectiever overal in de EU in te zetten en te doen laten groeien. Het gezamenlijk streven van het programmaconsortium is om in 2019 75.000 patiënten te ondersteunen in het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Spanje en Denemarken.
De regio Noord-Nederland heeft een snel vergrijzende bevolking, toenemende zorgbehoefte, en speciale zorgprogramma’s voor COPD en astma-patiënten, ouderen en patiënten met chronisch hartfalen. Het doel is aan de hand van de implementatie van recente wetenschappelijke inzichten regionale zorgcoördinatie en telezorg dieper in de zorgpaden van deze patiënten te integreren. Door analyse van harde uitkomstendata zullen diepgaande inzichten worden verkregen hoe eHealth de kwaliteit van zorg beinvloedt, wat de impact is op de werkdruk van zorgverleners en hoe tevreden zowel patiënt als personeel zijn met vernieuwende vormen van zorgdienstverlening.
UMC Groningen gaat in het programma bovendien een hoofdrol spelen in de grootschalige analyse van alle verzamelde Europese zorgdata. Er wordt uitvoerig gekeken naar de gevolgen van de zorgkosten per patiënt en de economische gevolgen voor de participerende ziekenhuizen en zorgregio’s als patiënten minder vaak het ziekenhuis bezoeken omdat zij hun ziekte zelf of dichter bij huis managen met behulp van technologie, familie, speciale verpleegkundigen en huisarts. Deze inzichten zijn nodig voor de ontwikkeling van vernieuwende businessmodellen voor deze zorg waarbij de verschillende typen zorgverleners als één team nauw samenwerken bij de begeleiding van een patiënt.
De regio Noord-Nederland heeft een snel vergrijzende bevolking, toenemende zorgbehoefte, en speciale zorgprogramma’s voor COPD en astma-patiënten, ouderen en patiënten met chronisch hartfalen. Het doel is aan de hand van de implementatie van recente wetenschappelijke inzichten regionale zorgcoördinatie en telezorg dieper in de zorgpaden van deze patiënten te integreren. Door analyse van harde uitkomstendata zullen diepgaande inzichten worden verkregen hoe eHealth de kwaliteit van zorg beinvloedt, wat de impact is op de werkdruk van zorgverleners en hoe tevreden zowel patiënt als personeel zijn met vernieuwende vormen van zorgdienstverlening.
UMC Groningen gaat in het programma bovendien een hoofdrol spelen in de grootschalige analyse van alle verzamelde Europese zorgdata. Er wordt uitvoerig gekeken naar de gevolgen van de zorgkosten per patiënt en de economische gevolgen voor de participerende ziekenhuizen en zorgregio’s als patiënten minder vaak het ziekenhuis bezoeken omdat zij hun ziekte zelf of dichter bij huis managen met behulp van technologie, familie, speciale verpleegkundigen en huisarts. Deze inzichten zijn nodig voor de ontwikkeling van vernieuwende businessmodellen voor deze zorg waarbij de verschillende typen zorgverleners als één team nauw samenwerken bij de begeleiding van een patiënt.
dinsdag 17 mei 2016
AP eist betere afspraken over digitaliseren patiëntdossiers
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft geconstateerd dat drie ziekenhuizen geen goede afspraken hadden gemaakt met een bedrijf dat namens het ziekenhuis patiëntgegevens verwerkte. Dit is in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De toezichthouder heeft de ziekenhuizen een korte termijn gesteld om alsnog een bewerkersovereenkomst te sluiten die voldoet aan de wettelijke vereisten. De AP zal dit hierna controleren.
Begin dit jaar kwam in het nieuws dat het Belgische scanbedrijf iGuana in opdracht van ziekenhuizen medische dossiers in een gevangenis scanklaar liet maken, bijvoorbeeld door nietjes te verwijderen. De Autoriteit Persoonsgegevens deed daarop navraag bij enkele ziekenhuizen om vast te stellen of deze ziekenhuizen een bewerkersovereenkomst met het scanbedrijf hadden afgesloten die aan de wettelijke eisen voldoet. De AP stelde vast dat één ziekenhuis geen bewerkersovereenkomst met het scanbedrijf had gesloten. Twee andere ziekenhuizen hadden wel bewerkersovereenkomsten gesloten, maar deze voldeden niet aan alle wettelijke eisen. Zo ontbraken er details over de duur van de opslag en de beveiliging van de gegevens of was er niet expliciet een plicht tot geheimhouding opgenomen.
Een ziekenhuis mag de verwerking van medische gegevens, bijvoorbeeld het inscannen van medische dossiers, uitbesteden aan een andere organisatie. Het ziekenhuis (de verantwoordelijke) moet volgens de Wbp in dat geval een bewerkersoverkomst sluiten met de organisatie (de bewerker) die de dienst levert
Nieuwe sessies en sprekers toegevoegd aan programma eHealth Week 2016
Het ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Europese Commissie en HIMSS Europe
hebben nieuwe sessies en sprekers tijdens de eHealth Week bekendgemaakt. Er
wordt onder andere aandacht besteed aan het ondersteunen van mantelzorgers, seksuele
gezondheid in een digitaal tijdperk en het gebruik van robots in de ouderenzorg. De eHealth Week vindt van 8 tot en met 10 juni plaats in de
Beurs van Berlage in Amsterdam.
Mantelzorgers
spelen een belangrijke rol in het ondersteunen van patiënten bij het behoud
van hun onafhankelijkheid en kwaliteit van leven. Tegelijkertijd zijn
mantelzorgers beperkt door onder andere reisafstand en tijdgesprek. eHealth
oplossingen kunnen een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van
mantelzorgers en patiënten. Tijdens deze sessie worden succesvolle eHealth
oplossingen getoond aan de deelnemers. Sprekers zijn Irek Karkowski (CEO, Sensara & Dutch
Domotics), Martijn Vastenburg (Managing Director, ConnectedCare - HalloZorg)
en Henk Herman Nap (Senior Adviseur, Vilans).
In de
(nabije) toekomst gaan robots waarde toevoegen aan de kwaliteit van leven en de
gezondheid van ouderen. Daarnaast kunnen robots ouderen ook begeleiden bij
het thuis wonen. Mogelijkheden van nieuwe technologieën lijken eindeloos,
maar is er voldoende aandacht voor het menselijke aspect? Wat zijn de
effecten van het vervangen van menselijk contact door technologieën? Hoe moet
men omgaan met deze kwestie? In deze sessie worden deze vragen besproken en
praktische richtlijnen gedeeld. Sprekers zijn Andy Bleaden (Project Manager,
Silver Project), Wang Long Li (Co-founder, Tinyrobots), Robert A. Paauwe
(Co-founder, Tinybots), Maja Rudinac (CEO, Robot Care Systems) en Tomas Ward
(CEO, Bioserve).
woensdag 11 mei 2016
3D kaanreconstructie in UMCG gevolgd met camera
In de medische serie ‘Zij houden Nederland in leven’ (ZHNL) op NPO 1, volgt de EO dit voorjaar opnieuw 24 uur lang met verschillende cameraploegen overal in het land patiënten en hun zorgverleners bij de meest spraakmakende, innovatieve en levensreddende operaties of behandelingen. Voor de tweede aflevering is het programma op bezoek in het UMCG. Hier zal Sieb Viel een 14 uur durende operatie ondergaan om een tumor in zijn kaak te verwijderen. Kaakchirurg-oncoloog Max Witjes zal samen met een heel team van specialisten de tumor uit de kaak en hals verwijderen en het gat in de kaak reconstrueren uit het bot van Siebs onderbeen. De operatie is te zien in de aflevering van woensdag 11 mei, om 20.25 uur bij de EO op NPO 1.
‘Zij houden Nederland in leven’ laat zien dat geen dag in de zorg hetzelfde is, niet voor patiënten, maar ook niet voor zorgverleners. De zes afleveringen van de serie leggen ieder gedurende 24 uur de gebeurtenissen vast in diverse ziekenhuizen en instellingen in Nederland en vertellen bijzondere verhalen van gewone mensen wiens leven ingrijpend verandert op de dag dat ZHNL juist hen volgt met de camera. We zien patiënten en hun hulpverleners tijdens reguliere consulten, mooie ontmoetingen, moeilijke gesprekken, zeer innovatieve ingrepen en bijzondere behandelingen. Monique van de Ven – ‘Dokter Deen’ - geeft de stem aan het programma.
ZHNL is een uniek en indringend beelddocument van de zorg zoals die elke dag weer, zeven dagen in de week en 365 dagen per jaar in het land wordt verleend. ZHNL komt tot stand dankzij de vrijwillige medewerking van een groot aantal ziekenhuizen en instellingen en hun patiënten en medewerkers.
‘Zij houden Nederland in leven’ laat zien dat geen dag in de zorg hetzelfde is, niet voor patiënten, maar ook niet voor zorgverleners. De zes afleveringen van de serie leggen ieder gedurende 24 uur de gebeurtenissen vast in diverse ziekenhuizen en instellingen in Nederland en vertellen bijzondere verhalen van gewone mensen wiens leven ingrijpend verandert op de dag dat ZHNL juist hen volgt met de camera. We zien patiënten en hun hulpverleners tijdens reguliere consulten, mooie ontmoetingen, moeilijke gesprekken, zeer innovatieve ingrepen en bijzondere behandelingen. Monique van de Ven – ‘Dokter Deen’ - geeft de stem aan het programma.
ZHNL is een uniek en indringend beelddocument van de zorg zoals die elke dag weer, zeven dagen in de week en 365 dagen per jaar in het land wordt verleend. ZHNL komt tot stand dankzij de vrijwillige medewerking van een groot aantal ziekenhuizen en instellingen en hun patiënten en medewerkers.
dinsdag 10 mei 2016
Eén op de vijf hardlopers gebruikt Runkeeper
Het bijhouden van hardloopactiviteiten is populair in Nederland. De helft van de hardlopers registreert zijn of haar activiteit met apps of wearables. Bij hardlopers zijn apps en sporthorloges het populairst. Bij wielrenners is de fietscomputer favoriet. Garmin en Polar zijn marktleiders. Dit blijkt uit cijfers van de Smart Health Monitor, een marktonderzoek van Multiscope onder 6.000 Nederlanders.
Voor het registreren van hardlooprondjes wordt de smartphone het meest gebruikt. Van alle hardlopers heeft 35% een hardloop-app. Runkeeper is het populairst, 18% heeft deze app. Daarnaast gebruikt één op de vijf hardlopers een sporthorloge om bijvoorbeeld ook de hartslag te monitoren. Garmin en Polar hebben samen de helft van de markt in handen.
Niet alleen hardlopers zijn fanatieke smart health gebruikers. Ook wielrenners registreren hun activiteit vaak met een app op de smartphone. Een kwart gebruikt apps als Strava en Runkeeper. Fietscomputers zijn nog populairder; deze worden door 30% gebruikt. Garmin en Polar domineren de markt met een gezamenlijk aandeel van 26%.
Voor het registreren van hardlooprondjes wordt de smartphone het meest gebruikt. Van alle hardlopers heeft 35% een hardloop-app. Runkeeper is het populairst, 18% heeft deze app. Daarnaast gebruikt één op de vijf hardlopers een sporthorloge om bijvoorbeeld ook de hartslag te monitoren. Garmin en Polar hebben samen de helft van de markt in handen.
Niet alleen hardlopers zijn fanatieke smart health gebruikers. Ook wielrenners registreren hun activiteit vaak met een app op de smartphone. Een kwart gebruikt apps als Strava en Runkeeper. Fietscomputers zijn nog populairder; deze worden door 30% gebruikt. Garmin en Polar domineren de markt met een gezamenlijk aandeel van 26%.
UMC Utrecht gebruikt als eerste in de wereld de Philips IQon spectrale CT in de klinische routine
Het UMC Utrecht is ’s werelds eerste ziekenhuis waar de toegevoegde waarde wordt onderzocht van spectrale Computer Tomografie (CT) in de klinische routine. Met de Philips IQon Spectral CT scanner wordt met slechts één scan veel extra informatie verkregen over weefselstructuren in het lichaam van patiënten in vergelijking met de reguliere CT-scan. De arts kan met deze technologie mogelijk sneller een definitieve diagnose stellen en patiënten hoeven minder vaak terug te komen voor extra onderzoek. De Philips IQon Spectral CT heeft een unieke detector technologie die de radioloog in staat stelt om zonder enig compromis aanvullende informatie uit een reguliere scan te halen. Er is bijvoorbeeld geen hogere dosis röntgenstraling nodig om de extra informatie te verkrijgen.
CT-scans worden veel gebruikt in ziekenhuizen om afwijkingen aan inwendige organen vast te stellen. Een reguliere CT-scan toont goed waar de afwijking in het lichaam zit, maar laat weinig verschil tussen weefseltypes zien. Een spectrale CT maakt gebruik van het gehele spectrum van de röntgenbundel die door de patiënt heen gaat, waardoor de arts met speciale beeldbewerkingssoftware meer informatie zichtbaar kan maken over de anatomie van het lichaam, maar ook over de weefselsamenstelling van de organen.
“Met behulp van spectrale informatie kan bijvoorbeeld een bloedprop beter herkend worden, de doorbloeding van organen afgeleid worden en kan informatie verkregen worden over de weefselsamenstelling van een gezwel. Verder kan er ook veel extra informatie worden verkregen over de algemene conditie van een patiënt zoals bijvoorbeeld de botdichtheid”, aldus prof. dr. Tim Leiner van de afdeling Radiologie van het UMC Utrecht.
“De IQon Spectral CT verschaft ons belangrijke informatie waarmee we de diagnose en behandeling kunnen bespoedigen zonder onze patiënten bloot te hoeven stellen aan onnodige procedures die bovendien kostbaar en potentieel schadelijk zijn. Het UMC Utrecht doet onderzoek naar innovatieve behandelmethoden om deze vervolgens snel te vertalen naar de patiëntenzorg, zodanig dat deze zorg aantoonbaar de beste resultaten levert. De IQon spectral CT is daar een mooi voorbeeld van.”
Inmiddels ondergingen meer dan 1000 patiënten een CT-scan op de Philips IQon spectral CT. Het UMC Utrecht onderzoekt nu welke patiënten het meeste baat hebben bij de extra informatie die door spectrale CT beschikbaar komt.
Jaarlijks worden er 1,16 miljoen CT-scans gemaakt (bron: RIVM). Philips ziet het als een uitdaging om de diagnostiek voor zowel de patiënt als de arts te verbeteren. “Samen met het UMC Utrecht zijn we met deze unieke technologie een enorme stap aan het maken in het verbeteren van patiëntenzorg”, aldus Henk Valk, General Manager van Philips Health Systems Benelux. “We zijn zeer verheugd dat de mogelijkheden van deze technologie nu beschikbaar zijn.”
CT-scans worden veel gebruikt in ziekenhuizen om afwijkingen aan inwendige organen vast te stellen. Een reguliere CT-scan toont goed waar de afwijking in het lichaam zit, maar laat weinig verschil tussen weefseltypes zien. Een spectrale CT maakt gebruik van het gehele spectrum van de röntgenbundel die door de patiënt heen gaat, waardoor de arts met speciale beeldbewerkingssoftware meer informatie zichtbaar kan maken over de anatomie van het lichaam, maar ook over de weefselsamenstelling van de organen.
“Met behulp van spectrale informatie kan bijvoorbeeld een bloedprop beter herkend worden, de doorbloeding van organen afgeleid worden en kan informatie verkregen worden over de weefselsamenstelling van een gezwel. Verder kan er ook veel extra informatie worden verkregen over de algemene conditie van een patiënt zoals bijvoorbeeld de botdichtheid”, aldus prof. dr. Tim Leiner van de afdeling Radiologie van het UMC Utrecht.
“De IQon Spectral CT verschaft ons belangrijke informatie waarmee we de diagnose en behandeling kunnen bespoedigen zonder onze patiënten bloot te hoeven stellen aan onnodige procedures die bovendien kostbaar en potentieel schadelijk zijn. Het UMC Utrecht doet onderzoek naar innovatieve behandelmethoden om deze vervolgens snel te vertalen naar de patiëntenzorg, zodanig dat deze zorg aantoonbaar de beste resultaten levert. De IQon spectral CT is daar een mooi voorbeeld van.”
Inmiddels ondergingen meer dan 1000 patiënten een CT-scan op de Philips IQon spectral CT. Het UMC Utrecht onderzoekt nu welke patiënten het meeste baat hebben bij de extra informatie die door spectrale CT beschikbaar komt.
Jaarlijks worden er 1,16 miljoen CT-scans gemaakt (bron: RIVM). Philips ziet het als een uitdaging om de diagnostiek voor zowel de patiënt als de arts te verbeteren. “Samen met het UMC Utrecht zijn we met deze unieke technologie een enorme stap aan het maken in het verbeteren van patiëntenzorg”, aldus Henk Valk, General Manager van Philips Health Systems Benelux. “We zijn zeer verheugd dat de mogelijkheden van deze technologie nu beschikbaar zijn.”
maandag 9 mei 2016
UZ Gent zet operatierobot in voor niertransplantaties
Afgelopen maand vond in het UZ Gent de eerste robotgeassisteerde niertransplantatie van het land plaats. Tijdens een kijkoperatie werd met behulp van een operatierobot een nier verwijderd bij een levende donor en vervolgens ingeplant bij een patiënt met ernstig nierfalen.
Het UZ Gent is het eerste Belgische ziekenhuis dat deze ingreep volledig robotgeassisteerd kan uitvoeren. Die verwezenlijking is te danken aan de nauwe samenwerking tussen de diensten Nefrologie, Thoracale en vasculaire heelkunde en Urologie, en aan de ruime expertise binnen het UZ Gent in robotgeassisteerde chirurgie.
Bij een robotgeassisteerde ingreep voert de chirurg een kijkoperatie uit met behulp van een operatierobot. Die heeft meerdere werkarmen waaraan een camera en instrumenten worden bevestigd. Om ruimte te creëren voor de ingreep wordt de buik opgeblazen met koolzuurgas. De chirurg brengt een aantal kleine incisies in de buik aan met daarin holle buisjes. Zo worden de instrumenten in de buik van de patiënt gebracht. De werkinstrumenten kunnen 360 graden roteren. Dat laat toe om het weefsel tot op de millimeter nauwkeurig te spreiden, aan te snijden of af te klemmen. De chirurg bedient de operatierobot van achter een console naast de operatietafel, via handgrepen, knoppen en pedalen. De structuren in het operatiegebied worden driedimensionaal en tot 10 maal vergroot weergegeven. Zo komt elk detail duidelijk in beeld, kan de chirurg op moeilijk bereikbare plaatsen komen en heel precies manoeuvreren.
Een robotgeassisteerde niertransplantatie heeft een kleiner risico op complicaties dan een klassieke niertransplantatie en ze is minder ingrijpend. Terwijl een klassieke niertransplantatie een incisie van vijftien tot twintig centimeter in de onderbuik vergt, kan de robotgeassisteerde ingreep via een incisie van een vijftal centimeter ter hoogte van de navel. Daardoor heeft de patiënt na de ingreep minder pijn, herstelt hij sneller en moet hij minder lang in het ziekenhuis blijven. Bovendien is het litteken minder groot.
De operatierobot wordt voorlopig enkel ingezet bij transplantaties met een levende nierdonor. De artsen wegen telkens nauwgezet af bij welke ingreep de patiënt het meest gebaat is. Een transplantatie met behulp van de robot is voor de patiënt niet duurder dan een klassieke ingreep.
Het UZ Gent is het eerste Belgische ziekenhuis dat deze ingreep volledig robotgeassisteerd kan uitvoeren. Die verwezenlijking is te danken aan de nauwe samenwerking tussen de diensten Nefrologie, Thoracale en vasculaire heelkunde en Urologie, en aan de ruime expertise binnen het UZ Gent in robotgeassisteerde chirurgie.
Bij een robotgeassisteerde ingreep voert de chirurg een kijkoperatie uit met behulp van een operatierobot. Die heeft meerdere werkarmen waaraan een camera en instrumenten worden bevestigd. Om ruimte te creëren voor de ingreep wordt de buik opgeblazen met koolzuurgas. De chirurg brengt een aantal kleine incisies in de buik aan met daarin holle buisjes. Zo worden de instrumenten in de buik van de patiënt gebracht. De werkinstrumenten kunnen 360 graden roteren. Dat laat toe om het weefsel tot op de millimeter nauwkeurig te spreiden, aan te snijden of af te klemmen. De chirurg bedient de operatierobot van achter een console naast de operatietafel, via handgrepen, knoppen en pedalen. De structuren in het operatiegebied worden driedimensionaal en tot 10 maal vergroot weergegeven. Zo komt elk detail duidelijk in beeld, kan de chirurg op moeilijk bereikbare plaatsen komen en heel precies manoeuvreren.
Een robotgeassisteerde niertransplantatie heeft een kleiner risico op complicaties dan een klassieke niertransplantatie en ze is minder ingrijpend. Terwijl een klassieke niertransplantatie een incisie van vijftien tot twintig centimeter in de onderbuik vergt, kan de robotgeassisteerde ingreep via een incisie van een vijftal centimeter ter hoogte van de navel. Daardoor heeft de patiënt na de ingreep minder pijn, herstelt hij sneller en moet hij minder lang in het ziekenhuis blijven. Bovendien is het litteken minder groot.
De operatierobot wordt voorlopig enkel ingezet bij transplantaties met een levende nierdonor. De artsen wegen telkens nauwgezet af bij welke ingreep de patiënt het meest gebaat is. Een transplantatie met behulp van de robot is voor de patiënt niet duurder dan een klassieke ingreep.
vrijdag 6 mei 2016
Nooit meer prikken bij suikerziekte
Volgens Philips zijn er wereldwijd 387 miljoen diabetici, waarvan 57 miljoen in de Europese Unie. Er valt tegenwoordig goed mee te leven, maar leuk is anders. De patiënten moeten meerdere malen per dag bloed prikken om hun bloedsuikerspiegel te meten. Een nieuw apparaatje, ontwikkeld door wetenschappers aan de Britse universiteit van Cardiff, kan dit echter zonder prikken doen. Het apparaatje gebruikt microgolven om de bloedsuikerspiegel door de huid te meten. De patiënt kan het apparaatje bijvoorbeeld op zijn arm plakken.
woensdag 4 mei 2016
Virusscanner crasht medische apparatuur tijdens hartprocedure
Een medisch systeem dat patiënten monitort is tijdens een hartprocedures gecrasht omdat de virusscanner een ingestelde virusscan uitvoerde. Dat meldt de Amerikaanse toezichthouder FDA. Het gaat om de Merge Hemo, een programmeerbare diagnostisce computer van Merge Healthcare. Het systeem bestaat uit een patiëntgegevensmodule en de Hemo-monitorcomputer. De twee eenheden zijn via een seriële interface met elkaar verbonden.
Nieuwe scanner van Philips maakt meer zichtbaar
De nieuwste CT-scanner van Philips biedt veel extra informatie die van groot nut is. Dat zegt professor radiologie Tim Leiner van het UMC in Utrecht. Sinds de installatie van het apparaat in het Utrechtse ziekenhuis in januari heeft Leiner er al duizend CT-scans mee gemaakt. "In al die gevallen beschikten we over méér informatie dan bij gewone scans. In 20 procent van de gevallen hebben we de diagnose kunnen bijstellen, zonder extra scans te hoeven maken."
maandag 2 mei 2016
Delftse onderzoekers ontwikkelen tool om kankerpatiënten te groeperen en maatwerk te leveren
Onderzoekers van de TU Delft hebben een tool ontwikkeld waardoor kankerpatiënten op een eenvoudige manier met elkaar vergeleken kunnen worden. Zodoende kan meer inzicht worden verkregen in verschillende vormen van kanker, wat helpt om therapie op maat aan te kunnen bieden. De onderzoekers hebben hun bevindingen gepubliceerd in Scientific Reports.
Kanker is een complexe ziekte die veroorzaakt kan worden door verstoring van verschillende aspecten, zoals een verandering van het DNA. Een fijnmazige karakterisering van kankerpatiënten helpt om therapie op maat aan te bieden. ‘The Cancer Genome Atlas’ is een Amerikaans initiatief dat hierbij helpt en dat bij een groot aantal kankerpatiënten verschillende moleculaire metingen uitvoert om een beter inzicht te krijgen in de verschillende vormen van kanker. Delftse onderzoekers, onder aanvoering van dr.ir. Erdogan Taskesen, hebben nu een tool ontwikkeld waardoor patiënten op een eenvoudige manier met elkaar vergeleken kunnen worden. Zodoende kan meer inzicht worden gekregen in de verschillende vormen van kanker, die elk een ander ziekteverloop hebben.
De Delftse onderzoekers hebben hun analyses toegepast op 4.434 patiënten en voor 19 kankertypen. Ze bekeken vier moleculaire aspecten. De truc die de Delftse onderzoekers gebruikten, was om de grote hoeveelheid data slim te versimpelen zodat patiënten als ‘punten’ op een scherm getoond kunnen worden. De afstand tussen de patiënten is gebaseerd op de vier verschillende soorten moleculaire informatie. Door de punten te kleuren aan de hand van informatie over de patiënten, zoals ziekteverloop, of man/vrouw, kunnen kankerspecialisten groepen verder onderzoeken. Daarnaast kan ook specifieke moleculaire informatie weggelaten worden om de groepering vervolgens te bestuderen. Dit geeft de specialisten inzicht in de moleculaire mechanismen die betrokken zijn bij specifieke groepen van patiënten. De Delftse onderzoekers hebben de tool MEREDITH genoemd en beschikbaar gemaakt via de website: http://pancancer-map.ewi.tudelft.nl/.
zaterdag 30 april 2016
'Google heeft toegang tot 1,6 miljoen patiëntgegevens'
Google zou via dochterbedrijf DeepMind toegang hebben tot de patiëntengegevens van rond de 1,6 miljoen Britse patiënten. Inzicht in de medische gegevens komt voort uit een overeenkomst die is gesloten met de National Health Service, de publieke Britse zorgverstrekker. Volgens NewScientist heeft DeepMind een deal gesloten met de NHS over het uitwisselen van gegevens. De documenten waar dit uit blijkt zijn door de site online gezet. Volgens de overeenkomst krijgen DeepMind en Britse medewerkers van Google toegang tot een beveiligde datastream via waar de patiëntengegevens van drie ziekenhuizen in Londen worden verstuurd.
Sony wil ook een slimme contactlens
Je kan er de gracht mee dempen, maar toch zijn ze amusant om in te zien: patenten. Elk zelfrespecterend bedrijf legt dagelijks wel een patent vast. De patenten die ons bereiken geven een klein beetje inzicht in waar de toekomst heen kan gaan. Neem nu Sony’s nieuwe patentaanvraag voor het 'Contactlens- en opslagruimtemedium'. Het belangrijkste onderdeel van het patent is de camerafunctie. Met een 'bewuste knipper' kan je een foto maken, die wordt opgeslagen op het geheugen in de lens zelf, of in de cloud.
donderdag 28 april 2016
Eerste CareKit-apps verschenen
Vandaag zijn de eerste CareKit-apps uitgebracht, die bedoeld zijn om je gezondheid beter in de gaten te houden. Via de apps kun je ook contact houden met artsen en medisch specialisten. Het gaat in totaal om vier apps die ook verkrijgbaar zijn in de Nederlandse App Store, gericht op diabetes, zwangerschap en depressie. CareKit is een aanvulling op Apple’s eerdere tool ResearchKit en HealthKit. ResearchKit legt focus op wetenschappelijk medisch onderzoek, terwijl je met HealthtKit allerlei gezondheidsdata van jezelf kunt opslaan.
dinsdag 26 april 2016
WHO wil dat EU-lidstaten meer werk maken van e-health
De Wereldgezondheidsorganisatie WHO wil dat EU-lidstaten meer geld vrij maken voor e-health waardoor patiënten sneller kunnen profiteren van de technologische innovaties in de zorg. In het huidige tempo zullen de doelstellingen van Health 2020 anders niet worden gehaald, zo stelt de WHO. Health 2020 is onderdeel van de bredere strategie voor Europa, Europa 2020. Het doel hiervan is om De EU om te vormen tot een slimme, duurzame en inclusieve economie. Hierbij moeten lidstaten het gebruik van moderne, toegankelijke online diensten bevorderen waaronder in de gezondheidszorg. Een centraal focuspunt hierbij is de gelijkwaardige toegang tot zorg.
maandag 25 april 2016
Met een goedkope fitnesstracker kan Apple de hele markt pakken
De markt voor fitnesstrackers bevindt zich momenteel in een impasse. De verkoop bij Fitbit neemt af, van Jawbone hebben we al een tijdlang niets meer gehoord en spelers zoals HP, HTC, Xiaomi en Intel spelen geen rol van betekenis. Volgens de experts van Pacific Crest komt er een tweede golf van wearable technologieën aan, waarbij Apple kan toeslaan. Apple heeft al laten zien dat ze interesse hebben in sport en fitness en met een goedkope fitness-gerichte variant van de Apple Watch zouden ze wel eens de ‘iPod-truc’ kunnen uithalen.
Mental health sessie tijdens eHealth Week 2016
Tijdens de jaarlijkse internationale eHealth Week is er een prominente plek voor e-mental health. In samenwerking met GGZ Nederland organiseert het Trimbos-instituut een inhoudelijke sessie met onder meer een overzicht van best practices en mogelijkheden van serious gaming en virtual health voor de GGZ. Nederland is koploper op het gebied van e-mental health. De geestelijke gezondheidszorg ontwikkelt en onderzoekt online aanbod vanaf de opkomst van internet. De meeste GGZ instellingen hebben veel ervaring met het ontwikkelen en aanbieden van e-mental health in de praktijk. De afgelopen twee jaar is ook in de huisartsenzorg veel geïnvesteerd in het werken met e-mental health.
vrijdag 22 april 2016
Amsterdam centrum van digital health startups
Amsterdam manifesteert zich in Nederland in toenemende mate als centrum voor de ontwikkeling van nieuwe technologieën voor de zorg. Met een totaal van 21 startups telt de hoofdstad op dit moment in ons land het grootste aantal jonge ondernemingen dat zich met digital health bezighoudt. Dat blijkt uit een analyse van KPMG. Amsterdam wordt gevolgd door Nijmegen met tien startups en Delft met zes starters die zich specifiek met nieuwe zorgtechnologie bezighouden. Op dit moment kent Nederland ruim 60 startups die nieuwe technologie voor de zorg ontwikkelen. Hiervan zijn er vorig jaar 16 opgericht. Maar er zijn ook kritische kanttekeningen te maken.
Patiënten en zorgverleners positief over gebruik patiëntenportaal
Sinds een jaar kunnen alle patiënten van het UMC Utrecht via het patiëntenportaal online hun dossier inzien, een e-consult aanvragen, real-time uitslagen van onderzoeken bekijken en herhaalrecepten aanvragen. Zowel patiënten als zorgverleners ervaren dit als positief, blijkt uit een evaluatie onder ruim 500 patiënten en meer dan 300 zorgverleners (vooral artsen en verpleegkundigen).
Patiënten gebruiken het patiëntenportaal vooral om behandelverslagen, uitslagen en de afspraken in te zien. Ze vinden dit belangrijk, omdat ze zich zo goed voor kunnen bereiden op een volgend bezoek aan het ziekenhuis of gesprek met een arts. Dat uitslagen direct te zien zijn in het portaal vindt de meerderheid van de patiënten positief. Ongeveer een kwart van de patienten geeft aan geen behoefte te hebben aan toegang tot het portaal.
Zorgverleners merken ook een duidelijk verschil. Omdat mensen thuis alvast gegevens bekijken, komen ze met meer voorkennis naar een gesprek. Reumatoloog dr. Janneke Tekstra: “Patienten stellen daardoor concretere vragen en zijn ook meer betrokken bij beslissingen over de zorg en behandeling.” Angst bij zorgverleners voor het feit dat patiënten real-time inzage hebben in uitslagen lijkt niet nodig. Omdat in het portaal de mogelijkheid bestaat om vragen te stellen aan een zorgverlener, kunnen patiënten direct vragen stellen over bijvoorbeeld een uitslag waarover zij zich zorgen maken.
Inmiddels maken zo’n 29.000 patiënten van het UMC Utrecht gebruik van het portaal, ruim 15 procent van alle patienten. Er zijn meer vrouwen dan mannen actief op het patiëntenportaal. Ouderen (boven de 70) en jongvolwassenen (tussen de 18 en 30) gebruiken het portaal relatief weinig. Jongvolwassenen maken wel het meest gebruik van de e-consult functie in het portaal. Gebruikers loggen vooral overdag in (tussen 07.00 en 17.00), dit is onafhankelijk van leeftijd en geslacht. Niet alle patiënten hebben behoefte aan een portaal, omdat ze bijvoorbeeld maar eenmalig in het UMC Utrecht komen of omdat ze geen computer hebben.
Patiënten gebruiken het patiëntenportaal vooral om behandelverslagen, uitslagen en de afspraken in te zien. Ze vinden dit belangrijk, omdat ze zich zo goed voor kunnen bereiden op een volgend bezoek aan het ziekenhuis of gesprek met een arts. Dat uitslagen direct te zien zijn in het portaal vindt de meerderheid van de patiënten positief. Ongeveer een kwart van de patienten geeft aan geen behoefte te hebben aan toegang tot het portaal.
Zorgverleners merken ook een duidelijk verschil. Omdat mensen thuis alvast gegevens bekijken, komen ze met meer voorkennis naar een gesprek. Reumatoloog dr. Janneke Tekstra: “Patienten stellen daardoor concretere vragen en zijn ook meer betrokken bij beslissingen over de zorg en behandeling.” Angst bij zorgverleners voor het feit dat patiënten real-time inzage hebben in uitslagen lijkt niet nodig. Omdat in het portaal de mogelijkheid bestaat om vragen te stellen aan een zorgverlener, kunnen patiënten direct vragen stellen over bijvoorbeeld een uitslag waarover zij zich zorgen maken.
Inmiddels maken zo’n 29.000 patiënten van het UMC Utrecht gebruik van het portaal, ruim 15 procent van alle patienten. Er zijn meer vrouwen dan mannen actief op het patiëntenportaal. Ouderen (boven de 70) en jongvolwassenen (tussen de 18 en 30) gebruiken het portaal relatief weinig. Jongvolwassenen maken wel het meest gebruik van de e-consult functie in het portaal. Gebruikers loggen vooral overdag in (tussen 07.00 en 17.00), dit is onafhankelijk van leeftijd en geslacht. Niet alle patiënten hebben behoefte aan een portaal, omdat ze bijvoorbeeld maar eenmalig in het UMC Utrecht komen of omdat ze geen computer hebben.
donderdag 21 april 2016
Helft Nederlanders bereid data te delen met verzekeraar
Consumenten staan open om data van wearables of fitnesstrackers te delen met hun zorgverzekeraars, werkgever of commerciële organisaties. Dit blijkt uit cijfers van de Smart Health Monitor, een marktonderzoek van Multiscope onder 6.000 Nederlanders.
De helft van de Nederlanders heeft er geen enkel probleem mee om gezondheidsdata te delen met zorgverzekeraars als daar korting op de zorgpremie tegenover staat. Ze willen de gegevens die zij registreren met apps of wearables (zoals aantal stappen, gewicht of bloeddruk) ter beschikking stellen. Vooral onder 18 tot 35 jarigen en Nederlanders met een laag inkomen is het draagvlak groot.
Drie op de tien consumenten zijn bereid om de gegevens over hun gezondheid te delen met de werkgever. Ook hier moet wel een beloning tegenover staan, zoals extra vrije dagen of een bonus.
De helft van de Nederlanders heeft er geen enkel probleem mee om gezondheidsdata te delen met zorgverzekeraars als daar korting op de zorgpremie tegenover staat. Ze willen de gegevens die zij registreren met apps of wearables (zoals aantal stappen, gewicht of bloeddruk) ter beschikking stellen. Vooral onder 18 tot 35 jarigen en Nederlanders met een laag inkomen is het draagvlak groot.
Drie op de tien consumenten zijn bereid om de gegevens over hun gezondheid te delen met de werkgever. Ook hier moet wel een beloning tegenover staan, zoals extra vrije dagen of een bonus.









































