In NanoMedNL denken patiënten, artsen, bedrijven en regelgevers vanaf het begin mee over de ontwikkeling van nanomedicijnen
Door patiënten, burgers, artsen, bedrijven en regelgevers vanaf het begin actief te betrekken bij de ontwikkeling van nieuwe nanomedicijnen, sluiten deze beter aan bij de behoeften van de betrokkenen. Dat vergroot de kans dat ze daadwerkelijk gebruikt gaan worden door patiënten.
Onlangs ging het project NanoMedNL officieel van start, waarbinnen negentien partners hun krachten bundelen om te werken aan een nieuwe generatie nanomedicijnen. Tijdens de startbijeenkomst werden de aanwezigen alvast uitgedaagd om zich in de schoenen van andere partijen te plaatsen.
Binnen NanoMedNL werken onderzoekers aan de ontwikkeling van vier verschillende nieuwe nanomedicijnen, twee gericht op kanker, en twee op gentherapie. Maar volgens coördinator en Utrechtse hoogleraar Enrico Mastrobattista is de wetenschap niet het belangrijkste waar het binnen het project om draait. “Ik heb er vertrouwen in dat het met het wetenschappelijke deel wel goed komt,” vertelde hij tijdens zijn inleidende presentatie. “Het belangrijkste onderdeel van NanoMedNL is het betrekken van de verschillende partijen.”
Nieuwe medicijnen halen lang niet altijd de patiënt. Soms sluiten ze onvoldoende aan bij de behoeften van gebruikers, zijn ze te duur of lopen ze vast op regelgeving en vergoeding. “We willen in een vroeg stadium kunnen identificeren welke knelpunten er bij verschillende partijen spelen, want dan kun je er echt iets mee doen,” geeft Utrechtse hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon aan.
Nanomedicijnen maken gebruik van hele kleine deeltjes (nanodeeltjes), bijvoorbeeld minuscule vetbolletjes. Deze nanodeeltjes bevatten medicijnen of, in het geval van gentherapie, genetisch materiaal zoals DNA of RNA. De nanodeeltjes kunnen zo ontworpen worden dat ze hun inhoud op het juiste moment op de juiste plek in het lichaam afleveren. Daardoor kunnen ze gerichter werken dan andere medicijnen en voor minder bijwerkingen zorgen.
Onlangs ging het project NanoMedNL officieel van start, waarbinnen negentien partners hun krachten bundelen om te werken aan een nieuwe generatie nanomedicijnen. Tijdens de startbijeenkomst werden de aanwezigen alvast uitgedaagd om zich in de schoenen van andere partijen te plaatsen.
Binnen NanoMedNL werken onderzoekers aan de ontwikkeling van vier verschillende nieuwe nanomedicijnen, twee gericht op kanker, en twee op gentherapie. Maar volgens coördinator en Utrechtse hoogleraar Enrico Mastrobattista is de wetenschap niet het belangrijkste waar het binnen het project om draait. “Ik heb er vertrouwen in dat het met het wetenschappelijke deel wel goed komt,” vertelde hij tijdens zijn inleidende presentatie. “Het belangrijkste onderdeel van NanoMedNL is het betrekken van de verschillende partijen.”
Nieuwe medicijnen halen lang niet altijd de patiënt. Soms sluiten ze onvoldoende aan bij de behoeften van gebruikers, zijn ze te duur of lopen ze vast op regelgeving en vergoeding. “We willen in een vroeg stadium kunnen identificeren welke knelpunten er bij verschillende partijen spelen, want dan kun je er echt iets mee doen,” geeft Utrechtse hoogleraar Innovatie- en Transitiestudies Wouter Boon aan.
Nanomedicijnen maken gebruik van hele kleine deeltjes (nanodeeltjes), bijvoorbeeld minuscule vetbolletjes. Deze nanodeeltjes bevatten medicijnen of, in het geval van gentherapie, genetisch materiaal zoals DNA of RNA. De nanodeeltjes kunnen zo ontworpen worden dat ze hun inhoud op het juiste moment op de juiste plek in het lichaam afleveren. Daardoor kunnen ze gerichter werken dan andere medicijnen en voor minder bijwerkingen zorgen.

Geen opmerkingen: