Ads Top

UT-methode om borstkanker af te beelden heeft toegevoegde waarde

PAMmografie, een nieuwe methode om borstkanker te visualiseren die door onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente en het Medisch Spectrum Twente is ontwikkeld, heeft toegevoegde waarde op bestaande beeldvormende technieken, zoals röntgenmammografie en MRI. Dat stelt Michelle Heijblom die op 23 april, na vier jaar onderzoek, promoveert op de methode. Heijblom voerde in haar promotieonderzoek klinische studies uit op patiënten met verdachte afwijkingen. 
Onderzoekers van de Universiteit Twente hebben eerder een nieuwe methode om borstkanker op te sporen ontwikkeld: PAMmografie. Michelle Heijblom voerde in haar promotieonderzoek klinische studies uit op patiënten met verdachte afwijkingen, waarin ze PAMmografie onder meer vergeleek met röntgen mammografie, de gouden standaard als het gaat om borstonderzoek. Op basis van haar onderzoek concludeert ze dat PAMmografie werkt en van toegevoegde waarde kan zijn op de nu gebruikte detectiemethoden. “We hebben in 73 borstkankerpatiënten metingen gedaan met PAMmografie en konden bij vrijwel allemaal de maligniteit zien.”
Als belangrijk voordeel van de methode noemt Heijblom dat  de zichtbaarheid van de afwijking onafhankelijk is van de dichtheid van het borstweefsel. Hierdoor is de methode op papier ook geschikt voor vrouwen onder de vijftig jaar, een groep waarbij borstkanker met röntgenmammografie moeilijker te detecteren is, omdat de dichtheid van het borstweefsel van deze vrouwen groter is.
De PAM (Photoacopustic Mammoscope) beschijnt de borst met korte lichtpulsen die ultrageluid veroorzaken op plekken waar zich veel bloed bevindt, zoals rond kwaadaardige tumoren. Het ultrageluid reist vervolgens vanuit de tumor naar het huidoppervlak, waar je het kunt meten. Heijblom heeft in haar promotieonderzoek aangetoond dat je met de techniek vrijwel alle kwaadaardige borsttumoren kunt detecteren, en ook duidelijke afbeeldingen kunt maken waar je met röntgenafbeeldingen nauwelijks iets ziet.
In haar onderzoek werkte Heijblom met het eerste prototype van de PAM dat de metingen uitvoert met licht van één golflengte. “Het gaat nog om een relatief eenvoudig apparaat, maar toch konden we al veel zien.” Het tweede prototype, dat onlangs is ontwikkeld, is geavanceerder en meet met licht van twee golflengtes. Volgens Heijblom moet dit de nauwkeurigheid van het apparaat flink verbeteren. Toch wil ze waken voor te veel optimisme. “Het gaat om een nieuwe techniek. Er is nog veel onderzoek en ontwikkeling nodig om de methode te verbeteren. Het zal daarom zeker nog jaren duren voor de methode in reguliere zorg ingezet kan worden. Maar de vooruitzichten zijn positief.”
Michelle Heijblom voerde haar promotieonderzoek uit in de vakgroep Biomedical Photonic Imaging van onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente. Ze werd hierbij begeleid door dr. Srirang Manohar en promotoren prof.dr.ir. Wiendelt Steenbergen en prof.dr. Ton van Leeuwen. Het onderzoek is financieel mede mogelijk gemaakt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen door Agentschap NL). Bij het onderzoek is intensief samengewerkt met het Medisch Spectrum Twente.

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.